Vrijdag 15/01/2021

Welkom inCasale Monferratozijn oude fabriek, zijn asbest, zijn 1.600 kankers

Eternit Giustizia!’ Je hoeft het naambord Casale Monfer--rato niet eens voorbijgereden te zijn of daar springt de eerste slogan in het oog, zwarte hoofdletters op een Italiaanse driekleur. Al snel worden het er meer, tientallen, vervolgens honderden. In het nochtans lieflijke stadje in Piemonte schreeuwen talloze gevels om gerechtigheid. Op balkons in het barokke centrum, aan deuren en vensters van bars en cafés, op de muren van het stadion, bij de schoolpoort, in apotheeketalages. In Via Cavalcavia ten slotte, waar de hele straat vol vlaggen hangt, want hier woont Romana Blasotti Pavesi.“Gerechtigheid!”, bonkt Romana met haar frêle vuist op de keukentafel. Ze is tachtig, maar voor deze beproefde oud-huishoudster zich gewonnen geeft, zullen de Alpengletsjers nog veel smeltwater door de Po moeten stuwen. “Mijn stem verheft zich, ja. Omdat ik boos ben, heel boos. Maar ook omdat ik de hoop koester dat we ons doel zullen bereiken. Met of zonder mij, maar betalen zullen ze, de signori van Eternit, de Zwitser Stephan Schmidheiny en zijn Belgische vennoot Louis de Cartier de Marchiennes.”Romana is het boegbeeld van een van de ophefmakendste juridische veldslagen die ooit werden geleverd in Europa. In Turijn is het ‘Maxiprocesso’ voor open verklaard. Behalve oud-werknemers, zieken en nabestaanden van de asbestdoden hebben ook de stad Casale, de provincie Alessandria, de regio Piemonte en vele andere belanghebbenden uit Italië, Zwitserland, Frankrijk en België zich burgerlijke partij gesteld. Romana voelt zich kraniger dan ooit.

DE GOUDEN JAREN

Romana zag het levenslicht in Salona di Isonzo, een plaatsje dat na de Tweede Wereldoorlog als Anhovo aan Joegoslavië werd toegekend, en dat vandaag onder Slovenië ressorteert. Haar moeder, vertelt ze, heeft nooit Italiaans gesproken, wel een met Sloveense woorden doorspekt dialect. De vraag waarom de Blasotti’s in 1947 de tocht naar Casale in het westen ondernamen, werd ook toen al met dat ene magische woord beantwoord: Eternit. Vader Ottavio was jaren aan de slag geweest in de vestiging die het Zwitsers-Belgische bedrijf runde in Salona. Na de oorlog besloten hijzelf, zijn vrouw en hun vijf dochters naar betere oorden te verkassen. Hij kon aan de slag in Casale, waar Eternit in 1906 in het kielzog van de vele cementfabrieken daar was neergestreken.“Wij, de Blasotti’s, waren wel arm, maar we kwamen ook voor onszelf op”, zegt Romana. “Nooit hebben we om hulp gevraagd. Wie in Casale voor Eternit kon werken, had zijn schaapjes op het droge. Eternit was de trots van deze stad.”Romana herinnert het zich nog levendig. Hoe de straten van Casale na elke ploegwijziging, ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds, krioelden van fietsende arbeiders, boeren vaak nog, contadini die het zwoegen bij Eternit combineerden met het bewerken van een lapje grond op de heuvels buiten de stad. Een van die Eternitmannen was Mario Pavesi, háár Mario, een beer van een vent. Mario was als kind wees geworden, had tijdens de oorlog aan het Balkanfront gestreden en verdiende nu zijn brood in een van de kalkmijnen in de streek. Romana leerde hem kort na haar aankomst kennen, ze gingen naar de film, en van het ene kwam het andere. De jonge vrouw uit Salona werkte weliswaar zes dagen op de zeven, in korte tijd werd ze behalve echtgenote ook moeder. Eerst kwam Ottavio ter wereld, daarna, in 1954, Maria Rosa, vervolgens Michele.Het leven kabbelde rustig voort. Maar kanker? Longcarcinomen en mesotheliomen? “Ach, heel af en toe hoorde je dat iemand ziek geworden was. Een uit de hand gelopen griep, heette het dan, dat de betrokken arbeider zich slecht verzorgd had. Helaas, Mario wist beter. Thuis repte hij er met geen woord over, maar onder elkaar, in de fabriek, deden ze het des te meer.”

