Vrijdag 07/05/2021

Weemoed & passie

Op woensdag 16 november overleed onverwachts de schrijver-schilder Henk van Woerden. Hij was 57 jaar. Vorige maand verscheen zijn laatste roman, Ultramarijn, een intrigerende vertelling die ditmaal niet over Zuid-Afrika gaat, maar wel opnieuw over ontheemding, weemoed en het eeuwige rusteloze zwerven.

Je pen is zo goed als je penseel", schreef Adriaan van Dis aan Henk van Woerden na diens debuut. De beeldend kunstenaar was een literaire laatbloeier: pas in 1993, op 46-jarige leeftijd, debuteerde hij met Moenie kyk nie, een autobiografische roman over een Nederlands gezin dat in januari 1957 naar Zuid-Afrika emigreert. De ik-persoon is op dat moment 9 jaar en blind aan één oog. De gebeurtenissen in het almaar meer door de apartheidspolitiek verscheurde land worden beschreven vanuit de ogen van de opgroeiende jongen, gretig observerend met zijn goede oog en als het ware reflecterend met zijn glazen oog.

Het verhaal was "volledig autobiografisch", vertelde Van Woerden in een interview: "Ik heb er niet veel bij hoeven verzinnen. Het was alleen een kwestie van vormgeven."

Het treurige relaas van het uiteenvallende gezin in een chaotische maatschappij was zijn eigen familiegeschiedenis. Hij was dat pientere jongetje met het glazen oog dat het allemaal had meegemaakt. De overhaaste emigratie en vervolgens hoe zijn moeder aan de Kaap wegkwijnt van heimwee: met statige Hollandse meubelen in de lounge en stroopwafels, Haagsche hopjes, Zeeuwse babbelaars en Deventerkoeken van bij de (Hollandse) bakker.

Korte tijd later sterft zijn moeder en desintegreert het gezin: vader begint een verhouding met een jongere, agressieve vrouw, en de kinderen worden bij pleeggezinnen geplaatst, zijn jongere broer ondergaat de veranderingen hulpelozer dan hij en wordt schizofreen. Het verval van het gezin verloopt parallel met de verscheurdheid van het land. De politieke situatie wordt steeds moeilijker, de apartheidswetten worden steeds strakker, wat in de roman vooral blijkt uit haast achteloos opgemerkte observaties.

Moenie kyk nie was "een droomdebuut" (NRC-Handelsblad), het werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs - het juryrapport stelde dat de schrijver "op bijna laconieke wijze een schrijnend verhaal weet te vertellen, in een taal die tintelt van zintuiglijkheid en blijk geeft van een grote stilistische beheersing".

Henk van Woerden woont van zijn negende tot zijn eenentwintigste in Zuid-Afrika, van 1957 tot 1968. Na zijn moeders dood verblijft hij een tijdlang in het gezin van een dominee, met wie hij iedere week naar de zwarte townships trekt. "Die ervaringen hebben me sterk beïnvloed", vertelt hij later in een interview, "de omstandigheden in die townships waren erbarmelijk. Vandaar ook de titel Moenie kyk nie, het was een kant van de samenleving waar de blanke de ogen voor sloot."

In de jaren zestig, na het bloedbad van Sharpeville, wordt de situatie voor met de zwarten sympathiserende blanken steeds moeilijker: "Je werd voortdurend in de gaten gehouden. Overal waren spionnen geïnfiltreerd. Als je een multiraciaal feest bezocht, was je verdacht. Een pamflet van het ANC kwam je te staan op een langdurige gevangenisstraf. Tweemaal werden mensen uit mijn directe omgeving ontmaskerd als apartheidsspion."

In 1968 - intussen afgestudeerd aan de kunstacademie van Kaapstad - keert hij terug naar Nederland. In Moenie kyk nie bedenkt de ik-persoon: "Ik weet niet wat ik tegemoet ga, maar wie hier blijft, leeft onder een stolp."

Terug in Holland, onvoorbereid, zoals hij in Een mond vol glas (1998) schrijft, "op de nostalgie naar een toekomst die ik achter me had gelaten". In een flatje in Bussum houdt hij het niet lang uit: "De benauwenis en de bedomptheid van alles." Na enkele maanden vlucht hij "gillend gek geworden" van de Nederlandse dufheid. Na wat rondzwerven vestigt hij zich op Kreta. In de jaren zeventig en tachtig woont en werkt hij afwisselend in Griekenland en Nederland. Als beeldend kunstenaar verwerft hij enige faam met schilderijen die opvallen "door hartverscheurend mooie kleuren en een stemming van ingehouden melancholie", aldus een criticus bij een overzichtstentoonstelling, getiteld Vaarwel paradijs.

Zijn tweede roman, Tikoes (1996), is een reisverhaal waarin een in Zuid-Afrika opgegroeide Nederlander zijn nieuwe vriendin rondleidt door het land als door zijn eigen verleden. De nieuwe geliefde en het oude thuisland, allebei zijn ze getekend door een conflictueus verleden. Het verband wordt expliciet gelegd: "Kon je in een ander persoon afdalen, zoals je een land bezocht dat je in een ver verleden achter had gelaten?"

