Dinsdag 03/08/2021

Weertje of geen weertje, lees een zwart beertje

Zeker Georges Simenon was z��r verguld met de Zwarte Beertjes-covers. Na elke Nederlandse editie stuurde hij Dick een montere brief

Legendarische pocketreeks bestaat vijftig jaar

Dick Bruna, de tekenaar van Nijntje, maakte tussen 1955 en 1971 ruim tweeduizend boekomslagen voor de legendarische Zwarte Beertjes-reeks van zijn vader-uitgever A.W. Bruna. Dit jaar blaast de pocketreeks vijftig kaarsen uit. Hoogste tijd om de klassieke Bruna-Beertjes van onder het stof te halen, die tot in Japan driftig verzamelaars trekken.

Koichi Yanagimoto (sam.)

Zwarte Beertjes. Book Cover Designs by Dick Bruna

Glyph, Tokio, Japan, 82 euro.

In augustus 1963 viel bij uitgever A.W. Bruna een brief van de stadsarchitect van Manchester in de bus: "Tijdens mijn twee weken durende vakantie in Nederland was ik enorm onder de indruk van een advertentie die op openbare plaatsen hing. (...) Ik zou erg graag een exemplaar van dat affiche hebben (...) Ik sluit hierbij een ruwe schets in van het affiche dat een zwart beertje voorstelt dat op de grond een boek ligt te lezen met een gouden zon erboven." Het hengelende schrijven van deze Sir H.M. Stafford was lang geen uitzondering. De Utrechtse uitgeverij kreeg destijds scheepsladingen post met bedes van hardnekkige affichejagers. De vermaarde verspreider van detectives en misdaadverhalen had het Nederlandse leespubliek dan ook op een hoogst ontwapenende manier ingepalmd. Vanaf perrons, kiosken, aanplakborden en winkelruiten gluurde je een pientere, zwarte teddybeer aan, vergezeld van slogans als 'Weertje of geen weertje, lees een Zwart Beertje' of 'Lekker lui liggen lezen'. De metershoge affiches werkten "als een soort openluchttentoonstelling", zo vond uitgeverszoon en affiche-ontwerper Dick Bruna. Als warmloper voor de alomtegenwoordige pocketreeks gingen ze echter onvoorzien een eigen leven leiden. Merkwaardig was dat het onschuldige, lokkende beertje nogal contrasteerde met de hard-boiled detectiveverhalen die aanvankelijk achter de omslagen van de boeken schuilden.

Weinig pocketreeksen hebben zo'n lange adem én zo'n impact op het leesgedrag van de modale Nederlander gehad als de Zwarte Beertjes. Een originele naamkeuze, populaire auteurs, een instinct voor slimme, uit de States overgewaaide verkooptechnieken én de meesterhand van tekenaar en vormgever Dick Bruna zorgden voor het succes van de handzame, vooral 'spannende' boekjes. De Beertjes stonden synoniem voor zorgeloos leesvermaak. Een Nederlands gezin zonder Beertje in huis was als een keuken zonder fornuis. Ook in Vlaanderen vonden de Beertjes al even blindelings de weg naar de woonkamerbibliotheek.

Het ontstaan van de Zwarte Beertjes, midden jaren vijftig, sloot naadloos aan bij de groeiende zucht naar jaszak-literatuur. Het overzeese succes van de Pinguin-pockets had in de lage landen het pad naar laagdrempelige literatuur mee geëffend.

Met zijn nieuwe reeks mikte A.W. Bruna op een nieuwe doelgroep. Bruna, die de lucratieve exploitatie van de Nederlandse stationskiosken binnen had gerijfd, wilde treinen en lezen voorgoed aan elkaar linken. Onder impuls van zijn artistiek aangelegde zoon Dick, die vanaf 1952 boekomslagen voor de uitgeverij maakte, begreep hij hoe cruciaal daarbij de rol van de cover was. Een direct aansprekende flap moest de gehaaste koper-lezer bliksemsnel over de streep trekken.

Toen Dick Bruna op een winterdag begin 1955 zijn ontwerpen voor de nieuwe reeks aan Bruna-uitgeefdirecteur Jaap Romijn voorlegde, viel op hoe uitdagend en ongegeneerd hij met felle kleurvlakken en dikke contouren tekeerging. Zijn omslagen leken wel collages, waarin concrete voorwerpen zoals een hoed, een koffer of een paar schoenen uit hun omgeving werden gelicht en zo manifest de aandacht vingen. De achtergrond van de tekeningen hield Dick Bruna bewust zwart. Ging het tenslotte niet om detectiveverhalen, waarin zich zaken afspeelden die best in het duister bleven? Volgens de regels van de vrije associatie ontstond vervolgens de titel van de reeks: van Bruna naar bruintje over beertje was het maar een muizenstapje naar een 'Zwart Beertje'.

