Dinsdag 23/07/2019

Interview Genocide Rwanda

Weduwe vermoorde blauwhelm: ‘Ik begrijp nog altijd niet waarom de VN-generaal voorbijreed terwijl onze mannen werden vermoord’

Sandrine Loix, weduwe van luitenant Thierry Lotin, een van de tien Belgische blauwhelmen die tijdens het begin van de Rwandese genocide zijn vermoord, dit weekend 25 jaar geleden. Beeld Tim Dirven

Dit weekend is het 25 jaar geleden dat de Rwandese genocide begon, na het neerhalen van het presidentieel vliegtuig én de moord op tien Belgische blauwhelmen. Sandrine Loix, weduwe van de vermoorde luitenant Thierry Lotin, stelt zich nog altijd veel vragen. ‘Waarom verontschuldigden Dehaene, Delcroix en Claes zich nooit?’

“Wat er toen in Rwanda is gebeurd tekende mijn leven en vormde me zoals ik nu ben als mens. Toen Thierry stierf begreep ik dat leven in het verleden en de toekomst geen zin heeft. Enkel het heden telt. Alles kan van vandaag op morgen voorbij zijn.”

Als we Sandrine Loix ontmoetten was ze net te zien in de documentairereeks Terug naar Rwanda. Daarvoor keerde ze in het gezelschap van haar zoon Pierre-Henri (25) terug naar de plek waar haar man en negen collega’s op 7 april 1994 werd vermoord door Rwandese soldaten, opgezweept door een vals gerucht op de haatzender Mille Collines dat de Belgen het vliegtuig van president Juvénal Habyarimana neerhaalden. Na de moord trokken de andere Belgen zich terug, terwijl extremistische Hutu in Rwanda hun honderd dagen durende genocide op 800.000 Tutsi en gematigde Hutu begonnen.

Wat betekende het voor u beiden om samen naar de plek te gaan waar Thierry omkwam?

“We waren er allebei al geweest met Belgische delegaties. Dit was de eerste keer dat we met ons tweetjes alleen waren in het lokaal waar ze zijn vermoord. Vooral voor Pierre-Henri was dit belangrijk. Ik was nog zwanger toen Thierry stierf. Ik hertrouwde, en toen had hij een papa in zijn leven en een papa in de hemel. En ook al staat hij vrolijk in het leven, er was altijd een deel in hem vol tristesse dat hij niet kon uiten. Dankzij de documentairemakers legden we nu samen die weg van het verleden naar vandaag af. Ik heb er geen deuren heropend die ik persoonlijk al sloot maar onze nieuwe ontmoetingen verrijkten wel.”

In een Rwandese gevangenis ontmoette u Valérie Bemeriki, de vrouw die op haatzender Mille Collines mee het gerucht verspreidde dat de Belgen het vliegtuig neerhaalden van de president – wat de blauwhelmen het leven kostte en de genocide in gang zette. Wat deed dat met jullie?

“Deze ontmoeting was zeer hard voor ons. Het is de eerste keer in mijn leven dat ik voor iemand zat die ik niet kende en vertelde dat ik kwaad was. Op de beelden zie je dat ik boos ben. Het was een soort confrontatie met een extreme ideologie. Ook al toonde ze wat genegenheid door me maman te noemen, die vrouw had nog altijd een hardheid in haar. Ze haatte de Tutsi en de Belgen, en erkende bewust lijsten voorgelezen te hebben van mensen die vermoord moesten worden. Maar, zij zit nog in de cel. Enkelen van haar meerderen leven nu al vrij in het buitenland - zoals de Belg Georges Ruggiu, die na een celstraf al terug in ons land woont.”

Wat zijn de onbeantwoorde vragen over de moorden op uw man en zijn collega’s?

