Zondag 13/06/2021

Wegwijs in de Brusselse lobbycratie

Je ziet ze niet maar ze zijn er wel. In de Brusselse Europese wijk werken zo'n 15.000 lobbyisten in de schaduw van de Europese instellingen. 'Een goede lobbyist oefent invloed uit zonder opgemerkt te worden', zegt Erik Wesselius van het Corporate Europe Observatory. De organisatie publiceerde zonet de Lobby Planet-gids. Met het boekje kunt u op pad door de wondere wereld van de Brusselse lobby's.

Kris Hendrickx

Het Schumannplein, 13 uur. Dit is het kloppend hart van lobbyend Brussel. Links het Justus Lipsiusgebouw, de mastodont van de ministerraad. Rechts het gerenoveerde Berlaymont. Eurobedrijvigheid alom op de voetpaden. Mannen en vrouwen in pakken met badges lopen gebouwen in en uit. "Als het regent is het nog beter", weet Erik Wesselius. "Dan zie je de blauwe paraplu's van de Unie zover als je kunt kijken."

Onder al die bezoekers zitten nogal wat lobbyisten. Hun aantal in Brussel wordt op zo'n 15.000 geschat. Wereldwijd zou Brussel daarmee de tweede plaats bekleden na Washington. De overgrote meerderheid, zo'n 70 procent, doet lobbywerk voor bedrijven: koepelorganisaties zoals Unice (de Europese werkgeversfederaties) of individuele bedrijven als Philip Morris, dat nog maar enkele maanden zijn intrek nam op het Schumannplein. Vaak worden bedrijfsbelangen behartigd door 'public affairs'-kantoren of door advocatenkantoren, die zich in Europees recht specialiseren.

Een kleinere groep, zo'n 20 procent, behartigt de belangen van diverse overheden. De meeste landen hebben een permanente vertegenwoordiging bij de EU, maar ook veel steden en regio's. Er zijn ook nog wat sociale groepen, zoals ngo's, goed voor 10 procent van de lobbyisten. Alle hebben ze één ding gemeen: ze willen zo dicht mogelijk bij de centra van de Europese macht vertoeven.

Ook de welgestelde Duitse deelstaat Beieren is present. De delegatie palmde het vroegere pand van het Pasteurinstituut in, een soort kasteel, net achter het Europees Parlement ligt. "Lobbyorganisaties zijn bereid veel geld op tafel te leggen voor een prestigieuze ligging", zegt Erik Wesselius. "Het gevolg is dat alles dat vrijkomt in de buurt de instellingen direct wordt ingepalmd door lobbyorganisaties."

Lobbyisten houden van prestige, maar ook van discretie. Bij Unice in de Kortenberglaan hing twee jaar lang geen naam en is voorlopig een klein bordje aangebracht. En tabak- en voedingsgigant Philip Morris mag dan wel een prominente stek hebben op het Schumannplein, de naamsaanduiding beperkt zich tot een minuscule vermelding op de bel. "Een goeie lobbyist oefent invloed uit zonder op te vallen", weet Wesselius. "Vaak is het zo dat je pas in de hal merkt wie in het gebouw zit. Of dat je aan het onthaal moet vragen of je juist bent."

In de Kortenberglaan wemelt het van lobby-ecosystemen, zoals Wesselius ze noemt. "Vaak zie je nationale clusters ontstaan, met bedrijven uit één land in hetzelfde gebouw." Niet ver van de Unice-vestiging zit zo'n ecosysteem. Nummer 118 wordt onder meer betrokken door voedingsgigant Unilever. Daarnaast zitten er ook enkele van de prominentste public affairs- en pr-kantoren. Het pr-kantoor Burson-Marsteller (45 werknemers in Brussel) is allicht een van de controversieelste. Onder zijn klanten telde het kantoor met hoofdzetel in New York de voorbije jaren de Saoedische koninklijke familie (die de smet van 11 september wilde wegwassen) en de militaire dictatuur in Birma. Sinds 2002 wordt de Brusselse vestiging gerund door David Earnshaw, lange tijd lobbyist voor de farmaceutische industrie en na een korte tussenstop bij Oxfam bij Burson-Marsteller aanbeland.

Wie de naamplaatjes in het portiek van de Kortenberglaan bestudeert, kan iets leren over hoe Eurolobbying werkt. Op hetzelfde plaatje van Burson Marsteller staat de 'Bromine Science and Environmental Forum' (BSEF) vermeld. Bromium is een chemisch product dat gebruikt wordt als brandvertrager. Het product is echter gevaarlijk voor de mens mensen en wordt vaak met ddt en pcb's vergeleken. Achter de ogenschijnlijk neutrale of zelfs ecologische doelstelling van het BSEF gaat volgens Wesselius Burson-Marsteller zelf schuil. En die lobbyen dan weer direct voor de chemische industrie.

