Woensdag 28/10/2020

'Wel mister, ik een hoer?'

Tama Janowitz is haar wilde haren kwijt. De icoon van de kunstenaarsscene van het Manhattan van de jaren tachtig heeft zich gesetteld in het huiselijke leven van een moeder in Brooklyn. 'Ik vrees dat er nooit een andere versie van mij bestaan heeft. Ik was nooit een biseksuele, clubbende heroïneverslaafde. Ik ben niet cool, hip of fashionable. Een complete idioot, dat ben ik. Toen en nu nog steeds.'door Evy Ballegeer

'So I'm living in New York, the city, and what it is, it's the apartment situation." Dat is de zin die het titelverhaal opent van Tama Janowitz' Slaves of New York uit 1986. Het boek, de eerste verzameling korte verhalen die de bestsellerlijsten haalde sinds Philip Roths Goodbye Columbus, bombardeerde Janowitz van een 28-jarige onbekende schrijfster tot een heuse mediasensatie. Haar flamboyante uiterlijk bracht haar op de cover van New York Magazine en plots werd haar doen en laten voer voor roddelkolommen. Ze was een graag geziene gast op feestjes, werkte mee aan een video voor MTV, verscheen in Amaretto-advertenties, raakte bevriend met Andy Warhol en werd op radio en televisie opgevoerd zodra er gesproken werd over het kunstenaarswereldje, 'twentysomethings' en het leven in New York in het algemeen.

Bijna twintig jaar later ziet Janowitz er nog altijd extravagant uit. Ze opent de deur van haar flat met een roze en gele sjaal om de schouders. Een zelfgemaakte vilten hoed temt haar wilde zwarte haren. Haar rode lippen contrasteren fel met haar porseleinen huid. Wanneer ze zich even later opkrult in de fauteuil, vallen haar blauwgelakte teennagels op. De herinnering aan haar succes in de jaren tachtig maakt een zucht los. Ze denkt na en tuit haar lippen zo overdreven dat ze er karikaturaal uitziet. "Slaves maakte me wel beroemd, maar rijk ben ik er niet door geworden", zegt ze. "Ik had een voorschot gekregen van 3.500 dollar en meestal verdien je niet veel meer aan een boek dan wat ze je van te voren betalen. Die bekendheid lokte ook ontzettend veel vijandigheid uit. Maar wat kon ik doen? De telefoon stond de hele tijd roodgloeiend. Ik kon toch niet zeggen: 'Neen, ik wil geen interview geven.' Tuurlijk niet. Ik wilde het verdomde boek verkopen en opnieuw gepubliceerd worden.

"Het was vermoeiend om zoveel aandacht te krijgen. Om te schrijven moet je je kunnen focussen. Je hebt een inwendige kalmte nodig. Het was alsof ik een hond was in een kennel die plots in een familie geplaatst werd. Hey, laten we gaan wandelen. Hey, laten we de bal vangen. De hond was gewend om in een kooitje te zitten en al dat lawaai vond hij een beetje vreemd. En terug gaan naar die kooi, dat was nog veel moeilijker."

Janowitz werd gelinkt aan de brat pack generatie van Jay McInerney en Brett Easton Ellis, al vindt ze zelf dat ze niet bepaald veel gemeen hadden. "Onze boeken werden toevallig in dezelfde periode gepubliceerd en ja, we kwamen elkaar tegen op feestjes. Ik kon het wel vinden met Brett, ook al verklaarde die publiekelijk dat hij niet van mijn werk hield. En Jay McInerney noemde me een hoer omdat ik advertenties deed. Wel mister, ik een hoer? Hemingway deed reclames, Fitzgerald, Faulkner, Mailer... Waren dat hoeren?"

Haar hele carrière al moet Janowitz harde kritiek slikken. De pers maakte brandhout van de opvolgers van Slaves: A Cannibal in Manhattan, The Male Cross-Dresser Support Group en By the Shores of Gitchee Gumee. Publisher's Weekly schreef haar af als een "one-book phenomenon". Zelfs toen A Certain Age in 1999 in het buitenland goed onthaald werd, schreef Vogue: "Ze moet de definitie van satire opzoeken, haar boek herlezen en doodgaan van schaamte." "Dat ze mijn werk niet goed vonden, dat was niet mijn probleem. Kijk naar de onleesbare rommel die ze nu het beste boek van de laatste tien jaar noemen. Of kijk naar Fitzgerald. Er waren 20.000 exemplaren gedrukt van The Great Gatsby, maar bij zijn dood waren er slechts 2.000 verkocht. Hij stierf volledig platzak en het boek was een mislukking. Ik bedoel maar: wat doe je eraan? Je kunt niet veel meer dan je best doen.

