Zondag 20/06/2021

'Weet dat we zullen terugkomen'

Terwijl de Israëlische soldaten wegtrekken uit Zuid-Libanon keren de bewoners terug naar hun verwoeste huizen. Hezbollah maakt gebruik van het machtsvacuüm om de getroffen bevolking te hulp te komen, in de plaats van de Libanese regering. 'Wat ons betreft, is Hezbollah de regering van Zuid-Libanon.'

Door Gert Van Langendonck in Tyrus

Tyrus l Wie heeft gewonnen in Zuid-Libanon? Hezbollah of Israël? Duidelijk is wie verloren heeft: de plaatselijke bevolking. Dood en verwoesting heersen, maar ook een groeiende steun voor Hezbollah.

Voor het ziekenhuis in de Palestijnse wijk van Tyrus staat een grote container. Het is een koelwagen die tijdelijk dienst doet als mortuarium. Op de middag van de derde dag van het staakt-het-vuren in Libanon gaat de deur van de koelwagen open. De stank van de honderdvijfentwintig lijken in de koelwagen doet de winkeliers aan de overkant van de straat hun deuren sluiten. De lijkkisten worden in ambulances terug naar hun dorpen van herkomst gebracht.

De hoofdchirurg van het ziekenhuis, dokter Mustapha Jaraadi, raamt het totaal aantal doden in de wijde regio rond Tyrus op zo'n vierhonderd. "Maar het kunnen er best meer zijn. Hezbollah heeft een deel van zijn doden wellicht zelf begraven." Het kunnen er ook minder zijn. Volgens een telling van het Amerikaanse persbureau AP zijn in heel Libanon zo'n zeshonderd doden gevallen sinds het begin van de vijandelijkheden op 12 juli. Volgens de Libanese regering zijn het er meer dan duizend.

Tyrus, de meest zuidelijke stad van Libanon, gold de voorbije vijfendertig dagen als de frontlijn van de oorlog tussen Israël en Libanon. Hezbollah schoot hier zijn Katjoesharaketten op Noord-Israël af, en Israël reageerde daarop met bombardementen vanuit de lucht en van op zee, en een enkele commandoraid op een appartement dat door Hezbollah werd gebruikt. Maar het beeld van Tyrus als een bolwerk van Hezbollah komt niet echt overeen met de werkelijkheid.

In de pittoreske haven van Tyrus zitten Mohamed Hassan Mustafa (35) en Eskander Riz Alla (36), twee plaatselijke harpoenvissers, een moslim en een christen, van hun Turkse koffie te slurpen. "Hier is nauwelijks steun voor Hezbollah", zegt Hassan Mustafa. "Ze komen hier enkel hun Katjoesharaketten opstellen." Niet dat de vissers veel liefde koesteren voor Israël. Al voor de oorlog werden regelmatig Libanese vissers opgepakt door de Israëlische kustwacht op verdenking van lidmaatschap van Hezbollah. Hassan Mustafa's eigen broer bracht twee maanden geleden een maand in een Israëlische gevangenis door.

Voor het ogenblik vinden de vissers het vooral vervelend dat ze nog altijd niet kunnen uitvaren door de Israëlische zeeblokkade. In afwachting doen ze dan maar aan dynamietvissen vlakbij het strand. Maar Riz Allahs gezicht klaart op: daar komen zijn vrouw en dochtertje aangelopen. Hij heeft ze niet meer gezien sinds hij hen meer dan een maand geleden naar Beiroet stuurde.

De voorbije dagen hebben zowel Israël als Hezbollah het staakt-het-vuren een overwinning genoemd. In het geval van Israël is dat een tikkeltje overmoedig, aangezien Hezbollah op de laatste dag voor het bestand nog meer dan honderdvijftig Katjoesharaketten op Noord-Israël afvuurde. En daar was het meer dan een maand geleden toch allemaal om begonnen.

Zeker in het verwoeste gebied tussen Tyrus en de Israëlische grens is er niemand die eraan twijfelt dat Hezbollah de overwinnaar is van deze oorlog.

