Maandag 17/02/2020

Welkom bij de 'Flamingranten'

Met haar spitse ideeën, daadkracht en grote mond is Jamila Channouf aan het uitgroeien tot een leading lady van de superdiverse samenleving. In Gent is ze volop bezig om van de Vlaamse feestdag op 11 juli een Flamingranten Pride te maken. 'De Vlaamse Leeuw zal eindelijk meertalig worden!'

Jamila Channouf is een belevenis. Spraakwaterval, energiebom, grapjas. De jongste jaren ontpopte ze zich tot een van de meest spraakmakende voorvechtsters van de superdiverse samenleving. Ze was lange tijd gastvrouw bij de Gentse sociaal-artistieke organisatie De Vieze Gasten, waar ze beginnende dansers, hiphoppers, dichters, komieken en acteurs hun eerste ten minutes of fame gaf.

In 2013 trok ze de Gentse Lente op gang, een beweging van artiesten, academici, onderzoekers, middenvelders en jongeren die de kloof tussen gemeenschappen willen dichten en zich afzetten tegen de klassieke integratiesector "waar antiracisten soms gevangen zitten in een paternalistisch wij-zij denken". In maart, ter gelegenheid van de internationale dag tegen racisme, organiseert de Gentse Lente ieder jaar een volksfeest waar enkele duizenden mensen op afkomen. "Ik wil mensen binden", zal Channouf meermaals tijdens dit interview zeggen. "Marokkanen, studenten, Turken, stedelingen, ondernemers, Afrikanen, de Vlaming van onder de kerktoren. We zijn allemaal mensen en moeten ons concentreren op wat ons bindt."

Het was op initiatief van de Gentse Lente dat het Gentse stadsbestuur in 2013 de woorden 'allochtoon' en 'autochtoon' ten grave droeg. Sindsdien volgden de superdiverse verzetsdaden zich snel op. Dit jaar begon de Gentse Lente omwille van Charlie Hebdo al in januari met een mars voor verdraagzaamheid. En in april mengde Channouf zich onder de betogers van de anti-islam-beweging Pegida - "Ik wou met die mensen praten".

Haar jongste wapenfeit: tijdens de Nacht van de Arbeid in de Vooruit, verbaasde ze het publiek door aan te kondigen dat ze op 11 juli in Gent een interculturele Vlaamse feestdag zal organiseren. "11 juli zal in Gent een groot feest worden", zegt Channouf hierover. "Een hiphopper werkt aan een Turkse versie van 'De Vlaamse Leeuw' waarin hij ook Gentse dialectwoorden zal verwerken." Ze begint luidop te lachen. "De Vlaamse leeuw zal eindelijk meertalig worden! Verder zal een groep Afrikaanse muzikanten een concert geven met alleen maar covers van Vlaamse schlagers. Maar ook middenstanders springen op de trein. Een café-uitbater vertelde me dat hij zijn café voor het eerst zal openstellen voor een 11 juli-viering. 'Als de Vlaamse feestdag een feest voor iedereen wordt, doe ik mee', zei hij. Wonderbaarlijk, toch?"

De bevrijding van de leeuw

"Iedereen lijkt mee te willen werken aan de bevrijding van de Vlaamse leeuw. Met ons initiatief willen we aantonen dat we echt wel fier mogen zijn op ons Vlaming-zijn. Iedereen heeft het recht om dat Vlaamse identiteitsgevoel mee te beleven en in te vullen, ook de migranten van de tweede en de derde generatie. Sommige Vlamingen van onder de kerktoren hebben het nog steeds moeilijk om dit in te zien en beseffen niet dat ook voor hen het moment is gekomen om zich aan te passen aan de superdiverse samenleving.

