Woensdag 05/08/2020

Wende in de wind

'Ze heeft de mooiste rug van Nederland.' Dat was de belangrijkste zin die iemand me over haar, nog op de valreep aan de telefoon, vertelde op weg naar mijn afspraak. De zin bracht me even uit mijn concentratie op het Nederlandse wegdek. Er bestaat dus iets meer dan borsten en billen.

De erotiek van de rug. Ik kan er, nu ik erover nadenk, iets bij voorstellen. De rug als glijbaan naar de kont. Wat heb ik dit lichaamsdeel miskend. De rug zag ik altijd als een utilitair lichaamsdeel. Gewicht zeulen en ballast trotseren. Het ezeltje van onze anatomie. Een paradepaardje is de kromme rug van mijn lichaam nooit geweest. Een rechte rug is de trots van een mens. Dansers, de grootste lichaamskenners van iedereen, hebben allemaal rechte ruggen. Met het glijden van tijd verschrompelen of verrimpelen ze, maar de rug blijft recht tot in hun kist. Een danser sterft altijd recht.

Ik ben geen danser. Mijn stijfheid en houterigheid zijn mijn schaamte. Als ik het geluk heb om oud te worden, dan zal mijn koude lichaam in de kist weer in foetushouding liggen.

Het lijk als een komma, de dood als een punt.

Maar vergeten we de donkere gedachten. Na deze oneindige winter is de lente aangebroken. Eindelijk. Hoe ouder ik word, hoe gevoeliger ik word voor het ontbreken van licht. Vreemd, want ik houd van de duisternis. Maar licht is nodig om het duister te zien.

Ik ben op weg in het felle lentelicht naar een mooie vrouw. Wende Snijders. Een van de weinige Nederlandse vrouwen die de Franse chansons geloofwaardig kunnen zingen. Bij haar geen 'jus d'orange Frans'. De enige Nederlandse vrouw die 'Ne me quitte pas' van Jacques Brel zo kan brengen dat het niet klinkt als 'Mijn parkiet is dood'.

Als dochter van een ingenieur is ze tientallen keer verhuisd. Engeland, Indonesië, Guinee-Bissau en bijna in Korea. Ontworteld als peuter om uiteindelijk als tiener en twijgje in het bosrijke Zeist op te groeien. Een plaats die ze later met plezier verruilde voor Amsterdam. Haar vlekkeloze Frans heeft ze meegekregen van haar periode in het Franstalige Guinee-Bissau. Een 'Ollandse' die het repertoire kent van Dalida, Aznavour of Gréco is een zeldzaamheid. Maar dat genre heeft ze al een tijdje achter zich gelaten. Er is ondertussen pop, dance en rock bij gekomen.

Ansichtkaartcharme

Wende is een vrouw die niet in een hokje is te stoppen. Net zoals ze destijds van de ene naar de andere woning verhuisde, verandert haar muziekgenre ook. Onthecht en vrij. Maar ook haar kapsel is veranderd. De blonde platina haren zijn weg. Donkerbruin, haar natuurlijke kleur. Blonde haren fotograferen is vaak een cadeau. Verleiding, erotische spanning, 'testosteronvitaminen'. Blondines zijn knipperlichten. Ik val niet op blond, maar fotografeer ze wel graag.

"Mijn gekleurde haren groeiden uit wanneer ik in alle rust aan mijn nieuwe plaat aan het werken was. Nou laat ik het maar zo. Ik schrik soms nog als ik in de spiegel kijk. O, ja donker haar. Mijn moeder herkende me niet meer, ik stond voor haar neus en zei: 'Hallo, ik ben je dochter.'"

Wende praat honderduit, ongeremd en gepassioneerd. Hockey in Zeist, stof in Afrika en Jacques Brel passeren de revue, maar ook grootsteden als New York, Londen, Parijs, Amsterdam en uiteindelijk ook Berlijn, waar haar laatste plaat Do Berlin is opgenomen.

Als Wende over steden praat, denkt ze niet aan de ligging of gebouwen, maar aan hun inwoners. New York zijn de New Yorkers, Parijs de Parisiens, Berlijn de Berliner. Niet de stenen, maar de stedelingen. Soms reist ze naar de stad die te maken heeft met haar nieuwe plaat en sluit ze zich op in haar hotel alsof het haar woning is. Ze schaaft in de hotelkamer aan haar muziek, teksten en performance en gaat slechts naar buiten op zoek naar de vlekken van de grootstad.

Berlijn is de stad van Wendes Do Berlin. Iedereen is altijd zo vol van Berlijn, maar ik niet zo. Met het oorlogsverleden heeft het niets te maken want ik houd wel van Hamburg. Ik voel de energie van de bijzondere Berlijnse bewoners, maar voel de stad nooit. Ik vrees dat mijn urbanistische hersenpan middeleeuws denkt. Ergens wil ik in een stad altijd een centrum voelen waar mijn schoenzolen uitdeinende concentrische cirkels kunnen trekken. Een geallieerd bommentapijt heeft mijn brein verward.

