Dinsdag 22/10/2019
Gehalveerd speeltuintje in Langemark.

Reportage Burenruzies

‘Weet ge dat ge daaraan kunt sterven? Aan lawaai’: vier boze buren aan het woord

Gehalveerd speeltuintje in Langemark. Beeld Wouter Van Vooren

‘Weet ge dat ge daaraan kunt sterven? Aan lawaai. Jawel.’ Als er in het Vlaamse land geen speeltuintje dicht moet wegens overlast, dan protesteren buren wel tegen een zwembad. Wij spraken in vier conflictzones met buurman X en buurvrouw Y..

LANGEMARK

Gehalveerd speeltuintje

“Rust, mijnheer. Wij willen alleen rust. Wij zijn geen boemannen. Ik wil er eigenlijk zo weinig mogelijk over zeggen. Het zijn niet alleen wij die er last van hebben, weet u. Onze zoon, hier verderop in de straat, die staat aan onze kant. Het zijn ook niet wij die om deze toestand hebben gevraagd. Dit is iets tussen ons en het gemeentebestuur.”

In haar deuropening oogt mevrouw F. getergd. Ze ademt onrustig.

Zij en mijnheer F. zijn al acht jaar verwikkeld in een procedurele oorlog met de speeltuin van de gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang Buitenbeentje in de Klerkenstraat in Langemark. Een initiële protestbrief handelde over het tikkende lawaai van kinderfietsjes op de metalen regendeksels op de speelplaats. Het gemeentebestuur voorzag alle deksels van een dempende rubberlaag. Vorige zomer maakte het koppel zijn beklag over ‘aanhoudend getier en geroep’, al van acht uur ’s ochtends. Een tussenmaatregel bestond er toen in dat het zestigtal kinderen nog slechts in kleine groepjes buiten mocht spelen.

Wat niet mocht volstaan om mijnheer en mevrouw F. de strijd te doen staken.

Zestig kinderen zitten in de grote zaal hun middagprak naar binnen te werken. Je hoort enkel getik van vorkjes. De kindjes zijn allemaal blank en bedeesd. Een van de monitrices gaat ons via de buitendeur voor naar de speeltuin. Zegt: “Het is een proefproject. Een proefproject. Het is voor een week. Zeggen ze. Hierna wordt het geëvalueerd.”

Geconverseerd wordt er niet tussen de monitrices en mijnheer of mevrouw F. Alles verloopt via advocatenkantoren en aangetekende brieven aan het schepencollege van Langemark-Poel­kapelle.

No-gozone voor kinderen

We staan buiten.

Een onvoorbereid oog vermoedt een alarmerend bodemonderzoek. Een marathon of een stuk parcours van een veldrit die hier recentelijk voorbij is gemoeten, eventueel. Achter de dranghekken staan twee schommels en een zandbak, van de overige speeltuigen afgescheiden als Mexicanen achter een trumpiaanse muur. De hekken staan pal in het midden van de speeltuin. De kant van de veranda van mijnheer en mevrouw F. is een no-gozone voor de kinderen. Er is een buffer gecreëerd van een meter of dertig.

Mevrouw F. zegt niets tegen kinderen te hebben, voert ten bewijze aan dat ze er zelf ook heeft. Het komt hierop neer dat de nieuwbouw, de hele kinderopvang, zonder overleg is neergepoot. Er hingen vooraf op een gegeven moment wel affiches van de gemeente, maar daar stond niets in over tikkende kinderfietsjes.

“Wij zijn van mening dat het geheel op de verkeerde plaats is ingeplant, zonder overleg met de buurtbewoners”, tekende een aanbellende verslaggever van Het Wekelijks Nieuws eerder op ten huize F. “Het oude rusthuis in de Zonnebekestraat zou veel beter geweest zijn. Voor de bejaarden zou het wat leven in de brouwerij brengen.”

