Zaterdag 08/08/2020

Wereldsterren in wording

Ze tekenden zopas een platencontract bij Deutsche Grammophon, het label van Herbert von Karajan, Leonard Bernstein en Vladimir Horowitz. Volgens hun lerares, de beroemde Portugese pianiste Maria João Pires, zijn ze de grootste pianotalenten ter wereld. De Nederlandse broers Arthur en Lucas Jussen uit Hilversum zijn hot, zoveel is zeker. Vandaag treden ze samen met deFilharmonie onder leiding van Jaap van Zweden op in de Antwerpse Elisabethzaal. ‘Er is een gezonde spanning, maar we gaan gewoon lekker spelen.’

Nederlandse pianobroertjes Arthur (13) en Lucas (17) Jussen doen Antwerpen aan

Het gaat er ontspannen aan toe in de repetitieruimte van deFilharmonie op het Eilandje in Antwerpen. Dirigent Jaap van Zweden grapt wat met de orkestleden, die geroutineerd zijn aanwijzingen opvolgen. Hier moet een noot wat langer worden gespeeld, daar een intro wat steviger aangezet. Aan een grote vleugel pal voor het orkest luisteren ook Arthur en Lucas Jussen rustig en professioneel naar de uitleg van Van Zweden. Met hun dertien en zeventien jaar zijn ze nog niet half zo oud als de meeste orkestleden, maar toch zijn zij degenen om wie het straks bij de uitvoering allemaal draait. Na afloop van de repetitie is Lucas plots weer even kind en krijgt Van Zweden een spontane knuffel: “Heel leuk Jaap, bedankt.”

In Nederland zijn de uitzonderlijk getalenteerde broertjes Jussen al een tijdje hot news. Ze traden al verschillende keren op voor koningin Beatrix, figureerden in documentaires en speelden in het walhalla van de Nederlandse klassieke muziek: het Concertgebouw in Amsterdam. Onlangs tekenden ze als eerste Nederlanders een contract met het prestigieuze platenlabel Deutsche Grammophon (Arthur is zelfs de jongste artiest die ooit door het label werd vastgelegd). Deze week kreeg ook België voor het eerst de kans om kennis te maken met de Jussens. Woensdag waren ze te gast in De laatste show en vanmiddag treden ze samen met deFilharmonie op in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen. Zenuwachtig zijn ze niet, zegt Lucas in de kantine van de repetitieruimte: “Jaap is behalve een hele goede dirigent ook een aardige kerel. We voelen ons goed bij hem. Natuurlijk is er wel een gezonde spanning, maar we gaan gewoon lekker spelen.”

Het succesverhaal van de broers begon opmerkelijk genoeg tijdens het WK voetbal in 1998. Lucas: “Nederland speelde daar een heel goed toernooi en voor de wedstrijden werd steeds het Wilhelmus, het Nederlandse volkslied, gespeeld. Tijdens mijn allereerste pianoles, ik was toen vijf jaar, speelde ik dat lied spontaan na. Ik geloof dat men toen wel dacht: hé, hier is iets bijzonders aan de hand.”

Drie jaar later begon Arthur, geïnspireerd door zijn oudere broer, ook pianolessen te volgen, en bleek eveneens uitzonderlijk begaafd. Hun aanleg kwam niet helemaal uit de lucht vallen, want ook de ouders van Lucas en Arthur zitten in de muziek. Moeder Christianne van Gelder geeft dwarsfluitles aan de muziekschool, vader Paul Jussen is paukenist bij het Nederlandse Radio Filharmonisch Orkest.