PIJNLIJKE STEKEN IN DE RUG

In de jaren zeventig, toen hij de pensioenleeftijd al naderde, was Mario bij de eersten om protestacties te houden tegen il polverino - de microscopisch kleine asbestvezels die zich in de longen van de arbeiders nestelden en er hun tergende, hardnekkige sloopwerk begonnen. Met meer dan lapmiddelen als maskertjes en een inefficiënt afzuiginstallatie wou Eternit toen echter niet over de brug komen. En bovendien: decennia lang waren de arbeiders er zoet gehouden met gratis asbestcement, tegels, pannen, vloeren en isolatiemateriaal. Nergens in Italië kwam zoveel asbest in woningen, scholen, ziekenhuizen en zelfs kerken te zitten als hier, in Casale. De trots van de stad, ja, maar een vergiftigd geschenk ook. Letterlijk.“Klagen deed Mario nooit”, herhaalt Romana. Maar met zijn voormalige collega’s met wie hij op de bocciodromo petanque speelde, of met die in de kaartclub, sprak hij er wél over: de steken in de rug, de almaar terugkerende, zo moeilijk situeerbare pijn. Op een gegeven ogenblik - we schrijven februari 1982 - begreep ook Romana dat er wat schortte. Ze overtuigde Mario ervan een arts op te zoeken. De diagnose was even duidelijk als onverbiddelijk: een ongeneeslijk mesothelioom.“Mijn man, sterk en robuust, was 59 jaar oud. Op het moment dat ik zijn ziekte vernam, is me spoorslags duidelijk geworden dat het niet normaal was, dat het niet klopte dat iemand moest doodgaan omdat hij zijn hele leven lang gewerkt had. Ik kon het niet vatten, ik kon het niet aanvaarden. Mario is gestorven op 17 mei 1983.”Intussen had Romana zich tot de plaatselijke arbeidskamer gewend, tot vakbondsman Bruno Pesce en zijn kompaan en oud-Eternitarbeider Nicola Pondrano. Sinds de late jaren zeventig al voerde het duo een verbeten strijd tegen het asbestbedrijf, en tegen de manifeste weigering van het management om het probleem te erkennen en er dus iets aan te doen.“Ik heb Mario’s strijd willen voortzetten”, zegt Romana vastberaden. “En ja, het gedrocht is dichtgegaan. Anno 2010 lijkt het alsof het een niemendalletje was, maar onze inspanningen zijn keihard geweest.” In 1986, nadat stakingen tot groeiende onrust hadden geleid en de directie tot de slotsom gekomen was dat de citroen was leeggeperst en dat aan de al jaren verdaagde stopzetting van de asbestverwerking niet langer te ontkomen viel, vroeg de plaatselijke vestiging van Eternit het faillissement aan. Enkele maanden later, terwijl heel Casale zich bewust werd van de tijdbom waarmee het zat opgezadeld - asbestvezels kunnen tot veertig jaar in een longvlies blijven steken voor het fatale gezwel zich ontwikkelt - besloot het gemeentebestuur het goedje niet langer op zijn grondgebied toe te laten.

