Donderdag 02/12/2021

Kunst in Qatar

Weer een werk aan de muur van de sjeika

Sjeika Mayassa Al Thani zou een aankoopbudget hebben van zo'n 900 miljoen euro per jaar. Beeld rv
Sjeika Mayassa Al Thani zou een aankoopbudget hebben van zo'n 900 miljoen euro per jaar.Beeld rv

Met de aankoop van een Gauguin voor 264 miljoen euro overtreft Qatar zichzelf. Letterlijk: het woestijnstaatje verpulvert haar eigen recordbedrag voor werk van Cézanne. Zo moet het Midden-Oosten het kloppend hart van de kunstwereld worden, een appel voor de dorst als de olie opdroogt. Maar ook buurlanden laten zich niet onbetuigd.

Het was drummen, afgelopen week in het Kunstmuseum van Basel. In de aanloop naar de lange renovatie van het belangrijkste museum van Zwitserland mochten bezoekers gratis binnen. Wat zij toen nog niet wisten, is dat zij de happy few zijn die Nafea faa ipoipo, een topwerk van Paul Gauguin, nog gezien hebben in het museum waar het bijna vijftig jaar aan de muur hing. Binnenkort moeten bewonderaars daarvoor naar Qatar.

Nafea faa ipoipo ('Wanneer zul je trouwen?') is volgens de krant The New York Times en de Zwitserse krant Der Standard voor zo'n 300 miljoen dollar, 264 miljoen euro, verkocht aan Qatar. Het werk, een afbeelding van twee Tahitiaanse vrouwen dat baadt in de broeierige sfeer van het eiland waar Gauguin zijn beste werken maakte, wordt zo het duurste schilderij ter wereld. Voor dat bedrag kun je een stuk of dertig straaljagers in de lucht houden, bijna drie Christiano Ronaldo's kopen en 13.200 Volkswagens van het model Golf.

Of het schilderij die prijs waard is, is een moeilijk te beantwoorden vraag. Het recente opbod in het kunstcircuit - acht van de tien duurste schilderijen ter wereld zijn de afgelopen tien jaar verkocht - heeft er toe geleid dat voor bepaalde werken de waarde wordt bepaald door wat de koper er voor geeft. De intrinsieke waarde en de uiteindelijke verkoopprijs zijn in deze categorie "losgekoppeld", zegt Marianne Hoet, expert hedendaagse kunst bij veilinghuis Christie's. Ze benadrukt dat het hier om een "absoluut meesterwerk" gaat. "We hebben bij Christie's iets gelijkaardig meegemaakt met de triptiek van Francis Bacon (die bracht in mei 58,4 miljoen euro op, SVL). Dergelijke bedragen zien we enkel bij zeer belangrijke werken."

Het werk van Gauguin is, zoals Hoet het noemt, "heel fris aan de markt. De meeste Gauguins zitten al jaren vastgebeiteld in musea. Dan speelt de wet van de schaarste: de gelegenheid om zo'n stuk te kopen is uniek". De aard van de transactie verklaart mee de hoge prijs. "Het gaat het hier om een private, onderhandse verkoop. Bij een veiling zet je de prijs relatief laag om veel belangstellenden te lokken en hoop je dat het voor veel meer van de hand gaat. Bij een privédeal kan de verkoper vragen wat hij wil. Hij heeft zekerheid en controleert het proces. Het verbaast mij niet zo dat dit werk zo veel heeft gekost. Er zijn op dit moment verzamelaars op de markt die op zoek zijn naar meesterwerken, die op korte tijd een topcollectie willen samenstellen. Er is veel nieuw geld op de markt. Als zo iemand een werk echt wil, wordt er niet geaarzeld als de kans zich voordoet."

Dit werk van Gauguin had het Kunstmuseum in bruikleen van de familie Staechelin. Het steenrijke Zwitserse geslacht heeft meer dan twintig werken in haar patrimonium, inclusief Van Gogh, Picasso en Pissarro. Het Kunstmuseum en de nazaten van Staechelin lagen al een tijd overhoop. Geruzie over de voorwaarden van het uitlenen van de werken - en tegen welke prijs - zou de Staechelins er toe hebben aangezet om het werk te verkopen.

