Woensdag 22/01/2020

Reportage

Welkom in het Duitse Dorfchemnitz, waar extreemrechts 47,4 procent haalde

Een campagneposter van Alternative für Deutschland in Dorfchemnitz. Moed voor Duitsland. Beeld DANIEL ROSENTHAL

‘We hebben geen probleem met vluchtelingen, want die zijn er niet. Maar ze moeten ook niet komen.’ In het Duitse Dorfchemnitz stemde een op de twee inwoners voor Alternative für Deutschland. En toch: niets dan warme, lieve mensen. Of hoe de kaduke staat van de straat het pad effende voor extreemrechts.

"Ik zal u zeggen waarom.”

De man in de grijze overall maakt met z’n wijsvinger telgebaren op z’n andere hand.

“Eén: de school ging dicht. Twee: de spaarbank is weg. Drie: de Hauptstrasse geraakt maar niet gerepareerd. Vier: door werken aan de waterleiding zat ik laatst dagenlang zonder water. En vijf: je mag tegenwoordig nergens meer bouwen. Overal bots je op bouwvoorschriften die er vroeger niet waren. Wat voor zin heeft het trouwens om nog te werken? Weet u wat een pakje boter tegenwoordig kost? Twee euro en twintig cent! Mijn vinger opsteken is het enige wat ik kon doen.”

Hij gaat er een beetje van trillen, zoveel boosheid zit er in die overall. Of hij zelf actief is bij AfD?

“Ik, mij engageren in de politiek?”

Hij spuwt op de grond. Dat lijkt nochtans niet de gewone manier van doen voor deze verder alleraardigste man.

Hier in Dorfchemnitz is er geen lokale werking van AfD. Er stond ook geen plaatselijke kandidaat op de lijst. Er hing tijdens de hele campagne welgeteld één verkiezingsaffiche van AfD. Niet toevallig aan de bushalte, naast het verkeersbord dat aangeeft dat de weg over de komende twee kilometer “in slechte staat” is. Terwijl je er, bekeken vanuit Belgische bril, eerlijk, echt niet zoveel bijzonders aan ziet. Ja, het asfalt is hier en daar een lappendeken. Maar het is niet zo dat er iemand voor z’n veringen moet vrezen.

“Die weg, die komt in alle verhalen altijd terug”, zegt Regina König, uitbaatster van een buurtwinkeltje in de Hauptstrasse. “Ik heb zelf niet voor AfD gestemd, maar ik kan de mensen die dat wel hebben gedaan ergens begrijpen. Het zijn proteststemmen, duidelijk. De winkeltjes die een na een verdwijnen, de basisschool die sloot, intussen toch al vijf jaar geleden. Waarom ze die hebben gesloten? Ja, er waren te weinig kinderen.”

Lothar Fritzsche stemde op de CDU van Merkel: ‘De mensen hier willen gewoon dat het weer een klein beetje kan zijn zoals vroeger.’ Beeld DANIEL ROSENTHAL

In het winkeltje van Regina kun je terecht om pakketjes te ontvangen of te verzenden, je was, je strijk en het inruilen van lege, butagasflessen voor volle. Ze verkoopt ook horloges, kousen, cadeaupapier, strijkijzers, kranten en houten speelgoedmannetjes. Artisanaal vakwerk van een oude man, ergens verderop in het dorp. Lokale traditie. Ook het winkeltje heeft kennelijk een geschiedenis, want boven de deur staat in sierlijke oude letters ‘Irene König’ geschilderd.

“Dat was mijn oma”, zegt Regina. “Het is meer dan een halve eeuw lang de groentewinkel van Dorfchemnitz geweest, maar ik heb dingen moeten veranderen. Mensen gaan nu naar de Lidl en naar de Aldi. Ik haal niet echt nog een inkomen uit het winkeltje, ik leef mee van het pensioen van mijn man. Ik blijf open omdat ik graag onder de mensen ben en omdat ik het heb beloofd aan mijn moeder, die hetzelfde had beloofd aan mijn oma. Mijn zoon, ja, die woont in Dresden. Die gaat het zeker niet voortzetten.

