Zondag 29/11/2020

InterviewIgnaas Devisch

‘Wees blij dat er jongeren zijn die niet blindelings volgen wat iemand op tv zegt’

Ignaas Devisch.Beeld Eric de Mildt

Wat is nepnieuws, wat is waar? Met zijn boek ‘Zijn er nog vragen?’ spoort filosoof Ignaas Devisch (50) kinderen en ouders aan om kritisch met informatie om te gaan. ‘Het oerprobleem van de filosofie, de vraag naar waarheid, staat meer dan ooit onder druk.’

Speels en met sérieux uitspitten wat filosofie is, professor wijsbegeerte en ethiek Ignaas Devisch (UGent) kan dat. De hangstoel die tijdens de lockdown rust bracht in de tuin heeft hij in zijn bureau geplant. En dus spreekt hij ons schommelend toe. “Stiekem geniet ik daar nog altijd van, precies een klein jongetje”, glundert hij.

Niet zo verwonderlijk dan dat de filosoof uitpakt met een boek op kindermaat: voor acht- tot veertienjarigen. In Zijn er nog vragen? geeft hij, verpakt in een spannend verhaal, antwoorden op vragen als: waarom is de wereld onrechtvaardig? Wat is de zin van het leven? En hoe weten we of iets waar is? Antwoorden die vooral nieuwe vragen oproepen.

“Ik wilde geen encyclopedisch werk schrijven, niet de belerende toer opgaan”, vertelt Devisch, “wel een opstapje geven voor kinderen en ouders om samen het gesprek aan te gaan. Zodat ze ’s avonds aan de keukentafel niet alleen over het weer praten, maar ook een potje filosoferen. Hoe fantastisch zou dat zijn?”

U levert voor het eerst een kinderboek af. Moest dit er ooit van komen?

Ignaas Devisch: “Er zat ergens wel iets klaar. Je moet weten: als jonge kerel voelde ik me vaak een loner, misbegrepen ook. Dat was een flinke worsteling. Daardoor ging het niet zo goed op school. Tot iemand me op mijn zeventiende zei: ‘Jij moet een filosofieboek lezen.’ Ik ging naar de bib en koos er werken uit van Nietzsche en Foucault, meteen the real stuff. Mijn ogen gingen open. Ik las er over vragen waarvan ik tot dan toe altijd had gedacht dat ik de enige was die ze stelde. Toen wist ik al: hier moet ik ooit zelf iets mee doen voor kinderen.”

Goede timing. In tijden van corona stellen we ons wellicht meer fundamentele vragen dan ooit.

“Op dat vlak zijn de afgelopen maanden, hoe moeilijk ook, al bijzonder interessant geweest. Want je ziet: worden we als mens op onszelf teruggeworpen, zoals tijdens de lockdown, dan worden we pas echt met die vragen geconfronteerd. Wat betekent dat eigenlijk voor mij: gelukkig zijn? Velen dachten dat vrijheid het enige was wat ertoe deed, maar blijkbaar hebben we ook anderen nodig. We misten elkaar. Of nog, mensen die ineens zonder werk vallen en zich afvragen: wie ben ik nog zonder functie? Hopla, nog zo’n fundamentele vraag.”

Precies het soort vragen dat we anders ontlopen?

(knikt) “Dat vind ik nog altijd frappant, hoe filosofie bij zoveel mensen ongemak oproept. Liever op zondag drie keer de auto wassen dan eens stil te staan en te overdenken: tiens, ik voel me wat leeg vandaag. Hoe zou dat komen?

“Filosofie doet datgene wat mensen graag afstoten: de dingen in vraag stellen. Nochtans kunnen we daar niet meer omheen. Corona heeft dat alleen maar scherper gesteld. Ik hoop dat we uit deze crisis minstens dit zullen leren: dat die fundamentele vragen deel uitmaken van ons leven. En dat ze elk van ons aanbelangen, niet alleen die paar ‘wereldvreemde onnozelaars’ die er zich mee bezighouden.”

Ook kinderen?

“Zeker. Kinderen hebben zich de laatste maanden noodgedwongen veel vragen gesteld en we doen daar weinig mee. Gaat het over echt fundamentele vragen, dan schieten we vaak in een kramp. ‘Papa, waarom gaan grote mensen zo hard tekeer tegen elkaar?’ Dan denk je als ouder al snel: waar moei jij je nu mee, kleine? Kom, speel maar verder.”

Ignaas Devisch: "Velen dachten dat vrijheid het enige was wat ertoe deed, maar blijkbaar hebben we ook anderen nodig."Beeld Wouter Van Vooren

De zes tieners in uw boek hebben een bloedhekel aan het klassieke antwoord thuis: daarom. U zegt: wimpel die vragen niet af. Maar is dat niet makkelijker gezegd dan gedaan?

