Dinsdag 17/09/2019

Weg van België

'Ik had dit project nodig om straks opnieuw te kunnen vertrekken.' Na reizen door Congo en het Midden-Oosten keek fotograaf Cédric Gerbehaye (°1977) drie jaar lang naar zijn geboorteland België. Het verbluffende resultaat is deze zomer te zien in het FotoMuseum in Antwerpen.

In de zomer van 2012 heeft fotograaf Cédric Gerbehaye het gevoel dat hij een pauze moet nemen. Hij is moe, hij wil de dingen op een rijtje zetten.

Na zijn studies journalistiek en communicatie ging hij reizen. Israël, Zuid-Soedan, Congo. Jarenlang trok hij naar conflictgebieden, naar plekken waar het gevaar bijna tastbaar was. De camera stevig om de schouder gespannen.

Hij werd lid van het agentschap VU en ontving zeven internationale prijzen voor de reeks Congo in Limbo, waaronder een World Press Photo Award en de Olivier Rebbot Award van de Overseas Press Club of America. Zijn portret van rebellenleider Laurent Nkunda maakte hem wereldberoemd.

Toch is het tijd voor introspectie, beseft hij. Hij zit in zijn flat in de Verbindingslaan in Brussel waar dagelijks geluiden van wanhoop en woede binnenvallen, afkomstig uit de gevangenissen van Sint- Gillis en Vorst. De voor zijn deur geparkeerde auto's van bezoekers, het geroep van gedetineerden 's nachts: Gerbehaye voelt zich tegelijk betrokken en verwijderd. Zit hij tussen hen of is hij buitenstaander? Ruimer: wat is zijn plaats, zijn identiteit in de wereld van vandaag? Waalse vader, Nederlandse moeder met Indonesische roots, in Brussel geboren en in de wereld opgegroeid: waar is hij thuis?

Die vragen zijn het vertrekpunt van een nieuw journalistiek onderzoek dat hem voor het eerst naar België doet kijken, het geboorteland waarin hij nooit eerder werkte. Waar hij zelfs de weg niet vindt: bij de start van het project, dat snel de titel D'entre eux krijgt, verdwaalt hij meermaals op de Brusselse ring.

In Kivu is hij kind aan huis. België kent hij niet of nauwelijks.

Innerlijke zoektocht

Voortgedreven door de moeilijke regeringsvorming van 2010 en 2011 gaat Gerbehaye aan de slag. Hij wil gewone levens onderzoeken, luisteren naar de zorgen om werk en de toekomst van de kinderen, kijken naar de nood aan vertier. Werken rond België als natie vindt hij te pretentieus. Voldoende grote fotografen zijn hem daarin voor geweest. Hij focust liever op de mensen die in België leven.

En op zichzelf, ook dat is onvermijdelijk. Bovenal is D'entre eux een innerlijke zoektocht. Hoe reageert hij op het land dat hij niet kent? Wat raakt hem?

Een rode draad heeft hij niet. Tenzij misschien: de condition humaine. Hij start zijn onderzoek in Antwerpen, bij de dokwerkers in de haven. De Luikse staalarbeiders volgen snel. Twee zware beroepen, recht in het hart van de Belgische economie, met vooral in Luik meer verleden dan toekomst. De Waalse industrie als symbool voor België, dat is wat Gerbehaye interesseert.

Een staalarbeider vertelt hem: "Door mijn aders stroomt geen bloed, maar vloeibaar staal." Gerbehaye voelt dat hij juist zit. Een man die na twintig jaar zwoegen en zweten nog zoveel passie toont, die wil hij portretteren.

Drie jaar rijdt Gerbehaye rond. Hij neemt zijn auto en vertrekt. Soms voor drie dagen, soms voor twee weken. Hij houdt halt in Doornik en Binche, in La Louvière en op het festival van Dour. Ook op de renbaan van Kuurne en in Merchtem maakt hij beelden. Vlaanderen, Brussel en Wallonië, een België zonder grenzen wil hij tonen. Een land van vroeger, een land van nu.

Een verweerde kop, de zakken cacao in de laadbak van het schip, de massieve flank van het mannelijke rund, een landkaart haast.

