Maandag 26/09/2022

AchtergrondEconomie

Wereldwijde brandstofprotesten, en hoe ze te blussen: ‘Hogere prijzen zijn nodig, maar het geld mag niet naar de oliereuzen gaan’

Brandstofprotest in Panama. Beeld AFP
Brandstofprotest in Panama.Beeld AFP

Overal ter wereld wordt geprotesteerd tegen hoge brandstofprijzen. Maar als we af willen van fossiele brandstoffen, hebben we ook hoge prijzen aan de pomp nodig, zegt ontwikkelingseconoom Neil McCulloch. ‘Die winst moet wel geïnvesteerd worden in de bevolking.’

Seije Slager

In Sri Lanka is de president inmiddels op de vlucht geslagen, in Ecuador wist het staatshoofd zich tot nog toe te handhaven. In het steeds verder in chaos wegzakkende Haïti is er al een jaar geen echte president meer om te verjagen, alleen een vervanger die ook geen greep op de gebeurtenissen lijkt te hebben – daar trokken de demonstranten de straat op zonder duidelijk doel voor hun woede.

De Duitse minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser vertelde deze week nog dat haar regering zich voorbereidt op nieuwe onlusten, door de gestegen energieprijzen. “Natuurlijk bestaat het gevaar dat diegenen die al in de coronatijd hun verachting voor de democratie uitschreeuwden de sterk stijgende prijzen misbruiken om mensen mee te mobiliseren”, vertelde ze aan Handelsblatt.

Dat de fors gestegen brandstofprijzen wereldwijd de politiek angst aanjagen, is duidelijk. Wie een blik op het wereldnieuws werpt, ziet dat er overal protesten en rellen uitbreken. Brandstofprijzen zijn niet altijd de enige reden voor de protesten – in Sri Lanka had de onvrede over president Gotabaya Rajapaksa zich al heel lang opgebouwd, om verschillende redenen. Er loopt bovendien geen duidelijke scheiding tussen protesten specifiek tegen de brandstofprijzen en protesten die zich meer algemeen tegen de gestegen kosten van het levensonderhoud richten – gestegen brandstofprijzen werken door in de hele economie en zorgen ervoor dat alle andere prijzen ook stijgen.

Paradox

Maar vaak is het toch de schrik aan de pomp die de vlam in de pan doet slaan. Het is in ieder geval een politieke wetmatigheid dat gestegen brandstofprijzen leiden tot meer politieke onrust, bevestigt de Britse ontwikkelingseconoom Neil McCulloch, die onderzoekt voert naar energiebeleid in arme landen.

Het is overigens iets gecompliceerder dan een hogere prijs aan de pomp die automatisch leidt tot onrust, leerde McCulloch uit zijn data. Daar bleek namelijk iets paradoxaals uit: juist de landen die de brandstofprijs met subsidies op een kunstmatig laag niveau fixeren, krijgen vaker te maken met brandstofprotesten.

McCulloch: “Het voordeel van zo’n aanpak is dat hij consumenten helemaal beschermt tegen de wereldmarkt. Tot het punt dat de regering moet zeggen: we kunnen het ons niet meer veroorloven.” Er zijn namelijk nauwelijks regeringen die zich zoiets op de langere termijn kunnen veroorloven, weinig dingen zijn immers zo duur als brandstofsubsidies. Als er dan een aanpassing komt, leidt dat meteen tot een grote prijsschok. En die schok levert vaak protesten op.

Toch zijn toezeggingen om de brandstofprijzen te subsidiëren en zo de prijzen aan de pomp laag te houden vaak de manier waarop regeringen de onrust bezweren. Je zag dat de afgelopen weken bijvoorbeeld in Ecuador. Het land werd wekenlang platgelegd en de regering beloofde uiteindelijk toch weer meer brandstofsubsidies. Die brengen rust op korte termijn maar leggen op lange termijn de basis voor nieuwe protesten.

Protest in Quito, Ecuador. Beeld REUTERS
Protest in Quito, Ecuador.Beeld REUTERS

Als je het puur economisch bekijkt, zijn brandstofsubsidies ook om andere redenen geen slim beleid, stelt McCulloch. Je subsidieert er namelijk ook de benzine mee die de eigenaar van een Rolls-Royce in zijn bolide giet. Het beste zou zijn om de prijzen helemaal aan de markt over te laten, en dan de mensen die financieel in de problemen komen te compenseren met directe betalingen.

