Dinsdag 29/11/2022

'Werk niet langer voor al die shit, leef!'

Tot voor kort was Ali Smith een onbekende, soms wat bittere Schotse schrijfster met een vlijmende experimentele stijl. Ervan uitgaande dat ze door haar weerbarstige manier van schrijven nooit meer dan een kleine schare literatuurliefhebbers kon bereiken, beleefde ze opeens de schrik van haar leven: haar roman Hotel World stond op de shortlist van de Booker Prize. De poort naar het grote publiek ging open, maar Smith bleef er haar goeie ouwe zelf bij. 'Ik schrijf liefst van al boeken die aankomen als een slag in je maag.' Marnix Verplancke

Ali Smith

Hotel Wereld

Oorspronkelijke titel: Hotel World

Vertaald door Irving Pardoen

Mouria, Amsterdam,

224 p., 16,90 euro.

'Ik weet ook niet hoe het komt", doet ze gemaakt verbaasd, "maar wanneer ik een verhaal vertel, komt er onmiddellijk een tweede bij me op, wat ik dan ook wil vertellen, en daarna een derde en een vierde en ga zo maar door. Het is een soort ziekte denk ik, want ik zou zo veel makkelijker schrijven als ik het bij dat ene verhaal kon laten."

De roman, zo vertelt ze, begon met het beeld van 'a structure in the mist' dat ze bij Wallace Stevens haalde: "Ik zag een groot gebouw dat in de mist stond, een massieve structuur. Het gebouw kon enkel de functie hebben van hotel, omdat je zo ook een sociale structuur in het boek binnentrekt. Ik zit hier bijvoorbeeld in dit hotel, op kosten van iemand anders, jij komt me interviewen en drinkt hier iets, alweer op kosten van een ander en dit terwijl er hier ook heel wat mensen werken voor een appel en een ei, bedden opmaken en zo, en als je de deur uitgaat struikel je over een bedelaar die nooit van zijn leven genoeg geld zal hebben om hier te overnachten. Je zit hier dus automatisch met een hele hiërarchie. Het idee van het hotel kwam in mijn hoofd samen met dat van de geest van een dode die opnieuw iets wil voelen, een steentje in haar schoen bijvoorbeeld. Eerst dacht ik dat dit verhaal niets van doen had met het hotel, maar later voelde ik dat ze samenhoorden." Van het een kwam vervolgens het ander en binnen de kortste keren had Smith een bijzonder origineel en boeiend boek.

De geest is afkomstig van een jonge vrouw die op haar tweede werkdag in het hotel voor een weddenschap in een goederenlift kroop, waarna de kabel afbrak en het ding vier verdiepingen naar beneden stortte. Sara, zoals de vrouw heette, was op slag dood. Smith introduceert in haar roman vier vrouwen die allemaal iets met het hotel hebben. Else bedelt voor de deur. Lise werkt aan de nachtbalie, krijgt medelijden met de bedelares en weet haar over te halen om er een nachtje te verblijven, wat in een overstroming resulteert. Penny is de succesrijke journaliste die op de gang de gedesoriënteerde Lise tegenkomt. En Clare ten slotte is Sara's zus die in het hotel op zoek gaat naar de precieze plaats waar de jonge vrouw de dood vond. Het originele aan het boek is dat Smith elk van de vijf hoofdstukken ophangt aan een van de personages en daarbij een grote rol weglegt voor de eigenheid van hun stem. Het laatste hoofdstuk is bijvoorbeeld een verbluffende stream of consciousness, wat perfect past bij de adolescente Clare. De adolescentie is immers de periode waarin een mens denkt dat de hele wereld om zijn eigen egootje draait. Clare babbelt er dus maar op los en ook al lijkt ze veel te zeggen, in feite zegt ze helemaal niets. Penny is de zelfverzekerde vrouw die weet wat ze is en wil, maar in feite niets begrijpt van de wereld. Het zieke meisje Lise vertelt dan weer over zichzelf in de derde persoon, afstandelijk. Ze dient een vragenlijst in te vullen met vragen als: hoelang kun je nog rechtop zitten en hoever kun je nog stappen. Ze moet zichzelf constant bevragen en creëert daardoor een kloof binnenin zichzelf.