Clichés gaat hij uit de weg. Als zoveelste fotograaf het surrealisme tonen, stationscafés en carnaval, het onbestemde gevoel dat 'belgitude' heet: het zegt hem allemaal bijzonder weinig.

Tegen de haren in wil hij strijken. Hij wil de waarheid tonen, de werkelijkheid, hoe hard soms ook. Uiteraard in zwart en wit.

De beroemde uitspraak van de Franse journalist Albert Londres houdt hij steeds voor ogen. "Ons doel is niet om te behagen", zei die, "maar om de pen in de wond te steken."

Binnen de drie meter

Gerbehaye komt dichtbij. Alle foto's uit D'entre eux, het boek en de gelijknamige expo die nu in het Antwerpse FotoMuseum (FoMu) en later dit jaar op Mons 2015 loopt, zijn binnen een straal van drie meter van het onderwerp gemaakt. Zo dicht zit hij zijn verhaal op de huid.

"Dit is Kevin", zegt hij terwijl we samen door zaal 4 van het FoMu stappen. "En dit is Charles." Hij kent hun namen, hun levens en hun verhalen. D'entre eux is een intiem project. Misschien wel zijn intiemste tot dusver. Tegelijk neemt hij afstand. In de wereld van Gerbehaye zijn mensen vaak in zichzelf gekeerd. De ogen gesloten, het lichaam in rust. Alsof de fotograaf er niet is.

"Patience is the diamant on the crown of wisdom", vindt hij. Hij blijft lang en keert regelmatig terug. Op straat in Brussel ontmoet hij Arthur, een jonge Pool die hij pas bij de derde of vierde ontmoeting fotografeert. Het bovenlijf ontbloot, de schouders los.

Er schuilt zowel droefheid als tederheid in D'entre eux.

Gerbehaye heeft een zwak voor mensen die een beetje buiten de mainstream staan: gedetineerden, geestelijk zieken, mensen zonder masker. Waarheid en werkelijkheid is wat hem raakt. Het mag allemaal niet te netjes zijn, niet te afgelikt. Eén keer maakt hij een portret terwijl uit de boxen loeihard 'Kashmir' van Led Zeppelin knalt. "Bij deze mensen", zegt hij, "voel ik me op mijn plaats."

Ook zoomt hij graag en vaak op handen in. Op de ringen van de geestelijken tijdens de Doudou in Mons. Op de omhelzing van twee vrouwen, opgesloten in Vorst-Berkendael. Hij weet zelf ook niet wat de symboliek achter die handen is. Allicht wil hij tonen dat zelfs in de moeilijkste omstandigheden, in het hardste leven, veel zachtheid verscholen zit. Dikwijls verwijzen de handen naar religie, naar de katholieke kerk. De oude, grijze man op La Redoute, scherprechter in de wielerklassieker Luik-Bastenaken-Luik, heeft de handen om een paraplu gekneld, als was hij in gebed.

Gerbehaye is erg kritisch tegenover de kerk, maar heeft ook gezien dat religie in België nog erg aanwezig is. Hij kon er niet omheen.

Het zijn vaak details die hem overtuigen om af te drukken. Het Nike-logo op de pet van de jongen in Charleroi. De twee huisnummers op de gevel van het kleine arbeidershuisje. De kettingen op de zandzakken aan de voet van de IJzertoren.

Die details maken het verhaal.

Bolivia

"Voilà", zegt hij als we alle foto's hebben bekeken. "Dit is het. Dit is het resultaat van mijn eerste onderzoek in België. Ik heb de mensen op dezelfde manier willen portretteren als voorheen in Congo of Palestina. Hopelijk zijn de reacties even goed."

Hij vertelt nog dat hij zonder de vele reizen naar het buitenland hier nooit aan had kunnen beginnen. En dat hij dit project ook nodig had om straks opnieuw te kunnen vertrekken. Volgende maand gaat hij voor het eerst naar Zuid-Amerika, naar Bolivia. Wat erna komt, weet hij niet. "Maar", zegt hij, "wat ik wel weet, is dat ik met fotografie de juiste keuze heb gemaakt. Het geeft me vrijheid, hoe lastig het soms ook is. Die keuzemogelijkheid is voor mij de echte luxe van het leven. Het is het grote verschil met zo goed als alle mensen die ik tot nog toe heb gefotografeerd. Ik heb kunnen kiezen, zij niet."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234