Maandag 21/06/2021

Werken tot je

'Zo is het genoeg', Onno Bloms requiem over het laatste jaar van Jan Wolkers

de kist hoort knarsen

In zijn verslag van het laatste levensjaar van de eind vorig jaar overleden Jan Wolkers schurkt Onno Blom dicht tegen het onbehaaglijke voyeurisme aan. Als voorschot op zijn biografie is Zo is het genoeg weliswaar soms ontroerend maar ook bijna hagiografisch. Door Dirk Leyman

'Ik heb altijd een soort onverschrokkenheid tegenover de dood gehad. Ik heb er nooit zo'n punt van gemaakt. Kijk, de dood is in mijn werk heel belangrijk, maar er wordt nooit over gezeikt. Het hoort tot de aard der dingen dat alles weer verdwijnt, dat we in nevel oplossen", zo liet Jan Wolkers (1925-2007) zich eens ontvallen in een interview met Vrij Nederland. De ooit zo onrustige Wolkers heeft steeds een bedaarde en lucide kijk op zijn naderende verscheiden gekoesterd. Hij bestreed de zich in allerlei gedaanten opdringende dood het liefst met hard werken. Tijdens zijn laatste jaar fungeerde het schilderen als het touw waarmee hij zich aan het leven vastklampte. De verfborstel was, meer dan de pen, ook het wapen waarmee hij sporadisch oprispende angsten te lijf ging. Gewerkt moest er worden, coûte que coûte, zelfs als Piet Hein al in zijn achtertuin stond. En hoezeer Wolkers in zijn oeuvre het geloof had gemaltraiteerd, de calvinistische gedachte dat "een dag waarop niet gewerkt was, een verloren dag was" gold hem als een gebod. Vermakelijk vond hij ze dan ook, die vermoedens van het publiek dat hij zijn pen al enige tijd neer had gelegd: "Je laatste gedicht schrijf je pas als je de kist hoort knarsen." Maar toch had zich tussen de toetsen van zijn Olivetti Lettera 22 letterlijk stilaan spinrag gevestigd.

Het is ongetwijfeld ironisch dat het overlijden van de kunstenaar die met open vizier de dood tegemoet trad, tot zo'n spectaculaire rouw in de media leidde. Je kon zelfs Wolkers' crematie op de Nederlandse beeldbuis volgen en zijn fameuze laatste woorden "Zo is het genoeg", uitgesproken na de consumptie van een boterham met bessengelei en een glaasje granaatappelsap, zoemden als een mantra door de ether en door de gelegenheidsbijlagen. Wolkers, ooit zo'n bonjemaker die met zijn rondspattende erotiek woest tegen alle Nederlandse heilige huisjes schopte, was de laatste jaren gezalfd tot een hoogst aaibare nationale troetelbeer. Hij kreeg het zoetsappige imago van Grote Vriendelijke Reus met zijn eeuwige trainingspakken, zijn grijze wijze kruin, zijn lijzige praatjes en zijn aandoenlijke liefde voor zijn rad van tong zijnde zonen. En niet te vergeten: zijn buiten de oevers tredend enthousiasme over de flora en fauna op zijn geliefde Texel, van dwergvleermuisjes tot 'spuugbeestjes' toe, gevat in een succesvolle tv-serie. Kunsthistoricus Rudi Fuchs heeft een aparte verklaring voor Wolkers' late populariteit als lieve opa. Wolkers was allang geen tomeloos woelwater meer. Hij werd een getemde reliek uit een ander tijdperk: "Jan verkeerde in een staat van verstilling. Dat maakte hem misschien zo geliefd bij het publiek de laatste jaren. Alles wat daar, bij Jan, op Texel nog was, dat zijn wijzelf kwijtgeraakt. Dat stemde weemoedig." In diverse in memoriams lag de mythevorming er dik op. Daarbij benam de Wolkers van de laatste jaren weleens het zicht op de ooit zo cassante, tegendraadse schrijver van Turks fruit en Een roos van vlees, die zowel de Constantijn Huygens als de P.C. Hooftprijs afsloeg.