"In feite konden mijn personages geen andere stemmen hebben dan die", verduidelijkt Smith, "ze worden volstrekt bepaald door hun karakter. Neem nu de bedelares die geen volledige woorden meer kan gebruiken. Zij wordt door niemand meer gehoord omdat ze geen klinkers meer uitspreekt en gaat op die manier buiten de wereld leven. Het lag voor de hand dat zij het personage zou zijn dat om de vorm van woorden zou geven, precies omdat ze er zelf geen meer heeft. Zij is dus degene die geïnteresseerd is in boeken en zich zorgen maakt over het verdwijnen van kleine woordjes.

"Ik ben niet in staat één stem te laten horen. Wellicht heeft het te maken met mijn fundamentele geloof dat alle verhalen en alles op de wereld met elkaar verband houden. En als er toch iets niet verbonden is, moeten we de verbinding zelf leggen en er op die manier betekenis aan geven. Zodra ik iemand iets laat zeggen, hoor ik de anderen al bezwaren maken. Als er een stem is, is er dus ook een tegenstem, en volgens mij is dat de normaalste zaak van de wereld. Stel dat je hier in je eentje zit en in jezelf begint te spreken. Dan zul je het in realiteit toch steeds tegen een ander hebben, tegen iemand die je lief is, of iemand die je juist haat, tegen iemand die hier om de hoek woont, of juist heel ver weg, aan de andere kant van de aarde, tegen iemand die je goed kent, of juist helemaal niet. En dat is wat er in dit boek gebeurt. We hebben hier te maken met vijf mensen die niets met elkaar van doen hebben, tenzij die twee die toevallig zussen zijn, maar wat betekent dat tegenwoordig nog? En toch zijn ze verbonden met elkaar, maken ze contact."

Maar het blijven wel allemaal eenzame, vervreemde stemmen. Echt diepgaand contact is er nooit.

"Maar de mogelijkheid is er. Er komen zoveel momenten voor waarop mensen de kans krijgen om met elkaar in contact te treden, alleen moeten ze het ook willen natuurlijk. De kleinste blijk van liefde kan de wereld veranderen, net zoals de minste gemene opmerking dat kan. Wij mensen leiden een precair bestaan tegenwoordig, waarbij leven en dood van kleine zaken afhangen. Je koopt een nieuw paar schoenen, voelt je gelukkig en gaat blijgemutst huiswaarts. Een paar dagen later maakt er iemand een stomme, venijnige opmerking tegen je waardoor je opeens alle levenslust verliest en je een gat in je kop schiet. De goeie ouwe tijd waarin het kwaad in de vorm van een wolf op je afkwam en je die wolf maar overhoop hoefde te knallen om te overleven is voorbij. Ons huidige sociale overleven is een stuk moeilijker geworden."

Achter het verhaal van deze vijf vrouwen steekt dus een politieke bekommernis?

"Alles is politiek, dus zeker ook de kunst en de literatuur. Misschien voel je dat hier in Europa niet zo goed aan, maar wanneer je in Groot-Brittannië leeft kun je er niet omheen. We zijn net een nieuwe eeuw begonnen. Wat zien we wanneer we omkijken naar de voorbije? Overal massaslachtingen. Wat doen we om het in de nieuwe anders te maken? Niets. Wanneer we een bedelaar op straat zien zitten, gaan we hem straal voorbij en dat de helft van onze stedelijke bevolkingen voor peanuts werkt, kan ons ook al niet schelen. Zolang we ons gezinnetje maar hebben, zijn we gelukkig en lezen we alledaagse troep. Je kan niet geloven welke schop ik in die troep wil geven. Doe er iets aan, wil ik heel luid roepen, vertik het om nog langer voor al die shit te werken. Leef! We zijn vergeten dat in de sociale omgeving slechts één ding telt: macht. Als er iemand is die een hele nacht luide muziek kan spelen zodat ik niet kan slapen en ik kan daar niets aan veranderen, dan is die persoon machtiger dan ik, en dan heb ik het recht om mij daar tegen te verzetten. In Groot-Brittannië lijkt het begin van de eenentwintigste eeuw verdacht veel op het begin van de twintigste. Er is nog steeds geen fatsoenlijk onderwijs voor het grootste deel van de bevolking en van een algemene gezondheidszorg is ook al lang geen sprake meer. We komen uit de stront en we duiken er recht weer in."

