Zaterdag 10/04/2021

Wereldmerk Hillary

Sommigen zeggen: ze is de ideale padvinder die perfect uitvoert wat de president haar opdraagt. Maar op de eerste plaats is ze natuurlijk een topacrobate die erin slaagt op het wereldtoneel tientallen uiterst breekbare bordjes tegelijk hoog te houden. De grote vraag is: wat gaat Hillary Clinton hierna doen?

Het is nauwelijks bekend, maar een van de stokpaardjes van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton is: veilige, schone fornuizen voor ontwikkelingslanden. Onder de vlag van de United Nations Foundation wil ze er tegen 2020 honderd miljoen verspreid hebben over de hele wereld. 'Smart power', noemt ze het promoten van de draagbare eenpitters, al doen sceptische oudgedienden van het Amerikaanse buitenlands beleid het onderwerp eerder af als 'soft' dan als 'smart'. Maar goed, op 3 mei 2012 vergezelde Clinton een groepje Chinese ministers naar een presentatie van de fornuizen in Peking. Je kon niets aan haar zien, maar onderhuids moet de spanning bijna onhoudbaar zijn geweest: nog geen 24 uur eerder was een spitsvondige deal, die een einde moest maken aan de diplomatieke crisis rond de inmiddels beroemde Chinese dissident Chen Guangcheng, spectaculair de mist ingegaan. Het was een typisch geval van topacrobatie: zouden Clinton en haar entourage die verschillende bordjes draaiende kunnen houden?

Sinds bijna twee jaar grijpt Clinton iedere gelegenheid aan om bij wereldleiders te pleiten voor het gebruik van 'haar' fornuizen. Dat had ze in mei 2011 ook gedaan bij Dai Bingguo, de hoogste functionaris van het Chinese buitenlandbeleid. Haar belangrijkste argumenten: de rook van slecht geventileerde fornuizen maakt ieder jaar bijna twee miljoen dodelijke slachtoffers, meer dan malaria; de primitieve fornuizen in veel arme landen zijn een belangrijke bron van CO2-vorming in de atmosfeer en dragen zo bij tot de klimaatverandering. Na een jaar onderhandelen stemde Dai ermee in om de kwestie op de agenda te zetten voor de jaarlijkse besprekingen tussen de VS en China, die ditmaal in Peking plaatsvonden. Dat wekte de hoop dat China, waar slechte fornuizen elk jaar 500.000 doden maken, als 33ste land zou toetreden tot het door Clinton opgestarte samenwerkingsverband.

Op 25 april, een week voor ze in China werd verwacht, hield Clinton laat op de avond spoedoverleg met haar topadviseurs, waarbij ze tot een beslissing kwam die niet alleen haar hele bezoek aan Peking op losse schroeven zette, maar ook de jarenlange inspanningen om de betrekkingen met China te verbeteren dreigde teniet te doen.

Chen Guangcheng, een blinde advocaat die een celstraf en voortdurende pesterijen had doorstaan, was ontsnapt aan zijn huisarrest in zijn dorp in de provincie Shandong en naar de buitenwijken van Peking gevlucht. Daar ontmoette hij in het geheim een Amerikaanse diplomaat, die Washington meldde dat Chen dringend medische hulp nodig had waarvoor maar één plaats veilig genoeg was: de Amerikaanse ambassade in Peking. Clinton ging akkoord. Enkele uren later lieten de Amerikanen Chen binnenglippen.

De volgende uitdaging was een oplossing voor zijn situatie te vinden zonder de cruciale steun van China op de helling te zetten in kwesties als de nucleaire plannen van Iran en Noord-Korea, het conflict in Syrië, uit China afkomstige cyberaanvallen - en de groene fornuizen.

Niemand in haar naaste omgeving zou het zo onomwonden durven te stellen, maar Clintons ministerschap laat een centrale vraag na: hoezeer Chens lot ons ook beroert, weegt het op tegen de dood van bijna twee miljoen mensen per jaar door giftige rook in hun keuken?