Ali Badaoui, een 38-jarige elektricien, staat in het gehucht Soeltaniye te kijken naar zijn half ingestorte huis. Zijn buurvrouw heeft minder geluk. Van haar huis is niets overgebleven. Voor Badaoui heeft Hezbollah gewonnen. "Israël heeft een machtig leger en bondgenoten in de hele wereld. Maar Hezbollah heeft de steun van de bevolking in Zuid-Libanon. Al die verwoesting, en Israël heeft helemaal niets bereikt."

Nu zal Zuid-Libanon, op een moment waarop de Israëlische troepen zich aan het terugtrekken zijn en het Libanese leger en de internationale troepenmacht nog niet zijn toegekomen, wel niet de plek zijn om kritiek te hebben op Hezbollah. Maar het lijkt erop dat Hezbollah zijn militaire overwinning aan het versterken is door in de plaats van de regering de getroffen bevolking ter hulp te komen.

Badaoui en zijn buurvrouw staan te wachten tot er een vertegenwoordiger van Hezbollah langskomt om de schade op te meten. "Nasrallah heeft op de televisie gezegd dat Hezbollah alle getroffen families gaat compenseren. We wachten op het geld van Hezbollah om een tijdelijke woning te huren en onze eigen woning herop te bouwen." Van de Libanese regering heeft Badaoui niets gehoord. "Wat mij betreft is Hezbollah de regering van Zuid-Libanon."

De materiële schade door de Israëlische actie is enorm. De Libanese krant The Daily Star berekende dinsdag dat de voorlopige schade 1,5 miljard dollar bedraagt. Dat is bijna evenveel als bij de Israëlische invasie van 1982, die veel langer duurde en aan bijna twintigduizend mensen het leven kostte. Maar het getal zal wellicht nog veel hoger komen te liggen als de verwoesting in Zuid-Libanon in kaart is gebracht. Bint Jbail, de laatste stad van enige betekenis voor de Israëlische grens, ziet eruit als de set van een Mad Max-film. Hier is de schade duidelijk niet alleen afkomstig van luchtaanvallen, maar ook van vuurgevechten en gevechtshelikopters.

Voorbij Bint Jbeil is de Israëlische terugtrekking nog niet voltooid. Op de weg naar Blida worden we tegengehouden door Hezbollahmensen die ons wijzen op de lange rij Israëlische soldaten die de heuvel aan de overkant afdalen. De Israëliërs verlaten Libanon, onder het oog van Hezbollah. Het lijkt onverstandig om hen tegemoet te lopen.

Maar Israël is nog niet helemaal weg uit Libanon. De MK's, de onbemande maar bewapende vliegtuigjes van de Israëlische luchtmacht, blijven boven Zuid-Libanon zoemen. En in Siadiquine, waar Ghanezen van de Unifilvredesmacht een beetje zinloos het verkeer staan te regelen, heeft een Israëlisch vliegtuig net een nieuwe lading pamfletten gedropt.

"Beste mensen van Zuid-Libanon", begint het pamflet in het Arabisch. "Jullie zijn teruggekeerd naar jullie dorpen te midden van dood en verwoesting. Was het deze prijs waard? Weet dat Israël zal terugkomen en met andere middelen zal blijven vechten tegen de terroristen."

Veel indruk heeft het pamflet in Siadiquine niet gemaakt. Hussain Mhanna en Jaffer Kaleikish, twee studenten die hier wonen maar in Beiroet studeren, vertrappelen het pamflet om de beurt onder hun voeten.

"Laat ik het zo stellen: wij hebben in elke kamer van ons appartement een foto van (Hezbollahleider Hassan) Nasrallah hangen", zegt Hussain Mhanna. Hij troont ons meer naar zijn huis om het ons te tonen. Zijn zus Maya, die Engelse literatuur studeert in Sidon, treedt hem bij: "Wat Israël verwoest, kunnen wij altijd heropbouwen. Ons ongemak is van geen enkele tel."

En Hussain Mhanna zegt luidop wat Nasrallah tijdens zijn televisietoespraak op zondag al op iets diplomatischer wijze zei. "Neen, Hezbollah zal nooit zijn wapens inleveren."

Op weg naar Blida worden we tegengehouden door Hezbollahmensen. Ze wijzen ons op Israëlische soldaten die Libanon verlaten, onder het oog van Hezbollah

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234