"Dat is ook wat de Mechelse burgemeester Bart Somers na de Charlie Hebdo-aanslagen zei: 'Het wordt tijd dat ook de oude Vlamingen zich aanpassen aan de huidige realiteit. De diversiteit in de steden is een feit en zal alleen nog maar toenemen.' Met ons 11 juli-initiatief 'De Flamingranten Pride' willen we samen Vlaming zijn en samen werken aan een model waarin iedereen zijn plek heeft. Enkele N-VA'ers vertelden me al dat ze mee willen doen en dat ze verheugd zijn over het feit dat we niet vanuit een slachtofferpositie handelen en vooral bindend willen werken."

Na een kwartier praten met Jamila Amadou is er iets dat erg opvalt: als ze enthousiast en armenzwaaiend over haar werk praat, zijn er bepaalde woorden die ze nooit gebruikt: 'tegen', 'anti', 'protest', 'conflict'. "Ja, dat klopt: die polariserende woorden zitten niet in mij. Dat heeft veel te maken met mijn jeugd in Borgerhout. Ik was ongeveer veertien toen tijdens Zwarte Zondag bleek dat er zich in onze wijk enorm veel spanningen hadden opgehoopt. Maar bij mij had dat een omgekeerd effect. Het heeft geen zin om kwaad te worden op onze buren omdat ze op het Vlaams Blok hebben gestemd, dacht ik. We moeten proberen samen te leven. We moeten onze buurt leren delen.

"In plaats van mij af te keren, zocht ik toenadering. Het was mijn vader die ons dat met de paplepel heeft meegegeven. Hij was heel islamitisch maar koos altijd voor binding en pragmatische oplossingen. 'Je moet niet kiezen voor een groep maar voor de mens', zei hij altijd. Hij was een groot voorstander van vrouwenrechten en zorgde ervoor dat Marokkaanse vrouwen alfabetiseringslessen konden volgen. Tijdens de zomervakantie nodigde hij Vlaamse buren uit om mee te reizen naar ons dorp in het noorden van Marokko. En hij motiveerde ons om te ondernemen en ons te engageren. Hij was mijn grote voorbeeld."

Marie-Jeanne

Het was ook via haar vader dat Amadou in contact kwam met Marie-Jeanne; een vereenzaamde, angstige en uitgesproken racistische vrouw die enkele straten van haar huis woonde. "Op een avond kwam mijn vader thuis en hij vertelde dat een van de buurvrouwen een briefje aan haar raam had gehangen met de woorden 'hulp gezocht'. Mijn vader zei dat ik maar eens moest gaan aanbellen. De eerste ontmoeting met Marie-Jeanne was bizar.

Ze bleek pleinvrees te hebben, had schrik om boodschappen te doen, was kortademig, rookte van die zware Bastos-sigaretten en zat voortdurend af te geven op 'al die makakken'. Heel raar om dat als pubermeisje mee te maken.

"Jarenlang heb ik voor haar boodschappen gedaan, haar koelkast bijgevuld en haar gezelschap gehouden. Ze had een dochter die niet meer naar haar omkeek en ze bleek erg eenzaam. Op Zwarte Zondag ben ik met haar naar het kiesbureau gegaan. Toen ze uit het stemhokje kwam, zei ze dat ze 'voor de goei' had gestemd. 'Dat ze maar eens grote kuis moesten houden met al die makakken.' Dat vertelde ze me terwijl ze op mijn arm steunde. Zo zijn we naar huis gestapt. Tegen dan kon ik al doorheen haar racisme kijken. De menselijkheid primeerde voor me. Voor mij was Marie-Jeanne in de eerste plaats een oude, behoeftige vrouw die nood had aan zorg. Dat vond ik belangrijker dan haar foute ideologie. Ja, misschien hoopte ik wel een beetje dat ik haar kon veranderen. In ieder geval vond ik het beter om dicht bij Marie-Jeanne te staan dan me van haar af te keren."

