Dinsdag 15/10/2019

Interview

“Weet u hoeveel de dertiende maand in Frankrijk bedraagt? 200 euro”: Miranda Ulens (ABVV)

Miranda Ulens Beeld Illias Teirlinck

Op 1 juni werd Miranda Ulens algemeen secretaris van het ABVV. Ze trad in de voetsporen van Rudy De Leeuw. Vandaag voerde ze samen met haar militanten actie tegen het beleid van Michel I & II. “We zijn in grimmige tijden beland. Net daarom is een vakbond belangrijk.”

Sinds ze in de zomer van dit jaar algemeen secretaris van de socialistische vakbond werd, heeft Miranda Ulens amper nog tijd voor een leven buiten het ABVV. “Ik had niet gedacht dat de impact zo groot zou zijn”, zegt ze. “Ik ga alleen nog maar naar huis om te slapen. Hiervoor had ik al een druk bestaan als federaal secretaris en ondervoorzitter van de Nationale Arbeidsraad. Toen was ik een van de vier federaal verantwoordelijken en een van de zeven leden van het federaal secretariaat van het ABVV. Dat was een zeer mooie job. Nu is er al die persaandacht bij gekomen, staan de camera’s op mij gericht en zijn de verwachtingen groot. ‘Miranda gaat de vakbond moderniseren’, ‘Miranda zal ons verdedigen’, ‘Miranda zorgt voor een akkoord’.”

Als die verwachtingen nu zo hooggespannen zijn, wil dat dan zeggen dat er bij uw achterban ongenoegen leeft over het vakbondsbeleid uit het verleden?

Miranda Ulens: “Nee, dat is gewoon omdat iemand anders aan de leiding gekomen is. Mensen willen op tijd en stond verandering. Denk maar aan de laatste federale verkiezingen in 2014, toen ruim 30 procent van de Vlamingen voor de ‘kracht van verandering’ van de N-VA stemde. Mijn voorganger Rudy De Leeuw werd op handen gedragen; op ons statutair congres in mei kreeg hij niet voor niets een staande ovatie.

“Deze job is een zware verantwoordelijkheid, maar ik wist waar ik aan begon. Ik wil de waarden van onze vakbond uitdragen; die zijn nog altijd razend actueel. Ze verouderen niet, maar moeten wel naar onze tijd vertaald worden. Gewone ­mensen hebben geen boodschap aan een ingewikkelde, technische uitleg over de nieuwe wet uit 2017 voor de financiering van de sociale zekerheid. Je moet hen helder uitleggen wat de gevolgen ­zullen zijn als ze bijvoorbeeld ziek worden. Wij zijn er voor al die mensen die ziek zijn, in de ­werkloosheid belanden, op zoek zijn naar werk of in onzekerheid leven en van de ene tijdelijke job in de andere rollen. Wij vertolken hun stem. Dat is mijn taak.

“We zijn in grimmige tijden beland. Net daarom is een vakbond belangrijk. Waarom moet er zes miljard euro naar grote bedrijven vloeien, ten koste van de sociale zekerheid, zonder enige garantie op waardige tewerkstelling? Waarom wordt er beknibbeld in de openbare diensten ­terwijl er nog nooit zo’n vraag was naar meer en beter openbaar vervoer? Waarom wordt er in de gezondheidszorg geknipt? Hoe komt het dat kinderen met een lege brooddoos naar school gaan? Waarom krijgen alleenstaande ouders én twee­verdieners het steeds moeilijker om de eindjes aan elkaar te knopen? Al die mensen rekenen op de politici voor wie ze gekozen hebben, maar óók op de vakbonden. Dinsdagavond zat ik voor het eerst in deze functie in een debat met ondernemers. Ik was verbaasd over het foute beeld dat die mensen van ons hebben.”

Ondernemers van grote bedrijven?

“Nee, kleine zelfstandigen met telkens een man of vijftien in dienst. Bedrijfjes die te klein zijn voor een vakbondsvertegenwoordiging. Ik voelde vooral onbegrip. Zij kennen ons alleen maar uit de krant. Aangezien wij de voorbije vier jaar vooral in het verweer kwamen tegen de maatregelen van de regering-Michel I, lazen ze enkel over ons verzet.”

In 2010 zei N-VA-voorzitter Bart De Wever op een vergadering van Vlaamse partijen: ‘VOKA is mijn echte baas. Als VOKA niet tevreden is, ben ik niet tevreden.’