Aanvankelijk volgden de broers lessen bij docente Leny Bettman in hun woonplaats Hilversum. Maar zij besefte al snel dat deze uitzonderlijke talenten om een speciale aanpak vroegen. Daarop stuurde Bettman een dvd met opnames van de broers naar de beroemde Portugese pianiste Maria João Pires, die in een ver verleden de Internationale Prijs van de Tweehonderdste Verjaardag van Beethoven won in Brussel. Zij nodigde Arthur en Lucas uit om een jaar lang gratis te komen studeren in het Portugese plaatsje Belgais. Daar heeft Pires een verbouwde boerderij waar jonge talenten les krijgen en in een wereld vol warmte, schoonheid, kunsten en wetenschap wonen. Een gouden kans, beseften de Jussens, maar ook een dure grap.

Omdat ze voor een buitenlandse studie geen geld kregen van de Nederlandse conservatoria, klopten ze in 2005 aan bij de VandenEnde Foundation, een fonds van televisieproducent Joop van den Ende. Na een succesvolle auditie nam moeder Christianne een sabbatical en vertrok met de jongens naar Portugal. Vader Paul bleef thuis in Hilversum. Toen Pires halverwege het jaar besloot om naar Brazilië te emigreren, verhuisden Christianne en haar zonen mee.

Sindsdien is Pires de broers altijd blijven begeleiden, zij het op onregelmatige basis. Tegenwoordig krijgt het gezin op de gekste tijdstippen telefoon van haar als ze in Europa is. Vaak vliegen de broers dan de volgende dag naar Berlijn, Parijs of Londen om lessen te nemen. Soms logeert Pires ook bij het gezin thuis, een woning in een doodgewone buurt in Hilversum. “Maria João is een hele goede vriendin”, beschrijft Lucas de relatie. “Ze heeft ons ook geholpen bij onze cd-opname. Wat zij voorheeft op andere leraars is dat ze zelf concertpianiste is. Daardoor begrijpt ze bepaalde problemen en moeilijkheden beter. Ze kan ook heel makkelijk iets voorspelen, zodat wij het meteen snappen.” Arthur: “Het is ook belangrijk om de mening van meer dan een docent te horen. Een mening is niet altijd de waarheid.”

Behalve van Pires krijgen de broers ook les van Jan Wijn en Ton Hartsuiker. Wijn is de bekendste pianopedagoog van Nederland en levert al generaties lang succesvolle musici af. Hij is er voor de vaste begeleiding en de regelmaat, waar met name Arthur behoefte aan heeft. Oud-conservatoriumdirecteur Hartsuiker wijdt de jongens in de twintigste-eeuwse muziek in. Klassieke muziek welteverstaan, al houden de broers ook van pop. Arthur: “Frans Bauer is niet echt ons ding, maar we luisteren wel graag naar Robbie Williams, Stevie Wonder en Frank Sinatra.”

Met deze drie topdocenten proberen Paul en Christianne Jussen hun zonen klaar te stomen voor een glanzende internationale loopbaan, iets wat binnen het Nederlandse muziekonderwijs normaal gezien niet zo vanzelfsprekend is. Nederland staat weliswaar bekend om zijn goede orkesten, maar telt relatief weinig uitmuntende solisten. Volgens de meest gangbare verklaring heeft dat met de volksaard te maken. Nederlandse opleidingen houden er niet van om kinderen te drillen, zoals dat in sommige andere landen wel gebeurt. Extra aandacht kan, maar “het moet wel gezellig blijven”, zo luidde de titel van een film die documentairemaker Roel van Dalen over de broertjes maakte.

Ook de Jussens, hoe ambitieus ook, stellen duidelijke grenzen aan het aantal uren dat hun kroost aan de piano zit. “Muziek is prachtig, maar uiteindelijk gaan we voor hun geluk als mens”, zegt Christianne van Gelder.