Is het ook die houding die verklaart waarom Amadou zich vorige maand tijdens de Pegida-betoging in Gent onder de islamtegenstanders begaf? "Ja, misschien was dat wel diezelfde reflex. Eigenlijk was ik op weg naar de tegenbetoging van Hart Boven Hard. Maar plotseling had ik een raar gevoel. 'Waarom moet ik me vandaag per se in een kamp positioneren?' We hadden net de Gentse Lente achter de rug. Er was daar 3.500 man op afgekomen en de jonge artiesten die daar op het podium stonden, hadden zowat alle grenzen doorbroken die je kunt doorbreken. Ze brachten hiphop, rai, klassiek, poëzie, Nederlands-talig, Arabisch, Gents, Turks, Engels.

Pegida-mensen

"Ik was nog een beetje in de roes van die fantastische dag en had veel goesting om nog wat meer barrières te doorbreken. Waarom ga ik niet eens met die Pegida-mensen praten, dacht ik. Ik was nieuwsgierig naar hun standpunten, wou van hen horen waarom ze zo'n angst hadden van de islam. Ja, misschien wou ik hen wel duidelijk maken dat ik een vrouw ben die ondanks haar achtergrond voor zichzelf kon opkomen. Dat ik niet bang voor hen was. Maar ik wou hen vooral vertellen dat ik een moeder ben van drie kinderen die zich zorgen maakt over de spanningen binnen deze samenleving."

"Wat me enorm opviel, was dat die mensen in een hermetisch wij-zijn-verhaal verstrikt zijn geraakt. Ze hadden het voortdurend over 'jullie islamieten', 'jullie vreemdelingen', 'jullie linksen'. Dat vond ik bizar want door tussen hen te gaan staan, deed ik net een poging om uit mijn kamp te treden. Hoewel ik letterlijk voor hen stond, probeerden ze me voortdurend in een knellend keurslijf te duwen. Ik leek op geen enkele manier met hen overeenkomsten te vertonen. Zeker toen ze 'Wij zijn het volk' scandeerden, leek ik geen deel uit te maken van dat volk."

"Achteraf drong pas tot me door hoe extreemrechts die Pegida-mensen wel niet zijn. Met hun discours willen ze echt wel angst zaaien. Maar nog steeds vind ik dat ik daar op dat moment moest staan. Omdat ook de gefrustreerden ruimte moeten krijgen om te praten. Het is hun democratische recht. Maar het is ook mijn recht om met hen in gesprek te gaan. Ja, ik geloof daar echt wel in. Want wat is het alternatief? Tegen Pegida zijn en aan de andere kant van de stad een fijn, multicultureel feestje bouwen? Pegida isoleren en hen laten zitten met hun frustraties?"

Tegelijk geeft Jamila Channouf ook wel toe dat het geen evidente tijden zijn om te binden en de spanningen tussen verschillende gemeenschappen weg te nemen. Charlie Hebdo, Syriëstrijders, racisme, sociale ongelijkheid, jeugdwerkloosheid: er lijkt wel een wolk vol angst en frustraties boven onze samenleving te hangen.

"Maar net dan moet je voluit voor het alternatief gaan. Na Charlie Hebdo hadden wij kunnen zeggen. Goh, die journalisten van dat satirische weekblad: dat was een blank clubje van oude, linkse journalisten waarmee we eigenlijk niet zoveel affiniteit hebben. En over de daders had ik kunnen zeggen: wat heb ik nu met die extremistische moordenaars te maken?

"Maar net als zoveel mensen, voelde ik een enorme betrokkenheid en was er een grote bezorgdheid over de impact die dit drama zou hebben. Op Facebook zag ik dat er zich een gevaarlijk debat aan het ontwikkelen was: heel snel ontstond er een wij-zij-verhaal. Iedereen begon in z'n slachtofferpositie te kruipen: de enen verdedigden het absolute recht op vrije meningsuiting, de anderen namen het op voor de moslims die zich door de spotprenten beledigd voelden. Dat loopt hier niet goed af, dacht ik.