Het meest treffende aan Clintons ambtsperiode is hoe geschikt ze voor de functie is gebleken, in het licht van de voorgeschiedenis. "Nog in geen miljoen jaar", antwoordde ze in november 2008 via e-mail toen haar medewerker Philippe Reines haar liet weten dat Barack Obama overwoog om haar voor te dragen als minister van Buitenlandse Zaken. Obama had tijdens zijn campagne gespot met haar 'ervaring' als First Lady op het gebied van buitenlandse zaken: "Keuvelen en thee drinken met wereldleiders ten huize van de ambassadeur."

Obama vlucht naar het toilet

Clinton had inderdaad minder ervaring met het buitenlandbeleid dan haar voorgangers Condoleezza Rice, Colin Powell en Madeleine Albright. Ze had ook geen hechte persoonlijke relatie met de president. Wat ze wel had was haar beroemdheid, veel energie en de loyale volharding waarmee ze na haar nederlaag campagne voerde voor Obama. Clinton twijfelde dagenlang en besliste op een bepaald moment zelfs om het aanbod af te slaan (haar medewerkers beweren dat Obama van geen nee wilde horen; het verhaal gaat dat hij minstens één telefoontje van haar ontweek door een assistent te laten voorwenden dat hij op het toilet zat). Maar, zegt Capricia Penavic Marshall, protocolverantwoordelijke, die al met Clinton samenwerkt sinds ze First Lady werd: "Wanneer ze gevraagd wordt haar land te dienen, dan doet ze dat. En haar president vroeg het haar."

Destijds luidde het commentaar dat Obama een 'team van rivalen' samenstelde op 'nationale veiligheid' - met naast Clinton ook vicepresident Joseph - Joe - Biden. "Dit gebouw zit vol met mensen die geprobeerd hebben te voorkomen dat hij president werd", zei een van Clintons medewerkers over het ministerie van Buitenlandse Zaken. "En dat gebouw" - het Witte Huis - "zit vol met mensen die probeerden te voorkomen dat zij president werd."

Drie en een half jaar later zijn de verwachte breuken er niet gekomen, integendeel. Met crisissen gingen het team om zonder rancune of voortdurende lekken naar de pers. Clinton zette van meet af aan de toon door respect te eisen voor de man die haar in de campagnestrijd had verslagen. "In het begin werd wel eens geklaagd over Obama's entourage, en dat duldde ze absoluut niet", zegt Andrew J. Shapiro, Clintons gewezen Senaatsmedewerker en nu onderminister van Buitenlandse Zaken. Haar boodschap was klaar en duidelijk, herinnert hij zich: "We werken voor de president."

Niet dat zij en Obama het over alles eens waren. Zo pleitte Clinton volgens een hoge Witte Huisfunctionaris voor een grotere militaire aanwezigheid in Afghanistan en Irak. Maar in het openbaar bleef ze achter het voornemen van de president staan om een eind te maken aan de oorlogen waarin Amerika verwikkeld was.

De herverkiezing van de hoogste Russische leider Vladimir Poetin, na een campagne die zo was georkestreerd dat ze maar één mogelijke winnaar kon opleveren, vormde de aanleiding voor een van de scherpste interne discussies tot nog toe. In december hekelde Clinton de door fraude ontsierde parlementsverkiezingen. "Het Russische volk verdient het om gehoord te worden en zijn stem te laten tellen", zei ze in Bonn, wat voor Poetin genoeg was om te suggereren dat ze het startschot had gegeven voor de demonstraties in de Russische straten.