“Voilà. Intussen hebben we begrepen dat álle werkgeversorganisaties zijn baas zijn. Want ze hebben hem nu allemaal gesmeekt om een ­compromis over het VN-migratiepact te ­aanvaarden en in de regering te blijven. Of om op zijn minst nu de steun van zijn partij te geven aan de sociale en economische maatregelen die de minderheidsregering van Michel II wil nemen. Dat debat dinsdagavond met die ondernemers was een aparte ervaring.”

Bits?

“Het was niet vanzelfsprekend. Iedereen gaf zijn mening en vervolgens verdedigde ik het vakbondsstandpunt. Ze vroegen: ‘Heb je ooit al eens akkoorden met werkgevers afgesloten?’

“Natuurlijk, alleen lees je daar zelden iets over. Mijn tegenspelers waren oudere ondernemers en ik probeerde hen te overtuigen van het grote belang van een structurele financiering van onze sociale zekerheid. Naar aanleiding van onze ­nationale actiedag op vrijdag gingen heel wat van hun vragen over het pensioen. ‘Waarom zijn jullie zo gekant tegen die leeftijdsgrens van 67?’ Wij ­vinden dat mensen na een lange, soms zware loopbaan in goede gezondheid op pensioen moeten kunnen gaan. Vroeger was er een pensioenbonus: wie langer bleef werken, werd daar financieel voor beloond. Dat systeem werd afgeschaft, maar er kwam niets in de plaats.

“Vier jaar lang zei de regering: ‘De pensioenleeftijd gaat omhoog, maar we zullen zorgen voor verzachtende maatregelen’. Die zijn er nooit gekomen. Ze schoven de hete aardappel door naar de sociale partners. Wij wilden daar gerust over onderhandelen, maar dan wel in volle vrijheid. Dat kon niet, want de regering bakende op voorhand de grenzen af. De pensioenmaatregelen die deze regering genomen heeft, zijn besparingsmaat­regelen maar vertolken totaal geen visie op hoe het einde van onze loopbaan geregeld zou moeten worden.”

U vindt dus ook dat er goed nagedacht moet worden over een hervorming van ons ­pensioenstelsel?

“Ja, alleen doe je dat niet voor het oog van de camera. Je hebt dan als regering vertrouwen in de sociale partners en je geeft hen tijd. Maar je stelt ze niet vanaf de eerste dag van de regeerperiode met de verhoging van de pensioenleeftijd voor een ­voldongen feit. Dat stond trouwens in geen enkel verkiezingsprogramma. Integendeel, ze hadden zich allemaal expliciet geëngageerd om die op 65 te houden.”

Betalen we nu niet de prijs uit het verleden? Misschien werd er de voorbije decennia te gul met vervroegde opruststelling gestrooid. Ik ken onderwijsmensen die niet eens zo heel lang geleden op hun 55ste met pensioen gingen. En werknemers die dankzij het vermaledijde ­brugpensioen op hun 57ste de baas vaarwel zwaaiden.

“Ik heb zelf brugpensioenen onderhandeld vanaf 50 jaar. Daar was ook een reden voor: de onderneming herstructureerde en de werkgever zag een deel van zijn werknemers liefst vertrekken. Het brugpensioen kent een hele geschiedenis, maar het feit dat dat stelsel ooit bestaan heeft, is toch geen reden om voortaan iedereen tot zijn 67ste te laten werken?

“Tezelfdertijd worden alle maatregelen gekortwiekt die het einde van de loopbaan draaglijk maken en worden de inkomsten voor de sociale zekerheid structureel uitgehold. Die sociale zekerheid is meer dan louter pensioenen. Een derde van de uitgaven gaat naar gezondheidszorg. Daar ­worden mensen dan weer geconfronteerd met nog langere wachttijden. Of ze riskeren in een soort van tweedeklassegeneeskunde terecht te komen als ze zich geen hospitalisatieverzekering kunnen permitteren.”

Volgens u staat vandaag de welvaartsstaat onder druk zoals die na jaren van soms harde syndicale strijd opgebouwd is?

“Onze welvaartsstaat én het collectief sociaal overleg staan onder druk. Dat is echt iets van de laatste vier jaar. Dit hebben we nooit eerder meegemaakt. Vakbonden en werkgevers mogen niet meer vrij collectieve akkoorden afsluiten over het einde van de loopbaan, lonen, sociale zekerheid of arbeidsflexibiliteit.”

Vrijdag is een dag vol vakbondsactie; de voorbije weken waren er de spontane acties van de gele hesjes. Wat vindt u van dat fenomeen?