“Als ik er niet meer ben, is het gedaan met het winkeltje. Dat is hard, maar het is niet anders.”

Zwarte Zondag

Sinds zondag is Dorfchemnitz met z’n 1.500 bewoners de zwartste plek op de Duitse politieke landkaart. Nergens scoorde extreemrechts, met 47,4 procent, zo hoog. De overige spektakelscores komen allemaal uit de aanpalende Landkreis Görlitz (tot 46,9 procent) en Sächsische Schweiz-Osterzgebirge (tot 43,5), de regio van Frauke Petry. De hele strook, het meest oost-zuidelijke deel van de vroegere DDR, pal tegen de grenzen met Polen en Tsjechië aan, kleurde op nieuwe politieke overzichtskaarten zwart. In elk van de drie Landkreise werd AfD de grootste partij.

Fotograaf Daniel, overgekomen uit Berlijn, heeft de opdracht voor De Morgen met lood in de schoenen aanvaard. Hij heeft plaatsvervangende schaamte, nu AfD in Duitsland de derde partij is geworden. Zoals zovelen groeide hij op in een land dat zich met z’n nazitrauma tot in de eeuwigheid immuun achtte voor de golf die in Europa land na land aan het overspoelen was. Hij weet niet precies wat hij zich er bij moet verbeelden, een dorp waar je als je om je heen kijkt met statistische zekerheid kunt zeggen dat een op de twee voorbijgangers extreemrechts heeft gestemd.

Alleen: er lopen niet veel mensen op straat rond in Dorfchemnitz. En behalve die ene man in z’n overall zeggen alle anderen, als in koor: “Ikzelf niet, echt niet, maar ik kan de mensen die dat wel deden begrijpen.” Altijd weer.

Misschien hebben de AfD-stemmers zich verstopt. Misschien durven ze niet meer buiten te komen.

Het voelt een beetje aan als Antwerpen, 1991. Met politici die na Zwarte Zondag aan het nadenken en schrijven gingen over het signaal, over het dichten van de kloof met de burger. Een van de vaakst gehoorde boutades, toen, was de kapotte voetpadtegel. Politici moesten afleren om een voetpadtegel weg te wuiven als onbelangrijk, iets waarmee enkel de administratie zich moest bezighouden.

Nu, hier in Dorfchemnitz, is het de kapotte weg.

We lopen de man met de overall opnieuw tegen het lijf.

Wil hij de Duitse Mark terug? Want dat was toch hét programmapunt waarmee de AfD zich in 2013 in de markt zette?

“Nee, ik hoef geen Marken. Ik vind de euro prima.”

De vluchtelingen dan?

Hij snuift: “We hebben geen probleem met vluchtelingen, want die zijn er niet. Maar ze moeten ook niet komen. Er zijn gewoon zo ontzaglijk veel zaken die absoluut niet in orde komen.”

Een verkeersbord geeft aan dat de weg twee kilometer lang in slechte staat zal zijn, een grote bron van ergernis voor de inwoners van Dorfchemnitz. Beeld DANIEL ROSENTHAL

Kan de AfD met één telefoontje naar de asfaltcentrale terug in de electorale marginaliteit worden geduwd ? Het is een idiote vraag, maar politiek Duitsland lijkt er hard mee bezig. Wiens schuld is dit?

De Oost-Duitse man, zo hoor je vaak. Uit de eerste analyses is gebleken dat naar verhouding vooral mannen voor AfD hebben gestemd, met disproportioneel grote pieken in de vroegere DDR. “Fraai is dat”, zei iemand op het vliegtuig hiernaartoe. “We hebben miljarden gepompt in hun wederopbouw en wat krijg je in ruil? Neonazi’s in de bondsdag.”

In Die Welt nam columniste Kathrin Spoerr het woensdag op voor de Oost-Duitse man. Daar wordt volgens haar, zelf opgegroeid in de vroegere DDR, in het westen nog altijd op neergekeken. Onbewust. Op feestjes met collega’s in Berlijn is Spoerr nog altijd de enige die niet moet lachen bij de zoveelste mop met een variatie op het thema dat Ossies kleiner geschapen zouden zijn of te herkennen aan hun sandalen. “Op zo’n moment”, schrijft ze, “wil je maar één ding, en dat is onzichtbaar worden”.