Nadat Poetin op 4 maart was herverkozen, gingen op Buitenlandse Zaken stemmen op voor een nieuwe officiële veroordeling. Het Witte Huis wilde de verhouding met Rusland echter niet laten verslechteren door de legitimiteit van zijn zege in twijfel te trekken. Er stonden te veel andere dingen op het spel en de regering kon zich geen conflict veroorloven over iets wat ze toch niet kon veranderen. En dus verkondigde Clinton drie dagen later, haar eigen bezwaren ten spijt, het officiële, inschikkelijke standpunt van de regering, terwijl tienduizenden Russen op straat kwamen om te protesteren. "De verkiezingen hebben een duidelijke winnaar opgeleverd", zei ze, "en we zijn bereid om met president Poetin samen te werken." Een hooggeplaatste functionaris uit de regering van Bill Clinton: "Hillary is een ijverige padvindster: altijd paraat om te doen wat ze moet doen."

'Ik zou u kunnen kussen'

Tegen de tijd dat Clinton op 2 mei in Peking landde voor de jaarlijkse gespreksronde, hadden de twee landen een akkoord bereikt over wat ze met Chen zouden doen. Na dagen van geheim overleg stemde Chen ermee in om de ambassade te verlaten en zich te laten behandelen in het ziekenhuis in Peking. De Chinezen stemden ermee in om Chen aan een universiteit te laten studeren en beloofden dat ze een onderzoek zouden instellen naar de manier waarop hij was behandeld, maar veroordeelden tegelijk de Amerikaanse inmenging en eisten een verontschuldiging - die Clinton niet van plan was te geven.

Clinton belde Chen op terwijl hij in een bestelwagen naar het ziekenhuis werd gebracht. In zijn opwinding flapte hij eruit: "Ik zou u wel kunnen kussen." "Ik ben tevreden dat we Chen Guangchengs verblijf en zijn vertrek uit de Amerikaanse ambassade hebben kunnen regelen op een manier die recht doet aan zijn keuzes en onze waarden", zei Clinton in een korte verklaring. Daarna dineerde ze met Dai Bingguo en hun beider onderministers, Cui Tiankai en Kurt M. Campbell, die het akkoord in drie slapeloze dagen hadden uitgewerkt.

Nog terwijl ze zaten te eten en de agenda voor de komende bijeenkomsten bespraken - waartoe ook de presentatie van de fornuizen behoorde - begon Chen zich te bedenken. Andere dissidenten hadden hem ervan overtuigd dat hij de Amerikaanse ambassade niet had mogen verlaten. Met drie gsm's die hij van de Amerikanen had gekregen begon hij aanhangers en zelfs journalisten op te bellen, waarbij hij het zorgvuldig georkestreerde verhaal overboord gooide. Hij zei dat hij zich niet langer veilig voelde. Hij ontkende dat hij had gezegd dat hij Clinton wilde kussen (later verklaarde hij dat hij zich schaamde omdat hij zo vertrouwelijk tegen haar had gesproken). Bovenal maakte hij nu, na eerst te hebben beweerd dat hij in China wilde blijven, duidelijk dat hij er weg wilde.

Pas na het diner vernam Clinton dat haar diplomatieke triomf een debacle dreigde te worden. Ze overlegde met haar medewerkers en probeerde in allerijl te weten te komen waarom Chens stemming plots was omgeslagen. Daarna vervolgde ze haar dag alsof er niets gebeurd was, ondanks het "verzwegen probleem dat als een immense wolk boven haar zweefde", zoals een medewerker het noemde. Samen met Dai bezichtigde ze de tentoonstelling van kookkachels en in drie uitgebreide vergaderingen en een werklunch kwamen daarna kwesties aan bod als Syrië, Iran en Noord-Korea, de territoriale ambities van China in de Zuid-Chinese Zee en de Amerikaanse klachten over cyberaanvallen uit China - maar over Chen werd niet gerept. "Naast alle heuglijke aangelegenheden", merkte de kabinetsmedewerker op, doelend op de fornuizen, "waren er ook nog ongelooflijk veel specifieke, uiterst heikele zaken te bespreken met die kerels". Intussen was Chen, die het grootste deel van de dag medische onderzoeken onderging, onbereikbaar voor Campbell en anderen.