“Het ding is: zelfs al weten we geen weg met hun vragen, we mogen er geen schrik voor hebben. We mogen ze niet te snel toedekken. Een ‘daarom’ sluit de wereld. Bij filosofie gaat het er net om die wereld te openen, zelfs als je dan op ongemak stoot.

“Als ouder kun je gerust vertrekken vanuit een soort gedeelde domheid. ‘Ik weet het ook niet, jongen. Zullen we daar samen eens over nadenken?’ Dat is een mooi uitgangspunt tegenover die al te snelle arrogantie dat je het als ouder beter weet. Zeker vandaag, want kinderen worden zo snel in de wereld gegooid. Hun vragen zullen er niet minder op worden, integendeel.”

Ik hoor het al: in uw tijd was dat anders?

“En hoe! Als kind wist ik van niks, ik groeide ook op in een zeer katholiek nest. Altijd dezelfde krant thuis, een beetje saai nieuws, en dat was het. Maar neem een tienjarige nu: wat die allemaal ziet. Ook gewelddadige beelden, seksueel beladen filmpjes. Denk aan de recente discussie over de naaktbeelden van de BV’s. Het is geweldig dat jonge kinderen daar al vragen over stellen. Eerlijk gezegd, toen ik vijftien jaar was moest ik de woordenschat over seksualiteit nog leren. Wij hadden geen seksuele voorlichting, de wereld was gesloten.”

U was thuis niet de kleine filosoof die er al op los vroeg?

“Ik hield de vragen voor mezelf omdat ik aanvoelde dat ze thuis geen plaats hadden. Aan tafel hadden we wel veel gesprekken over God, omdat het geloof centraal stond. Maar geloven was mij vreemd. Als puber ben ik daar fel tegen in opstand gekomen. Maar ik zag ook dat mijn ouders daar niet gelukkiger van werden.

“Toch bleef ik daarmee zitten. Ik was dan de lastige jongen die aan de leraar wiskunde vroeg: ‘Meneer, waar komt het getal pi vandaan?’ (lacht) Ik wilde dat oprecht weten. Waarop hij me enkel toebeet: ‘Devisch, hou je kop en studeer.’ Dat frustreerde mij verschrikkelijk.

“Tot er in het vijfde middelbaar een keuzevak filosofie kwam. Ik zat haast alleen in de les, maar ik ben die leraar eeuwig dankbaar. Mijn wereld ging open.”

Intussen hebben de sociale media de wereld veranderd, zegt u. Welke impact heeft dat op de vragen waar onze kinderen mee worstelen?

“Het hele vraagstuk: wie en wat kan ik nog vertrouwen? Dat dringt zich sterker dan ooit op. Het oerprobleem van de filosofie, de vraag naar waarheid, staat meer dan ooit onder druk. ‘Klopt het wat die ene politicus of wetenschapper zegt op tv? Hoe kan ik dat weten? En waarom ben ik bereid om die ene te geloven en die andere niet?’”

U wilt tieners alerter maken voor fakenieuws?

(knikt) “Dat een type als Trump verkozen raakt en in zijn vier jaar presidentschap al 25.000 leugens kon vertellen, dat is toch hallucinant? En dat speelt zich nú af. Dan moeten we meer dan ooit onze kinderen wapenen om kritisch met informatie om te gaan.

“Neem nu beelden op Facebook van een moskee waar gelovigen, in volle coronatijd, dicht bij elkaar staan aan te schuiven. Laat kinderen daarover nadenken. Ga ik meteen verontwaardigd reageren? Of zal ik mezelf eerst de vraag stellen: waar komt dit filmpje vandaan? Wanneer is het gemaakt? Wie heeft dit gepost en met welke bedoelingen?’ Veel volwassenen zijn daar vandaag nog niet toe in staat en dat is pijnlijk.”

Een van de personages die u opvoert heeft een papa die uit het leven is gestapt. U schuwt de grote thema’s niet voor kinderen.

“Zelfdoding, dat is zoiets waar we doorgaans geen woorden voor hebben. We duwen dat weg. Maar misschien moeten we net daarmee beginnen: met datgene waar er mogelijk geen woorden voor zijn. Wat betekent het dat iemand eruit stapt? Heeft het leven hier dan wel zin?

“Dat zijn eeuwenoude, complexe vragen die zich altijd zullen stellen. Gaat het over zelfdoding in de achttiende eeuw dan wel vandaag, dé vraag blijft: wat stelt het leven voor? Alleen hadden we vroeger meer autoriteiten om dat in te vullen: het orakel zei dit, God sprak zo. Nu zijn de autoriteiten afgeschaft, we zitten daar met een braakliggend terrein. Dus móéten we wel met die vragen aan de slag.”

U raakt in uw boek nog aan racisme, pesten, seksuele voorkeur, sexting. Probeert u daar ook te sensibiliseren?

“Ik wil op zijn minst een openheid creëren om het over die thema’s te hebben. Veel staat of valt met hoe bespreekbaar iets is.

