Zondag 27/09/2020

Reportage

Werken op Spitsbergen: ‘Het is hier koud, ja. Nou en?’

Geologen Lena Håkansson (r) en Alexander Hovland proberen het warm te krijgen in hun tentje op Spitsbergen.Beeld Marte Visser

Spitsbergen, dat doet aan de Noordpool denken, en dus aan onbewoonbaar gebied. In werkelijkheid wonen en werken in Longyearbyen en Ny-Ålesund wetenschappers van over de hele wereld.  Fotograaf Marte Visser portretteerde een aantal van hen.

Lena Håkansson (40), Geoloog: ‘Wat je allemaal niet moet doen om je te wapenen tegen die ijsberen!’

Als je al op je twaalfde de Noorse rotswanden hebt beklommen, ben je voor rauwe natuur en spannende uitdagingen gemaakt. Geoloog Lena Håkansson (40), van klimmeisje naar bewoner van Spitsbergen. Al vier jaar woont ze permanent in Longyearbyen, het noordelijkste stadje van de planeet.

Het klimaat van toen, nu en straks, daar gaat het haar om. Ze gaat het ijs op om diepe boormonsters te nemen, klautert naar gletsjers om te bestuderen hoe die precies krimpen. “Ik kijk in het verre verleden om de toekomst te kunnen zien”, vat ze samen.

’s Zomers neemt ze studenten mee op veldwerk. Komen er ijsberen aan, dan moet ze de hele groep zien te evacueren. Zo kalm mogelijk, want het hangt van haar af of er paniek uitbreekt. Ze houdt dan ook altijd de beste vluchtroute in de gaten.

Tot zover lijkt het leven op Spitsbergen het klimmeisje van toen op het lijf geschreven. Dat is ook zo, beaamt ze. “Maar tegelijkertijd raak ik steeds gefrustreerder.” Want enerzijds ligt de kennis die de mens verder kan helpen hier voor het oprapen, anderzijds is diezelfde mens hier een schadelijke, invasieve soort. “Ik denk dat we alleen moeten blijven als er echt meer kennis nodig is om ieders ogen te openen.”

Daar komt nog bij dat haar bewegingsvrijheid klein is. Er moet altijd iemand mee als ze eropuit wil trekken, want niemand mag hier alleen de wildernis in. “En wat je allemaal niet moet doen om je te wapenen tegen de ijsberen en de kou!”

Dus hoe deze ruige streek ook bij haar past, eeuwig blijven zal ze niet. Trouwens: “Eens gewoon op de trein kunnen stappen met een goed boek, trekt me inmiddels ook wel weer.”

Simon L’orange.Beeld Marte Visser

Simon L’orange (26), technicus: ‘Schotelantennes checken en in de jacuzzi-commissie zetelen’

Het leven is goed in het Noordpoolgebied. Althans, in de jacuzzi met een biertje, want dat is de favoriete vrijetijdsbesteding van Simon L’orange (26), misschien wel de toevalligste bewoner van Ny-Ålesund. Hij was net afgestudeerd en op zoek naar zijn eerste baan, toen er een vacature op Spitsbergen voorbijkwam. “Dat maar doen dan.”

De meest relaxte bewoner is hij wellicht ook. Mist hij de zon niet, tijdens de poolnacht? Nee hoor, hooguit is hij wat futlozer dan normaal. Vindt hij het leven daar niet zwaar? Welnee, de mensen overdrijven, zo koud is het ook weer niet. En er liggen ook geen meters sneeuw, daarvoor waait het te hard.

L’orange, ondanks zijn naam een echte Noor, is niet van de pooldierbiologie of ijskapgeologie. Hij is van de machines. Gróte machines. Als technicus bij het geodetisch observatorium van Kartverket (de Noorse landmeetkundige autoriteit), zorgt hij voor het welbevinden van drie buitenmodel schotelantennes. Die zijn onderdeel van een wereldwijd netwerk dat onder andere de omwenteling van de aarde meet, belangrijk voor het goed functioneren van satellietnavigatie.

En de twee nieuwste antennes zijn ook nog eens geschikt om nauwkeurig in kaart te brengen wat de klimaatcrisis met het aardoppervlak doet.

Gelukkig functioneert alle machinerie meestal prima, dus is het werk best relaxed. Misschien wel wat té, zegt hij zelfs. “Wie weet breekt me dat in mijn verdere carrière op.”

Daartegenover staat dat hij zitting heeft in de jacuzzi-commissie en op de fiets naar zijn werk gaat, als het even kan. En vorige winter was hij de kerstman. Maar jagen, zoals thuis in Noorwegen, dat doet hij hier dan weer niet. “Geen lol aan, want je kunt de ganzen, bij wijze van spreken, zó oppakken. Alles hier spaart z’n energie.’

Net als hijzelf, ja.

Åshild Pedersen.Beeld Marte Visser

Åshild Pedersen (50), rendierbioloog: ‘Op school leren de kinderen lezen, rekenen en rendieren villen’

Wonen op Spitsbergen is eigenlijk heel gewoon. Althans: “Je moet wel tegen de kou kunnen en veel van de natuur houden én robuust genoeg zijn voor de fysieke omstandigheden hier.”

Aldus Åshild Pedersen (50), die haar hele gezin meesleepte naar Longyearbyen. De rendierbioloog is verbaasd als mensen daar verbaasd over zijn. Want voor dochters Sigrid (14) en Synne (11) is het er ideaal. Die kunnen eropuit met ski en hondenslee, en dichter bij huis is er voetbal, paardrijden en les in circusacrobatiek. En ze zitten, samen met nog driehonderd andere kinderen, op de meest noordelijke school ter wereld - waar ze naast het reguliere curriculum ook nog leren hoe je een rendier moet villen.