Zelfs Clinton vertrouwde haar medewerkers toe hoe verwarrend het was om zoveel totaal verschillende onderwerpen tegelijk het hoofd te moeten bieden, waarvan er een dan nog ontaardde in "een waar circus". In Washington intussen verweten de Republikeinen, onder wie Obama's uitdager Mitt Romney, en voorvechters van de mensenrechten de regering dat ze Chen in de steek had gelaten en geen garanties had afgedwongen voor zijn veiligheid. Die avond besliste Clinton samen met haar medewerkers om de volgende morgen een bijkomend onderhoud met Dai te vragen vóór de geplande ontmoeting met president Hu Jintao en eerste minister Wen Jiabao in de Grote Hal van het Volk in Peking. "Toen we vrijdag wakker werden, hadden we nog altijd geen idee of een van die afspraken zou worden afgelast" vanwege de storm van verontwaardiging over Chen, vertelt de kabinetsmedewerker.

In hun onderhoud liet Clinton de Chinezen weten dat Chen midden in de nacht had getelefoneerd met Bob Fu, een Chinese activist in de VS die toen in een hoorzitting in het Congres zat. Fu zette de luidspreker van zijn telefoon op, waarbij hij Chens woorden vertaalde voor de aanwezige Congresleden. De Chinezen, die hun deel van de afspraak waren nagekomen, stonden perplex. Vervolgens legde Clinton uit dat de Verenigde Staten nu wilden dat Chen in Amerika zou gaan studeren. Het woord 'asiel' sprak ze bewust niet uit om haar gesprekspartners de kans te geven zonder gezichtsverlies akkoord te gaan.

De Chinezen waren furieus maar gaven uiteindelijk toe: net als Clinton kwamen ze tot de slotsom dat bij de verstandhouding tussen beide landen meer op het spel stond dan het lot van één man. Tijdens haar latere ontmoeting met China's hoogste leiders sprak Clinton niet meer over de blinde dissident. Zestien dagen later werden Chen en zijn gezin overgevlogen naar Newark, precies zoals afgesproken, en schreef Chen zich in aan New York University.

Veel flair

Hoewel ze geen bijzonder hechte persoonlijke band hebben, is de verhouding tussen Obama en Clinton in drieënhalf jaar ten goede geëvolueerd. "Obama - en dit zeg ik niet zomaar - stelt het volste vertrouwen in Clinton, in haar advies, haar visie op het beleid en de manier waarop ze de Verenigde Staten vertegenwoordigt", zegt nationaal veiligheidsadviseur Thomas E. Donilon me. "Het vertrouwen van de president in zijn minister is totaal, en dat is in de geschiedenis niet altijd het geval geweest." Ondanks de verschillen in opvoeding, leeftijd en temperament hebben ze een aantal gedeelde ervaringen: ze hebben beiden campagne gevoerd voor het presidentschap, hebben in het Witte Huis gewoond en er hun kinderen opgevoed, en weten wat het is om 'een beroemdheid te zijn'. In hun beleid laten zowel Clinton als Obama zich leiden door pragmatiek: ze benaderen iedere situatie op een niet-ideologische manier, geval per geval.

Haar gebrek aan eruditie en ervaring op het gebied van het buitenlandse beleid maakte Clinton goed met haar politieke flair. Ze heeft een scherp oog voor detail en een sterk geheugen. Twee personeelsleden van het ministerie vertelden me dat Clinton persoonlijk haar condoleances overbracht nadat een familielid van een medewerker was overleden. Dergelijke gestes hebben, samen met haar strijd voor het budget van het ministerie van Buitenlandse Zaken, een nieuw elan gegeven aan de onder president George Bush felbelaagde Foreign Service. Clinton houdt eraan om overal waar ze komt een bezoek te brengen aan de Amerikaanse ambassades en consulaten - ze zit al aan 109 - om er de diplomaten en hun gezinnen te bedanken, en ook de plaatselijke werknemers. Ze was de eerste buitenlandminister die speciale kerstfeesten organiseerde voor de gezinnen van diplomaten in 'moeilijke' landen als in Irak, Afghanistan en Pakistan.