Vroeger was er de Berlijnse muur die geen centrum was maar wel als een litteken de stad doorkruiste. Je wist wanneer je in het oosten of het westen was, misschien het enige nuttige van deze betonnen muur. Maar ook die is verdwenen, op een paar meters resterende muur na, die ook nu onder druk staat om te worden afgebroken.

Bij Berlijn kan ik me nooit voorstellen waarom Berlijn nu juist daar ligt waar het nu ligt en niet pakweg 30 kilometer verder. Bij New York, Rio, Parijs, Kinshasa of welke andere metropool ook, denk ik dat wel te weten. Ik vraag het aan Wende, maar ook zij blijft me het antwoord schuldig. Maar Wende heeft gelijk als de stad de optelsom is van zijn bewoners en hun energie. Er blijft een hardnekkige gemankeerde architect in me zitten in plaats van een menslievende antropoloog. Los Angeles, Athene of Berlijn zullen nooit mijn favoriete steden worden. Maar Wende is een mooie naam als je aan Berlijn denkt. In 1989 had daar de grote Wende plaats met het neerhalen van de muur, de belangrijkste omwenteling van de jaren tachtig in Europa.

Geen Wende in Berlijn voor mij. Ik moet naar Amsterdam. Godzijdank, hoorde ik me hardop zeggen toen ik het adres van haar studio las in de mail. Amsterdam-Noord, zoiets als de Linkeroever van Antwerpen. Ik houd van het centrum van Amsterdam, zolang ik er maar niet hoef te fotograferen.

De grachtengordel is heerlijk om te flaneren. Water, bruggetjes, fietsers, terrasjes en mooie mensen om naar te kijken. Een stad met alles bij de hand om door het leven te fietsen. Maar een goed portret maken in Amsterdam op straat? Ik kan me er niet één herinneren. Het is me nooit gelukt. Amsterdam als achtergrond verplettert altijd de geportretteerde. Opdringerige 'ansichtkaartcharme' die het personage verstikt. Een portret mag nooit gezellig zijn. Warm, ontroerend, confronterend, ontluisterend of wat dan ook, maar nooit gezellig. Gezelligheid is het pretpark rond het haardvuur. Heerlijk op zondagmiddag aan de salontafel maar hou het ver weg van de fotografie.

We besluiten een tourtje te maken in haar oude robuuste Mercedes op zoek naar een geschikte plek om te fotograferen. "Waar wil je heen?", vraagt ze. Rij maar naar waar je denkt te moeten rijden. Jaja, fotografen kunnen heel concreet en behulpzaam zijn. We rijden door Amsterdam-Noord, tot ze plotseling zegt: "Ik weet een plek."

De Duitse wagen maakt een draai en rijdt tot aan de oever van het IJ. We zien aan de overkant van het water het Centraal Station en de oude stad. Vrachtboten doorkruisen ons zicht. De wind waait heerlijk. Het is de eerste keer in een half jaar dat ik iemand buiten fotografeer die niet staat te verkleumen door de koppige koude van afgelopen winter. De lente twijfelt niet meer. De zon schijnt eigenlijk net iets te hard maar de wind overtuigt me om toch iets te proberen.

Wind is iets bijzonders. Hij is namelijk onzichtbaar. Je hoort hem en je voelt hem. Hij suist langs je oren en schuurt langs je poriën. Maar wind kun je nooit zien. Men ziet enkel het resultaat van de wind. Het bewegen van de takken, wapperen van vlaggen, wegwaaien van bladeren. Zo zie ik door mijn lens Wendes haren dansen. Het mooie is dat je geen controle hebt over wind. Dan komt er weer een stoot, valt de wind weer plat, geeft nog twee rukjes, blaast dan weer even strak. Er zit geen logica in wind. Hij is de sputterende motor van de natuur.

Soms verdwijnt Wende achter haar haren en dan komt haar spitse blik weer boven.

Mensen in de wind hebben altijd iets heldhaftigs. Bekijk elk Frans meesterwerk uit het begin van de 19de eeuw. Er lijkt altijd wind te waaien in de haren van getormenteerde helden die gaan sterven op de barricaden of op een zinkend vlot. Géricault en Delacroix hebben naar de wind gekeken. Ook vele eeuwen eerder liet Botticelli de Florentijnse wind vaak wapperen in de haren van de heiligen.

Ik vraag haar wat wind voor haar betekent. "Wind is ruis, maar dat klinkt negatief en dat bedoel ik niet. Wind mag ruis zijn. Hij verdwijnt in alle gaten van je hoofd. Als je wandelt en er is wind, dan lijkt het of je meer afstand aflegt dan je werkelijk gelopen hebt. Stilstaan in de wind, is toch bewegen. Ik herinner me een storm tijdens een optreden waarbij de wind door het dak begon te fluiten. Die avond zong de wind mee."

Wende en Beaufort op het podium.

Ze blazen iedereen omver.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234