Durven leven, daar lijkt het in uw boek inderdaad allemaal om te draaien.

"Precies omdat het een boek over de dood is. De dood is alomtegenwoordig. Je zit op de trein en er gaat iemand voor liggen. Heb jij niks mee te maken natuurlijk, maar er sterft op dat moment wel iemand. Het gekke is dat er constant mensen sterven en wij daar nooit aan denken. Kijk om je heen, iedereen doet alsof er alleen maar leven is, maar dat is niet zo. Met mijn boek wil ik aanzetten tot nadenken over die dood, want het is alleen zo dat mensen gaan beseffen wat het betekent om te leven. Op die manier nemen ze het leven niet langer voor iets vanzelfsprekends en gaan ze ook inzien dat de manier waarop ze leven een keuze is, dat ze anders zouden kunnen leven. Wat ik in feite wil doen is mijn lezers wakker schoppen."

Vandaar dat u nooit sentimenteel begint te doen, wellicht?

"Niets mis met sentimentaliteit wat mij betreft, ik jank ook graag een potje bij de tv, maar als je een boek wilt schrijven over zaken die echt iets betekenen of als je een doorleefd, ingewikkeld verhaal wilt vertellen, kun je maar beter brutaal en ruw zijn. Als je iemand de waarheid wilt vertellen, moet je niet zitten liegen, zo simpel is het, en sentimentaliteit is de realiteit omfloerst voorstellen, niet zo hard als zij in werkelijkheid is, wat dus in feite liegen is. Weet je, ik schrijf liefst van al boeken die aankomen als een slag in je maag. Als iemand je boek wil lezen, moet hij die slag voelen."

De experimentele vorm van uw roman kan dus als een protest gezien worden tegen de brave, burgerlijke roman die we allemaal kennen?

"Dat hoop ik. Het leven verloopt immers toch niet zoals in een traditionele roman. We worden toch niet gedachteloos wakker om koffie te zetten en dan heerlijk weg te dromen bij de dampen ervan? Wel nee, we schieten badend in het zweet wakker omdat we niet goed weten wie we zijn, herinneren ons dat we een stomme afspraak hebben met een of andere mafketel en strompelen de trap af naar onze smoezelige keuken waar het helemaal niet naar koffie, maar wel naar de vuilnisbak ruikt. Zo gaat dat toch? De realistische roman is simpelweg niet realistisch. Ik wil hyperrealistisch schrijven, het echte leven laten zien, zo echt dat we het bijna niet meer herkennen."

Het opvallende is dat u niet pleit voor een andere kijk op de wereld, maar wel voor zo veel mogelijk verschillende kijken.

