Zaterdag 17/04/2021

Weggedeemsterd

Hoe spraakmakend ze ooit was, valt pas ten volle op tijdens het doorbladeren van het knipselarchief

En vorige week ging ook Mireille Cottenjé dood. Kanker. Tweeënzeventig jaar. Een korte vermelding op het tv-nieuws. Het duurde enkele seconden, Mist en Eeuwige zomer werden genoemd als haar bekendste titels.

Ik had de schrijfster de afgelopen jaren weleens ontmoet, maar eigenlijk nooit gesproken. Erger nog, ik had al langer dan twintig jaar geen boek van haar nog ingekeken, laat staan gelezen. Laten we voorzichtig stellen dat ik haar niet meteen de grootste schrijfster vond.

Als literair auteur was ze al lang dood, weggedeemsterd terwijl ze nog volop in leven was. Ze hoorde bij de vroegere generatie, de voorbije tijd. Haar naam dook nooit meer op in artikels of overzichten, alleen op literaire feestjes werd er een zeldzame keer nog een belegen grapje over gemaakt, vooral door oudere literatoren: een smakeloze woordspeling; humor uit de tijd van toen ze nog een naam was, een beroemde zelfs beruchte schrijfster.

Wisselspoor, haar laatste roman, verscheen in 1991 en werd toen al nog nauwelijks besproken. Ik heb het boek - over een zeventienjarig meisje dat ongewenst zwanger wordt - niet gelezen, maar toenmalig criticus Jooris van Hulle vond het, blijkens een ook al belegen recensie, "al bij al een erg middelmatige roman, die veel ineens wil zeggen, maar uiteindelijk nauwelijks tot verder nadenken aanspoort".

Ooit was het anders. Cottenjé was een literaire coryfee, hét voorbeeld van de vrijmoedig schrijvende vrouw. In die mate zelfs dat de macho-dichter Paul Snoek in een interview beweerde dat hij die feministische wijven "à la Mireille Cottenjé" niet kon uitstaan. (Wat volgens haar overigens niet klopte. Ze hadden elkaar graag, en ze vertelde dat Snoek tijdens haar bezoekjes weleens genoeglijk kokkerelde terwijl zij met zijn vrouw keuvelde.)

In de omgang bleek ze een aardige vrouw te zijn. Tijdens de voorbereiding van een bomspotting-actie van schrijvers in Kleine Brogel, een vijftal jaar geleden, zag ik haar rustig zitten in een hoekje van de zaal. Als een kleine, grijze mus tussen de opgewonden kraaiende jonge springers. Ze bemoeide zich niet met de nieuwe generatie, die zich al evenmin bekommerde om haar, een relict uit vroegere tijden. Maar ze was wél aanwezig, en geëngageerd was ze al toen vele collega-actievoerders nog in korte broek rondliepen.

Hoe spraakmakend ze ooit was, valt pas ten volle op tijdens het doorbladeren van het knipselarchief. Als eerste Vlaamse schreef ze rechttoe rechtaan over seks en verlangen, over vrijheidsdrang en antiburgerlijkheidszin. Vlaanderen was nog een ander land toen ze in 1968 debuteerde met haar eerste 'belijdenisroman', Dagboek van Carla. Echtscheiding was toen nog een modern literair onderwerp.

In de jaren zeventig was de bekentenisliteratuur en vogue in Vlaanderen. Hoogleraren gewaagden zelfs van een tendens. "Schrijven is voor Cottenjé steeds therapie en zelfverdediging", stelde Hugo Bousset, bijvoorbeeld, in Grenzen verleggen. Hij vond Eeuwige zomer (1969) een "vlekkeloze en aangrijpende roman", terwijl Lava (1973) volgens hem dat niveau niet haalde, onder meer door een "betwistbare compositie".

Bousset, later pleitbezorger van het postmodernisme, bleef lange tijd zijn liefde voor het belijdenisproza belijden. "Naar een nieuw boek van Mireille Cottenjé kijk ik altijd met nieuwsgierigheid uit", schrijft hij in 1979 over Mist. Hij vraagt zich af waarom: is het "omdat zij de Madame de Staël van de Vlaamse letteren is" of "omdat ze dezelfde lavastroomstijl produceert als Jef Geeraerts, zonder die pseudo-poëtische vaagheid, die de boeken van andere vrouwelijke schrijfsters omfloerst en de scherpe kanten ervan afrondt"?

Cottenjé zelf zwoer bij het onverhuld autobiografische, volgens haar was authenticiteit het belangrijkste. Verder herhaalde ze almaar in interviews dat "de pen" haar "beste psychiater" was.

Ze volgde altijd haar hart, benadrukt Hilde Sabbe in een herdenkingsstuk in Het laatste nieuws. De journaliste getuigt van haar kennismaking met de romans in de jaren zeventig: "Ik had nog nooit een vrouw zo openhartig over haar verlangen, haar hunkering naar een mannenlijf horen praten of schrijven." Haar boeken waren herkenbaar, aldus Sabbe, en Cottenjé wou "geen fraaie zinnen schrijven, maar heilige huisjes omverwerpen, wakker schudden, aanklagen en ontroeren".

De appreciatie veranderde in het begin van de jaren tachtig, toen het literaire klimaat ineens wijzigde. Coryfeeën zoals Ruyslinck en Vandeloo werden van hun voetstuk gehaald. Een nieuwe generatie zelfbewuste jongeren, met aandacht en feeling voor stijl en taal, begon zich te roeren. Een van die jonge bravourehonden, Tom Lanoye, publiceerde scheldkritieken, en Cottenjé was een makkelijk doelwit: "Zij kan niet schrijven!", poneerde Lanoye: "Dit is geen schrijfster, dit is ook geen minnares, hier is een slagersdochter aan het woord."

Gelijkluidende kritieken klonken van minder op polemiek beluste critici. 'Eerlijkheid is niet genoeg', zo titelde Knack een recensie over De verkeerde minnaar (1982). Recensent Sus van Elzen beweerde eveneens dat Cottenjé niet kon schrijven: "Er zijn over de gekste dingen goede verhalen geschreven. Maar niet door Mireille Cottenjé."

In deze krant schreef Jos Borré in 1987 dat ze helaas alles - ook de literatuur, ook het Nederlands - opofferde aan een zo getrouw mogelijke weergave van de werkelijkheid. Hij eindigde met: "Mireille Cottenjé schrijft zoals ze blijkbaar leeft: te snel, te luidruchtig, met te weinig zelfkritiek en zelfrespect."

Ik begrijp de vergelijking, maar toch denk ik dat haar leven boeiender was dan haar schrijfsels, dat ze de kunst om intens te leven - tot op het einde bleef ze gepassioneerd reizen - beter verstond dan de wetten van de literatuur. Maar evengoed is de schrijfster dood.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234