“De gele hesjes zijn gegroeid uit een rationele bekommernis van gewone mensen: ‘Hoe kom ik tot het einde van de maand rond? Heb ik genoeg koopkracht?’ Hun ongenoegen was zo groot dat ze op straat kwamen; wij ventileren ons ongenoegen op vrijdag. Maar dat is niet de enige dag waarop we onze stem laten horen. Wij komen als georganiseerde vakbond niet alleen op voor de koopkracht van onze leden, maar voor iedereen.”

Hebt u de sociale-media-accounts van de Belgische gele hesjes al eens goed bekeken? Radicaal-rechts gedijt er bijzonder goed. De verboden Mars tegen Marrakech van Schild & Vrienden-leider Dries Van Langenhove kan er op veel steun rekenen.

“Bij het protest van de gele hesjes is de grond van de zaak ook het gebrek aan koopkracht. Maar is het dan aan mij om daar een waardeoordeel over uit te spreken? Wij verzetten ons op onze manier en we vertegenwoordigen 1,5 miljoen vakbondsleden. Dat is toch niet niks? We hebben betogingen georganiseerd met tienduizenden deelnemers. Maandagavond stonden er zeven gele hesjes te protesteren voor de logistieke ingang van AB Inbev in Leuven. Zeven. Vrijdag voeren wij opnieuw massaal actie om onze stem te laten horen en om te tonen dat er wél een alternatief mogelijk is.

“Op het moment dat dit interview in de krant verschijnt, zal duidelijk zijn of onze acties geweldloos verlopen zijn. Als het van onze mensen afhangt, is dat zeker zo. Ik heb fantastische herinneringen aan onze eerste grote betoging tegen het beleid van deze regering, 6 november 2014. Ik liep vooraan en voelde die dynamiek. Tot ik vanuit de zijstraten mensen met zwarte bivakmutsen zag komen, de beruchte casseurs. Toen wist ik dat er iets niet pluis was.

“Hetzelfde fenomeen zie je nu bij de spontane acties van de gele hesjes. De oproerkraaiers hebben een extreemrechts etiket. Onze militanten zijn boos en willen hun stem laten horen, maar ­schuwen het geweld. Ze weten zich te gedragen. Ze beseffen heel goed dat het onze zaak niet vooruithelpt als ze op een negatieve manier in de pers komen. Zelfs een autoband zullen ze niet meer in brand steken, want echt milieuvriendelijk kun je dat niet noemen. En dat de gele-hesjesbeweging in Frankrijk zulke proporties aangenomen heeft, begrijp ik heel goed. Weet u hoeveel de dertiende maand daar bedraagt? 200 euro. Dan is er in dat land toch een probleem?”

Verschillende gele hesjes lijken het ABVV en andere vakbonden als deel van het ­establishment te beschouwen, als ‘deel van het probleem’.

“We zorgen al zeventig jaar mee voor vooruitgang. Mensen beseffen niet altijd even goed wat voor een zegen ons sociaal zekerheidssysteem is, terwijl ze er van de wieg tot het graf mee in aanraking komen. De kinderbijslag, de ziekenzorg, het vakantiegeld, het tijdskrediet. Eigenlijk zou de sociale zekerheid in het onderwijs uitgelegd moeten worden. Want veel kinderen hebben er geen flauw benul meer van wat dat precies inhoudt. Het gaat dan niet over uitleggen aan een twaalfjarige hoe de berekening van de gelijkgestelde periodes ineenzit, maar over de fundamenten waarop ons land gebouwd is. Als ik dat op bijeenkomsten aan ­mensen vertel, zie ik ze knikken.”

Bij de acties van vrijdag richt u ook uw pijlen op de lijst van zware beroepen in de privésector. Is dat geen heilloze discussie? Wat voor de ene een zwaar beroep is, is dat voor de andere misschien niet.

“Toch niet. Werkgevers- en werknemersorganisaties hebben vier jaar geleden van de regering de opdracht gekregen om zo’n lijst samen te stellen. Wij hebben ons deel van het werk gedaan en een wetenschappelijke ­studie laten uitvoeren naar de criteria voor een zwaar beroep. Dat was onze onderhandelingsbasis. Het enige ­criterium dat de werkgevers aanvaarden, is nachtarbeid. Een van de grote problemen is dat er veel te weinig geld uitgetrokken is om mensen met een zwaar beroep vroeger op pensioen te laten gaan. Het is gewoon een besparingsmaatregel. Wij vinden dat niet ernstig.”

Bij de keuze van mensen voor een vakbond speelde ideologie vroeger een belangrijke rol. Is dat nog steeds zo?