"Vandaar ook mijn titel, die je op allerhande manieren kunt lezen. Als een pastoor bijvoorbeeld: 'De wereld is een hotel. Je wandelt er binnen en vraagt om je sleutel. En op het einde van je leven wandel je er weer uit.' Of - dat hoor ik al liever - je bent nooit echt thuis in de wereld, het blijft een hotel. Ik wil me tegen geen enkele interpretatie verzetten. Hoe meer betekenis een woord of zin krijgt, hoe beter wat mij betreft. De verwijzing naar Disneyworld of de tapijtketen World of Carpets vind ik ook wel leuk. Er schijnt zelfs een website te zijn die Hotel World heet en waarop je kamers kunt boeken. Naar het einde van de twintigste eeuw toe is er een allesoverheersend verhaal ontstaan. Iedereen heeft dezelfde kijk op de wereld en hoe die er in de toekomst moet uitzien. Dat kan niet gezond zijn. Wat ik niet beweer is dat ik een alternatief verhaal heb, ik ben ook maar een schrijver, maar wel dat we de wereld op zoveel mogelijk manieren moeten proberen te zien. Het probleem daarbij is dat je al vlug in een zwartwitsituatie gedwongen wordt, wat pure hersenverspilling is natuurlijk. Een mens heeft geen netjes afgebakend, stabiel ego. Ieder individu neemt gedurende een dag verschillende identiteiten aan. We zijn gevormd uit alles wat we ooit meemaakten en uit alle plaatsen die we ooit bezochten. Dat is geen net verhaaltje dat samen te vatten is onder een eenduidige noemer. Maar waarom houden we dan toch vast aan die identiteit? Om te kunnen zeggen: ik ben ik en jij bent jij en wij hebben niets met elkaar te maken, uit angst voor de ander dus, omdat we ons anders niet meer veilig zouden voelen. En het huidige politieke systeem zwengelt die angst aan, omdat de machthebbers weten dat je kunt heersen door verdeeldheid te zaaien. Stel je voor dat mensen werkelijk zouden gaan inzien dat ze meerdere identiteiten bezitten en dat ik en jij meer gemeen hebben dan we denken. Misschien zou er wel een soort solidariteit ontstaan, en dat kunnen de mannen van de macht missen als kiespijn."

Waarom zijn Schotse schrijvers zo politiek bewust? Zit er bij jullie iets in de lucht of zo?

"Ja, van die kleine vliegjes die in zwermen op je af komen en je hard bijten. Je wordt er heel kwaad door en begint automatisch te roepen dat je de conservatieven haat. De Schotse geschiedenis van de twintigste eeuw is een verhaal van marginalisatie. Eens hadden de Britten een groot rijk. Toen ze dat stukje bij beetje kwijt raakten ontdekten de Schotten dat ze in feite weinig te maken hadden met de Engelsen en dat die Britse identiteit al net zo fake was als het rijk zelf. Het Britse kiessysteem zorgde er echter voor dat de Schotse grieven niet gehoord werden, dat er geen enkele Schotse conservatief verkozen werd, maar het land toch door de Tories bestuurd werd. Dat zorgde dus voor enige wrevel, tot Margaret Thatcher de lont in het kruitvat wierp door Schotland te gebruiken als testterrein voor haar poll tax en de boel finaal ontplofte. Artistiek gezien leidde dit tot een alternatieve stem. Meer en meer jonge schrijvers gingen zich afzetten tegen het Britse verhaal en vochten voor een eigen politiek verhaal, en dat was meerduidig. Schotland is al een eeuw of drie bezig met het opzetten van een meritocratie, waarbij iedereen de kans moet krijgen om het ergens te brengen in het leven. Dat heeft veel te maken met de opbouw van het land. Er bestaat niet één Schotland. Het leven in Glasgow is volstrekt anders dan dat op de Highlands of op de westelijke eilanden. Schotten hebben dus van nature een meervoudige identiteit, en die is democratisch. We hebben onze nationale slogan niet voor niets te danken aan Robert Burns' twee laatste regels uit het gedicht 'Is There For Honest Poverty': "That man to man the world over/ Shall brothers be and all that". Die "and all that" is hier van belang. Je hebt duidelijk te maken met ironie. Je weet dat het nooit zal gebeuren, maar niettemin verlang je er met hart en ziel naar."

Marnix Verplancke

'Zolang we ons gezinnetje maar hebben, zijn we gelukkig en lezen we alledaagse troep. Je kunt niet geloven welke schop ik in die troep wil geven''Er is nog steeds geen fatsoenlijk onderwijs en van algemene gezondheidszorg is ook allang geen sprake meer. We komen uit de stront en we duiken er weer in''We schieten badend in het zweet wakker, herinneren ons dat we een stomme afspraak hebben met een of andere mafketel en strompelen de trap af naar onze smoezelige keuken waar het helemaal niet naar koffie, maar wel naar de vuilnisbak ruikt. Zo gaat dat toch?'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234