Het is niet bekend of de Qatarese koper, naar verluidt Qatar Museums, zich ook over de rest van het patrimonium ontfermt. Want de honger van de oostelijke oliestaten naar westerse kunst is groot. "Het Midden-Oosten is nog altijd bezig het centrum van de kunstwereld te worden. De musea staan er al", zegt veilingmeester Peter Bernaerts. "Nu moeten er nog werken aan de muur."

undefined

null Beeld BelgaImage
Beeld BelgaImage
Het Nationaal Museum in Qatar moet de thuis worden van topwerken, maar die moeten nog aangekocht worden. Beeld rv
Het Nationaal Museum in Qatar moet de thuis worden van topwerken, maar die moeten nog aangekocht worden.Beeld rv

Na de olie

Woestijnstaatjes als Dubai, Abu Dabi en Qatar denken al langer na over de vraag wat er moet gebeuren als de olie ooit opdroogt. Dubai zet sterk in op toerisme en promoot zich, met redelijk succes, als de rivièra van het Midden-Oosten. Vooral uit Rusland maar ook uit Europa komen bemiddelde toeristen in de wintermaanden uitpuffen aan de Perzische Golf. Sportevenementen en nu dus ook cultuur moeten de olie-inkomsten doen vergeten.

In Abu Dhabi verrijst naast een eigen Guggenheim ook een nieuw Louvre, in Qatar gaat het grondig verbouwde National Museum open. Indrukwekkende gebouwen, steevast van de hand van toparchitecten (Frank Gehry, Jean Nouvel, Norman Foster), met immense zalen (en stevige airconditioning) die gevuld moeten worden met werken die massa's bezoekers kunnen trekken. De Qatarese familie Al Thani kocht de afgelopen jaren werk van Warhol, Hearst, Rothko en Man Ray. De shopping spree van sjeika Mayassa Al Thani, hoofd van Qatar Museums sprong zo in het oog dat ze in 2013 bovenaan de powerlist van het tijdschrift Art Review belandde. Volgens Forbes heeft ze een aankoopbudget van zo'n 900 miljoen euro per jaar. Daar kocht ze onder andere elf Rothko's van voor 417 miljoen euro en De kaartspelers van Cézanne. Met een prijskaartje van vermoedelijk 180 miljoen euro was dat lange tijd het duurste schilderij ter wereld.

"In een staat waar het geld letterlijk uit de grond komt", zegt Bernaerts, "doet het er bij wijze van spreken niet toe of er 230 of 280 miljoen gespendeerd wordt. Ook heel rijke mensen denken na over wat ze met hun geld kunnen doen. Je besteedt die 250 miljoen beter aan een iconisch schilderij dan dat je het geld op de bank laat staan, zo redeneren zij. Het is eigenlijk gewoon aftellen naar het volgende record."

Kijken wij hier, in Europa, binnenkort tegen kale muren aan? Kunsteconoom Arjo Klamer (Erasmus Universiteit Rotterdam) denkt dat het zo'n vaart niet zal lopen. "In de negentiende eeuw zagen we hier in Nederland dat de Vermeers en Rembrandts naar andere landen verdwenen. Toen zijn er beschermende maatregelen genomen."

Volgens Kramer kan buitenlandse aandacht en druk helpen om de zaken op scherp te stellen. Hij verwijst naar Van Gogh. De verkoop van Irissen in 1987 voor 47,6 miljoen euro (zo'n 100 miljoen volgens de huidige koers) veroorzaakte een schokgolf. De lange rijen voor het Amsterdamse Van Goghmuseum tonen aan hoe lang zo'n effect doorwerkt. "Je kunt de aandacht uit het oosten ook zien als een bevestiging van de kwaliteit en de aantrekkingskracht van westerse kunst. Zouden wij even warm worden van culturele uitwisseling met de Chinezen of de Arabieren? Ze zouden hun geld ook aan iets anders kunnen besteden. De oliestaten hebben teveel geld, wij hebben kennis en expertise."

Wel stelt hij zich vragen bij de leefbaarheid van het project. "We worden geconfronteerd met een staatje dat denkt dat je aandacht kunt kopen. Het lijkt ze voorlopig te lukken. De artificiële creaties in Dubai en de Emiraten werken als een magneet op bezoekers. Dat doet Las Vegas tenslotte ook."

undefined

Sjeika Mayassa Al Thani, hier met de Britse prins Charles in het Museum of Modern Art in Qatar. Beeld GETTY
Sjeika Mayassa Al Thani, hier met de Britse prins Charles in het Museum of Modern Art in Qatar.Beeld GETTY
null Beeld GETTY
Beeld GETTY

Angst en afgunst

Hij noemt niet het bedrag, maar wel de keuze van Qatar voor Gauguin een verrassing. "Hij is een intellectuele kunstenaar, een belangrijk figuur die enorm veel invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de schilderkunst. Dat is wel wat anders dan Monet of Cézanne."