In een mum van tijd zette Dick een uiterst herkenbare beeldentaal voor de Beertjes neer, "fris, pakkend en in hun eenvoud, verduiveld knap", zoals een bewonderaar aan de ontwerper schreef. Het was nochtans verre van simpel om enige lijn in de reeks te krijgen. Het Beertjes-fonds was een amalgaam van uitstekende, goede, slechte én barslechte schrijvers. Je had bijvoorbeeld de (inmiddels lachwekkende) pulpverhalen van Jean/Josette Bruce (OSS 117). Ze verkochten als gek, maar dreven sommige lezers ook tot barre wanhoop. Zo vertelt Nicolaas Matsier in Gesloten huis hoe zijn vader in een woedeaanval OSS 117 in Las Vegas in de kachel keilde. Niet minder populair maar zeker van hoger niveau waren de whodunits van Nederlands succesvolste misdaadschrijver Havank (de Schaduw-reeks). Dé goudmijnen van A.W. Bruna vormden echter de schemerige Parijse affaires van Simenons commissaris Maigret én de James Bond 007-verhalen van Ian Fleming. Doodslag en geweersalvo's waren schering en inslag, maar Dick had geen behoefte aan expliciet geweld op de flap om te overtuigen: "Ik geloof niet dat ik griezelige zaken zou kunnen tekenen. (...) Ik zocht altijd naar een sfeer", zei hij in een interview met NRC-Handelsblad in 1989.

Dick Bruna, die intussen als tekenaar van meisjeskonijn Nijntje wereldberoemd raakte, varieerde graag op één thema. Uit die beperking haalde hij zijn voordeel. Voor de boekomslagen van Simenon waren Maigrets beruchte pijp en een Parijs' stadsplan terugkerende motieven. Konden voorwerpen gevoelens uitdrukken? Voor de cover van Maigret liet de ontwerper dunne, voorzichtig kringelende rook uit de pijp lurken. Bij De woede van Maigret zien we dan weer drie dikke, blauw-groene (!) rookwolken boven de pijp. Het flap van Maigret en de Chinese schim laat zelfs pijpen zien die Chinese karakters suggereren. Bruna las vooraf alle boeken om precies te kunnen inschatten hoe het omslag eruit moest zien: "Het is tenslotte het boek van de schrijver, die moet gelukkig zijn met het omslag", vond hij. Zeker Georges Simenon was zéér verguld met de Zwarte Beertjes-covers. Na elke Nederlandse editie stuurde hij Dick een montere brief: "Je wint ieder jaar aan eenvoud. Hetzelfde geldt voor je omslagen, die ik meer en meer ga bewonderen." Bruna was zelf al even lovend over Sim: "Hij was de mooiste schrijver om voor te werken."

Binnen elke subserie legde Bruna eigen accenten. Voor The Saint van Leslie Charteris mocht het befaamde, aaldunne poppetje met halo boven het hoofd opdraven. Voor de onuitputtelijke OSS 117-verhalen jongleerde hij met een zwart schietgraag silhouet dat een ingebouwd pistool in de knuisten had. Het geknipte figuurtje oogde allerminst bedreigend en had iets onweerstaanbaar komisch.

Autodidact Dick Bruna toonde zich een meester in de weglating. "Ik probeer met zo weinig mogelijk middelen een boodschap over te brengen en de fantasie maximaal te prikkelen", vertelde hij aan journalist Joris Lange. Toch bleken zijn veelzijdige ontwerpen ook een nieuwe tijdgeest te vatten. Aanvankelijk refereerde de knip- en plak-techniek (met gebruik van blauw, groen, geel en rood) aan het geliefde Zuid-Frankrijk van Henri Matisse en zag je eveneens de weldadige impact van Fernand Léger en Mondriaan. Later ging Dick zich laven aan het Parijs van de nouvelle vague. Bert Jansen heeft er in de monografie Dick Bruna. Boekomslagen (2000) terecht op gewezen hoe indringend Bruna door Franse atmosferen werd gevoed: "Ieder jaar toog hij naar Parijs om in een paar weken tijd zoveel mogelijk films en tentoonstellingen te bezoeken. Met nadruk noemde hij ook het straatbeeld in Parijs dat hem inspireerde." Hij schuierde door de metro waar de publiciteitsaffiches van Cassandre en Savignac met hun spitse en badinerende beelden ('Bic, écriture souple...'; 'Perrier, l'eau qui fait psschitt...!') hem toelachten. Vervolgens ging hij luistervinken bij de chansonrecitals van Charles Trénet, Juliette Gréco en Zizi Jeanmaire. Parijs was als een zuurstofkuur. Met steels plezier smokkelde hij deze iconen zijn boekomslagen binnen. Soms vrij direct, zoals bij Jan Brusses erg gewilde Parijs-bundelingen. Soms onrechtstreeks, zoals bij de covers voor de detectives van Peter Cheyney, waar Dick met het thema vrouwen en voyeurisme in touw was.