Op het vlak van beleid heeft ze veel meer gehad aan haar politieke ervaring en haar reizen als First Lady - haar 'theevisites', zeg maar - dan iemand had kunnen voorzien. Toen ze in oktober Oezbekistan bezocht, herinnerde ze de autoritaire leider Islam Karimov aan haar vorige bezoek in 1997. "Dat was zo'n prachtige reis", keuvelde ze met de president, die zich nog steeds gedraagt als de sovjetapparatsjik die hij ooit was. De volgende dag bezocht ze een vrouwenziekenhuis waar ze veertien jaar geleden ook was geweest. De berm had een nieuwe grasmat gekregen. Binnen prijkte op een plakkaat een foto van een jongere Clinton. "Ik ben erg onder de indruk van hoe ver jullie zijn gekomen", zei ze nadat ze de medische apparatuur van het ziekenhuis had bezichtigd. Oezbekistan heeft een barslechte staat van dienst op het vlak van de mensenrechten, en Clinton kaartte dat aan in de besprekingen, maar ze slaagde er wel in om Karimovs steun te winnen voor een verhoogde toevoer van middelen voor de militaire campagne in Afghanistan via het 'Noordelijke Distributienetwerk', dat van cruciaal belang werd toen Pakistan de grenzen sloot voor NAVO-legertransporten. "Diplomatie is de kunst om anderen zover te krijgen dat ze hetzelfde willen als jij", vertrouwde Madeleine Albright me ooit toe. Het lijkt dat Clinton die kunst als geen ander verstaat. Soms speelt ze het spel ook keihard. In mei woonde ze tijdens de NAVO-bijeenkomst in Chicago een vergadering bij met de Pakistaanse president Asif Ali Zardari. De betrekkingen met Pakistan zijn een van de pijnpunten van de regering-Obama, wat mede te wijten is aan haar grootste succes: de eliminatie van Osama bin Laden bij een inval die, zoals zelfs door Amerikaanse functionarissen wordt toegegeven, de soevereiniteit van het land schond. Clinton heeft er alles aan gedaan om de relatie met het land weer recht te trekken maar telkens braken nieuwe crisissen uit, zoals een Amerikaanse luchtaanval in november waarbij 24 Pakistaanse soldaten werden gedood en, meer recent, de veroordeling van een dokter die de CIA hielp bij de jacht op Bin Laden.

In een vergaderzaal in Chicago drong Clinton er bij Zardari op aan om de bevoorradingslijnen naar Afghanistan opnieuw open te stellen en om kordater op te treden tegen islamitische opstandelingen die het land gebruiken als uitvalsbasis voor dodelijke aanvallen op Amerikanen. Toen Zardari tegenwierp dat hij machteloos stond, zette ze hem op zijn plaats. Volgens een topfunctionaris die de vergadering bijwoonde, zei Clinton: "Je kunt je niet verbergen achter de uitspraak 'O, het is te moeilijk. De politiek is te moeilijk'." Ze bood hem manieren aan om deze bijzonder beladen kwestie het hoofd te bieden, maar Zardari bleef zich onwillig opstellen. Meteen daarna, nog voor de president naar huis terugkeerde, werden de aanvallen met Amerikaanse onbemande vliegtuigen, die in de aanloop naar de besprekingen waren opgeschort, hervat.

Suzanne Moebarak

Clintons inlevingsvermogen en de relaties die ze in de loop van meer dan twee decennia op het internationale toneel heeft opgebouwd, spelen haar soms ook parten. Als First Lady had ze een vriendschap aangeknoopt met Suzanne Moebarak, de echtgenote van de voormalige Egyptische president in wie ze een gelijkgestemde voorvechtster van de vrouwenrechten vond. Toen in januari 2011 protesten uitbraken tegen zijn autocratische bewind, drukte Clinton aanvankelijk haar steun uit voor de regering. Het kostte maanden om die misstap recht te zetten, en nog steeds vinden sommige Egyptenaren dat de VS Moebarak veel te lang hebben gesteund.