Dat is ook enigszins het geval in de minutieuze reconstructie die Onno Blom van Wolkers' finale levensjaar maakte, tot en met die bewuste 19 oktober 2007. Blom, die destijds met instemming van Wolkers zelf tot zijn biograaf werd bevorderd, kan zijn bewondering voor zijn 'studieobject' amper beteugelen. In Texel mag hij vaak de benen onder de steeds met lekkernijen volgetaste tafel van de gastvrije Wolkers en Karina schuiven. Blom wordt in een mum van tijd kind aan huis in huize Pomona. Het is overduidelijk dat Wolkers' twintig jaar jongere echtgenote Karina, met wie hij in een soort van symbiose leefde, Blom vaak tot eersterangsbron strekte. Zo lezen we hoe een doorsneedag van Jan Wolkers eruitzag. Vooral na zijn maagbloeding in 2003 wordt de beer van een vent een licht afhankelijke, aftakelende man, die gedurig verzorging nodig heeft. Later stapelen de kwaaltjes en ongemakken zich op. Wolkers kan zich nog wel vrolijk maken over zijn nimmer genezende wondroos ("Balkenende heeft ook wondroos aan zijn voet gehad, maar die had het verdiend"), hij beseft dat de teller tikt. Maar of we nu echt moeten vernemen dat Karina zijn geteisterde voeten elke dag verzorgde "met een licht lobbige crème die Secret Touch heet" en hij voor het gemak vilten, Franse sloffen ("Senioren-Nikes") draagt? Blom verkneukelt zich in de onooglijkste details: Wolkers' geliefkoosde tostibeleg, de manier waarop Karina hem in zijn broek helpt, zijn voorkeur voor het programma That's the Question op de Evangelische Omroep en de plaats waar de as van Wolkers' eerste kat Voske ligt. Nog een wonder dat we niet het reilen en zeilen van des schrijvers stoelgang krijgen opgelepeld. Kennelijk kan Blom moeilijk weerstaan het voyeurisme van het publiek te bevredigen, al kun je niet ontkennen dat hij zijn akkefietjes met een journalistiek vakmanschap aan het papier toevertrouwt. Gelukkig meldt hij ook dat de laatste roman die Wolkers las Kafka on the Shore van Haruki Murakami was. "Die las hij uit", zo weet Karina. "Dat moet hebben betekend dat hij het een goed boek vond, want anders nam hij daar de tijd niet voor."

Meer body en patina krijgt deze idolate Wolkersexcursie wanneer Blom uitweidt over Wolkers' monochrome schilderijen, de kroon op zijn werk, waarin hij die laatste morzels energie zal steken, zoals in dat overweldigende doek met die "sprankelende branding van raadselachtig geel". Of wanneer Blom het heeft over Wolkers' laatst geschreven teksten: het postuum vrijgegeven Nederlands dictee en de regels voor een kinderboek over "een heel lief varkentje". De manmoedig in de steigers gezette roman Waar eens lente stond strandde na drie, volgens Blom, "hartverscheurende pagina's". Zo blijft het zopas door Monique van de Ven verfilmde Zomerhitte, een in feite uit de hand gelopen Boekenweekgeschenk, de laatste officiële roman van Wolkers. En ook wanneer Blom de getuigenissen compileert van bezoekers als A.F.Th. van der Heijden en tekenaar Dick Matena legt hij meer distantie aan de dag. Matena legt de paradox bloot in Wolkers' "ongebroken vitaliteit": "Schuifelend over het pad. Dat beeld, Jan op weg naar zijn atelier, dat zal me eeuwig bijblijven. En in het atelier heeft hij wel twintig minuten gestaan. Hij weigerde te gaan zitten."

In het slothoofdstuk kan Blom de verleiding niet weerstaan om de stervende Wolkers welhaast mythische contouren te geven, waarbij citaten van Keats en Shakespeare je om de oren fluiten. Tegelijk dreigt de ontluistering. Van naaldje tot draadje, bijna van uur tot uur wordt Wolkers' tocht naar de overzijde gedocumenteerd, waarbij de biograaf in spe zichzelf aan het ziekbed ook nog even in het zonnetje zet. Hoefden we te weten dat na het befaamde glaasje granaatappelsap Wolkers door Karina met het banale kinderliedje 'Het boerinnetje' zijn vurig geleefde bestaan uit wordt gezongen? Blom ziet er geen graten in en voegt in het ruime fotokatern zelfs zonder verpinken een beeld toe van Wolkers' galgenmaal: de beroemde boterham met bessengelei waaraan hij peuzelde. Je weet plots niet of je moet lachen of huilen bij zoveel misplaatst geëtaleerde intimiteit. Voor de Wolkersfans kan zoiets smullen betekenen, de iets gereserveerdere waarnemer krijgt het benauwd bij dit tergende gebrek aan kritische afstand. In deze prelude (of is het al een epiloog?) op zijn Wolkersbiografie toont Blom zich te vaak slippendrager en hagiograaf en te weinig literair-historicus.

Onno Blom

Zo is het genoeg. Het laatste jaar van Jan Wolkers

De Bezige Bij, Amsterdam, 112 p., 16,90 euro.

Wolkers, ooit zo'n bonjemaker die met zijn rondspattende erotiek woest tegen alle Nederlandse heilige huisjes schopte, was de laatste jaren gezalfd tot een hoogst aaibare nationale troetelbeer

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234