Tussen 1989, nadat de hervormingen begonnen waren, en 1996 bezoekt hij het land meermaals. Zijn reiservaringen vermengt hij in Een mond vol glas met het merkwaardige levensverhaal van Demitrios Tsafendas, die in 1966 premier Verwoerd, de architect van de apartheid, vermoordde. Hij reconstrueert op magistrale wijze de biografie van de moordenaar, ook weer een ontheemde. Dat levensverhaal lijkt wel een metafoor voor het Zuid-Afrikaanse trauma, waarover Van Woerden op persoonlijke wijze verslag doet. Op het einde van het boek beschrijft hij zijn bezoek aan Tsafendas in een psychiatrische instelling. De ontmoeting vormt het slothoofdstuk van een opzienbarend boek, dat door J.M. Coetzee geprezen werd als "een intrigerende en tegelijk buitengewoon geslaagde mengeling van biografie en fictie". En Breyten Breytenbach schreef erover: "Alleen Henk van Woerden is in staat ons land en onze geschiedenis zo open te leggen, dank je wel, Henk!"

Een mond vol glas zorgde ook voor zijn internationale doorbraak. Het boek werd in veertien talen uitgebracht, waaronder het Afrikaans (in een vertaling van Antjie Krog). Het ontroerde hem dat het boek "ontroering teweegbracht onder bruinmense". In 2001 kreeg hij als eerste buitenlandse schrijver ooit de prestigieuze Sunday Times Fiction/Alan Paton Award uitgereikt, de prijs voor het beste boek van Zuid-Afrika.

Intussen had hij ook de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker geïntroduceerd in Nederland. Voor de tweetalige uitgave Ik herhaal je, met gedichten van Jonker en vertalingen van Gerrit Komrij, schreef hij een biografische schets van de jonggestorven cultdichteres.

In 2002 verscheen Notities van een luchtfietser, een bundel reisreportages en brieven waarin hij een zelfportret schetst van een levenslange zwerver die op school in Zuid-Afrika al 'Dwalie' werd genoemd. In het begin- en het slotverhaal verhaalt hij over een zeeolifant, die van de Pool naar de Kaap trekt om daar, op het strandje van de Drieankerbaai, kolossaal te liggen uitrusten: "De behoefte om telkens weer te vertrekken, zit ergens in zijn aard of in zijn genen. En niemand die vertellen kan waarom."

"Na vier boeken over dit thema is het wel genoeg", verklaarde hij in 2001. Hij wilde af van het stigma 'Zuid-Afrika' en werkte aan een 'Europese roman', waarmee hij de kritiek wilde tonen dat hij een meeslepend verhaal kon schrijven los van zijn autobiografie. Vier jaar later, op 14 oktober 2005, verscheen Ultramarijn, de roman die hij als zijn meesterproef beschouwde. Een beklemmend en bevreemdend boek over het dolende bestaan van geliefden die voor het verleden op de vlucht moeten slaan. Inhoudelijk heftig - met incest, prostitutie, raciaal geweld - toont het tegelijk de melancholie van een land, onbenoemd maar gesitueerd aan de oostkust van de Middellandse Zee, met een potpourri van culturen en een complexe geschiedenis van migratie en vermenging.

Opnieuw gaat het over het mysterie van de weemoed en het zwerven. En opnieuw is de dromerige hoofdpersoon een kosmopolitische ontheemde. Dat lijkt wel een ideaal voor Van Woerden. In zijn laatste interview met NRC-Handelsblad sprak hij zich dan ook positief uit over de evolutie in Nederland: "Er is een prachtige transformatie gaande van de cultuur." Door de migratiegolf voelde hij zich in het huidige Amsterdam - "nu het bijna voor de helft zwart is" - meer thuis dan dertig jaar geleden: "Die massale immigratie is veel invloedrijker, grootser, belangrijker, interessanter, betekenisvoller dan men denkt. De hele cultuur is erdoor veranderd. De weemoed en de passie van het zuiden waarover Ultramarijn gaat, hebben we hierheen geïmporteerd en dat is een groot goed."

Hij overleed tijdens zijn slaap in zijn appartement in Ann Arbor, waar hij als writer in residence doceerde aan de universiteit van Michigan. Hartstilstand, hij was 57 jaar. Moge het motto uit Ultramarijn, een citaat van zijn lievelingsdichter K.P. Kavafis, niet gelden voor de schrijver Henk van Woerden: "Zijn einde zal ergens beschreven zijn, maar raakte in vergetelheid,/ of misschien dat de geschiedenis eraan voorbijging/ en terecht niet heeft toegelaten/ dat zoiets onbeduidends opgetekend werd."

Johan Vandenbroucke

Hij wilde af van het stigma 'Zuid-Afrika' en werkte aan een 'Europese roman', waarmee hij de kritiek wilde tonen dat hij een meeslepend verhaal kon schrijven los van zijn autobiografie

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234