Door het strak georganiseerde besluitvormingsapparaat onder Obama is moeilijk uit te maken in welk domein Clintons invloed het grootst is geweest. Een ambtenaar van het Witte Huis zei me dat het nog te vroeg was voor Obama om te overdenken wie Clinton zou kunnen opvolgen bij zijn eventuele herverkiezing, maar de namen die het meest worden vernoemd, maken duidelijk hoe uniek zij is: Donilon, senator John Kerry en de Amerikaanse VN-ambassadrice Susan E. Rice. Zij zijn allen bekwame politici en hebben elk hun sterke kanten maar geen van hen evenaart Clintons uitstraling.

Zelfs sommige Republikeinen in het Congres erkennen haar kwaliteiten. "Ik vind dat ze onze natie goed vertegenwoordigt", zei Lindsey Graham me tijdens een interview in zijn senaatskantoor. Graham is Republikeins senator voor de staat South Carolina. In 1998 was hij een van de voortrekkers in het impeachment-proces tegen Clintons echtgenoot. "Hillary Clinton wordt wereldwijd ten zeerste gewaardeerd, presenteert zich als een dame met klasse en geeft blijk van een uitmuntend arbeidsethos."

Wat de militaire actie van de VS in de Libische burgeroorlog betreft: ook Clinton had aanvankelijk haar twijfels over een interventie. Samen met Defensie vreesde ze dat Amerika opnieuw zou worden meegesleept in een geldverslindend conflict in een islamitische natie. Maar toen Kadhafi's troepen in hoog tempo tegen het rebellenbastion Benghazi optrokken, riep Obama op een dinsdagmiddag zijn topadviseurs samen - Clinton was in Egypte en nam aan het overleg deel via een beveiligde telefoonlijn. De president verklaarde dat de VS niet lijdzaam konden toezien terwijl Benghazi genadeloos werd overrompeld. "Zoiets doen wij niet", zei Obama volgens een aanwezige.

Obama, niet Clinton, betrok Amerika in de Libische oorlog, al kregen Clinton en Susan Rice wel de taak om in de VN-Veiligheidsraad genoeg stemmen te winnen.

Clinton wond er geen doekjes om. De beoogde interventie hield van meet af aan een verpletterende militaire machtsontplooiing in, wat heel concreet neerkwam op het doden van mensen. Op zaterdag al, terwijl Clinton terugkeerde van haar tweede reis naar Parijs, openden de VS en de NAVO de aanval. Door al haar overtuigingskracht aan te wenden en van de ene kant van de wereld naar de andere te vliegen, smeedde zij een ongemakkelijke diplomatieke en militaire alliantie waarbij ze de meest diverse politieke leiders ompraatte en geruststelde, van Nicolas Sarkozy tot de eerste minister van Qatar. Die eensgezindheid wist zij te handhaven in de volgende zeven maanden, ondanks het gemopper van functionarissen in het Witte Huis, dat het conflict veel langer aansleepte dan verwacht.

Frustratie over Syrië

Het succes van de Libië-operatie achtervolgt de regering wanneer de slachting in Syrië ter sprake komt. Clintons medewerkers geven - onder vier ogen - lucht aan hun frustratie over het feit dat president Assad nog steeds aan de macht is, bijna een jaar nadat zij en Obama duidelijk hebben gemaakt dat hij moet opstappen. Obama's voorkeur om zijn doelstellingen te verwezenlijken via een gezamenlijke actie, waarbij hij steunt op de VN en andere internationale organisaties, is een voortdurende bron van kritiek. Vorig jaar citeerde Ryan Lizza van The New Yorker een adviseur van Obama die de aanpak van het Libische probleem karakteriseerde als "leiding geven vanuit de achterhoede". Deze uitspraak is blijven hangen omdat ze een element van waarheid bevat - de regering wil niet dat de VS terechtkomt in alweer een oorlog in de islamwereld - maar ook omdat ze de sloganeske verwijten van Obama's Republikeinse critici samenvat, namelijk dat hij afstand heeft gedaan van het Amerikaanse leiderschap in de wereld.

