Maandag 20/09/2021

Wereldburger

In Sunset Park in Brooklyn rijdt de subwaytrein een stuk bovengronds. Vuilnis links en rechts, wat dapper onkruid, een daklozenkamp. Op de muren krioelen de graffiti, kilometers lang. "We want your blood", staat er in grote, rode druipende letters hoog op de betonnen steunpilaar van een verroeste brug. De trein waar ik een half uur geleden in Manhattan ben opgestapt, vertraagt. Links en rechts kan ik nu binnenkijken in armtierige flats. Ik hoef mijn arm maar uit het venster te steken om de was van de metalen balkonnetjes te grissen: de onderbroek van een jood, de sok van een Arabier, een T-shirt van een Chinees of de schort van een Russin; ik zou de halve wereld kunnen ontrieven. Of zo lijkt het toch. De trein stopt piepend en knarsend. "This is Fort Hamilton Parkway Station", zegt de conducteur. Ik stap uit. Een jonge, gesluierde vrouw met een baby op de arm stapt in. Verder is het perron verlaten. Een ijzeren trap brengt me naar de straat beneden. Het was hier dat een joodse man op 1 oktober door een onbekende werd aangevallen. De ene zegt dit en de andere zegt dat over het incident. In een van de versies maakte de dader deel uit van een groepje dat met de Palestijnse vlag zwaaide.

Het is donker op het kruispunt onder het metrostation. De ijzeren rolluiken van Klein Furniture Shop zien eruit alsof ze al een hele tijd niet meer open geweest zijn. Een bruin latinomeisje stapt een kruidenierswinkeltje binnen waarvan het etalageraam volgeplakt is met reclameaffiches. Spanish American Pakistani Indian Food staat er op de gevel geschilderd. Hier doet een wereldburger zaken. Daarnaast, in het smoezelige Chinese-American Restaurant, zitten enkele klanten aan een late, goedkope lunch. Op het voetpad staan zes in het zwart geklede chassidische joden zwijgend op een rij. Ze houden meer dan een meter afstand van elkaar. Ze lijken te wachten. Maar waarop? Een andere jonge chassidische jood stapt haastig voorbij. "Waar is Eighth Avenue?", vraag ik hem. Hij zegt niets maar wijst voor zich uit.

Ik wandel nu door een straat met huizen van drie hoog, betonnen opritten tussenin, een wirwar van waslijnen en vuilnis. Vuilnis alom. Op het voetpad, in de goot, in de voortuintjes tussen het onkruid en de bloemen. Ik lees de namen op de bellen. Rivera, Cruz, Shepelskija, Shukia, Soto, Garcia, Abdullah, Awawdeh, Wang en Lee. Hier en daar staat al een hut klaar voor Sukkuth, het joodse Loofhuttenfeest. Het is halfdrie. Een zwerm meisjes in zedige lange rokken wordt net losgelaten uit een school naast de synagoge. Orthodox-joodse mama's met hoedjes staan hen op te wachten. Twee politieagenten kijken vanuit hun wagen toe. Wat verder voor de stadsschool wachten Arabische, Chinese, Latijns-Amerikaanse en een paar blanke en zwarte ouders op hun kroost. Ik sla nu Eighth Avenue in, de voornaamste winkelstraat van Sunset Park.

Op de dag dat die jood in het metrostation werd aangevallen, werd hier een chassidische jood met een mes bewerkt door een man die geroepen zou hebben dat hij een Palestijn was. Gisteren was het Jom Kippoer, de dag waarop joodse gelovigen zich over hun zonden bezinnen. Toch werd er gisteren in Israël weer gevochten als gek. Net als vandaag trouwens. Hier in Sunset Park wonen moslims en joden al jaren vreedzaam naast elkaar. Ze winkelen bij elkaar. Ik stap even binnen in National Liquidator, een groothandel in van alles en nog wat. Een vrouw met een witte hoofddoek betaalt net de joodse kassier. Ik vraag haar van waar ze is. "Palestina", antwoordt ze. Ze is vriendelijk maar wil haar naam liever niet in de krant. "We hebben hier nooit problemen, maar sedert die twee incidenten van 1 oktober houdt de politie de Palestijnen in de gaten. Ze zijn zelfs aan mijn deur geweest om te horen of mijn zoon er iets over wist. Zoiets zijn we hier niet gewoon."

Ik wandel verder over Eighth Avenue. Achter een winkelraam waar Light and Love Home op staat, zitten Chinese kinderen over bijbels gebogen. In de etalage van Fanny's Botanica Reina del mar articulos religiosos y plantas naturales glimlachen beeldjes van Elvis, Boeddha en Moeder Maria me toe. Uit een boeddhistisch tempeltje wat verder komt de geur van wierook naar buiten gewaaid. Vlak tegenover de Fatih Camii Mosque zitten drie oude sjofele blanken in de portiek van een rommelig winkeltje met halfopen luiken. De twee vrouwen en de man hebben felle blauwe ogen en spierwit haar. In de etalage staat een al lang niet meer afgestofte vikingpop. Achter het vuile raam hangt een affiche voor een Noorse volksdansavond. In het begin van deze eeuw werd Sunset Park bevolkt door Scandinaviërs. Daarna werd het een Italiaanse buurt, daarna een Porto Ricaanse en dan een joods-Arabisch-Chinese cocktail. "We zijn de laatste Noren van Sunset Park", zegt een van de vrouwen met pretlichtjes in haar fjordenogen. Het is al donker als ik de subway naar Manhattan neem. Ik ben weer eens trots op New York. Een miljoen joden en een half miljoen moslims in de stad en de boel blijft toch maar draaien. Voorlopig toch.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234