Dinsdag 19/01/2021
Beeld Tim Dirven

Brief van Jules

Welkom terug, Annemie Struyf. Mocht je niet bestaan, dan moest je dringend worden uitgevonden

Geachte mevrouw Struyf,

Beste Annemie,

Het zal toch niet waar zijn dat ze die ‘ouwe zaag’ opnieuw vanonder de mottenballen halen”, sneerde een van mijn cafévrienden een tijdje geleden aan de toog. Hij kreeg meteen de lachers op zijn hand toen hij je met zijn bazige schoonmoeder vergeleek. Anderen volgden met groteske imitaties van – ik citeer – “een drammerige dragonder die iedereen tureluurs maakt met haar getetter”. Om niet uit de toon te vallen, lachte ik mee.

Helemaal van harte was het aanvankelijk niet. Tot ook ik me overgaf aan een schaamteloos rondje spot en leed­vermaak omdat iemand zich aan de onsterfelijke ‘zuster Catherinaaaaaa’-sketch vergreep waarin Nathalie Meskens je destijds op hilarische wijze als een irritante kwelgeest voor oude nonnen te kijk zette. Een moment van zwakte waarvoor ik me bij dezen oprecht wil verontschuldigen.

Ik weet natuurlijk ook wel dat het bon ton is om de draak te steken met een gedreven reportagemaakster die qua looks niet helemaal aan de televisionele standaardnormen voldoet. Geen vlotte leren jekker met praatjes als Luk Alloo. Evenmin een salonfähige journalistieke babe als Cathérine Moerkerke die kijkers lokt door haar blote derrière te laten zien op een naturistencamping.

Jij hebt dergelijke kunstgrepen – god verhoede – niet nodig om op te vallen. Dat doe je van nature al meer dan genoeg dankzij een buitenmaatse geldingsdrang die iedereen meteen diets maakt dat ‘La Struyf’ te nemen of te laten is. What you see is what you get en hoewel ik daar niet altijd even blij mee ben, is dat op zich al een verdienste binnen de schijnwereld van de media. Daarom draag ik je een warm hart toe, Annemie. En dat mag gerust een half mirakel heten omdat er weinig schermgezichten zo op mijn zenuwen kunnen werken als jij, en ik meer dan eens de onweerstaanbare drang heb gevoeld om “hou nu toch eens eindelijk je mond, mens!” tegen het scherm te schreeuwen.

Hoewel de kans klein is dat we ooit beste vrienden zullen worden, groeide toch langzaam het respect voor de strijdbare en sociaal bewogen vrouw van middelbare leeftijd met een door merg en been snijdend stemgeluid. De vreemde eend in de bijt die luid kwakend de baas speelt in de vijver en een bloedhekel heeft aan tegenspraak en compromissen. Een late roeping die me voor het eerst opviel toen je samen met ‘soulmate’ en fotografe Lieve Blancquaert als ‘meisje van veertig’ opdook in De laatste show. Toen ook al een ratelend curiosum waarvan ik nooit had vermoed dat het zou uitgroeien tot een controversieel kijkcijferkanon.

Vaak bemoeiziek en vermoeiend, bij momenten irritant maar altijd echt, integer en bijna obsessioneel geïnteresseerd in de grote en kleine wereldproblemen. Gefascineerd volgde ik de emotionele zoektocht naar de roots van je adoptiedochter Hope in De moeder van mijn dochter. Ik reisde met jou van Swaziland over Jeruzalem tot Timboektoe om er in Ladies First sterke vrouwen te ontmoeten en – hoewel ik er met frisse tegenzin aan begon – heb ik geen aflevering gemist van In godsnaam. Een wonderlijke religieuze reis waarin je er niet voor terugschrok om met je snerpende stem de gewijde stiltes in slotkloosters te verstoren en ik meer missiezusters, paters en spirituele zwendelaars ontmoette dan goed voor me was.