“Eind jaren zestig dachten we: we schaffen de tradities en de taboes af en het zal wel loslopen. Niet dus. Kijk naar de plaats van religie, een debat waar de laatste twintig jaar weer veel meer spanning op zit. Dat ent zich ook op andere thema’s, zoals (homo)seksualiteit. En dan krijg je kampen: voor of tegen. Iedereen wordt in een hoek gedrumd.

“Wat valt er op? Het wordt hoe langer hoe moeilijker om die stemmen nog in één ruimte hun zeg te laten doen zonder dat het bedreigend wordt voor hun identiteit. Ook omdat het om zaken gaat die dicht op de huid zitten. Wel, ik hoop dat kinderen daar iets van meepikken. Dat zij inzien: het is niet omdat iemand met mij van mening verschilt dat die iets tegen mij persoonlijk heeft, of dat we per se op de vuist moeten gaan.”

‘Als we niet oppassen kweken we een generatie van dwangneuroten.’Beeld Wouter Van Vooren

Een beetje zoals het er nu al te vaak aan toegaat in de ‘corona-kakofonie’ op Twitter?

“Absoluut. Daar voel je die spanning zo stijgen. Mensen nemen een positie in en willen die niet meer loslaten, omdat de kritiek van de overkant steeds harder wordt. Alsof de bazooka klaarstaat om elkaar neer te maaien. Maar zo geraak je vast.”

Opmerkelijk: u had op Facebook nog maar net gezworen te zwijgen over corona of u schreef vorige week al een open brief. Het werd u te veel?

“Ik pleit schuldig. Ik wilde het echt allemaal een paar maanden laten passeren. Tot ik zag hoe de tweets steeds nijdiger werden, onverdraagzamer ook. Zeker na de beelden van de feestende studenten in de Overpoortstraat. Sommigen spraken van een bende dikke egoïsten. Dat ging mij te ver.

“Eerlijk gezegd, ik vind onze jongeren ongelooflijk gedisciplineerd. Ik zie dat bij mijn eigen zoon en dochter. De hele zomer lang hebben die gasten geen fuif, geen festival, niks gehad. Tuurlijk dat sommigen, na een glas te veel, dan niet meer weten waar de grens ligt. Zij zullen ook wel inzien dat je niet lallend zat iedereen moet omhelzen. En oké, misschien beseffen ze dat één dag te laat. Maar wie zijn wij om hen dan genadeloos onderuit te halen?”

Meer nog, u schreef: ‘Dat mensen niet zomaar richtlijnen volgen van wetenschappers is geen vorm van dwaasheid, maar een teken van psychische gezondheid.’ Straf.

“Ik bedoel maar: wees blij dat er achttienjarigen zijn die niet blindelings volgen wat iemand op tv zegt. Dat pleit voor hen, hé. Wat als hier morgen een mini-Trump aan het roer komt die ons allemaal in dezelfde richting wil sturen? Dan zullen we blij zijn dat we stemmen hebben die dat in vraag stellen. Liever dat dan volgzame jaknikkers.

“Vergeet ook niet: kinderen zijn nu al een halfjaar bezig met pijltjes volgen, afstand houden, ontsmetten en naar de grond kijken waar ze moeten zijn. Als we niet oppassen kweken we een generatie van dwangneuroten.”

Terug naar uw boek. ‘Wie filosofeert gaat vaak slapen met nog méér vragen dan toen hij opstond’, signaleert u nog. Wordt u daar zelf nooit moedeloos van?

“Af en toe wel. Het is een kwestie van jezelf daar niet ten gronde mee te richten. Filosofie mag geen oefening in zelfdestructie zijn. Maar, toegegeven, het is niet altijd makkelijk. Filosofie draait ook om de vraag: ben je in staat om je eigen ideeën te bevragen? In die zin kan het de grond van onder je voeten wegvegen. Niet altijd even comfortabel dus.”

Zal dat bij ouders niet op weerstand botsen? ‘Die Ignaas Devisch doet mijn kind aan alles twijfelen.’

“Het is wel zo dat de eerste grote filosoof, Socrates, veroordeeld werd tot de gifbeker, precies omdat hij de zeden van de jongeren naar de vaantjes hielp. Hij deed hen nadenken over vragen waarvan hun ouders helemaal niet wilden dat ze zich daarmee inlieten.

“Maar wees gerust, filosofie hoeft niet bedreigend te zijn, het kan speels. Waarom niet gewoon dat gesprek aangaan met je kind? Het ligt zo voor het grijpen.”

U vreest niet voor de gifbeker?

(lacht) “Kijk, als ze mij per se willen offeren: ik ben tot veel bereid. Maar dan liefst de korte pijn.”

Zijn er nog vragen?, Ignaas Devisch, uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, 96 blz., 22,5 euro
Devisch is dit weekend ook het gast op het Boekenfestival in Gent. Meer info: www.9000boeken.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234