Clinton ontkende dit toen ik haar ernaar vroeg tijdens een interview in haar grote kantoor op de zevende verdieping van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Zij wees me er meteen op dat de NAVO en de militaire bondgenootschappen met Japan en Zuid-Korea sinds WO II in elke regering fundamenten van nationale veiligheid zijn geweest. Niettemin "leeft in de staatkunde van de 21ste eeuw de algemene opvatting, over alle partijen heen, dat niet alle wereldproblemen door de VS kunnen worden opgelost", zei ze. "Maar de wereldproblemen kunnen ook niet zonder de VS worden weggewerkt. Daarom moeten wij zuinig omspringen met onze middelen, waaronder onze buitengewoon waardevolle positie als wereldleider, en uitzoeken hoe we ze het best kunnen inzetten."

Clinton heeft een bescheidener visie op het buitenlandse beleid die met de mening van de doorsnee-Amerikaan lijkt overeen te stemmen. Weinig Amerikanen staan te roepen om een oorlog in Syrië. Voor zover kiezers zich laten beïnvloeden door het buitenlandse beleid, kan Obama wel bogen op buitenlandse successen - het beëindigen van de oorlog in Irak, het elimineren van Bin Laden, het ten val brengen van Kadhafi - maar heeft hij eveneens mislukkingen op zijn actief, zoals de vroegtijdige pogingen om vredesbesprekingen tussen Israël en de Palestijnen op gang te brengen, waardoor de betrekkingen met eerste minister Benjamin Netanyahu tot op vandaag verzuurd zijn. De confrontatie rond het nucleaire programma van Iran escaleerde dit jaar, toen Netanyahu er bij Washington expliciet op aandrong om een duidelijke demarcatielijn te trekken waarop een militaire aanval gebaseerd zou kunnen worden. De regering blijft haar hoop echter onveranderd vestigen op een diplomatieke oplossing, na drie nieuwe gespreksrondes tussen de wereldmachten en Iran. Clinton beschreef de inspanningen van de regering inzake Iran als 'goeie ouwe diplomatie van de stevige schoenzool'.

William J. Burns, een Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken, zei me: "Ze laat zich niet tegenhouden door problemen. Als je minister van Buitenlandse Zaken bent, krijg je onvermijdelijk iedere dag een boel onprettige, vaak onoplosbare problemen in je inbox. Een natuurlijke reactie zou zijn ervan weg te lopen. En dat heb ik bij haar nooit gezien."

Misschien ook omdat ze een gevoel van urgentie voelt opkomen; haar tijd raakt stilaan op. Clinton heeft al heel dikwijls gezegd - in het openbaar en off the record - dat ze aan het einde van de eerste ambtstermijn van Obama zal aftreden, maar toch kunnen weinigen zich voorstellen dat dit het einde van haar politieke carrière zal zijn. Haar succes als minister is zo groot dat, toen Obama's populariteit het voorbije jaar achteruitging, een stroom van 'wat als...'-verhalen kwam opzetten rond de vraag of zij niet een betere president zou zijn geweest. Deze overdenkingen werden dan gevolgd door de suggestie - meer op fantasie dan op werkelijkheid gebaseerd - dat Obama Joe Biden zou laten vallen om Clinton dit jaar als running mate naar voren te schuiven. Zijzelf bestempelde deze verhalen als belachelijk. Nu duikt weer de speculatie op dat zij in 2016 wel eens een gooi naar het presidentschap zou kunnen doen, ongeacht Obama's lot in november. Sommige regeringsambtenaren erkennen dat zij meteen de gedoodverfde koploper zou kunnen worden - in november 2016 zal ze pas 69 jaar oud zijn, en meer dan ooit een icoon.

