Vrijdag 24/05/2019

Exclusief

Weduwe piloot spreekt voor het eerst over crash VN-baas in 1961: “Mijn Jan heeft het níét gedaan”

Marion Fowkes, de weduwe van de Belgische piloot Jan Van Risseghem. Beeld Tim Coppens

Marion Fowkes, de 93-jarige weduwe van Jan Van Risseghem, doet voor het eerst haar verhaal. Ze wil de naam van haar man zuiveren, met in de hand het dagboek van haar schoonmoeder en het vlieglogboek van haar man. Bewijzen die eindelijk zijn onschuld?

“Oh, you again?” Marion Fowkes houdt de deur op een kier geopend. “Maar deze keer ga ik je binnenlaten.” In januari had de 93-jarige Fowkes me nog wandelen gestuurd. En bijna een jaar geleden wilde ze ook al niet op vragen antwoorden, toen een nieuw onderzoek van de Verenigde Naties naar de dood van Dag Hammarskjöld haar echtgenoot ter sprake bracht. De Zweedse VN-secretaris-generaal overleed in 1961 bij een mysterieuze crash, niet ver van het vliegveld van Ndola, dicht bij de Congolese grens. Hammarskjöld was onderweg voor vredesbesprekingen met Moïse Tshombe, die met Europese huurlingen het rijke Katanga probeerde af te scheuren van het pas onafhankelijke Congo.

Vervolgens
getuigde in januari dit jaar oud-parachutist Pierre Coppens dat piloot Jan Van Risseghem de raid op het vliegtuig van Hammarskjöld zelf aan hem had opgebiecht. De getuigenis komt voort uit de documentaire Cold Case Hammarskjöld, die deze week zijn Belgische première heeft op filmfestival Docville. Ook toen de getuigenis van Coppens naar buiten kwam, hield de weduwe de deur van haar woning in Lint potdicht voor journalisten die om wederhoor kwamen vragen. Tot nu dus.

Marion Fowkes met een foto van haar overleden echtgenoot als piloot Beeld Tim Coppens

“Mensen in het dorp wijzen me met de vinger”, zegt Fowkes. “Zelfs een van de oud-strijders kwam naar me toe om te zeggen dat hij Hammarskjöld heeft gedood. Ik hield zoveel van Jan. Ik kan er niet tegen dat mensen dat over hem denken.”

Oorlogshelden

Het gesprek gaat gepaard met thee, koekjes en scones. Fowkes is dan ook een Britse. Overal staan en hangen foto’s van haar echtgenoot. Captain Jan was geen misse verschijning. Aan de kapstok bengelt de vlag van de Katangese luchtmacht, halfstok zeg maar. Van Risseghem heeft de vlag destijds ontworpen, met drie Katangakruisen en het wapenschild van zijn moeder, ook een Britse, van adellijken bloede.

Zijn Engelse afkomst kwam van pas in WO II. Jan, net meerderjarig, was samen met zijn broer Maurice weggevlucht uit België. Ondergedoken in kloosters trokken ze naar het neutrale Portugal, om de boot te nemen naar familie in Engeland. Jan had geen ervaring als piloot, maar meldde zich toch aan bij de Royal Air Force. Hij leerde er Marion Fowkes kennen, die werkte als technisch tekenaar op de luchtmachtbasis.

Op een dansavond in het nabijgelegen dorp sloeg de vonk over. Na de oorlog verhuisden ze naar Lint en trouwden. Van Risseghem werkte van 1946 tot 1960 als piloot voor Sabena, tot de luchtvaartmaatschappij hem ontsloeg voor ‘onbekwaamheid’, zo staat in archiefdocumenten. “Jan is zelf vertrokken”, zegt Fowkes. “Uit onvrede over het gebrek aan training bij Sabena, dat nieuwe vliegtuigen in gebruik nam.”

Van Risseghem valt zonder werk, maar komt in Brussel een oude bekende tegen. Jean Cassart, oud-officier van het Belgisch leger, had de broers Van Risseghem ontmoet in een van de kloosters tijdens WO II. Cassart was gedropt in opdracht van de Staatsveiligheid, die in ballingschap vanuit Londen opereerde, om sabotagemissies op te zetten.

“Cassart had dringend papieren nodig en Jans broer heeft die voor hem vervalst”, zegt Fowkes.

'Captain Jan' , een foto uit het dagboek van zijn moeder Beeld RV

In 1960, als Congo onafhankelijk wordt en Sabena Van Risseghem ontslaat, is Cassart de eigenaar van Mitraco, een bedrijf dat militair materieel verhandelt naar Katanga. Cassart komt naar Lint om Van Risseghem te rekruteren. “Hij had een piloot nodig die hij kon vertrouwen. Hij zei: ‘Ik heb mijn leven te danken aan die jongens.’”

The Katanga Adventure

Fowkes haalt een schriftje boven. ‘The Katanga Adventure, 1961’. Van Risseghems moeder, die bij hen inwoonde, hield een dagboek bij. Sommige brieven van Jan aan het thuisfront zijn letterlijk overgeschreven. Zo leren we dat hij op 12 maart 1961 vertrekt naar Katanga en op de vlucht “een voorgerecht van kaviaar en foie gras” krijgt.

Op 15 maart kan hij voor het eerst de vliegtuigen schouwen en ontdekt hij dat hij “de grote baas” is van de AVIKAT, de Katangese luchtmacht. Die bestaat op dat moment uit “10 luitenanten, 40 adjudanten en 160 zwarten”. “Ik ben er zeker van dat papa en mama zullen zwellen van trots want ik ben nummer 2 in rang in Katanga.”