"Ik denk dat ik beter zou omgaan met slechte kritiek mocht ik meer geld verdienen. De combinatie van slechte recensies en geen geld, dat is hard. Mocht je mijn inkomsten verdelen over de twintig jaar dat ik schrijf, dan zou ik al meer verdiend hebben met een baantje bij McDonald's. Ach ja. Ze zeiden dat een boek met korte verhalen niet zou verkopen, maar het werd een groot succes. En in Amerika ben je daarna haast onmiddellijk een 'has been'. Je ziet hetzelfde met muzikanten en kunstenaars. Je loopbaan wordt niet gevolgd, ze kijken alleen naar momentopnames."

Voor iemand die niet goed verdient, woont Janowitz wel prachtig. Haar man, Warhol-curator Tim Hunt, zorgt voor het leeuwendeel van de inkomsten, zegt ze. Hun penthouse is erg ruim en het uitgestrekte terras kijkt uit op Brooklyn, Staten Island en het zuiden van Manhattan met het Vrijheidsbeeld. Het appartement is gelegen in de rustige en groene buurt Park Slopes, in Brooklyn, weg van Manhattans betonnen jungle waar Janowitz haar literaire reputatie verdiende. "Toen Tim deze flat voorstelde, zei ik: 'Brooklyn? We kunnen evengoed naar Minnesota verhuizen!' Maar ik heb mijn mening herzien. Oorspronkelijk was Manhattan behoorlijk interessant. In de westside waar ik woonde, had je een gemengde raciale bevolking, maar nu is alles er zo blank, zo Starbucks. En dan kom je in deze buurt, die voornamelijk Jamaicaans en Haïtiaans is, terwijl twee metrohaltes verder vooral Guyanen wonen en verderop Oekraïners, Russen en Italo-Amerikanen. Wat ik wil van een stad, is de ruwheid en de diversiteit. De mogelijkheid om de metro te nemen en in elke wagon mensen te zien van een ander land die allemaal naar hier gekomen zijn omdat ze ambitieus zijn, omdat ze geld naar huis willen sturen. Mij lijkt het dat iedereen in Manhattan erg jong is. Ofwel werken ze op Wall Street ofwel zijn ze bezig met kunst, maar worden ze gesponsord door hun ouders. Iedereen zegt er voortdurend hoe hip en cool alles is en intussen is het er steeds onbetaalbaarder geworden. Toen ik in New York arriveerde, konden mensen nog een kamer huren, ergens in een copyshop werken overdag en 's avonds hun performance art opvoeren. Maar die dagen zijn lang voorbij.

"Toch voel ik geen heimwee naar de jaren tachtig. Nu vindt iedereen dat dé periode, maar wij vonden destijds niet dat het de beste tijd was. Iedereen ging dood aan aids. Voor ons waren de sixties het einde, en in de sixties dachten ze wellicht hetzelfde over de fifties. Ik mis Andy (Warhol, EB) wel. Hij was een lieve en steunende man. Ik mis veel mensen die toen gestorven zijn die niet hadden mogen sterven. Zo triest, zo zinloos."

In de ingang van het appartement staat een kooi waarin vier fretten liggen te slapen. De beestjes verzorgen is een van Janowitz' favoriete hobby's. De rest van haar vrije tijd gaat naar de opvoeding van haar negenjarig dochtertje Willow en naar het knutselen van lampenkappen, hoeden en sjaals. Haar leven nu lijkt wel erg ver af te staan van dat waarmee de roddelpers eind jaren tachtig haar kolommen vulde. "Ik vrees dat er nooit een andere versie van mij bestaan heeft. De pers schreef wat ze wilde schrijven. Ik was nooit een biseksuele, clubbende heroïneverslaafde. Ik ben niet cool, hip of fashionable. Een complete idioot, dat ben ik. Toen en nu nog steeds. Zelfs tijdens mijn zogezegde wilde jaren ging ik altijd naar huis om middernacht zodat ik 's morgens vroeg uit bed kon. Ik wilde nu eenmaal een schrijver zijn. Eigenlijk wist ik nooit van iets. In clubs zag ik mensen uit de badkamer strompelen met hun arm om elkaar heen en ik dacht, waarom vragen ze mij nooit mee? Ik was een echte nitwit toen."