Ondertussen lijkt Clinton, alle wereldcrises ten spijt, veel plezier te beleven aan haar job. Ze oogt meer ontspannen dan ooit tevoren in haar politieke carrière. Op de ontmoeting van Amerikaanse regeringsleiders in april van dit jaar in Cartagena, Colombia trok zij met haar staf naar een verjaardagsparty in een nachtclub genaamd Café Havana, waar zij danste en pils uit een flesje achteroversloeg ('Swillary' blokletterde The New York Post).

Scrunchie time

Omstreeks dezelfde tijd creëerden twee communicatiespecialisten in Washington, Adam Smith en Stacy Lambe, een internethype met een zwart-witfoto van Clinton met donkere bril, bezig haar BlackBerry te lezen tijdens een vlucht met een C-17 naar Libië vorig jaar. Smith en Lambe zetten er foto's naast van andere functionarissen en beroemdheden en fantaseerden daar geestige berichtjes bij. "Zij zal de nieuwe Justin Biebervideo te gek vinden!", luidt een onderschrift bij een foto van Obama en Biden. "En nu weer aan de slag, jongens!" sms't Clinton terug. Verre van de makers dit kwalijk te nemen of hen te negeren, wat ze vroeger wellicht zou hebben gedaan, postte ze zelf een bijschrift en nodigde het duo uit op het ministerie. "ROFL @ ur tumblr! g2g - scrunchie time. ttyl?' (Rolling on floor laughing at your tumblr! Got to go - scrunchie time. Talk to you later?), reageerde ze"(Een scrunchie is het typische elastiekje dat Clinton vaak draagt, red.)

Clinton zei me dat ze nog geen concrete plannen heeft, maar ze lichtte toch een tipje van de sluier op, "stukjes van dingen", zoals zij ze noemde. Ze is van plan een nieuw boek te publiceren en zich met filantropie bezig te houden, waarbij ze zoals steeds in de eerste plaats wil opkomen voor vrouwen en meisjes. Ze liet uitschijnen dat er al enkele ideeën waren geopperd "maar er is te veel te doen. Ik kan niet stil blijven staan en me zorgen gaan maken over wat erna komt."

Ze klinkt oprecht wanneer ze verklaart dat ze gewoonweg naar een beetje rust verlangt na vier decennia in de publiciteit. Vorig jaar, op een heerlijke lenteavond in Rome, voegde zij zich bij een groep perslui om een bellini te drinken in Harry's Bar aan de Via Vittorio Veneto, en alweer werd haar gevraagd wat ze van plan was te gaan doen. Ze lachte zoals steeds de vraag weg, zeggende dat ze het liefst naar die plek zou terugkeren en er blijven hangen. "Welke mens zou dat niet willen?", zei ze me later, toen ze me ook de toestemming gaf om dat vertrouwelijke happy hour te beschrijven. Het lijkt echter niet aannemelijk dat zij dit van plan is. Zij die haar het best kennen, kunnen zich overigens moeilijk inbeelden dat zij voor langere tijd ergens halt zou houden. Het zou dwaas zijn te veronderstellen dat dit Clintons laatste optreden is.

"Ik twijfel er niet aan dat zij hoe dan ook altijd zal blijven werken aan zaken die haar na aan het hart liggen", zei Clintons medewerkster Melanne Verveer, die haar al veertig jaar kent. "Ik denk dat er, zodra ze niet meer politiek actief zal zijn, heel dikwijls een beroep op haar zal worden gedaan. In veel opzichten is ze een wereldmerk geworden. Weet je, hoe het verder zal gaan met het merk Hillary, dat blijft, denk ik, nog af te wachten."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234