Zondag 29/11/2020

Weg met de muzen van de goede smaak

Beeld UNKNOWN

Het huidige subsidiesysteem kan alleen 'het correcte' belonen. Jean-Pierre Rondas is een voormalig Vlaams radiomaker voor de klassieke muziekzender Klara van de VRT.

Met zijn twaalven zijn ze, de commissies die voor de Vlaamse cultuurminister moeten beoordelen of een gezelschap, een ensemble, een orkest, overheidssteun mag krijgen. Elk van deze groepjes bestaat uit gemiddeld twaalf leden. Twaalf dozijn maakt samen een gros: 144 voor wie dat ontgaan was. Twaalf commissies, dat is meer dan de Grieken muzen hadden - namelijk negen. Er was toen nog geen muze voor multidisciplinaire kunstencentra bijvoorbeeld, of een muze die 'sociaal-artistiek' heette. Ook van een 'ad-hoc muze voor creatieopdrachten' is er uit de oudheid niets overgeleverd.

Het zijn deze moderne, Vlaamse muzenzonen en -dochters die dezer dagen hun verdict doen toekomen bij de honderden gezelschappen, werkplaatsen, festivals, of kunsteducatoren die om het manna hebben gesmeekt. En van deze beoordelingen zijn er een paar uitgelekt. Ik heb er ook enkele gezien. Deze teksten doen me denken aan het genre van de restaurantbeoordeling. Of aan omschrijvingen van wat de wijn allemaal uitricht met je tong, je mond, en je neus. Ook daar is het een kwestie van smaak, en die kan je slechts metaforisch uitdrukken. De smaak staat hier centraal - de gemiddelde smaak van de 144 dan nog - en het is maar de vraag of de smaak daar in dat veld van de subsidietoekenning zo centraal moet blijven staan.

Bart Caron is er onlangs van geschrokken, want in de twaalf maal honderden adviezen ziet hij een rode draad van Ariadne (geen muze). De beoordelaars keuren goed wat hip, straf, modieus, contemporain, stedelijk en avant-gardistisch is, en ze keuren af wat dat niet is. En ze doen dat, schrijft hij, omdat ze zelf tot een soort inner circle van de kunstwereld behoren - en daar nog een tijdje willen blijven. Zo dringen ze hun goede smaak niet alleen aan anderen op, maar verheffen hem, als 'juiste' smaak, ook tot richtsnoer. Want daaraan meten ze af wie subsidies blijft krijgen, wie er als nieuweling voor het eerst krijgt, en vooral wie er geen meer krijgt. Om welke criteria gaat het?

Om dat te weten te komen, hoeven we zeker niet al die duizend rapporten te lezen. Die vallen toch maar in herhaling. We kunnen evengoed gissen naar de redenen waarom deze commissies doen wat ze doen zonder dat ze zelf al te goed beseffen waarom ze dat doen.

Beste leden van het gros, laten we even oplijsten wat u inzake kunst gelooft. Uw impliciete, nooit verwoorde kunstpremissen.

Ten eerste denkt u natuurlijk dat kunst iets aparts is. En iets geheimzinnigs. Kunst heeft een aura. Niet dat dit grondgevoelen enige consequenties heeft voor de subsidiabelen, maar u ontleent er zelf een soort aura aan.

Ten tweede past u op kunst de manageriale principes toe die u onwillekeurig op om het even welk mediabedrijf toepast: het moet permanent vernieuwen, voortdurend reorganiseren, en genadeloos verjongen. In al wat u schrijft komt deze trias voor: ontken het niet!

Ten derde: kunst leidt tot dialoog. Kunst IS dialoog. Kunst leidt tot diversiteit. Kunst IS divers. Kunst draagt bij tot vrede. Kunst IS vrede.

Ten vierde, afgeleid uit nummer drie: kunst is een interventie, en moet ook interveniëren. In de door u gewenste richting wel te verstaan. Wat dat in concreto betekent kunt u zich nauwelijks voorstellen, maar u denkt het. Kunst 'doet uitspraken' over maatschappij en politiek. Kunst neemt stelling. Als dusdanig bevordert kunst de democratie. Meer zelfs, 'eigenlijk' valt kunst samen met democratie. Of niet soms?

Samenvattend: u bevordert kunst omdat u denkt dat kunst een 'ghost in the machine' is.

Maar dat blijft allemaal impliciet.

In zijn stuk gaat Bart Caron u zelfs beklagen omdat u moet werken zonder visietekst van de minister. Maar hoe moet die sympathieke juriste en cultuurminister dat in 's hemelsnaam doen als u het zelf niet eens doet? Waarom schrijven de twaalf subsidiecommissies niet elk apart een visionaire tekst waaraan ze de subsidieaanvragen elk op hun terrein kunnen toetsen? Ik heb het antwoord al gegeven: dat doen ze niet want ze kunnen het niet, en ze durven het niet. Ze durven wat ze denken en doen niet te expliciteren omdat ze dan zelf met hun conserverende, nivellerende en achterhaalde avant-gardeposities van hun inner circle worden geconfronteerd. Caron heeft gelijk.

Maar u kunt ook niet anders. Men heeft ervoor gekozen uw twaalf groepjes te installeren precies om geen beleid te moeten voeren. Om de keuzes als het ware democratisch uit het veld (wat zeg ik, uit de sector!) te laten opborrelen. Men heeft tegen de keuze gekozen. Zo laat de subsidiërende overheid zich inderdaad leiden door... de goede smaak. Het resultaat kan niet anders dan een 'correcte' kunstenpolitiek zijn. Dan steunt u vanzelf voornamelijk datgene wat de wereld op een even correcte manier bevraagt - in plaats van datgene te steunen wat de wereld op een dissidente manier bevraagt. U kan dat niet begrijpen. Het correcte kan zich het dissidente niet eens voorstellen.

Het zal u duidelijk zijn dat ik vind dat het tijd is voor een nieuwe lei. Terug naar die aartsmoeilijke oefening van de kwaliteitscriteria als correctie op het automatisch correcte wat nu overheerst. Zie het nieuws: uw uitschuivers worden te talrijk. We hebben een uitgesproken beleid nodig dat kiest en stuurt. U mag zelfs kandideren om eraan mee te doen. In een andere omgeving zult u zich beter voelen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234