In de praktijk betekent die filosofie dat de jongens een vrij normaal leven leiden. Uiteraard moeten ze gewoon naar school, al zijn er nu Arthur net als Lucas op het atheneum zit wel meer mogelijkheden om verlof te krijgen. Maar ook buiten de schooltijd verschilt hun doen en laten niet zo gek veel van dat van hun klas- en leeftijdsgenootjes. Net als veel andere ouders van wonderkinderen waren de Jussens vooral bevreesd dat hun zonen emotioneel en sociaal onderontwikkeld zouden blijven. Daarom werden ze van jongs af aan gestimuleerd om te gaan voetballen en tennissen, wat ze allebei met veel plezier doen. Daarom wordt er wel eens een oogje dichtgeknepen als de twee een dagje minder zin hebben om te studeren. En daarom doen de jongens ook zelden mee aan pianoconcoursen.

“Ik vind dat we heel erg veel geluk hebben met onze ouders”, zegt Arthur. “Er zijn ook veel ouders van talenten die altijd maar zeuren over studeren. Die kinderen zijn alleen maar met hun piano of viool bezig. Als we er moe uitzien, zeggen onze ouders: ‘Ga maar even lekker buiten spelen.’ In concoursen geloven wij niet. Ik denk niet dat muziek een wedstrijd is. Je kunt niet zeggen: dit is de eerste, de tweede of de derde.”

“Je moet er natuurlijk wel iets voor doen om goed te worden”, reageert Lucas. “Wij studeren gemiddeld drie tot drieënhalf uur per dag. Dat is al veel, maar in landen als China of Rusland studeren ze nog veel harder. Die kinderen mogen ook niet voetballen, tennissen of uitgaan. Dan breng je een groot offer, maar het levert wel resultaat op. Kijk maar naar het aantal Russische musici dat de laatste jaren doorbreekt, dat is ongelooflijk.”

Arthur: “Ik weet niet of het per se beter is. Het verschil tussen drieënhalf uur en zes uur is natuurlijk wel groot, maar drieënhalf uur is ook best veel. Het ligt er ook aan hoe je die tijd benut, denk ik. Als je zes uur lang als een kip zonder kop nummers achter elkaar speelt, bereik je misschien wel minder dan als je drieënhalf uur aandachtig studeert.”

“Misschien”, antwoordt Lucas. “En het is ook weer niet zo dat wij er niets voor laten. Er was gisteren bijvoorbeeld een uitje van school naar Amsterdam. Ik had daar ook naartoe willen gaan, maar ik moest vanochtend naar Antwerpen. Dan zeg ik dus: ik ga niet mee op excursie, want ik moet vroeg op ik wil fit zijn en goed presteren.”

Voorlopig lijkt de nuchtere Hollandse aanpak van de Jussens de juiste te zijn, want de carrière van de broers is de laatste tijd in een stroomversnelling geraakt. Een tijdje geleden tekenden ze een contract met Deutsche Grammophon, het legendarische gele label dat in de klassieke muziek net zo’n begrip is als Blue Note in de jazz. De afgelopen weken namen ze bij het label hun eerste cd op met werk van Beethoven. Die komt vooralsnog alleen in Nederland uit, maar als de verkopen goed zijn, wordt er ook gekeken naar een internationale release. “De opnames zijn ons prima bevallen”, zegt Lucas. “We mochten de stukken die we spelen zelf uitzoeken, en het zijn ook stukken die goed bij elkaar passen. We hebben laten zien wat we kunnen.”

Toch beseffen de broers dat ze nog maar aan het prille begin van hun loopbaan staan en dat er op weg naar de echte top nog allerlei obstakels kunnen opduiken. Er is die puberteit waar Pires het over had - Lucas is na een paar biertjes met vrienden al eens bebloed thuisgekomen - maar dat is niet alles. “Natuurlijk zal er steeds meer van ons gevraagd worden”, zegt Lucas. “Een virtuoze techniek is niet genoeg op topniveau en hoe meer we spelen, hoe hoger de lat komt te liggen. We kennen onze eigen mogelijkheden ook nog niet. Maar dat maakt het net spannend. Er is nog zo veel te leren.”

