Maandag 14/06/2021

Weelderige italorock

BRUSSEL l Een popzanger met een cowboyhoed op een barokke troon. Het klinkt potsierlijk, maar de Italiaan Zucchero raakt ermee weg. Woensdag at Vorst Nationaal twee uur lang uit zijn hand.

Door Koen De Meester

Zucchero is al ruim twintig jaar een ster ver buiten de grenzen van zijn land en werkte samen met coryfeeën als Eric Clapton, Paul Young, Pavarotti en Bono. Zijn recentste cd Fly werd geproduceerd door Don Was en volgespeeld door het puikje van de Amerikaanse sessiemuzikanten.

We hadden ons aan zuiderse toestanden verwacht en die kregen we met de gulheid van een Italiaanse mama. Er stond niet alleen de weelderige zetel van Adelmo 'Zucchero' Fornaciari, maar ook de beeldschermen waren in een gouden lijst gevat. En boven de muzikanten hingen er grote luchters, alsof we in een Venetiaans paleis terechtgekomen waren.

De muziek van de man is daarentegen diep geworteld in de Amerikaanse traditie, met een rechtstreekse lijn naar gospel en de blues. Hij is tevens een subtiele gitarist die rootsachtige licks uit zijn gitaar tovert. Zucchero heeft niet echt een opmerkelijke stem, maar weet er wel de juiste emotie in te leggen met een nonchalance die de luisteraar zorgvuldig binnenhaalt. Al was de publieksreactie niet zo idolaat als bij een optreden van Eros Ramazzotti, toch zinderde de volle bunker mee met elke zucht die de man uit het Noord-Italiaanse Roncocesi aan de microfoon toevertrouwde.

De hoofdbrok bestond uit songs van Fly, ambachtelijke nummers als 'Occhi' en 'L'Amore è nell'aria' die er vlot ingingen, maar het was vooral 'Quanti anni ho' dat veel succes had. Het liedje had een heerlijke melodie en dreef op een orgeltje dat zo geplukt was uit Procol Harums 'A Whiter Shade of Pale'. Die referentie was niet gratuit, want een heel eind verderop in de set bracht hij een prachtige Italiaanse versie van 'A Salty Dog', een van de andere hits van de legendarische Britse band. Dat niet alles van hetzelfde niveau was, bleek onder meer uit 'Un kilo', een rocker die schatplichtig was aan 'The Seed 2.0' van de Amerikaanse band The Roots. 'Cuba Libre' deed ook te veel denken aan 'Me gustas tu' van Manu Chao, maar de versie van 'Il volo' zorgde ervoor dat iedereen in de zaal vleugels kreeg. De oude tranentrekker 'Everybody's Got to Learn Sometime' van The Corgis goot hij daarna in een Joe Cockerjasje. In de finale volgde dan nog een aantal van zijn grootste hits, zodat de toeschouwers zich eindelijk mochten ontpoppen als heuse tifosi.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234