Ik herinner me nog dat ik in een deuk lag toen je als exponent van de ‘participerende’ journalistiek letterlijk zo lang naar de pijpen van een twijfelachtige Balinese goeroe danste dat je bijna in een coma belandde.

Zelfs toen je naar VIER verhuisde, bleef ik je trouw. Ik hoor nog de luide klap waarmee je die commerciële deur weer achter je dicht trok omdat je geen reclameboodschappen verdroeg tussen de aangrijpende verhalen van getraumatiseerde jongeren in De Bleekweide. Goed voor een fikse mediarel en groot ongenoegen bij je ex-collega’s die je als “een onverbeterlijke intrigante die twee stenen kan doen vechten” publiekelijk als een ondankbare dissidente verketterden. “Die zien we niet meer terug”, dacht ik. Maar je streek gewoon weer neer op het vertrouwde VRT-nest om er – dit keer zonder reclame tussendoor – verder de aardbol af te speuren naar diepmenselijke verhalen in Via Annemie.

Op stap met je Poolse poetsvrouw, in het ruim van een cruiseschip, verbroederend met uitgebuite Filipijnse gastarbeiders of onophoudelijk kwetterend rolstoelen voortduwend van meelijwekkende bedevaarders die in Lourdes op een mirakel hoopten en – sommigen zijn echt voor het ongeluk geboren – jou in de plaats kregen. Onderhoudende brokjes televisie waarmee je overtuigend bewees meer te zijn dan enkel de ‘amaai’ krijsende karikatuur die stilaan bekender dreigde te worden dan het origineel.

Jij kent mij niet. Ik jou wel. We liepen elkaar ooit toevallig tegen het lijf in het Gentse begijnhof waar je druk bezig was met de opnames van De Bleekweide. Ondanks een vriendelijke groet van mijnentwege keurde je me geen blik waardig en staarde ik enigszins verbouwereerd naar een bazige tante die met veel misbaar en tot grote ergernis van het daartoe bestemde personeel tegelijk cameravrouw, geluidstechnicus en regisseur wilde spelen. Het zal ongetwijfeld aan de spanning van het moment hebben gelegen, maar ik was toch blij niet tot je ‘ondergeschikten’ te behoren.

Toch zal dit akkefietje me niet beletten om naar La vie en rose te blijven kijken. Eindelijk weer een ‘echte Struyf’ na een breed in de kranten uitgesmeerd ‘annus horribilis’ waarin je niet enkel je vader verloor maar ook een huwelijk van veertig jaar op de klippen zag lopen. Een mens zou voor minder in een hoekje gaan zitten treuren, maar jij trok een jaar naar je buitenverblijf in Frankrijk om ver weg van files, overvolle agenda’s en dagelijkse stress te herbronnen en op een programma te broeden. Er zijn zwaardere therapieën denkbaar dan met een mobilhome door het Franse Zuiden te zwerven op zoek naar landgenoten die net als jij met vallen en opstaan hun leven weer op de rails proberen te krijgen. Daarbij wil ik je veel moed, sterkte en een vie en rose wensen.

Al heb ik er het volste vertrouwen in dat het wel weer goed zal komen voor een kat met negen levens die rare sprongen maakt maar ook altijd weer op haar pootjes terechtkomt. De afgelikte tv-wereld heeft immers zo’n principieel buitenbeentje nodig dat koppig haar ding blijft doen en zich nooit laat afremmen door roddels, imago, achterklap of bazen. Blijf dus nog maar even de ‘eeuwig’ zoekende ziel die niet zal rusten voor ze antwoorden heeft gekregen op alle grote levensvragen. Welkom terug, Annemie. Mocht je niet bestaan, dan moest je dringend worden uitgevonden. Al is eentje zoals jij ruimschoots voldoende en prijs ik me gelukkig thuis over de vrijheid te beschikken je met een simpele druk op de knop het zwijgen op te leggen.

Met hartelijke groeten,

Je vriend Jules

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234