Zelf voelen mijnheer en mevrouw F. zich geenszins bejaard. Het Laatste Nieuws omschreef hen in de maandageditie als ‘zeventigers’, iets wat met name bij mevrouw F. is ervaren als een goede reden voor een nieuwe afspraak met de advocaat. Eerst waren het fietsjes, vervolgens gillende kinderen, nu een landelijk dagblad dat haar omschrijft als zeventigster. “Er moet íéts gebeuren. Wij gaan een rechtzetting eisen. Wij willen alleen maar rust. En hoe meer we dat zeggen, hoe erger het wordt.”

Mijnheer F. ging in 2009 met pensioen als diensthoofd bij sociale-huisvestingsmaatschappij De Mandel. Hij is actief bij Natuurpunt en de lokale kerkuilenwerkgroep. Die ijvert voor muurgaten en broedzakken voor kerkuilen in maïsdrogerijen en tarweloodsen. Volgens de buren hebben mijnheer en mevrouw F. meer affiniteit met uilskuikens dan met kleine mensjes.

Of het nu goed is.

“Wablieftert?”

Of de hekken eindelijk de rust hebben teruggebracht in de Klerkenstraat te Langemark? Het is een vraag waaraan mevrouw F. met alles wat de voorbije dagen over haar heen kwam nog niet is toegekomen.

“Laat ik het zo zeggen: daarvoor is het nog te vroeg. Wij gaan aan het einde van de week onze evaluatie kenbaar maken. Bij de bevoegde instanties.”

GENT

Af te breken subtropisch zwembad

Tussen de villa’s in Destelbergen ligt zowaar een subtropisch zwembad, en dat is niet naar de zin van de familie C. ‘Het is alleen dat ene gezin’, zegt een buurman. Beeld Wouter Van Vooren

“Voorlopig ga ik nergens op reageren”, zegt mijnheer C. afgemeten. “We gaan zien hoe de verdere procedures evolueren.”

De Bijlokestraat in Destelbergen, aan de achterzijde van het sportcomplex Lago Rozebroeken, heeft iets van De Pfaffs. Kasten van villa’s. Hoge hagen. Eindeloze opritten. Mijnheer C. is met zijn partner zaakvoerder van de vzw achter het Gentse deelfietsensysteem en de Leuvense cargofiets. Zijn tuin geeft met enige afstand ertussen uit op het terras, de speeltuin en de buitenzwembaden van Lago Rozebroeken. Het Gentse subtropisch zwembad.

Wat geldt voor de villa van mijnheer C. geldt voor een hele rij villa’s in de Bijlokestraat.

“Het is alleen dat ene gezin”, zegt de buurman. “We zitten op dezelfde afstand, maar alleen zij beschouwen het geluid als ondraaglijk. Vroeger was dat daar vervuilde grond. Verwilderde volkstuintjes. Iedereen was blij met het zwembad en het recreatiegebied eromheen. Jaren is uitgekeken naar de opening. Mensen gingen op zondag langs de werf wandelen. Het is het beste wat onze buurt ooit is overkomen. (schamper) Nog even, en onze kinderen gaan helemaal nergens meer terechtkunnen. Alleen nog binnen zitten, achter de tablet.”

De initiële klachten van mijnheer C. handelden over geluidsoverlast. Die achtte de elfde kamer van de Gentse rechtbank van eerste aanleg in haar veel besproken vonnis van 5 maart op zich niet bewezen. Het is niet omdat mijnheer C. wel honderd keer de politie heeft gebeld dat een overschrijding van enige geluidsnorm is aangetoond.

Op 22 augustus 2017 vorderde mijnheer C. een gerechtsdeurwaarder die ter plaatse zijn oren te luister kwam leggen en – dixit zijn proces-verbaal – melding maakte van ‘in de verte af en toe op een hoger of lager niveau geluid van spelende kinderen’.

Zweten en vloeken

Mijnheer C. huurde daarop een geluidsexpert in, maar ook die kon noch met zijn apparatuur noch met de beste wil van de wereld enige overschrijding van een geluidsnorm meten.