Ook Marianne Hoet en Peter Bernaerts zien de verhuizing van het werk niet noodzakelijk als negatief. Hoet is blij dat het stuk waarschijnlijk in een museum terechtkomt, toegankelijk voor publiek. Bernaerts noemt de ervaring van kunst in de woestijn "surreëel, maar ook intrigerend. Het is een feit dat het Midden-Oosten van heel groot belang is geworden voor de kunstmarkt. Zij trekken en duwen het wereldje naar nieuwe hoogtes."

De zucht van het Midden-Oosten naar Europese en Amerikaanse kunst wekt bewondering maar ook angst en afgunst. Zo probeerde de Britse overheid de verkoop van een Picasso (Kind met duif), die de sjeika voor 67 miljoen wist te kopen, te verhinderen met een uitreisverbod. Het zette geen zoden aan de dijk. Tegelijkertijd sloot het gesubsidieerde British Museum wel een tienjarige miljoenendeal met Abu Dhabi, waar zij 'adviseren' bij de opstart van het Zayed National Museum, gewijd aan de Emirati-cultuur. Er zullen ook werken uitgeleend worden. Idem voor het Louvre, waarbij de Franse overheid met de Qatari's een vet contract afsloot dat bepaalt dat werken uit de Parijse musea zoals het Louvre, Musee d'Orsay en het Centre Pompidou uitgeleend kunnen worden. Oliedollars in ruil voor wat impressionisme, dat is de deal. Een deal die niet zonder gevaar is: de Guggenheim Foundation kreeg forse kritiek toen bleek dat bij het bouwen van de poot in Abu Dhabi de arbeiders in uiterst penibele omstandigheden werken.

Kritiek

Ook Qatar heeft de afgelopen jaren voornamelijk negatieve kritiek gekregen. De enorme media-aandacht die de Gauguin met zich meebrengt, is een welgekomen afleiding. De voorbereiding van de voetbalwereldbeker die in 2022 in de woestijn door zal gaan, de daar mee gepaarde slavenarbeid door buitenlandse werkmieren, de beschuldigingen van het financieren van terreurgroep IS: het imago kon wel een boost gebruiken. En dan zijn er nog de missionstatements van al die nieuwe musea die stuk voor stuk appelleren aan de Qatarese dan wel woestijncultuur, welgekomen propaganda op een moment dat de regio bloedt door de sektarische, religieuze en separatistische conflicten.

Kunst kan dan wel een belangrijke economische hefboom zijn - de grote Europese steden danken er grote stromen toeristen aan - maar in het Midden-Oosten heeft cultuur momenteel incestueuze trekjes. Overheids- en privébelangen zijn ondoorgrondelijk met elkaar verweven, het zijn voornamelijk familieleden van de sjeiks die het door sjeiks aangekocht werk komen bewonderen. Eerdere stunts met werk van Richard Serra in de Qatarese woestijn (in een lokaal blad omschreven als 'een erg bekende kunstenaar'), Takashi Murakami en Damien Hirst trokken voornamelijk expats en royals. Het is een van de redenen dat de sjeika met de dikke portefeuille in 2014 terug naar de dertiende plaats duikelde van de Art Review-hitlijst. Het lijkt er op, zo klonk het commentaar van de redactie, "dat het enthousiasme van het Qatarese publiek voor kunst nog niet in de buurt komt van dat van de sjeika zelf".

Top-3 recordbedragen

Paul Gauguin, Nafea faa ipoipo (Wanneer zul je trouwen), verkocht in januari 2015, verkoper: Staechelin-familie, koper: vermoedelijk Qatar, gemaakt in 1892, olieverf, 1,01 m x 77 cm. 264 miljoen euro

Paul Cézanne, De kaartspelers, verkocht in april 2011, verkoper: George Embiricos, koper: Qatar, gemaakt in 1892 of 1893, olie op doek, 97 × 130 cm. 229 miljoen euro

Jackson Pollock, No. 5, 1948, verkocht in november 2006, verkoper: David Geffen, koper: David Martinez, gemaakt in 1948, olie op houtvezelplaat, 240 × 120 cm. 124 miljoen euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234