“Op onze leeftijd kunnen we gewoon nog niet alles spelen”, voegt Arthur eraan toe. “Mijn handen zijn soms nog te klein om een stuk aan te kunnen. Af en toe is een stuk ook emotioneel te moeilijk. Sommige stukken van Mozart kunnen wij, denk ik, met evenveel gevoel spelen als oudere pianisten. Misschien is het bij die stukken juist beter om er niet te veel over na te denken. Maar je hebt ook werken, de latere sonates van Schubert bijvoorbeeld, die je echt goed moet begrijpen om ze te kunnen uitvoeren. Dat kan iemand als Alfred Brendel veel beter dan wij.”

Een ander en misschien nog wel groter gevaar is dat de broers door hun optredens in de media te veel in het hokje van de quatre-mainspianisten worden geduwd. “Ik snap dat mensen het leuk vinden om te zien: twee van die blonde kopjes die ook nog broertjes zijn”, zegt Lucas. “Het is zeker een bonus waar wij van profiteren. Maar het is absoluut niet onze ambitie om altijd samen te spelen. Ik vind het heel leuk om met Arthur te spelen en ik hoop dat hij het ook leuk vindt met mij. (lacht) Maar in de loop der jaren spelen we eigenlijk veel vaker apart dan met elkaar. Dat valt alleen niet zo op, omdat er meestal geen pers bij is. Ook op de cd hebben we veel stukken apart gespeeld.”

“Er zijn gewoon veel minder goede stukken voor vier handen”, vult Arthur aan. “Bovendien zijn we heel verschillende pianisten. Voor een leek valt het misschien niet op, maar mensen die er verstand van hebben, horen dat meteen. Arthur is een paar jaar ouder en heeft daardoor wat meer ervaring. Zijn handen zijn ook groter dan die van mij, waardoor het aantal stukken dat hij aankan groter is. Maar soms hebben we ook heel andere ideeën over bepaalde stukken.”

Maar je moet de verschillen nu ook niet overdrijven, haast Lucas zich om eraan toe te voegen. “Ik denk dat het juist onze kracht is dat we allebei even goed zijn. Vaak zie je bij duo’s die samen spelen, zoals broers en zussen, dat de een toch altijd net iets minder is dan de ander. Dat leidt vaak tot spanningen. De een begint zich dan te ergeren aan de ander omdat die niet zo goed mee kan. Zulke zaken spelen bij ons gelukkig niet, omdat we allebei van hetzelfde niveau zijn.”

Alle bespiegelingen over de toekomst zijn zorgen voor later, want voorlopig gaan de broers gewoon genieten van hun roem. Binnenkort vertrekken ze samen met Jaap van Zweden naar de VS om er vier concerten te geven in Dallas, waar Van Zweden ook chef-dirigent is. Dat wordt ongetwijfeld een supertrip, weet Lucas: “Onze opa’s en oma’s gaan mee, dus het wordt sowieso leuk. En als je lol hebt, speel je meestal de beste concerten.”

Voelen ze dan helemaal geen druk? “Ik denk dat we daar heel weinig druk zullen voelen”, zegt Lucas. “Niemand kent ons in Amerika, dus de mensen zullen ook geen verwachtingen hebben. Dat gebeurt in Nederland soms wel. Maar sowieso staat dat niet in verhouding tot wat Jaap, Philippe Herreweghe of het Concertgebouworkest elke week zullen voelen.”

Arthur: “Een klein beetje druk zal er toch wel zijn, maar dat is alleen maar goed. Je staat daar wel op een groot podium, dus je moet ook presteren.”

En daarna? “Dan zien we wel”, besluit Lucas. “Natuurlijk hebben we dromen. We willen doorgaan in de muziek, we zouden best zo’n mooie carrière willen hebben als Maria João Pires of Alfred Brendel. Maar voorlopig vinden wij het al een hele eer dat we op hetzelfde podium mogen staan als Jaap van Zweden.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234