Hoe vaker hij te horen kreeg dat het probleem misschien eerder in zijn eigen hoofd zat, hoe meer mijnheer C. zich gesterkt scheen te voelen in zijn missie. Hij huurde een Gentse advocaat in. Die ontdekte dat de stad Gent enkele jaren voor de bouw van het subtropisch zwembad een procedurefout had begaan bij een bestemmingswijziging voor de site. Luidens het vonnis van 5 maart staat de hele buiteninfrastructuur er illegaal en moet alles binnen het half jaar afgebroken worden.

Alle buitenactiviteiten zijn nu afgeschermd met doeken en hekken. Het buitenterras, de buitenspeeltuin, het buitenzwembad. Alles dicht. Als we straks weer zo’n zomer krijgen als de vorige, wordt het zweten en vloeken.

Een eerste protestactie bracht tweehonderd boze Gentenaars op de been met roze onderbroeken op hun hoofd. Zaterdag is er een grote picknick gepland waarmee omwonenden ludiek willen ageren tegen ‘de absurditeit van de bureaucratie’.

Tja, zegt mijnheer C. “Ik lees dat ook. Ze doen zij maar.”

Of hij nu een gelukkig man is? Tevreden met het bereikte resultaat? Mijnheer C. gaat de vraag uit de weg. “Het vonnis is intussen bij iedereen bekend. Ik heb daar weinig aan toe te voegen.”

BRUGGE

Gekortwiekt speeltuintje

‘Geluidswerende struiken’ in Brugge. Beeld Wouter Van Vooren

“Wij leggen geen verklaringen af. Wij hebben zelf ook kinderen. Ziet u, het is niet dat we iets tegen kinderen zouden hebben. Maar wij moeten denken aan hun veiligheid. U moet mij nu excuseren. Onze advocaat heeft ons de raad gegeven om helemaal niemand te woord te staan. Het spijt me, maar wij willen onze rechten vrijwaren.”

Mevrouw R. oogt net zo getergd als de mevrouw in Langemark. Sluit de deur en trekt zich terug in de geborgenheid van het huis met het liefdevol verzorgde voortuintje, het beekje en het bruggetje.

Mijnheer en mevrouw R. hebben de raad van advocate Griet Cnudde letterlijk opgevat. Geen enkele van hun buren zegt ooit tot iets als een gesprek te zijn gekomen over wat alleen dat ene echtpaar lijkt te beroeren en verder helemaal niemand. Een tiental villa’s omringt het speeltuintje aan de rand van het nieuwe Olympiabad, naast het Jan Breydelstadion.

De buurman: “Een voetbalmatch van Club, dát is overlast. Zo’n supportersbus van Anderlecht of Standard die leegloopt. Mannen die op straat staan te pissen, je van alles toeroepen. Een spoor van blikjes en peuken achter zich laten. Je weet dat als je ervoor kiest om hier te komen wonen. Je weet ook: het is een keer per week, of een keer om de twee weken. Maar de kinderen van het Olympiabad? Bekijk die afstand. Mijn huis staat dichter hij het speeltuintje dan dat van hen. Er zit dan nog tachtig meter tussen. Persoonlijk word ik daar goedgezind van, kinderen die plezier maken.”

Mijnheer en mevrouw R. lieten geluidsmetingen uitvoeren. Daaruit zou blijken dat de geluidsnormen ‘stelselmatig worden overtreden’. Het koppel is nu beginnen procederen voor een afwijking in de eerder door Lago Olympia bekomen milieu-aanvraag. Het leek allemaal ver van het bed, anekdotiek. Sinds het Gentse vonnis weten ze het bij Lago Olympia Brugge zo niet meer. Een zure buur is als een zwaan. Eens het gevecht is aangevat, is het er een op leven en dood.

Bart Dupon, centrummanager van Lago Olympia, is van mening dat in de loop der jaren nagenoeg alle eisen van mijnheer en mevrouw R. zijn ingewilligd. Hij voegt er meteen aan toe dat hij zelf de term ‘zure buur’ nooit zou gebruiken. Dat wij er begrip voor dienen op te brengen dat sommige mensen spelende kinderen nu eenmaal hinderlijk vinden. Dat niemand er ook bij gebaat is om de zaak verder op de spits te drijven.