Op Spitsbergen heerst op dit moment de poolnacht. Ook dat vindt Pedersen geen punt, zolang ze maar elk etmaal naar buiten gaat. “Echt, het is een heel conventioneel bestaan”, houdt ze vol, en ze lacht: “Ik heb me succesvol aangepast.”

Dat laatste is een knipoog naar haar onderzoeksthema: de aanpassing van rendieren aan klimaatverandering. Het spitsbergenrendier is in Pedersens woorden niet meer dan “een uit de kluiten gewassen schaap” en het beent de snelle veranderingen niet bij. De kuddes aan de kust zitten in de knel, want over het ijs van graasland naar graasland trekken gaat niet meer. In het binnenland hebben ze het makkelijker, totdat de sneeuw wegregent. De nattigheid vriest onherroepelijk op, en dan is grazen er niet meer bij.

Afgezien van de opwarming hebben de rendieren geen natuurlijke vijanden, waardoor Pedersen heel dicht bij haar onderzoeksobjecten kan komen. “Geweldig, toch?” Ook daarom zou ze graag voor altijd willen blijven - zij het dat haar man, die hier een tijd schipper was, ander werk kreeg in Noorwegen. In dat opzicht is de aanpassing dan toch niet helemaal gelukt.

Geir Wing Gabrielsen.Beeld Marte Visser

Geir Wing Gabrielsen (64), toxicoloog: ‘Stormvogelkadavers opensnijden om plasticdeeltjes te tellen’

Dat Geir Wing Gabrielsen zijn tweede voornaam daadwerkelijk gebruikt, is geen snobisme. Voor hem is die toevallige verwijzing naar het Engelse ‘vleugel’ een cadeautje, alsof hij voor de vogels in de wieg is gelegd. En dat klopt ook wel, want het Noorse vissersplaatsje waar hij opgroeide stikt ervan. Daar begon de liefde die hem al 33 zomers naar Spitsbergen heeft gevoerd.

Hij is 64 jaar oud, maar wil nog minstens vijf jaar door. “Ik heb nog zoveel te doen!”, roept hij uit.

Daar komt bij dat zijn jaarlijkse verblijf in Ny-Ålesund best comfortabel is. “Je eten wordt opgediend in de kantine, je bed wordt verschoond en elke zaterdagavond is er een goed diner.” De ontberingen van Spitsbergen-ontdekker Willem Barentsz zijn lang vervlogen.

Als hoofd-toxicoloog van het Noorse Poolinstituut houdt Gabrielsen bij hoeveel industriële rommel de vogels van het Hoge Noorden binnendringt (samengevat: enorm veel) en wat dat fysiologisch met ze doet. Het betekent dat hij moet onderzoeken hoeveel plastic in hun magen terechtkomt en hoeveel gifstoffen in hun bloed.

Dan stapt hij in een bootje, gaat naar een broedvogeleilandje, vaart daar eerst omheen om te kijken of er geen ijsberen zitten en gaat dan aan land voor het handwerk. Bijvoorbeeld eiderganzen vangen om bloedmonsters af te nemen. Of stormvogelkadavers opensnijden om ingeslikte plasticdeeltjes te tellen.

“In dat opzicht is mijn leven als vogelwetenschapper niet zo romantisch, nee.” Tegelijk is hij nog steeds vol verwondering over wat voor prachtbeesten vogels zijn. Neem die tienduizenden broedende kortbekzeekoeten, na een dolle stormnacht bedolven onder een dik pak sneeuw. Allemaal gecrepeerd, dacht hij. Tot hij een paar smelt-uren later de eerste zwarte kopjes doodgemoedereerd boven het wit zag uitsteken. “Grappig en zo indrukwekkend.”

Marije Jousma.Beeld Marte Visser

Marije Jousma (24), biologiestudent: ‘Tien uur lopen en dan zoeken naar verse ganzenpoep’

’s Ochtends landen, ’s middags schietles. Anders kreeg ze niet eens toegang tot het land waar de ijsberen altijd hongerig zijn. “En stel je voor: soms tien uur lopen voor een half uurtje veldwerk. En dan ergens diep in de wildernis in een hutje overnachten met om je heen alleen maar bergen en ijs. Wauw.”

In de twee maanden die biologiestudent Marije Jousma (24) op Spitsbergen woont, voelt ze zich net een nietig mens in het Wilde Westen. Haar uitzicht alleen al, een fjord compleet met een hele reeks gletsjers, een zoetwatermeertje, voorbijkuierende rendieren, poolvossen op een huppeldrafje, en – ietwat dissonant wel – het gebouwtje van de plaatselijke kroeg.

Dat zoetwatermeer staat centraal in haar onderzoek. Ze tapte er afgepaste literpotten water vol microscopisch plankton en ging vervolgens op zoek naar ganzenpoep. Inderdaad, op een kleine 3.000 kilometer ten noorden van haar Groningse universiteit liep deze student achter de ganzen aan om hun meest verse uitwerpselen te verzamelen. Daarvan deed ze uiteenlopende hoeveelheden in de waterpotten. Het geheel zette ze op twee verschillende temperaturen. Het doel: kijken hoe het ecosysteem van zo’n poolmeertje verandert onder invloed van de opwarming en de bijbehorende Spitsbergense ganzenhausse. Want meer ganzen is meer poep, is meer voedingsstoffen in het water. Hoe vaart het plankton daarbij?

Inmiddels is Jousma weer thuis, maar haar analyse is nog in volle gang. En, wil ze een keer terug naar de pool? “Heel graag.” Is ze verslaafd geraakt, zoals anderen weleens overkomt? Nee, dat niet. “Het leven daar is best lastig. Dat je alles lopend moet doen, bijvoorbeeld. En bovendien, de rest van de wereld is er ook nog.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234