En misschien is het volgens Spoerr in de eerste plaats dat wat er zondag gebeurd is. Een collectief van Oost-Duitse mannen dat het er een kleine 30 jaar na Die Wende echt wel mee heeft gehad en zijn gevoel van onzichtbaarheid uitte door zich electoraal buiten dat eengemaakte Duitsland te positioneren.

Een andere uitleg is dat Oost-Duitse meisjes met hun sociale vaardigheden veel makkelijker een baan weten te vinden in het westen. Dat er in tal van vroegere DDR-stadjes een tekort is aan vrouwen en een overaanbod aan mannen. Gefrustreerde mannen, ook nog eens.

Het is ook maar, alweer, een theorie. Want je kunt toch niet geloven dat een kwart of in het geval van Dorfchemnitz de helft van je bevolking op één stembusslag opeens racist is geworden?

Achtergesteld

Dorfchemnitz ligt in een vallei, 572 meter hoog in het Osterzgebirge. Tot in 1989 lag het in de DDR. Toen al heerste er, en eigenlijk in heel Mittelsachsen, een gevoel van achterstelling. Je moest al een hoop mensen binnen de communistische partij kennen wilde je het privilege van een eigen tv weten te realiseren.

Ook na de eenmaking bleef Mittelsachsen achterlopen. Tot een paar jaar geleden had slechts een enkeling een internetaansluiting. Het grote economische lichtpunt, kort na Die Wende, was een fabriek van Audi, begin jaren 1990. Maar nu komt ook uit die hoek al lang geen goed nieuws meer.

Heinz Fleicher duwt Rosie over het gecontesteerde asfalt. ‘Ons dorp is aan het uitsterven.’ Beeld DANIEL ROSENTHAL

Een man met een Audi-pet op z’n hoofd staat zijn gras te maaien. Hij heeft de goede jaren bij Audi gekend, is nu gepensioneerd en bezorgd om zijn vroegere werkmaten: “Er moet worden geïnvesteerd in nieuwe productielijnen, maar men doet het niet. De productie vermindert en al wie iets van auto’s kent, weet dat het niet lang meer gaat duren of ook de fabriek gaat dicht.”

In de Hauptstrasse wijst een wat oudere dame naar haar huis: “Helemaal zelf gebouwd, mijn man en ik. Lang voor Die Wende. Het was in die tijd erg moeilijk om aan bouwmaterialen te geraken. Wij werkten allemaal hard in de fabrieken, de steenkoolmijnen en op het land, maar de Russen pakten alles af. En nu gebeurt dat opnieuw.”

Dresden

Heinz Fleicher (81) duwt Rosie in haar rolstoel over het gecontesteerde asfalt. Hij is een gepensioneerde DDR-mijnwerker, het soort modelarbeider van wie je in dit deel van Duitsland hier en daar nog de lof bezongen ziet op socialistisch realistische muurschilderingen uit die tijd. De staat die zorg droeg voor z’n arbeiders.

“Er was toen nog een trein naar Dresden”, vertelt Heinz. “Dat deden wij dan vaak op zondag. Naar Dresden, waar de wederopbouw bezig was. Een uurtje sporen, slechts. In Dresden werden al die prachtige gebouwen een voor een gereconstrueerd. We keken naar de verwoestingen aan de Frauenkirche, zagen daaromheen het nieuwe Dresden ontstaan. Het was een mooie tijd.”

Het station is al lang dicht en de enige autoloze verbinding tussen Dorfchemnitz en de rest van de wereld is een blauwe autocar van de firma Zimmermann. Heinz neemt die eens per week naar het aanpalende stadje Sayda. Daar is een supermarkt. Het is een kleine erezaak voor Heinz om voor Rosie te zorgen en op z’n oude dag nog z’n eigen boodschappen te kunnen doen.

“Maar de dienstregeling verandert de hele tijd, er zijn altijd maar minder bussen. Op zaterdag en zondag zijn er gewoon geen meer. En weet u wat een ticket kost? Vier euro veertig. Dat is dan wel een dagticket, maar het enige ticket dat ze nog verkopen. Wat moet ik een hele dag op zo’n bus zitten doen?”