“Ik twijfel er niet aan dat het engagement van onze vakbondsafgevaardigden wortelt in hun ideologische overtuiging. Bij de recente sociale verkiezingen bij het spoor hadden de werknemers de keuze tussen zes vakbonden. Liefst 58 procent koos voor het ACOD, onze overheidsvakbond. Als het erop aankomt, kiezen ze dus voor het huis van vertrouwen. Het mooie aan het ABVV is dat de bond de stem vertolkt van de mens op de werkvloer. Onze vakbond staat voor verdeling van de welvaart en voor goedwerkende en goed gefinancierde openbare diensten. Wij zijn voor solidariteit. Ik vind dat zo een mooi woord. Ze willen ons doen geloven dat er in België geen ­solidariteit meer bestaat. Onzin. Heb je die beelden op het journaal gezien van die jonge vluchtelinge die door de quota van de voormalige staatssecretaris voor Migratie Theo Francken (N-VA) met haar kindje in de regen op straat achterbleef? Ze werd nog erger behandeld dan een hond. Veel land­genoten waren daardoor gedegouteerd. Wij Belgen willen zulke toestanden niet. We willen dat mensen geholpen worden.”

Is de grondstroom in Vlaanderen dan niet rechts?

“Nee. Ik ben er zeker van: Vlamingen en bij uitbreiding alle Belgen zijn solidair. Kijk maar naar alle vrijwilligersinitiatieven die nu opgezet worden voor ‘De warmste week’. Een paar weken geleden kwamen hier in Brussel 75.000 mensen op straat voor het klimaat. Onze vakbond telt anderhalf ­miljoen leden. Zij sloten zich niet aan omdat ze daartoe verplicht zijn.”

Waarom sloot ú zich ooit aan?

“Mijn vader was zelfstandige, werd ziek en kwam daardoor in de problemen. Een hospitalisatie­verzekering bestond nog niet. Als kind zag ik hoe belangrijk onze sociale bescherming is. Ik werkte als loketbediende bij het toenmalige Gemeente­krediet en kon dankzij dat fantastische systeem van het educatief verlof aan de universiteit gaan studeren. Ook dat recht op educatief verlof hebben we aan de strijd van de vakbonden te danken. Met mijn universitair diploma kon ik vormingscursussen aan de zogenaamde risicogroepen in de bank geven.

“Risicogroepen waren die mensen wier job op termijn niet zeker was. In de praktijk waren dat de 45-plussers die op hun zestiende aangenomen waren. Mijn vormingscursus bereidde hen voor op een nieuwe baan in de bank. Dertig jaar lang ­hadden ze dezelfde job gedaan, waardoor ze heel onzeker waren.

Eerst en vooral moest ik hun zelfvertrouwen ­helpen opkrikken.

“In die periode groeide het besef dat ik me sociaal moest inzetten. Dat was in 1999. Een jaar later waren er sociale verkiezingen. Ik stond in het midden van de lijst van de bediendevakbond BBTK en raakte verkozen als vakbondsafgevaardigde. Als délégué voelde ik me als een vis in het water. In 2003 vroeg het BBTK me of ik vakbondssecretaris voor de sector financiën wou worden. In 2012 werd ik vakbondssecretaris voor de sector diensten voor BBTK Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV) en een jaar later verantwoordelijke voor heel BBTK BHV. Eind oktober 2014 werd ik federaal secretaris van het ABVV. Op 1 juni van dit jaar volgde ik Rudy De Leeuw op als algemeen secretaris. Een monument als Rudy opvolgen, is niet van de poes. Ik ben een heel ander iemand. Misschien was het ook tijd voor een andere stijl.”

Tijd om afscheid te nemen van de norsheid van De Leeuw?

“O nee, Rudy De Leeuw is een teddybeer. (lacht) Hij wordt op handen gedragen door onze militanten. Voor de buitenwereld kwam hij inderdaad nogal nors over, maar in de vakbond is hij een warme man. Rudy ging altijd op zoek naar compromissen en sloot veel interprofessionele akkoorden. Hij is nu voorzitter van het Europees Vakverbond. Dat wil toch zeggen dat ook in Europese vakbondskringen geloofd wordt dat hij verschillende ­strekkingen kan verbinden? Ik ken Rudy al heel lang en ik vind hem zeer beminnelijk.