Gesurf, geroep en getier

“Kijk, de draaiende wip op het speelpleintje. Of wat ervan rest. We hebben alles verwijderd, behalve de paal die diep in de grond zit. Kinderen die daaraan gingen hangen, maakten blijkbaar veel lawaai. Van de twee schommels die u ziet, hebben we bij een de stoeltjes weggehaald. Het was een iets lagere schommel waar – blijkbaar – oudere kinderen op gingen schommelen en voor meer geluidsoverlast zorgden. Ja, die man zegt ons dat, en dan ondernemen wij stappen. Wij proberen echt schappelijk en inschikkelijk te zijn.”

Mijnheer C. is bedrijfsconsultant. En supporter van Club Brugge.

Bart Dupon: “We hebben ons door professionals laten adviseren over geluidswerende struiken. We hebben van die struiken aangeplant waar het speeltuintje aan de tuin van die mijnheer grenst. Maar struiken moeten groeien. Wij kunnen er ook niets aan doen dat het nog wel even kan duren voor ze zijn volgroeid.”

Het kwam de voorbije zomers weleens voor dat mijnheer R. furieus het speeltuintje kwam op gerend. Dat het moest gedaan zijn met dat gesurf, met dat geroep, met dat getier.

Bart Dupon: “Ik probeerde hem uit te leggen dat dat niet de goede methode is. Dat als je tegen een groep uitgelaten kinderen begint te roepen, ze dingen gaan terugroepen. Dat het dan alleen maar escaleert. Nu, er waren zaken in en rondom het zwembad die konden worden verbeterd. In de eerste jaren ging het brandalarm weleens ’s nachts af. Dat is bekeken met de politie en de preventiedienst. Ook avondactiviteiten met muziek doen we niet meer. Maar als ze in het supporterslokaal van Cercle Brugge een avond­activiteit doen, valt dat buiten onze verant­woordelijkheid. Wij hebben echt alles gedaan wat binnen het mogelijke lag, maar zijn ideaal lijkt nul te zijn. Nul decibel.”

“Da’s moeilijk, natuuurlijk.”

HOBOKEN

Verboden speeltuintje

De familie V. heeft een beroep gedaan op advocaat Griet Cnudde, de schrik van de Sinksenfoor, om dit Hobokense speelpleintje een halt toe te roepen. ‘We horen de vogeltjes weer fluiten.’ Beeld Wouter Van Vooren

“Weet gij dat ge daaraan kunt sterven? Aan lawaai. Jawel. Daar bestaan studies over.”

Een keer heeft mijnheer V. publiekelijk het woord gevoerd, op de Antwerpse regionale zender ATV. “Komt dat zien”, zegt hij. “Dit is mijn auto. Ziet ge die blutsen? Dat was van kort daarna. En nee, ik geloof niet in toeval. Dit is waarin wij leven, mijnheer. Haatbrieven. Mensen die op straat dingen naar u roepen.”

Het gezin – vader, moeder en drie kinderen – heeft het er collectief mee gehad te worden gebrandmerkt als zure buren. Moeder geeft buitenschools les aan kinderen van vreemde origine. “Kom dus niet zeggen dat wij racisten zouden zijn, of kinderhaters. De dingen die wij hebben ervaren, die hébben wij ervaren. Ik weet dat wij gelijk hebben. Dat weet ik gewoon. Ik heb die oorsuizingen niet verzonnen.”

De situatie is nogal surreëel. In plastic gewikkelde schommels, glijbanen, fitnesstoestellen. Veertien stuks in totaal op het pleintje in de Meetjeslandstraat in Hoboken. Drie bomen, verwerkt in een soort houten podium. Daaromheen: aan elkaar geklikte Betafence-hekken. Het heeft iets van een sympathiek buurtproject dat slechts wachtende is tot de bevoegde districtsschepen langskomt om de champagne te ontkurken en het lint plechtig door te knippen. Een fladderend geplastificeerd A4’tje aan een van de hekken zegt: ‘De speeltuigen kunnen niet meer worden gebruikt.’