Intussen is Nike erbij komen zitten, een Chinese naakthond. Het beestje is blind en doof en door een infarct hangt zijn tong slapjes uit zijn bek. Een lelijk ding eigenlijk, maar op een manier wel schattig. "Het was de bedoeling dat ik shows met haar zou lopen, maar al snel bleek dat er van alles mis met haar was. Eén keer heb ik aan zo'n show meegedaan. Je hebt nog nooit zo'n corrupt systeem gezien. Een van de deelnemers deed urine in het water van de hond van iemand anders, dat soort toestanden." Janowitz behandelt de hond als een baby. Ze knabbelt worteltjes voor en voedert haar stukjes malse kip. Een echte moeder is ze, en zelfs wanneer we het over politiek hebben komen haar moedergevoelens naar boven. "Ik haat Bush, ik haat hem. Maar wanneer ik de debatten bekijk en ik zie hoe belachelijk hij zich staat te maken, heb ik altijd die moederlijke reactie van 'alsjeblieft, doe dat nu toch niet'. Om eerlijk te zijn: het zien er alle twee idioten uit, maar Bush neemt duidelijk de leiding."

Eigenlijk wou Janowitz nooit schrijver worden. Ze had gezien hoe moeilijk haar moeder het had om als dichter aan de bak te komen en zelf wou ze een deftig loon verdienen. "Ik kom van een erg arme achtergrond en toen mijn ouders scheidden hadden mijn moeder, mijn broer en ik helemaal geen geld. Ik wou nooit meer zo arm zijn. Intussen is mijn moeder professor aan de universiteit van Cornell. Ze ontmoedigde me nooit in mijn schrijven, maar vroeg me wel geen dichter te worden. Als schrijver kun je tenminste nog hopen dat je boek verfilmd wordt. Het liefst was ik journalist geworden. Oorlogscorrespondent. Al was ik dan waarschijnlijk in de problemen gekomen, want ik verzin veel te graag. Maar de journalistieke wereld is moeilijk voor een vrouw. Vrouwen mogen schrijven over reizen, mode en lippenstift. Kijk naar de opiniepagina's van The New York Times. Maureen Dowd is de enige vrouw die daarvoor stukken mag maken. In mijn hele leven heeft de krant me misschien al drie keer opgebeld om een opiniestuk te schrijven en dan vertellen ze me er netjes bij waar het over moet gaan. Het is alsof ze het een beetje als een grap zien: ze was hip in 1986, laten we eens zien wat de auteur van Slaves of New York denkt over een nieuwsevent dat toen plaatsvond."

Boeken schrijven vind Janowitz een ontzettend lastige opdracht: 99 procent hard werken, 1 procent genieten van de zeldzame adrenalinestoot. Toen ze werkte aan haar recent verschenen boek, Peyton Amberg, vond ze inspiratie in Antwerpen, waar ze uitgenodigd was voor Saint Amour. "Ik had alle stukjes van het verhaal al, maar ze wilden maar niet in elkaar passen. En in een café in Antwerpen vond ik de lijm die het geheel aan elkaar hing." Het boek waar ze momenteel aan werkt, wil ook maar niet opschieten. Ze vindt het zo vervelend, dat ze er zelfs niet over wil praten. Maar misschien moet ze niet wanhopen. Dit weekend is ze immers weer te gast in België.

'In de journalistiek had ik zeker problemen gehad. Vrouwen mogen schrijven over reizen, mode en lippenstift. Kijk naar de opiniepagina's van The New York Times. Maureen Dowd is de enige vrouw die daarvoor stukken mag maken'

Tama Janowitz praat over haar boek 'Peyton Amberg', waarin ze de zoektocht van een ouder wordende vrouw naar liefde en lust beschrijft. Zondag 31 oktober, 16 uur, Architectura Links.

De literaire vereniging Behoud de Begeerte is 20. Dat wordt gevierd op zondag 31 oktober met de avondvoorstelling 'Behouden Begeerte' in deSingel in Antwerpen, aanvang 19 uur. Op het programma staan Benno Barnard, Cornelius Bracke, Walter van den Broeck, Herman Brusselmans, Hugo Claus, Jules Deelder, Jef Geeraerts, Kristien Hemmerechts, Tama Janowitz, Tjitske Jansen, Gerrit Komrij, Kees van Kooten, Tom Lanoye, Hugo Matthysen, Paul Mennes, Bart Moeyaert, Erwin Mortier, Jan Mulder, Leonard Nolens, Cees Nooteboom, Connie Palmen, Josse de Pauw, Christophe Vekeman, Annelies Verbeke, Peter Verhelst, Dimitri Verhulst. www.begeerte.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234