‘MAMA, GA EVEN ZITTEN’

“Neen,” schudt Romana het hoofd, “daar was ik niet op voorbereid. Maar toen de Vereniging van Slachtoffers van Asbest me vroeg om voorzitster te worden, heb ik ja gezegd. Samen staan we sterk, en als collectief begonnen we eisen te stellen om Casale asbestvrij te maken.”Zolang de vezels in een vaste structuur zitten, niet vrij rondzweven en er, drijvend op de bries, geen uren over doen om neer te dwarrelen, is er - nu ja - geen vuiltje aan de lucht. Maar in Casale Monferrato werkte het anders. Jaren lang reden nauwelijks of niet afgedekte vrachtwagens door het stadscentrum. Ook ligt de fabriek, inmiddels een gesaneerde, sloopklare bouwval, op loopafstand van de 18de-eeuwse Piazza del Castello. Gepensioneerde Eternitarbeiders waren lang niet meer de enigen die ziek werden. Ook kinderen die in het stof speelden of de vestiging in schoolverband bezochten toen dat nog hoorde, arbeiders die hun met asbest besmette overalls naar huis meebrachten, bouwvakkers die voor een prikje dit of dat constructie-ingrediënt bij het bedrijf kochten, ontwikkelden kanker. Zelfs mensen die in hun hele leven geen voet in de fabriek gezet hadden, laat staan er iets mee te maken hadden gehad, vielen bij bosjes. Romana weet er alles over.“Libera Blasotti, mijn twee jaar jongere zus. Ze is een prachtvoorbeeld voor me geweest, ze heeft zich ontzettend dapper getoond. In 1990, na zestien maanden strijd, is ze overleden. Dertien jaar later, op 10 december 2003, is ook Libera’s zoon gestorven, neef Giorgio. Nauwelijks 50 was hij. En toen stierf ook een nicht van me, alweer mesothelioom. Ik kon het niet bevatten. Dat God over de mens beschikt, daar kan ik mee leven. Maar dat de hoge heren van Eternit dat doen? Neen, daar zal ik me nooit bij neerleggen. Nooit.”Romana’s keuken, haar woonvertrek, haar slaapkamer: overal hangen en staan foto’s. Van gestorven familieleden natuurlijk, maar ook van de fabriek. Fraaie, blauwige beelden van het Eternitmonster, genomen door een fotograaf uit Oekraïne, het land van Tsjernobyl - nog zo’n naam die in Casale voortdurend terugkeert. Net als Bhopal. Seveso ook.Maar dan blijft Romana stilstaan bij de foto van een jonge vrouw met blond haar. “Maria Rosa, mijn lieve dochter. Het was een zaterdagmiddag. ‘Mama, ga even zitten’, vroeg ze mij, ‘hier aan de keukentafel.’ Dat ze me wat moest vertellen.” Maria Rosa Pavesi had na een ongelukkige val bij het skiën enkele röntgenfoto’s laten nemen in het ziekenhuis. Toen de dokter ze tegen het licht hield en een zorgelijke blik opzette, wist ze het meteen. Ze was ziek, net als haar vader, haar tante, haar neef, Romana’s nicht en zoveel mensen hier in Casale.“Ze heeft het slechts vijf maanden uitgehouden. Ze heeft verschrikkelijk geleden, ze heeft alle bijverschijnselen gehad, tot een trombose toe. Aan het eind, vlak voor we afscheid van elkaar namen en ze in een coma ging, heeft ze 45 dagen aan een zuurstoffles gelegen. Onophoudelijk moesten ze het water uit haar longen pompen. Maria Rosa was mijn dochter, mijn meisje. Ik heb niet eens de kracht gevonden om te huilen. Ik slaag er nog altijd niet in, é veramente terribile.”Haar tranen, zegt Romana, spaart ze voor later. Voor straks misschien, als het Turijnse proces zijn beslag krijgt. Met tien volle autocars zijn zijzelf en de andere getroffenen op 10 december naar de openingszitting geweest. “Vanuit het kleine Casale zijn we erin geslaagd een proces met Europese dimensies voor elkaar te krijgen. Tegen De Cartier de Marchiennes, de Belgische baron die geen vin verroert, en tegen Schmidheiny, een miljardair die zijn arbeiders een aalmoes heeft aangeboden en de andere burgers in de kou liet staan. Ik ben niet uit op wraak. Maar ik wil hen recht in de ogen kunnen kijken.”