Als burger van een stad als Gent, waar die spanningen en angsten ook leven, vonden we het noodzakelijk om iets te doen. We besloten de Gentse Lente te vervroegen en een mars te organiseren voor verdraagzaamheid, democratie en grootmoedigheid."

De kloof

Liet Channouf zich op dat moment inspireren door de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb die vindt dat moslims de plicht hebben om zich openlijk af te zetten van het geweld van extremistische geloofsgenoten? "Neen, dat was het niet. Het was vooral een vrees dat de wij-zij-kloof nog groter zou worden. Ik ben een groot voorstander van de vrije meningsuiting. Maar ik vind ook dat moslims hun religie moeten kunnen belijden, en moeten kunnen zeggen wanneer ze zich gekwetst voelen. Ik zou geen van die twee ideeën willen verliezen, en ben ervan overtuigd dat ze elkaar niet uitsluiten. Maar omdat allemaal rustig te kunnen bespreken, moeten we wel naar elkaar toegroeien. Vandaar dat ik absoluut die Stille Mars wou organiseren. Het was belangrijk om ervoor te zorgen dat de kloof niet groter werd. Dit moest een mars voor verdraagzaamheid, solidariteit en grootmoedigheid worden."

Wat er ook moge gebeuren: Channouf zegt dat ze van die solidariteitsfeesten zal blijven organiseren. Maar als geen ander beseft ze dat er in de samenleving een aantal structurele problemen aanwezig zijn die absoluut moeten verdwijnen. Anders zullen we er nooit geraken, zegt ze. "Iedereen heeft het nu over de Syriëstrijders. Maar voor mij is dat niet nieuw. In Borgerhout heb ik de opkomst van de salafisten van heel dichtbij meegemaakt. Ik zag hoe jonge mannen steeds nauwer bij die beweging gingen aanleunen en radicaliseerden. En ik kan hun gevoelens ook plaatsen. Bij de mannen van de tweede en de derde generatie heerst er een gevoel van onmacht en een gebrek aan eigenwaarde. Als er dan een radicale groep passeert die dat gevoel van eigenwaarde wél kan versterken, wordt de neiging heel groot om zich daarbij aan te sluiten.

"En voor een aantal leidt dit dan tot de beslissing om dit bodemloze bestaan in België vaarwel te zeggen en in Syrië te gaan vechten. Ik leef al jaren met de angst dat het zo'n wending zou nemen. En al meer dan tien jaar zeg ik aan iedereen die met de thematiek antiracisme bezig is dat we ons niet enkel op de vrouwenemancipatie moeten focussen maar ook op de emancipatie van de jonge mannen.

Vooruit of slechter

"Ondanks diploma's en moderne en emancipatorische levensvisies merk ik dat jongeren geen duidelijke plek krijgen in deze samenleving. En dan denk ik weleens: hoe zit het nu? Gaan we nu vooruit of gaat het steeds slechter? Wordt mijn zoontje binnen tien jaar met dezelfde vooroordelen en discriminaties geconfronteerd? Als we willen dat onze samenleving echt vooruitgaat, moeten onze vaders, broers en zonen een plek kunnen vinden. Het echte racisme zit volgens mij in de manier waarop velen zich tot jongens en mannen van vreemde origine verhouden. En dat doet me pijn.

"Als ik zie hoe een ganse generatie niet is kunnen doorstromen naar het middelbaar onderwijs maar naar gesloten instellingen en de gevangenis, raakt me dat diep. Geen enkele Marokkaanse familie in Antwerpen is daarvan gespaard gebleven. Veel van die mannen zijn hun leven kwijt omdat de maatschappij niet klaar was om de tweede en de derde generatie te accepteren. Daaraan iets doen is geen onmogelijke opdracht. Want ik zie bij jongeren zoveel talenten, zoveel goesting om er iets van te maken. Het wordt tijd dat we ze meer kansen geven, meer vertrouwen, een plek."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234