“Het is trouwens door hem dat ik federaal ­secretaris werd bij het ABVV. Hij wou vrouwen meer kansen geven. Zowel de Franstalige Estelle Ceulemans, algemeen secretaris van ABVV Brussel, als ikzelf konden toen in het hoofdkwartier hier in Brussel komen werken. Van sommigen kregen we nogal denigrerende opmerkingen: ‘Jullie zijn maar bloempotten’. (lachje) Niet dat het hier voordien zo’n mannenbastion was. U herinnert zich misschien nog Anne Demelenne die van 2006 tot 2014 algemeen secretaris was, of Mia De Vits die jarenlang aan het roer stond. En dan zijn er al die andere sterke vrouwen met een verantwoordelijke functie binnen onze vakbond: Caroline Copers, Chris Reniers, Katrien Neyt.”

Het moment van de wissel, afgelopen zomer. Rudy De Leeuw geeft de fakkel door. Beeld BELGA

Vroeger was er een rechtstreekse link tussen het ABVV en de sp.a. Hoe is dat vandaag?

“In de jaren 90 was er de ontzuiling. Ik ben nog lid van de sp.a en zit als observator in het partij­bureau. We koesteren dezelfde waarden. En ik blijf erop hameren dat er zonder socialisten geen ­sociaal beleid kan zijn.”

De sp.a zit in een zware crisis.

“Sp.a is sp.a. Ik ben fier als een gieter op een integere politica als Meryame Kitir. Zij stamt net als ik uit Limburg, stond daar jarenlang bij Ford Genk als arbeidster op de werkvloer. Ze was daar ook vakbondsafgevaardigde voor het ABVV. Nu is ze fractievoorzitster van de sp.a in het federaal ­parlement. Dat is toch magnifiek?”

Houdt u ook contact met de radicaal-linkse Partij van de Arbeid?

“De PVDA is de PVDA. Kijk, mijn plaats als ­observator in het partijbureau van sp.a is historisch gegroeid. Als vakbond zijn wij onafhankelijk. Toen de sp.a in de regering zat en maatregelen nam waar wij het niet mee eens waren, voerden we ook actie.

“Normaal gezien zijn er in mei federale ­verkiezingen. Dat wordt een uitdaging voor ons. Wij proberen nu aan de mensen uit te leggen wat de consequenties geweest zijn van hun keuzes in het stemhokje vier jaar geleden. We maakten een tijdslijn op waarin we honderd maatregelen van de regering-Michel I oplijstten die allemaal voor ­achteruitgang gezorgd hebben. De koopkracht gaat achteruit en in verhouding tot wat ze ­produceren, krijgen werknemers niet meer het loon uitbetaald waar ze recht op hebben. Zieken zijn de klos, het pensioendossier is een ramp en onzekerheid is troef.”

Heeft Michel I dan werkelijk niets goed gedaan? Zo’n maatregel als de taxshift, de verschuiving van lasten op arbeid naar lasten op consumptie is toch perfect verdedigbaar? Anno 2018 staat België nog steeds wereldwijd op kop als het op belasten van arbeid aankomt.

“De taxshift is niet gefinancierd en slaat een gigantisch gat in de begroting. Binnen afzienbare tijd komt dat als een boemerang in ons gezicht terug. Wie zal dan het gelag betalen? Wie betaalt nu al die taxshift? Alle gewone burgers door de stijging van de btw op consumptiegoederen. Voor mensen met een laag inkomen worden de prijsstijgingen zeer problematisch. Er is van die taxshift geen gebruikgemaakt om fiscale rechtvaardigheid te creëren en ook grote vermogens hun bijdrage te laten leveren. Grote ondernemingen betalen ­dankzij allerlei fiscale constructies nog altijd geen belastingen.

“Wij lijsten niet alleen die honderd verschrikkelijke regeringsmaatregelen op, we presenteren ook onze alternatieven. Zo willen we dat alle inkomens gelijk belast worden. Een euro is een euro en de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten ­dragen. We pleiten voor een minimumloon van 14 euro bruto per uur, vinden dat er een einde moet komen aan de flexibilisering van arbeid en dat er eens echt werk gemaakt wordt van werkbaar werk. We komen ook op voor een betaalbare, ­kwaliteitsvolle openbare dienstverlening. Last but not least willen we een minimumpensioen van 1.500 euro.”

U bent niet bang dat de vakbond zich zo in ­politiek vaarwater begeeft?

“Een van onze taken is wegen op wat er in de samenleving leeft, vertrekkend vanuit onze ­waarden zoals solidariteit. Op dat moment zijn we inderdaad niet alleen tegenmacht tegenover ­werkgevers, maar ook tegenover het beleid van een regering. Dat is niet hetzelfde als politiek bedrijven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234