“Ik zal mijn hele leven een groot vraagteken blijven hebben over VN-generaal Roméo Dallaire (chef van VN-vredesmacht Unamir, MR), die samen met de Belgische majoor Maggen op vijftien meter langs Camp Kigali reed, en niéts deed terwijl onze mannen werden vermoord. Er lagen al enkele para’s in elkaar geslagen op de grond maar hij zette zijn weg verder naar een ontmoeting met Théoneste Bagasora (legerkolonel en mede brein van de genocide, MR). Daar heeft hij niets gezegd over de noodsituatie. Evenmin belde Dallaire de Belgische bevelhebber, kolonel Luc Marchal. Noch vanuit militair noch vanuit menselijk perspectief is dat te begrijpen.”

Luitenant Thierry Lotin werd samen met negen collega’s vermoord op 7 april 1994. Een kwarteeuw later zitten de families nog altijd met veel vragen. Beeld Tim Dirven

Zochten jullie ooit contact met Dallaire?

“Mijn zoon Pierre-Henri trok recent naar Canada en probeerde Dallaire te ontmoeten. Hij weigerde. Blijkbaar gaat het niet goed met hem. Hij zou zelfmoordpogingen achter de rug hebben.”

In België kreeg kolonel Marchal destijds de grootste kritiek. U ontmoette hem nu voor het eerst voor een gesprek. Wat deed dat met u?

“Marchal is een gehavende man, die een zondebok werd. Uiteindelijk wist hij pas om negen uur zondagavond dat de para’s dood waren en kreeg hij eerder het bericht dat ze ‘gered’ waren door de Rwandese majoor Ntuyahaga (van wie later bleek dat hij ze uitleverde aan een lynchmeute soldaten, MR). Toch nam hij de verantwoordelijkheid voor zijn manschappen op de schouders. Het was voor ons de eerste keer dat een Belgisch militair ons zijn excuses aanbood…, wat wel eens mocht na 25 jaar… Het werd daarom een zeer menselijke ontmoeting.”

Marchal kreeg geen info omdat Belgische officieren onder hem de noodoproep van uw man relativeerden. Wat gebeurde met hen?

“Zij zijn terecht intern gesanctioneerd. Strafrechtelijk kon hen niets verweten worden. Ze waren gewoon te naïef. Ze vertrouwden het Rwandese leger omdat een deel van die officieren opgeleid waren aan onze KMS, de militaire school. Ook had het hoger bevel eerdere waarschuwingen dat grootschalig geweld werd gepland niet doorgegeven.”

Legt u meer verantwoordelijkheid bij de hoogste bevelvoering, inclusief de regering?

“Dat is zeker. Zo wordt er haast nooit gesproken over toenmalig luitenant-generaal José Charlier, toenmalig stafchef. Ik herinner me een moment tijdens de parlementaire Rwanda-commissie waar de pers de zaal moest verlaten en wij konden blijven. Voorzitter Guy Verhofstadt vroeg Charlier of hij wel voldoende manschappen had gestuurd. Na veel stamelen erkende Charlier dat hij onder druk van toenmalig CVP-defensieminister Leo Delcroix in plaats van 600 militairen, die Defensie nodig achtte om de vredesmissie veilig uit te voeren, er slechts 370 stuurde omwille van marchandise over besparingen...”

…waarna de manschappen vertrokken met het idee dat het na Somalië een makkelijke missie zou worden. ‘Club Med’, zei men. Ook aan uw man?

“O ja, hij is zeer cool vertrokken. Ik weet nog dat we discussieerden omdat hij dacht van daaruit een week vakantie in te plannen om de Kilimanjaro te beklimmen, terwijl ik wou dat hij zijn zwangere vrouw zou bezoeken.”

Kon u over dit alles ooit praten met wijlen premier Jean-Luc Dehaene?

“De eerste keer dat we Dehaene een petitie wilden overhandigen negeerde hij ons straal. Na ophef daarover zijn we door hem ontvangen maar hij zei weinig. Dehaene, Delcroix en toenmalig buitenlandminister Willy Claes verontschuldigden zich nooit voor gemaakte fouten. Waarom? Ik vind dat jammer. Het zou nog duren tot 2000 voor premier Verhofstadt in naam van België excuses aanbood voor fouten die we in Rwanda maakten.”