Burgemeester Bart De Wever (N-VA) nam de beslissing in oktober van vorig jaar. Nadat de familie V. en enkele andere buren een beroep hadden gedaan op – alweer – Griet Cnudde. Als zij de Sinksenfoor kon verplaatsen, was zij de geknipte vrouw voor de job.

Af en toe komt er een beteuterde uk voorbij­gewandeld aan de hand van een vader of een moeder. Die vertelt het kind dat het speeltuintje binnenkort vast wel weer opengaat. Het vorige Hobokense districtsbestuur investeerde 147.000 euro in wat werd aangekondigd als ‘een oase van groen en rust’.

Het speelpleintje is niet langer dan vijf maanden in gebruik geweest. De familie V. zegt elke dag (en nacht) ervan te hebben ervaren als een langgerekte foltering.

Pipi doen

De dochter (23): “Je zag wagens, soms bestel­wagens, die hier hele groepen kinderen kwamen droppen, als was het gratis kinderopvang. Vijftig, zestig gillende kinderen. Van kinderen in de pampers tot veertien jaar. De hele dag door, soms tot elf uur ’s avonds of middernacht. Ouders zag je nauwelijks. Drie of vier misschien. Voetballen, fietsen, op die tuigen spelen. En lawaai maken! Tot het begon te regenen. Dan kwamen diezelfde auto’s aangereden en stapten alle kinderen in. Het was pure verwaarlozing. Kinderen kwamen de hele dag door aanbellen. Of ze pipi mochten komen doen, want aan een toilet was natuurlijk niet gedacht. We zagen kinderen de straat over rennen, auto’s vol in de remmen gaan.”

“Een raam openzetten, dat ging helemaal niet meer. Ik had vorige zomer drie examens. Ik heb de gewoonte om in mijn badjas op mijn kamer te studeren. Wel, dat ging niet. Ik belde de politie en die zei: ‘Je kunt toch ook in de bibliotheek gaan blokken?’ Sorry, als ik thuis wil studeren, kan dat toch geen onredelijke vraag zijn? Hoe het er nu mee verder moet? (haalt de schouders op) Dat ze voor mijn part alles platgooien en er parkeerplaatsen van maken. Als er maar geen mensen meer samenkomen.”

De moeder: “We horen de vogeltjes weer fluiten. Dat is toch al dat.”

Inmiddels is iemand uit een straat verderop naar de Raad van State getrokken. Om de Betafence-hekken verwijderd te krijgen. Hij verloor een eerste slag, en kondigde meteen een tweede aan. De familie V. spelt namen en adressen uit. Die woont ginds, die woont daar. Geen van de protesterenden woont zelf in de Meetjeslandstraat of rondom het pleintje.

Liever geen camera’s

De dochter: “Diegenen die het luidst staan te roepen, dat het een schande is en dat het speelpleintje weer open moet, zijn hier nooit geweest toen de situatie op haar ergst was. Je ziet ze wel op ATV, maar zelf is geen van hen hier in de straat een bekend gezicht. Je zag ze nooit met hun eigen kinderen komen. Sterker, kinderen van op ons plein zelf waren niet eens welkom.”

De vader: “Vanwaar die kinderen allemaal kwamen? Daar waar ze nu opnieuw zitten: het Kiel. Daar hangen aan al die pleintjes camera’s, begrijpt u? Dat soort mensen heeft liever geen camera’s.”

De zoon: “Hier vlakbij zijn twee voetbalvelden en een speelpleintje. Denkt u dat ze daar naartoe gingen?”

De dochter: “Ik merk aan mijzelf dat die vijf maanden iets aan me hebben veranderd. Ik kan niet meer tegen lawaai, is het nu op een feestje of op een vakantie in Kroatië. Ik kan er niet meer tegen. Ik ben drieëntwintig en mijn gezondheid is beschadigd. Voorgoed. Het valt niet meer te veranderen. Ja, dan noemen ze mij maar een zure buur. Als er geen andere manier is om op te komen voor mijn eigen gezondheid, dan neem ik dat verwijt er maar bij.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234