EEN HEEL PIJNLIJKE DOOD

Het is nog vroeg in de ochtend en barkoud als we door de arbeiderswijk Ronzone naar de fabriek rijden. Het heeft gesneeuwd en het hele stadje ligt er wit bij. Mooi wit, niet zoals vroeger, toen een doorschijnende stoflaag de daken bedekte en Casale onder een sluier lag, als een bruidskleed. Vandaag zit het meest kritieke onderdeel van de fabriek onder een zware sarcofaag, en is het hele terrein met staaldraad omgeven. Straks wordt het omgebouwd tot een herinneringspark voor asbestslachtoffers.“Paolo Ferraris, mijn man, was politicus en ambtenaar”, vertelt Maria Assunta Prato, lerares en Eternitweduwe. “Hij is hier geboren en getogen. Zijn hele leven lang heeft hij de Casalese lucht ingeademd. Hij was niet bij Eternit aan de slag, maar was zich volkomen bewust van het risico dat wonen en werken in deze buurt inhield. Hij was viceburgemeester, later regionaal raadslid, een betrokkene van het eerste uur bij alles wat de asbestverwijderingsprocedures betrof. Ook toen zijn mesothelioom al gevorderd was, is hij onverwoestbaar heen en weer blijven rijden, zijn dossiers stevig onder de arm.” Twee jaar en acht maanden waren Paolo na de diagnosestelling nog vergund. “De klap was schaamteloos brutaal. De vreselijkste gedachte was niet eens dat hij zou sterven”, zegt Assunta. “Wel dat het zo’n pijnlijke dood zou worden. Met een long- en ademruimte die almaar kleiner werd, tot er helemaal niets overbleef. Hier en daar hoorde je wel van zieken die zich lieten opereren, maar de operatieve verwijdering van de tumor was en blijft bikkelhard voor het organisme, zonder veel resultaat. Hoevelen zijn er niet voortijdig gestorven? Paolo heeft ons op zijn 49ste verlaten, in 1996. Er was niets, niets meer aan te doen.” Of Assunta het daarna niet op een lopen wilde zetten, de deur van Casale niet finaal achter zich dicht wilde slaan, vroeg een RAI-journaliste ooit. “Ik antwoordde haar dat het geen zin had te verhuizen. De ziekte weet je twintig jaar later nog te vinden, waar je ook heen trekt. En bovendien: als iedereen de plaat poetst, wie blijft er dan achter om de doden te verdedigen? Eternit is een deel van ons geworden, je kunt niet van jezelf wegvluchten.”Assunta staat bij de omheining en tuurt naar het koude monster. Iedereen die hier enkele jaren heeft gewoond, loopt risico, herhaalt ze. “Neen, er voortdurend bij stilstaan, doe ik niet. Maar áls het gebeurt, dan zonder angst. Voor iedere familie is het anders, strijd voeren tegen Eternit is mijn manier om overeind te blijven. Weet je, een tijd geleden kwam een onderzoeksteam van psychologen naar Casale. Ze stelden vast dat Eternit ons grote verhaal is, een element dat de sociale samenhang bevordert die nodig is om ons trauma te overwinnen.”Assunta zou geen lerares zijn als ze haar boodschap ook niet aan de toekomstige generaties doorgaf. Vroeger gingen de kinderen op uitstap naar de fabriek in naam van de economische trots. Vandaag, nu het er weer veilig is, doen ze dat in naam van de doden, hun herinnering, een schoon leefmilieu en duurzame ontwikkeling. “Het kon ook niet anders. Naarmate de jaren verstreken, hadden haast alle kinderen in mijn klas iemand verloren. Een vader, een opa, een tante, een kennis, een buur. In zoveel gezinnen weten ze wat rouwen is.”