De enige direct veroordeelde voor de moord op de tien para’s, majoor Bernard Ntuyahaga, is na zijn celstraf hier onlangs uitgeleverd aan Rwanda. Volstond dat, en wat met de andere daders?

“Ntuyahaga zat zijn straf uit en zit nu in Rwanda opnieuw vast. Ik vind het belangrijk dat hij ook daar verantwoording moet afleggen voor verdere misdaden tijdens de genocide. De andere daders zie ik als een gewapende arm. Voor die mensen voelde ik nooit haat. Onze wrok gaat uit naar de militaire en politieke verantwoordelijken uit Rwanda en elders. Vergeet ook de rol van Frankrijk niet.”

U verwijst naar het presidentiële vliegtuig, neergehaald door twee luchtdoelraketten van Franse makelij. Toch weten we na 25 jaar nog niet wie vuurde, ook al was dat het startschot voor de moord op de para’s én de genocide. Wat zegt dit volgens u?

“Er waren officieuze enquêtes maar er is tot nu nooit een officieel onderzoek geweest, ook al stierven de Rwandese én Burundese president. Dat blijft bizar, als je weet dat men vandaag snel de oorzaak zoekt van aanslagen op, of ongevallen met, vliegtuigen. Net daarom blijven de vermoedens dat de Fransen iets te verbergen hebben.”

Minister Didier Reynders brengt in 2014 hulde aan de 10 Belgische para's in Kamp Kigali voor het lokaal waar ze werden vermoord, maar de nabestaanden vinden dat de regeringsleden uit 1994 berouw moeten tonen. Beeld Photo News

De regering trok de Belgische blauwhelmen na de dood van uw man en zijn collega’s terug uit Rwanda. Ze moesten meer dan 2.000 vluchtelingen in het Don Bosco-instituut achterlaten, die daarna zijn vermoord. Vond u dat ze moesten blijven?

“Ik heb daar twee waarheden. Er is mijn waarheid van toen, een zwangere vrouw in shock over de dood van haar man die vond dat ze daar zo snel mogelijk weg moesten zodat er geen andere Belgen stierven. Dan is er mijn waarheid van later. Toen besefte ook ik wat de gevolgen waren van de terugtrekking, die met onze kennis van nu natuurlijk nonsens was. Tien jaar na de genocide woonde ik in een stadion in Kigali een Rwandese massaherdenking bij. Toen pas zag ik een volk lijden. Dan sta je er ook bij stil dat jij dan wel je man verloor, maar sommige Rwandezen zwaargewond ontwaakten in een massagraf waarin de rest van hun hele familie al dood lag. Het deed me goed dat ik toen met genocideoverlevenden kon huilen.”

Schedels in het Ntarama Genocide Memoriaal, in Kigali. Sandrine Loix herdacht de volkerenmoord ook al mét Rwandese nabestaanden, wier leed ze deelt. ‘Het deed me goed dat ik met genocideoverlevenden kon huilen’. Beeld AFP

Dit weekend worden alle genocideslachtoffers herdacht. Hoe hoopt u dat men uw man en zijn collega’s zal eren?

“Zoals ze waren tijdens hun leven: positieve mensen. De herdenkingen zijn wel belastend, omdat je altijd terug in dat verleden wordt geslingerd. Ik vind het ook erg dat de huidige legertop of regering ons niet meer kent, of niet wil kennen? De voorbije vier jaar werden we tijdens de herdenking niet langer persoonlijk gegroet... Toch blijft het belangrijk voor ons om te gaan, zodat we deze geschiedenis herinneren, en zeggen: dit mag nooit meer gebeuren.”

De vijfdelige reeks Terug naar Rwanda is te zien op VRTNu en op dinsdagavond ook op Canvas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden