Vrijdag 10/07/2020

Reportage

Welkom in de houten eeuw

Interieur van Hotel Jakarta in Amsterdam, vrijwel geheel uit hout opgetrokken door architect Bjarne Mastenbroek.Beeld Sander Baks

De nieuwe wolkenkrabbers verruilen staal en beton voor hout. Dat bouwt sneller, goedkoper én milieuvriendelijker. Als bomen honderd meter hoog kunnen worden, waarom houten flatgebouwen dan niet? De skyscraper is dood, leve de plyscraper!

Schrijf maar op: de 21ste eeuw wordt de houten eeuw. We keren zelfs terug naar houten huizen. Of beter: houten flats. Wereldwijd schieten ze als paddenstoelen uit de grond. Er is een heuse wedren bezig naar de hoogste houten wolkenkrabber. Het record staat momenteel op naam van Noorwegen. Aan het Mjøsa-meer, op 2 uur van Oslo, opende vorig jaar de Mjøstårnet: een toren van 85,4 meter hoog met 18 verdiepingen. Naar verluidt zouden ze de pergola op het dak op de valreep nog iets hoger gemaakt hebben om de splinternieuwe Weense HoHo-toren van 84 meter voorbij te kunnen steken. 

Maar wellicht worden de Noren binnen de kortste keren zelf ingehaald. Tegen 2022 staan er in Eindhoven twee houten torens van 110 en 150 meter hoog: The Dutch Mountains. In Londen liggen er plannen op tafel voor de Oakwood Tower van 300 meter hoog, even hoog als de Eiffeltoren dus. Die gigant komt op de Barbican-site en huisvest 1.000 appartementen op 80 verdiepingen. Hij kreeg zelfs al een houten bijnaam: de tandenstoker. Tokio doet er nog een schepje bovenop en bestudeert een houten toren van 350 meter hoog.

Mjøstårnet aan het Noorse Mjøsa-meer.Beeld RV

Ook België verkent houten hoogbouw, al blijven we voorlopig steken op 40 meter. En voor die Astor-toren in Geel werd naast hout toch ook beton gebruikt. Projectontwikkelaar Triple Living wil op Nieuw-Zuid in Antwerpen de eerste houten wolkenkrabber van België zetten. Daarvoor schakelen ze de Japanse toparchitect Shigeru Ban in, die veel ervaring heeft met bouwen in hout. De toren van 80 meter wordt ook een hybride gebouw met een mix van hout en staal. Die moet eind 2024, begin 2025 klaar zijn. 

Hoogstwaarschijnlijk wordt hen de primeur afgesnoept door het nieuwe bedrijf Wood Shapers. Dit ­initiatief van de grote Belgische bouwfirma CFE en bouwpromotor BPI houdt zich enkel bezig met houten hoogbouw: van ontwerp en verkoop tot bouw en oplevering. “Ons eerste project wordt een toren met zestig appartementen in Anderlecht”, zegt Simon Cols, Business Development Manager van Wood Shapers. “Maar we werken ook aan twee hoge torens in Antwerpen en Rotterdam, allebei met 22 verdiepingen. In een ideaal scenario start de bouw in januari 2021.”

Ontwerp van de Japanse architect Shigeru Ban voor een hybride toren in Nieuw-Zuid, Antwerpen.Beeld RV

Het goede nieuws is dat geen van deze torens chalet-looks heeft. Toch horen we u denken: waarom willen we in godsnaam weer torens van hout bouwen? Het doet denken aan Bokrijk en andere vervlogen tijden. In elk geval aan iets wat mijlenver ligt van de moderne woonblokken in beton, staal en glas waar we nu onze steden mee volknallen. Het antwoord op die waarom-vraag is heel simpel: het milieu. Hout is het duurzaamste, meest milieuvriendelijke en vlotst ­herbruikbare materiaal dat we hebben op onze planeet. Een houten wolkenkrabber bouwen, geeft maar liefst 75% mínder CO2-uitstoot dan eentje in gewapend beton, berekende wetenschapper Michael Ramage van het Centre for Natural Material Innovation in Cambridge University.

Dat is niet niks. Zeker als je weet dat de bouwsector bij de oppervervuilers hoort. “De productie van cement, beton en staal is verantwoordelijk voor 15 procent van de wereldwijde uitstoot van het broeikasgas CO2. In het meest optimistische scenario zorgt nieuwbouw jaarlijks voor 2,5 miljard ton CO2-uitstoot wereldwijd”, zegt Stefaan Vandist, de Belgische ‘toekomstverkenner’ die focust op duurzaamheid. Hout doet het omgekeerde: dat haalt uit CO2 de lucht. De koolstof blijft voorgoed in het hout, tenzij je het verbrandt of laat wegrotten. Natuurlijk stoot de houtproductie – kappen, zagen, assembleren, transporteren – ook broeikasgas uit. Maar dat is veel minder dan het kan opslaan. Met andere woorden: hout is koolstofnegatief. Wie een houten flatgebouw zet, bouwt dus met CO2.