IN DE WACHTKAMER

Ten kantore Pesce en Pondrano, het stel dat het verzet dertig jaar geleden op gang trok en er tot vandaag de motor van is, is het een komen en gaan van nabestaanden, rechtzoekenden en sympathisanten. Ze praten na over de geslaagde fakkeltocht begin december, waaraan duizenden Casalesi deelnamen, tegen de muren hangen uitvergrote krantenartikelen. De aanwezigen dragen de Italiaanse vakbond CGIL, de grootste van het land en een van de grootste van Europa, zichtbaar in het hart. “We zijn een hechte familie geworden”, zegt een jongeman die zijn vader verloor. “We kennen en herkennen elkaar. Als oude vrienden die elkaar op een mooie dag in de wachtkamer van de oncoloog ontmoeten... ‘Jij ook al?’ ‘Ik ook, ja.’ Meer woorden zijn niet nodig.”De oncoloog, dat is al dertig jaar Daniela Degiovanni. Alle voormalige arbeiders van Eternit kent ze - of heeft ze gekend. Aanvankelijk specialiseerde ze zich in beroepsziekten, maar later legde Degiovanni zich toe op kanker. “Onlangs nog heb ik het mesothelioom bij twee persoonlijke vrienden gediagnosticeerd”, vertelt de arts met minzame stem. “Gemiddeld zien we iedere week een nieuw slachtoffer. Veertig tot vijftig per jaar, doorgaans mensen in de leeftijdscategorie 40-60, mijn generatie dus. Maar ze worden steeds jonger, we krijgen meer en meer dertigers.”Degiovanni heeft haar kabinet in het Hospice, een zijvleugel van het Heilige-Geestziekenhuis waar terminale zieken, vooral mesothelioompatiënten, palliatieve zorgen krijgen. In een knusse eetkamer proberen bleke, magere mensen nog een hap te nemen. Een verpleegster spreekt hen sussende woorden toe. Overal liggen boeken. Iemand van de CGIL stapt binnen met een cadeau. “Voor een Eternitarbeider.”“Gemaakt door een familielid van een patiënt”, licht Degiovanni het schilderij toe dat boven haar bureau hangt. Op een even kleurrijk als naïef tafereel is te zien hoe een dokter in wit schort, zijzelf, de laatste uren van een mesothelioomlijdster probeert te verzachten, terwijl haar naasten om het sterfbed heen staan. “Vroeger stierven mensen minder dan een jaar na de diagnosestelling. Vandaag kunnen we dat rekken tot twee, zelfs tweeënhalf jaar. Genezen kan niet, maar vergeleken met toen slagen we er beter in de pijn te bestrijden en de ontwikkeling van de tumor te vertragen. De research is er ook veel meer mee bezig dan toen. Toch worden de komende jaren hard. In Casale verwachten we de epidemische piek in 2020. Honderden mensen bij wie we op dit moment niets zien, zullen tegen dan een tumor ontwikkeld hebben.”Degiovanni heeft er goede hoop op dat Casale het proces zal winnen. “Dit gaat niet langer alleen over werknemers”, zegt ze. “Dit gaat over een gigantische groep burgers die de publieke opinie hebben wakker geschud. In Turijn heeft de bekende procureur Raffaele Guariniello de zaak in handen. Hij stelde veertig jaar geleden al dat een arbeidscontract geen doodsvonnis hoeft te zijn. In die geest moeten we het proces ook voeren.”