"Dit is maar één voorbeeld", zegt Wesselius. "Lobbyorganisaties richten façadeorganisaties op die de schijn van neutraliteit of een publiek debat moeten wekken. Zogenaamd informatieve en onafhankelijke websites, die gefinancierd worden door een lobby, zijn echt geen uitzondering. De Europese procedures zijn ook zo ingewikkeld en technocratisch dat er nauwelijks een Europese publieke ruimte is. Voor lobbyorganisaties is zo'n universum de gedroomde voedingsbodem: ze zijn net heel goed in dat soort technische dossiers."

Een essentiële schakel in de Brusselse lobbycratie zijn de denktanks. Centra als het European Policy Centre of de New Defence Agenda geven zich uit als neutrale organisaties die het debat rond de meest uiteenlopende Europese thema's willen aanzwengelen. Het prestigieuze European Policy Centre telt onder zijn leden zowel ngo's als bedrijven. In de praktijk blijkt vaak dat de financiële middelen in hoofdzaak van de bedrijfswereld komen. Debatten bijwonen kost een pak geld, zodat het publiek in de praktijk veelal uit een selecte kransje van diplomaten en bedrijfslobbyisten bestaat.

Dat lobbywerk zijn vruchten afwerpt staat buiten kijf. Illustratief is hoe de European Round Table (ERT), een club van invloedrijke zakenlieden op leeftijd, de Lissabon-agenda bepaalde. Voor België behoorden Etienne Davignon, André Leysen en Daniël Janssen (Solvay) lange tijd tot de cirkel. Op de Europese top van Lissabon in 2000 besloot de Raad dat de EU tegen 2010 de meest dynamische en concurrentiekrachtige regio ter wereld moet worden. Aan die beslissing ging een decennium van actief lobbyen vooraf. Via de Europese werkgeversfederatie Unice, maar ook door de vriendschappelijke contacten tussen ERT-leden en toppolitici. Elke voorjaarstop staat sindsdien in het teken van het halen van die doelstelling. Ngo's hekelen de keerzijde: concurrentiekracht is het gedroomde argument tegen elke verscherping van sociale of milieuregulering.

De Lobby Planet-gids vermeldt ook Reach, een ambitieus Commissie-project dat tal van niet-geteste maar verkochte chemicaliën wou registreren en onderzoeken. De chemische lobby schoot met scherp op het project. De uitvoering ervan zou immers de Lissabon-agenda in gevaar brengen. Het Reach-voorstel werd geamputeerd, de weerstand uit de chemiesector duurt voort.

Niet iedereen staat zo negatief tegenover de Brusselse lobbyfauna. De Rotterdamse hoogleraar en 'lobbydeskundige' Rinus van Schendelen vindt dat nationale lidstaten wat kunnen leren van het Brusselse systeem, zo schrijft hij in zijn boek Macchiavelli in Brussel. De Europese Commissie telt 22.000 ambtenaren. Dat is heel wat minder dan de meeste lidstaten Alleen al op het federale niveau telt België er zo'n 60.000.

De Brusselse bureaucratie kan volgens van Schendelen maar zo klein blijven doordat ze voortdurend input krijgt van belangenorganisaties. Die nemen de rol over van een ondersteunende bureaucratie. De Europese instellingen zijn in hoge mate afhankelijk van de informatie die lobbyorganisaties ze doorspelen. Van Schendelen ziet het lobbygebeuren meer als een vrije markt van ideeën. Uiteindelijk is er eerlijke concurrentie en kan iedereen ervoor kiezen lobbywerk te doen, stelt de hoogleraar. Wie het democratisch functioneren van de EU wil verbeteren, moet volgens Van Schendelen voor zorgen voor meer en betere lobby's in Europa.

Wesselius is het niet eens met die analyse. "De concurrentie is niet eerlijk. Om te beginnen heb je het numerieke overwicht van de bedrijvenlobby's. Kijk naar de chemie-industrie. Voor de coördinatie van de chemielobby alleen al werken 140 mensen in Brussel. Zonder de afzonderlijke bedrijvenlobby's gerekend. Ngo's kunnen minder rekenen op netwerken in de lidstaten of bestaande internationale structuren. Multinationals hebben die traditie wel."

"Voor Commissie- en parlementsleden is het ook lang niet altijd duidelijk met wie ze te maken hebben. Als een privé-bedrijf lobbywerk doet, is dat een investering die geld oplevert, zelfs al kost een lobbyist per uur al snel zo'n 500 euro. Bij een ngo niet. Het minimum zou wel een veel grotere openheid zijn. Het publiek heeft het recht te weten wie wanneer bij welke overheid lobbywerk doet."

Info over de Lobby Planet-gids: ceo@corporateeurope.org

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234