Greenwashing

Ook de Nederlandse architect Bjarne Mastenbroek zit in het pro-houtkamp. “Hout groeit gewoon uit zichzelf. Het enige wat je moet doen, is planten en zagen. Cement moet je eerst ontginnen, vervolgens moet je er in een fabriek beton van maken, dan moet je een houten kist timmeren om het beton in te gieten, wachten tot het uithardt om dan het hout weer te slopen. Je bouwt een toren dus eigenlijk twee of drie keer”, oppert hij als we hem bellen. 

Hotel Jakarta, Amsterdam.Beeld Sander Baks

Mastenbroek realiseerde een van de mooiste visitekaartjes van ­houten hoogbouw: Hotel Jakarta in Amsterdam. Het heeft de looks van een glazen Flatiron Building en staat op de punt van een eiland in het IJ. De 200 geprefabriceerde houten kamers werden in vier weken op elkaar gestapeld als een Jenga-spel. Houten draagbalken tot wel 30 meter hoog stutten het gebouw. Prijskaartje: 50 miljoen euro. Veel geld, maar dan heb je ook het meest energieneutrale gebouw van Amsterdam.

Mastenbroek is van het compromisloze type, niet bang voor een boude uitspraak. “Als een opdrachtgever vraagt of ik naast een houten ontwerp ook een betonnen alternatief wil tekenen, begin ik er niet eens aan. Ik bouw in hout of ik bouw niet”, klinkt hij stellig. Hij waarschuwt ons ook: “Geloof niet iedereen die zegt dat hun toren hout-only is. Ik ga geen namen noemen, maar er wordt veel gesjoemeld door toch een betonnen of stalen kern te gebruiken met houten wanden eromheen. Hout doet het goed in marketing, maar echt een houten toren realiseren, vraagt een grote inspanning.” 

Wij denken meteen aan het Amsterdamse Haut-project van 73 meter hoog, dat momenteel gebouwd wordt en dat een betonnen kern en liftschacht heeft. Opgepast dus voor architecturale greenwashing. Al gaat Mastenbroek ook zelf even met de billen bloot. “De wettelijke akoestische normen zijn geschreven op maat van de betonsector. Zo moet je een bepaald vloergewicht halen per vierkante meter. Daarom moesten we in Hotel Jakarta ook een laagje beton gebruiken. Jammer, want ook met enkel hout zijn de kamers voldoende geluidswerend.”

Oké, hout is milieuvriendelijker. Maar willen we echt wonen in torens die zó in de fik kunnen vliegen? Kijk naar wat het houten dak van de Parijse Notre Dame vorig jaar overkwam. “Na ­massale stadsbranden zoals in 1666 in Londen kwam de introductie van staal en beton rond 1900 als een verlossing”, analyseert Stefaan Vandist. “Een brandvrij wondermiddel waarmee architecten bovendien veel hoger konden bouwen dan in hout. Wolkenkrabbers werden symbolen van hoop en prestige.” 

Dat we vandaag solide, brandveilige wolkenkrabbers kunnen maken in hout is allemaal dankzij kruislaaghout. Beter bekend als cross laminated timber of CLT. Dit is een industrieel houtproduct waarbij verschillende houtlagen kruislings onder hoge druk verlijmd worden. Die panelen zijn even sterk, stijf en brandveilig als gewapend beton. Noem het een premium versie van ­multiplex. Daarom worden deze houten flatgebouwen ook wel plyscrapers genoemd, naar het Engelse ‘plywood’ voor multiplex.

CLT is niet nieuw. Het werd in de jaren 90 uitgevonden in Oostenrijk, waarop het enkel voor eengezins­woningen werd gebruikt. Een van de Belgische early adopters van CLT is architecte Sylvie Bruyninckx van het Antwerpse bureau Viva. “Alles wat je kan bouwen in beton, kan ook in CLT. Als architect heb je geen beperkingen, maar het vraagt wel een andere ­aanpak. De voorbereidingsfase duurt langer, omdat elk detail van tevoren beslist moet worden, zoals de plek van de stopcontacten en lichtpunten. Dat is voor veel mensen even aanpassen. Maar daardoor is het bouwproces veel sneller en is er minder afwerking. Een minpunt van CLT is dat je akoestisch extra oplettend moet zijn. Maar dat is zeker niet onoverkomelijk.”

De HoHo-toren in Wenen.Beeld KiTO / Michael Baumgartner

CLT is veel lichter dan gewapend beton: een houten wolkenkrabber weegt maar een kwart van zijn klassieke broertje. Dat betekent: minder zware funderingen (die nog altijd uit beton bestaan) en minder transport nodig. Bovendien heeft het isolerende kwaliteiten en zorgt het voor een aangenaam binnenklimaat. En qua her­gebruik scoort hout ook stukken beter. Bij beton zit er niks ander op dan het te mollen en af te voeren als puin. Stalen balken kan je natuurlijk wel recupereren. CLT-panelen worden volledig geprefabriceerd in een fabriek. Daardoor bouw je veel sneller. Op een paar weken tijd zet je een toren van twintig verdiepingen ineen.

hyperefficiënt

Die snelheid is een enorme troef van CLT. Want de ratrace in de bouw is niet langer hoger, hoger, hoger. Maar sneller, sneller, sneller. “Het grootste verschil is dat de werkplaats verhuist van de werf naar de fabriek. De panelen komen kant-en-klaar aan op de werf waar ze als een soort XXL Ikea-pakket in elkaar gezet worden”, legt Vandist uit. “Het is een hyperefficiënte manier van bouwen, met minder overlast voor de buren en minder kans op menselijke fouten.”