MAANDAG HERVAT HET PROCES

In Fiat- en industriestad Torino heeft Guariniello een liefst 200.000 pagina’s tellend dossier tegen Eternit klaar, 2.889 betrokkenen hebben zich burgerlijke partij gesteld. Hier woonden duizenden slachtoffers en nabestaanden - ieder met zijn eigen verhaal en leed - eind vorig jaar de openingszitting bij van het Eternitproces. Ze kwamen niet alleen uit Casale, maar ook uit Rubiera, Cavagnolo, Bagnoli en andere oorden waar de asbestkanker ravage aanrichtte. Ook oud-arbeiders van de Zwitserse, Franse en Belgische bedrijfsafdelingen zakten naar het palagiustizia af. Vandaag kijken de rechtzoekenden reikhalzend uit naar de tweede zitting, op maandag, want dan begint het echte werk en gaan honderden advocaten uit binnen- en buitenland in het geweer.Hoog in een 19de-eeuws palazzo houdt een van de raadslui voor de slachtoffers kantoor, meester Sergio Bonetto. “Dit proces is niet enkel uniek vanwege de cijfers, maar ook omdat het niet tegen de lagere, Italiaanse echelons van het toenmalige management gevoerd wordt, wel tegen de twee grote ondernemers die aan de top van Eternit stonden”, stelt Bonetto. “Ons is het erom te doen aan te tonen dat zij, Schmidheiny en De Cartier, de richtlijnen voor de hele groep uittekenden. We slepen hen niet wegens doodslag voor de rechter, wel voor wat in het Italiaans een disastro doloso genoemd wordt, de bewuste aanrichting van een ramp voor mens en milieu. In een recent boek schrijft Schmidheiny, die zich een imago van milieuvriendelijke filantroop wil aanmeten en in een poging tot compensatie al een miljoenenbedrag uittrok, hoe hij in 1964 het werk van dokter Selikof gelezen had, en dus toen al wist wat voor onheil Eternit berokkende. Waarom heeft hij daar dan niet naar gehandeld?” Als het duo veroordeeld wordt, dan moeten niet enkel de slachtoffers vergoed worden, maar ook de onkosten voor het ruimen van de resten betaald. “Dit gaat over 2 tot 3 miljard euro”, zegt Bonetto. “De tegenpartij speelt het spel bikkelhard en heeft vijfduizend getuigen opgeroepen om de zaak te rekken. De methode-Berlusconi, zeg maar. Dit wordt een extreme veldslag.”Het wordt ook een race tegen de tijd. De Belgische edelman, wiens argumentatie vooral berust op het feit dat hij in de jaren zeventig maar korte tijd aan zet was binnen de raad van bestuur van Eternit Italië, en dat hij niet met de dagelijkse afhandeling in touw was, is intussen 88 jaar oud. Als Louis de Cartier de Marchiennes sterft voor de eerste fase van het proces achter de rug is, dan kan hij het ook niet meer verliezen.Turijn weet wat het is om met handen en voeten aan het grootkapitaal gebonden te zijn. “Onze hele stad werkte destijds voor de familie Agnelli”, zegt Bonetto. “Wie een kwaad woord over Fiat zei of er mistoestanden aan de kaak stelde, kon zijn baan op zijn buik schrijven. Paradoxaal genoeg heeft de crisis in de auto-industrie deze stad bevrijd.”Net zoals de Eternitcrisis ook Casale Monferrato kan bevrijden. “Helden zijn het, de burgers daar. Romana, Bruno, Nicola, Daniela en alle anderen. Al dertig jaar volg ik hun strijd op de voet. Italië heeft zijn deel in milieu- en gezondheidsrampen wel gehad, maar nergens hebben ze de mobilisering van Casale geëvenaard.” Aan de Via Cavalcavia met haar vele vlaggen zit ook Romana niet stil. Onvermoeibaar trekt ze door de streek, legt ze getuigenis af en doet ze haar verhaal. Dat ze de hele geschiedenis van Eternit gereconstrueerd heeft, verzekert ze, dat niets haar is ontgaan van wat zich binnen de fabrieksmuren en daarbuiten afgespeeld heeft. “Het is de gruwel van de oorlog die mijn ouders naar Casale heeft gebracht. Wie had gedacht dat ik hier zoveel jaren later een nieuwe oorlog zou beleven? Want is het principe niet hetzelfde? In naam van het hogere belang mag de kleine man geofferd worden. Altijd weer.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234