Dat het in de politieke praktijk iets lastiger ligt, snapt McCulloch ook wel. Politici willen niet alleen de stemmen van arme mensen, maar van iedereen. “Bovendien komt zo’n aanpak erop neer dat je van politici vraagt om tegen de mensen te zeggen: ‘Ik ga jullie pijn doen, maar maak je geen zorgen, want ik ga je ook een pleister geven.’ Dat is geen boodschap waar politici heel enthousiast van worden.”

Burgerinspraak

Evengoed stemt de manier waarop politici wél met zulke brandstofprotesten omgaan niet tot democratisch optimisme. Het onderzoek dat McCulloch deed in verschillende landen, waaronder Mozambique, Pakistan en Nigeria, bracht overal min of meer dezelfde conclusie naar voren: de energie van de brandstofprotesten wordt eigenlijk nooit vertaald in werkelijke inspraak voor burgers.

McCulloch: “Ze bieden een soort ventiel voor iedereen om heel boos te worden, en resulteren er vaak in dat een of ander beleid wordt teruggedraaid. Maar dat lost het probleem niet op, want dat komt op een later moment terug en dan begint het hele spel opnieuw.”

Protest in Kathmandu, Nepal. Beeld ANP / EPA
Protest in Kathmandu, Nepal.Beeld ANP / EPA

Volgens McCulloch wordt dat spel versterkt doordat gewone burgers niet mogen meepraten over energiebeleid. “Over veel beleidsterreinen heb je in de meeste landen een uitgebreid publiek debat. Maar over energie heb je vooral de industrie en de overheid, soms de vakbonden, en dan nog de internationale gemeenschap en de internationale leners. Die praten allemaal met elkaar, maar ze praten niet met en luisteren niet naar burgers. Die hebben, in de drie landen die wij bestudeerden, bijna geen stem. Dus wat doe je dan? Dan zoek je naar een alternatieve manier om je woede te uiten over keuzes die in jouw naam worden gemaakt.”

Zo hoeft het niet te gaan. In zijn eigen focusgroepen in Nigeria ontdekte hij dat veel gewone burgers geen flauw idee hebben van energiebeleid en aanvankelijk met boze meningen strooien, maar dat ze met heel zinnige voorstellen komen als ze ingewijd worden in de afwegingen en keuzes die komen kijken bij energiebeleid.

Politici zouden daar ook hun voordeel mee kunnen doen. “Kijk naar Joko Widodo, de president van Indonesië. Die besloot in 2014 om er campagne over te gaan voeren, en verbond dat heel slim aan twee andere dingen die mensen belangrijk vinden: gezondheidszorg en onderwijs. Op iedere campagnebijeenkomst begon hij er weer over: die brandstofsubsidies zijn zonde van het geld, ik ga ze hervormen en dat geld ga ik gebruiken om jullie gezondheidszorg en onderwijs te geven. En mensen vonden dat geweldig, hij won met een ruime marge en had een mandaat voor die hervormingen. Al had hij ook wel een beetje geluk, want de energieprijzen zakten net toen hij die hervormingen doorvoerde.”

Onpopulair idee

Zulke voorbeelden zijn om nog een andere reden inspirerend, want McCulloch eindigt met een aanbeveling – of is het een waarschuwing? Als de wereld op korte termijn af wil van haar verslaving aan fossiele brandstoffen, dan is een van de effectiefste manieren daarvoor: hoge prijzen. Sterker nog, zonder hoge prijzen is het de vraag of we snel genoeg omschakelen. Dat belooft een hoop onrust.

Protest in Tirana, Albanië. Beeld AP
Protest in Tirana, Albanië.Beeld AP

McCulloch: “Ja, dat is een erg onpopulair idee. Ik kreeg veel reacties op het artikel waarin ik dat schreef. Maar let wel, ik zeg niet zomaar: gooi die prijzen maar omhoog. Er zijn twee belangrijke kwalificaties. Ten eerste: hoge prijzen geven je de mogelijkheid om mensen die in de knel komen te compenseren. Daar moet je maatwerk voor leveren. In de stad heb je openbaar vervoer, dan moet je dus zorgen dat je het geld investeert om dat beter te maken. Maar op grote delen van het Franse platteland, bijvoorbeeld, hebben mensen echt alleen hun auto, en die mensen moet je op een andere manier compenseren.

“Ten tweede: waar mensen heel kwaad van worden, is dat grote oliebedrijven hier rijk van worden. Het punt is: consumenten moeten hogere prijzen betalen, maar producenten moeten niet meer winst maken. Er moet een belasting komen op het verschil, en dat geld recycleer je, om de armen te compenseren en specifieke groepen te helpen die in de knel komen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234