Met CLT bouw je minstens dubbel zo snel als met gewapend beton. Die snelheid zal projectontwikkelaars als muziek in de oren klinken. Maar het is ook gewoon nodig, met het oog op de groeiende wereldbevolking. Tegen 2060 zijn we met 11 miljard mensen, van wie twee derde in de steden woont. Om die kwalitatief te kunnen huisvesten, moeten we de komende veertig jaar 230 miljard m2 extra woonoppervlak bijbouwen. Dat is iedere maand een stad als New York.

Als hout veel sneller en duurzamer is, waarom zien we dan nog al die betonmolens door de straten rijden? Een deel van het antwoord is – zoals zo vaak – geld. Momenteel is bouwen met CLT nog zo’n 5% duurder dan in beton en staal. Maar hoe lang nog? CLT wordt al jaren goedkoper omdat vraag, productie en concurrentie groeien. Beton en staal worden duurder omdat Europa CO2-uitstoot belast met het Emission Trading System (ETS). Per ton CO2 die bedrijven uitstoten, betalen ze een bedrag, een ecologische aflaat zeg maar.

In realiteit krijgen veel vervuilers een vrijstelling als ze beloven om duurzame inspanningen te doen. Of dat systeem kan blijven bestaan, is de vraag. Want het creëert oneerlijke concurrentie. Bovendien verwachten kenners dat de ETS nog verder zal stijgen. Of zoals toekomstverkenner Stefaan Vandist het verwoordt: “Beton en staal zijn de volgende benzine en diesel”.

Een extra obstakel van bouwen met hout is dat bomen omleggen ­zelden op gejuich wordt onthaald. Nu bossen zo schaars zijn, hebben we er een haast sentimentele band mee. Ook al werden die bossen aangelegd als productiebos.

Interieur van de Weense HoHo-toren.Beeld Michael Baumgartner | KiTO

Moeten we onze attitude bijstellen, vragen we aan Bart Muys, professor bosecologie en bosbeheer aan de KU Leuven: “Oude, dikke bomen ­verdienen ons grootste respect. Maar het is goed om te beseffen dat niet alleen levende bomen een gunstige invloed op de klimaatopwarming ­hebben. Ook als je bomen kapt om er houten meubels, balken of CLT van te maken, heeft dat een positief effect. Alle CO2 die de boom heeft ­opgenomen, zit opgesloten in het eindproduct en blijft dus generaties lang uit de lucht. Je verlengt, zo je wil, de levensduur van de boom. Want een boom die sterft en wegrot, geeft zijn CO2 weer vrij.”

Silicon valley

Een kubieke meter hout houdt ongeveer een ton CO2 vast: het equivalent van een retourvlucht Parijs-New York (van één passagier) of 6.000 kilometer rijden met een dieselwagen. De gemiddelde CO2-emissie van een Belg bedraagt jaarlijks 8 ton. Bouwen met hout kan dus een enorme hefboom zijn om de klimaatimpact van bouwen (en wonen) te verkleinen.

Professor Muys stelt ons gerust: “Genoeg bos behouden voor recreatie kan wel degelijk samengaan met voldoende hout produceren om ons af te helpen van fossiele brandstoffen. Duurzame oogst is de clou, niet meer kappen dan er bijgroeit. We moeten bossen behouden, herstellen en uitbreiden. Helaas ontbost Vlaanderen momenteel nog altijd meer dan het aanplant. Tegen 2030 belooft Vlaanderen 10.000 hectare bosuitbreiding, en 50.000 tegen 2050. Peanuts als je weet dat er jaarlijks 6.000 hectare landbouwgrond sneuvelt voor huizen, wegen en industrie.”

Wat bosbouw betreft, kunnen we nog wat leren van Finland waar 86 procent van het land­oppervlak bebost is. “Daar groeit nu al elke 20 seconden een huis,” beweert architect Bjarne Mastenbroek. “Het kan dus, maar dan moet je nu beginnen aanplanten. Elk jaar dat we ­wachten, is een verloren jaar.”

Dat geldt voor onze planeet, maar ook voor de bouw zelf. Uit een rapport van consulting­bureau McKinsey blijkt dat de bouwsector de minst gedigitaliseerde sector is, na de jacht. Minder dan 1 procent van de totale omzet gaat naar innovatie. Dat maakt de sector kwetsbaar voor kapers uit een onverwachte hoek. Zo aast Silicon Valley op een stuk van de lucratieve bouwtaart. Sidewalk Labs bijvoorbeeld, een ­zusterbedrijf van Google, wil een vervallen industriegebied in Toronto omtoveren tot een innovatieve wijk met een tiental houten flats van 10 tot 35 verdiepingen. Als de klassieke ­bouwsector niet oplet, moet ze binnenkort op een houtje bijten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234