Een voorzichtige rekensom doet begrijpen dat deze man de prijs van z’n busticket in dertig jaar tijd heeft zien verhonderdvoudigen.

“Vroeger leefde Dorfchemnitz”, zegt Heinz. “Er liepen mensen op straat. Ik kan u van alle huisgevels aanwijzen wat voor winkeltje daar vroeger was. Alles sluit, elke keer weer is er iemand die zegt: ‘Ik stop ermee.’ De jongeren trekken weg, en ik kan ze ook geen ongelijk geven. Mijn dorp is aan het uitsterven.”

Heinz parkeert Rosie aan het open terras naast de bakker. Een vrouw komt meteen assisteren met de rolstoel. Iedereen kent iedereen in het dorp.

Nu ook de herberg

Een lokale krant deed opzoekingen: 0,4 procent van de bevolking van Dorfchemnitz is van vreemde origine. Het zou dan moeten gaan om een zestigtal mensen, maar allemaal net zo blank. Aangenomen wordt dat het gaat om een vijftigtal Tsjechen die ooit hun partner naar Dorfchemnitz zijn gevolgd.

Lothar Fritzsche staat in een zijstraat een verkeersbord op een paal te monteren. Hij werkt als zelfstandige voor de overheid. Hij is een van de weinigen die zonder omwegen antwoordt op de vraag voor wie hij heeft gestemd: “De CDU.

Doe ik altijd. Nu vond ik het wel niet erg slim van Angela Merkel om de avond van de verkiezingen al te verkondigen dat ze haar beleid niet zou veranderen.

Dat was nu precies wat AfD-stemmers in dorpen als deze niét wilden horen. De CDU gaat zich moeten bezinnen over z’n vluchtelingenstandpunt, het kan niet anders. Zo niet dreigt het bij een volgende verkiezing nog harder mis te gaan.”

Regina König (l.), uitbaatster van een buurtwinkeltje in de Hauptstrasse: 'Ik blijf open omdat ik graag onder de mensen ben.' Beeld DANIEL ROSENTHAL

Lothar plaatst verkeersborden in een cirkel van 100 kilometer rond Dorfchemnitz. Een bepaald zware baan is het niet. Rondrijden in je auto, instructies nog eens doorlezen, bord vastschroeven.

“Maar ik krijg het niet allemaal meer gedaan op een dag. Ik heb een baan in de aanbieding. Je denkt dan aan een jonge gast of zo, een vluchteling eventueel, als die er zou zijn. Ik vind helaas niemand.”

Naast zijn bestuurszetel ligt een exemplaar van de Morgenpost, de lokale krant. Op de cover staat een foto van hotel-restaurant Ross in Zwönitz, dat dateert uit 1537. Titel: ‘Oudste herberg van Saksen gaat dicht.’

Op de radio zegt iemand dat de boterprijs in Mittelsachsen het afgelopen jaar is gestegen met 32 procent, die van eieren met 15 procent.

Lothar zucht: “En dat is het de hele tijd, elke dag. Dingen die dichtgaan, dingen die duurder worden. Het is niet zo moeilijk te begrijpen. De mensen willen helemaal geen AfD, ze willen gewoon dat het weer een klein beetje kan zijn zoals vroeger.”

Hij lijkt te bedoelen: vóór de globalisering.

Frauke Petry

Het gemeentehuis, opgetrokken in strakke DDR-stijl, fungeert gelijktijdig ook als lokale rijschool, dokterskabinet en brandweerkazerne. Gemeentearbeider Gopfert Volker toont ons de Robur, een brandweerwagen die in 1972 van de band is gerold in de fabriek in Zittau. Het ding rijdt nog, want zo vaak brandt het hier niet. Na 1989 werden wel nieuwe huizen gebouwd, hier en daar een blok van vier of vijf verdiepingen. Maar daar is het laddertje van de Robur niet op voorzien.