Het is een ijzeren wet in de uitgeverswereld: wie kaskrakers in huis heeft, kan zich het comfort gunnen om ook moeilijker boeken uit te brengen. Met Simenon, Fleming en Havank zaten A.W. Bruna en de Beertjes decennialang op rozen. Gaandeweg wilden de Zwarte Beertjes ook de betere literatuurliefhebber behagen. Zo kwamen Simenon en The Saint broederlijk in één serie te staan met Sartre, Shakespeare, Faulkner en Romain Gary. De Beertjes gingen nog méér breedband, conform het motto 'pocketbooks voor iedereen'. Je kon het zo gek niet bedenken of het vond in de schoot van de Beertjes een veilige haven.

Het had alles te maken met de letterenminnende mededirecteur Jaap Romijn, die de literatuur nog meer ademruimte gaf in de derivaatserie Witte Beertjes, die ook door Dick Bruna van sobere covers werd voorzien. In de karakteristiek smalle cadeauboekjes kwam je onder meer August Strindberg, Alberto Moravia, James Baldwin en Georges Perec tegen. De reeks had een fijne neus: ze bevatte de eerste vertaling van De dingen (Les choses, 1965) waarin Perec zijn subtiele kritiek op het materialisme van een Parijs jong koppel verpakte.

Toch kreeg Dick Bruna het begin jaren zeventig knap lastig met de onduidelijke koers van de échte Zwarte Beertjes, waarin zouteloze sciencefiction en zelfhulpboeken aan belang wonnen. "Er kwamen mensen waar ik geen enkele boodschap aan had, ze gingen van alles uitgeven wat me niets zei en ik had dingen moeten tekenen die ik niet wilde tekenen. Mijn omslagentijd was afgelopen", zo blikte hij in 1989 ietwat mistroostig terug in NRC-Handelsblad. Na het afscheid van Dick verloor de reeks snel haar eigen gezicht en leek ze inwisselbaar te worden met andere pulp-pocketreeksen. "Toen ik bij Bruna wegging heb ik erover gedacht een verhaal te maken over al mijn Zwarte Beertjes. De beer is dood had ik het willen noemen, maar dat vond ik niet aardig tegenover de uitgever. Die moest ook door."

Dat bleek niet het minste probleem. De Beertjes bleven ook na het afscheid van Dick onvermoeibaar floreren. Nu, precies vijftig jaar na hun ontstaan en honderd miljoen verkochte exemplaren later, zijn ze a rato van tien nieuwe titels per maand een imprint om van te duizelen. Intussen vallen de Beertjes onder de vleugels van de marktbeheersende PCM-groep. Romantiek, geweld en scherpgesneden crime van John Grisham, Tom Clancy en Ken Follett maken grote sier, naast zelfhulpboeken van Wayne W. Dyer of draken van Maeve Binchy. Hebbedingen vanwege de vormgeving zijn het niet meer. De hoezen zijn functioneel schreeuwerig, vol vlam- en vuurwapens of ogen zoeterig als stroop. Enkel het gestileerde, wijs kijkende Dick-beertje op de rug herinnert nog aan het verleden.

De harde kern verzamelaars maalt er niet om. Zij blijven intussen levenslang doende met de klassieke Dick Bruna-Beertjes. Omdat de duizenden Beertjes-omslagen af en toe lichtjes werden herzien of opgepoetst, is het trouwens schier onmogelijk een verzameling compleet te krijgen. Van Maigret en de gangsters alleen al bestaan er drie covervarianten met dansende deukhoeden. Bovendien sprong de uitgever hoogst slordig om met zijn reeksnummering. De jacht op ontbrekende Beertjes is zo'n enerverende bezigheid die leidt langs beduimelde opruimbakken, ouderwetse boekenmolens of aftandse zaakjes. Minder stoffig én directer resultaat garandeert uiteraard het internet. De Dick Bruna-revival is er goed merkbaar, getuige de stijgende prijzen én het onlangs geopende verzamelforum http://www.awbruna.net/zwb/prikbord/mboard.php, volgens de initiatiefnemers een "virtuele hangplek voor Zwarte Beer-o-fielen".

Sinds kort beschikken zij over een joyeuze en bijna nostalgisch stemmende inventaris. Het is een Japanse verzamelaar die Dick Bruna's affiches en boekomslagen op een overdonderende en ontzag afdwingende manier in één boek heeft gepropt. Dat Japan stapel is van Nijntje, wisten we al langer, maar dat ook de Dick Bruna-covers er vanwege hun klare lijn aan jonge ontwerpers worden gedoceerd, is een revelatie. Na urenlang kijkplezier kun je tenslotte niet anders dan instemmen met wat Pablo Picasso ooit aan Dick Bruna toevertrouwde: "De kracht van je boekomslagen ligt in het feit dat ze als affiches zijn opgevat."

Dirk Leyman

Gelegenheidswebsite 50 jaar Zwarte Beertjes: www.zwartebeertjes.nl/50jaar/

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234