Maandag 16/12/2019

Wereld valt voor Musti en co.

Bumba, Hopla, Musti, Het Huis Anubis, Bol en Smik... het zijn stuk voor stuk goed verkopende Vlaamse exportproducten. Vlaanderen krijgt in het buitenland bergen lof voor de hier gemaakte kinderseries, maar budgetten om een tweede Dora of Winnie the Pooh te creëren zijn er niet.

In onder meer Slovenië, Portugal, Israël en Tsjechië groeien kleuters op met Musti. Het konijn Hopla is tot in Japan en Zuid-Korea geraakt, Uki zit nu al in dertig landen en de onderhandelingen met de VS lopen. Bol en Smik werd samen met de BBC opgestart en Bumba’s circus slaat zijn tenten ook in tientallen landen op. Enkel reeksen als Plop of Piet Piraat, waarbij gewerkt wordt met acteurs en het ook vooral om shows, liedjes en videoclips draait, blijven veelal beperkt tot het Nederlandse taalgebied. “Het is geen vaste regel maar series zonder klank of met enkel een voice-over hebben meer kans om opgepikt te worden”, aldus Telidja Klai, verantwoordelijk voor de aankoop van programma’s bij Ketnet. “Gewoon omdat dat goedkoper is dan dubben.”

Zeker voor de pure animatieseries, genre Uki en de nieuwkomers de Klumpies, heeft Vlaanderen een ijzersterke reputatie. “Inderdaad”, bevestigt Frits Standaert, animatiefilmmaker en verbonden aan de filmschool RITS, “en dat terwijl we niet langer een echte animatie-industrie hebben. In de jaren 60 en 70 was dat wel het geval. Toen werden er van de striphelden tekenfilmfiguurtjes gemaakt en het was evident dat dat zou gebeuren in België, waar veel strips vandaan komen. Vanaf de jaren 80 kwam er een uitbesteding naar lageloonlanden. Nu is er weer wat hoop: Klumpies is helemaal bij ons gemaakt.”

Er is dus een klein lichtje aan het eind van de tunnel en een van de verantwoordelijken daarvoor is Luc Van Driessche van Creative Conspiracy, het bedrijf dat Klumpies en ook Uki uitwerkte. “Vlaanderen is nog geen grote speler maar voor zo’n kleine regio hebben we toch veel impact. Uki zit bijvoorbeeld op CBeebies, het kinderkanaal van de BBC. Dat is een toonaangevende zender: iedereen kijkt wat zij doen en volgt.”

Volgens Hans Bourlon van Studio 100 moet het Vlaamse succes in het buitenland gerelativeerd worden. “Het Huis Anubis scheert internationaal gezien de hoogste toppen omdat het onder meer in Duitsland en Nederland via Nickelodeon wordt uitgezonden. Er wordt nu gewerkt aan een Engelstalige reeks die in de VS op Nickelodeon komt en ook in Groot-Brittannië en Australië zal te zien zijn. Als je dan de potentiële kijker bekijkt, is dat aantal gigantisch. Maar bij een reeks als Bumba is impact buiten de Benelux een stuk minder groot. Bumba zit niet op de BBC of op TF1, hé. Ik lees vaak hoeraverhalen over internationale deals. Maar wat houden die deals in? Wat levert het op als een reeks op een digitale zender in tien landen zit waar geen kat naar kijkt.”

“Vroeger, toen er per land één grote zender was, was het makkelijker om internationaal te gaan. Als je een figuurtje nu wereldwijd bekend wil maken, zou ik niet weten welk marketingbudget daar tegenover zou moeten staan. Sponge Bob en Dora is het gelukt, ja, maar die hebben met Nickelodeon een wereldwijd distributiekanaal.”

En dus kiest Studio 100 voor een nieuwe strategie: oude helden nieuw leven inblazen. Op dit moment wordt er druk gewerkt aan nieuwe afleveringen van Maya en Wickie de Viking. “Ik hield onlangs een lezing voor een internationaal gezelschap. Niemand keek op als ik het over Plop of Piet Piraat had, maar toen ik over Maya begon werden ze plots enthousiast. Voortbouwen op figuren die iedereen ter wereld kent, dat is nu een van de pijlers van onze strategie. Maya is een bij. Bijen zijn er overal ter wereld. Verkoop maar eens een reeks over een viking uit het hoge noorden aan een zender als Al Jazeera.”

Precies die laatste opmerking is tekenend voor de instelling van Vlaamse kinderprogrammamakers. “Ze denken van in het begin na over wat internationaal gezien zal werken”, zegt Klai. “Dat is niet overal zo. Ik ken prachtige Scandinavische series die ik hier nooit zal kunnen tonen omdat er op een veel rauwere manier met emoties wordt omgesprongen dan Vlaamse kinderen gewend zijn. Kinderseries zijn softer geworden; in de oude afleveringen van Maya eet de spin weleens een mier op. Dat kan nu niet meer wegens te agressief. ”

Merchandising

Nochtans is het niet per se moeilijk om voor een internationaal publiek te werken. “Je moet ervoor zorgen dat kinderen zich kunnen identificeren met een figuurtje, maar als je een sterk concept hebt, kun je het naargelang de cultuur heel makkelijk aanpassen. Door andere kleuren te gebruiken of door extra personages toe te voegen.” En zo komt het dat in Bumba ook wel eens een Chineesje meespeelt en dat de aflevering van Musti waarin een varken meespeelt discreet uit de catalogus verwijderd werd voor een koper als Al Jazeera.

“Wij denken inderdaad van meet af aan internationaal”, zegt Van Driessche. “Geen geweld, veel primaire kleuren. Uki is een compleet verzonnen figuurtje. Daar kan iedereen zich mee identificeren. Ik zou wel wat gewaagdere humor willen brengen genre South Park maar dat krijg je op voorhand niet verkocht. Zodra het af is, ja, maar dan moet je het helemaal zelf financieren.”

Al is het niet alleen knowhow die de Vlaamse kinderprogramma’s op de kaart zetten. Merchandising is erg belangrijk. Vooral Studio 100 heeft rond Bumba en co. een hele wereld gebouwd. “Het is dat ook wat de Nickelodeonfiguren zo goed doet scoren”, aldus Klai.” Zij maken een serie, zorgen ervoor dat die letterlijk overal ter wereld op hun zender te zien en gooien er meteen een hele merchandisingmachine tegenaan. Dat is een heel ander businessmodel.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234