Gopfert: “De brandweerwagen die we willen, kost 700.000 euro. Je kunt 70 procent subsidies aanvragen, maar dan moet je wel eerst zelf ergens een derde van 700.000 euro zien te vinden. En dan moet je keuzes maken. Een nieuwe weg of een nieuwe brandweerwagen? Terwijl jij weer een jaar langer moet wachten, kapen grotere gemeenten alle subsidies voor je neus weg. Wil je het op je geweten dat als het straks ergens gaat branden ons vrijwillige korps daar staat met z’n Robur uit 1972? Wij horen als gemeente gewoon een performante brandweerwagen te hebben die ten dienste kan staan van alle bewoners. De asfaltering van die weg moeten we het jaar daarna dan maar gefikst zien te krijgen.”

Gopfert is zelf vrijwillig brandweerman. Het korps telt 34 mannen, allemaal goede vrienden, en 11 vrouwen. Er is ook een muziekkapel die eens per jaar een ronde door het dorp maakt.

Ook daar komt steeds minder volk op af.

Gopfert: “Toen wij de eerste resultaten zagen, durfden we ons even niet meer op straat te laten zien. Nu, een paar dagen later, voelt het alsof er eigenlijk helemaal niks is veranderd. De mensen zijn nog altijd even aardig voor elkaar en je bent niet meer zo gekweld door die vraag: wie zouden die vierhonderd-en-zoveel mensen dan wel zijn? Je had beelden in je hoofd van neonazi’s en Pegida-figuren, maar ook die hebben wij hier helemaal niet. Alleen leuke mensen, voor zover ik weet.”

Hij piekert. Lijkt te beseffen dat dat al zeker geen optie kan zijn: te gaan doen alsof cijfers ook weleens kunnen liegen.

“Vergeet niet dat Frauke Petry hier wel degelijk campagne heeft gevoerd. Ze is op 7 september komen spreken in de feestzaal naast de kegelbaan (die inmiddels ook gesloten is, DDC). Er waren vierhonderd mensen, niet allemaal uit het dorp, maar goed. Het ding is: geen enkele kandidaat van andere partijen heeft zich hier laten zien en tegen een achtergrond van een algemeen gevoel van verlating, zie ik daar dan toch wel ergens een verklaring. Iets waarmee wij aan de slag kunnen.”

Beeld DANIEL ROSENTHAL

Een man komt enigszins over z’n toeren het kantoortje van Gopfert binnen gezoefd. Het is Thomas Schurig, de burgemeester van Dorfchemnitz.

“Weet je wat ze me nu weer schrijven? ‘Geachte heer Obersturmbannführer, wacht maar, wij komen uw hele dorp platbranden.’ Moet ik erom lachen of moet ik me zorgen maken? Het blijft maar komen. Haatmail, de hele dag door. Vooral van mensen van links. Ik blijf het allemaal lezen, tegen beter weten in. Ja, je moet proberen te weten wat er bij de burger leeft.”

Dorfchemnitz haalde deze week de kolommen van onder meer Frankfurter Allgemeine en Bild. Er zijn enkele cameraploegen neergestreken in het meest extreemrechtse Duitse dorp sinds 1945. Iedere keer voelde het voor Schurig aan als een interpellatie, alsof hij in z’n eentje maar eens verantwoording mag komen afleggen.

Goede moed

Thomas Schurig is burgemeester in bijberoep. Door de dag leidt hij z’n eigen bouwbedrijfje. Hij draait lange dagen, en tot nu toe altijd met heel veel plezier.

Na Die Wende werd Dorfchemnitz een kwarteeuw lang geregeerd door de CDU. In 2015 wist Schurig met het burgerplatform Freie Wähler (Vrije kiezers) 6 van de 12 zetels in de gemeenteraad te veroveren. Dat was eigenlijk ook toen al een signaal naar de traditionele partijen die zich zo weinig aantrokken van de mensen in Dorfchemnitz. En nu dit. Nu verpersoonlijkt hij het establishment dat van de mensen de rekening kreeg gepresenteerd.

“Het is nog vijf jaar tot aan de volgende verkiezingen”, praat Gopfert zichzelf en zijn burgemeester moed in. “Het is nu wel duidelijk dat wij keihard gaan moeten werken. En dat gaan we ook doen.”

De vraag is enkel nog waaraan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234