‘The Katanga Adventure’, het dagboek van de moeder van Van Risseghem. Beeld Tim Coppens

De Verenigde Naties, onder leiding van Dag Hammarskjöld, waren niet opgezet met de Europese huurlingen in Katanga. Op 13 september 1961 start de VN Operatie Morthor. Vier dagen later vertrekt Hammarskjöld met een Douglas DC-6 naar Ndola voor vredesbesprekingen. Het vliegtuig stort in de nacht van 17 op 18 september neer vlak voor de landing. Hoewel een hele Katangese delegatie in Ndola staat te wachten, voor een landing voorzien rond half één ’s nachts, duurt het tot 10 uur ’s ochtends vooraleer men op zoek gaat naar het vermiste toestel. Eén inzittende heeft het overleefd, maar overlijdt in het ziekenhuis.

De eerste onderzoeken wezen op een ongeluk. Historica Susan Williams (Institute of Commonwealth Studies) plaatste in 2011 echter belangrijke vraagtekens bij die onderzoeken en ze bracht aanwijzingen naar boven dat de DC-6 kon zijn neergehaald door een ander vliegtuig.

De VN heropende een onderzoek, met daarin de naam Van Risseghem. Opnieuw, want ook de Amerikaanse ambassadeur in Congo verdacht hem in 1961 al. De Fouga Magister met kenteken KAT 93 met dewelke hij vloog, was uitgerust met een mitrailleur in de neus en raketten onder de vleugels. Het toestel bestookte geregeld doelwitten op de grond. Documenten van Staatsveiligheid uit die tijd tonen aan dat België in allerijl op zoek ging naar waar Van Risseghem was op het moment van de crash.

Waar was Jan?

De VN hadden hem op 28 augustus gearresteerd bij operatie Rumpunch. In het dagboek beschrijft Van Risseghems moeder met trots hoe haar zoon vlak voor zijn vertrek een onderhoud had met Connor Cruise O’Brien, de bevelhebber van de VN-troepen, en in een handige beweging diens baret naar België meepikte. Die is nog altijd in Lint. Op 8 september landde Van Risseghem in België en volgens het dagboek kreeg hij meteen de vraag uit zijn ‘geheime organisatie’ om meteen weer te vertrekken. “‘Zodra ik vrouw en kinderen heb gekust’, antwoordde Jan.”

Volgens Fowkes bewijst het dagboek dat haar man het vliegtuig met Hammarskjöld niet kan hebben neergehaald. Rond de datum van de crash schreef zijn moeder: “Waar was Jan? In Parijs, dachten we, en de 19de kregen we een brief dat hij daar was en weldra zou vertrekken naar Brazzaville.”

Jan Van Risseghem met de Katangese leider Moïse Tshombé Beeld RV

“Mijn Jan heeft het onmogelijk gedaan”, zegt Fowkes. De aankomstdatum van de brief zegt echter weinig over de datum van versturen. We kwamen eerder namelijk al te weten dat Van Risseghem op 16 september in de vooravond van Brussel naar Parijs vloog, om via Brazzaville naar Katanga te reizen. Het dagboek zegt niet wanneer hij aankwam.

Fowkes heeft echter ook het vliegboek van haar man. Een piloot dient elke vlucht te noteren en dat logboek voor te leggen bij het hernieuwen van zijn licentie. Tussen 27 augustus en 20 september staat geen enkele vlucht vermeld. De vlucht op 20 september, twee dagen na de crash van Hammarskjöld, is in Brazzaville.

Marion Fowkes met het vlieglogboek van Jan Van Risseghem Beeld Tim Coppens

‘Mission impossible’

Maar het logboek geeft nog meer gegevens die Van Risseghem indekken. Dat zegt niet Fowkes, maar wel Karel Vervoort (77), een gepensioneerde piloot van de Belgische luchtmacht, met tonnen ervaring in Midden-Afrika. Hij heeft ook het logboek van Van Risseghem bestudeerd. Dat vermeldt amper 13,10 uren vliegervaring op de Fouga Magister.

“Ik heb zelf in totaal 155 uren gevlogen op een Fouga Magister. Voor wij daarmee mochten leren schieten op gronddoelwitten, moesten we 120 uren vliegervaring hebben. Het vizier van de Fouga was niet geschikt om te schieten op een doel in de lucht. En dan zou iemand met 13,10 uren op dat toestel ’s nachts iemand neerhalen in de lucht? Onmogelijk.”

Karel Vervoort bij een Fouga Magister in het Stampe & Vertongen Museum in Deurne Beeld Tim Coppens

Wat dan met de meldingen van de Amerikaanse ambassadeur dat Van Risseghem met de Fouga de VN en opstandige dorpen bestookte? “Dat was José Magain”, zegt Vervoort. “Een Belgische piloot die zich had verscholen voor de VN, terwijl hij normaal gezien samen Van Risseghem was uitgewezen op 28 augustus.”

Vervoort is ervan overtuigd dat het technisch onmogelijk was om met de Fouga het toestel van Hammarskjöld neer te halen. De actieradius van het toestel is maximaal 297 kilometer. Het enige vliegveld binnen die afstand tot de crashsite, is een piste in Kipushi, maar die is te kort voor de Fouga om op te stijgen. Ook Les Vieilles Tiges, een vereniging van oud-piloten onder leiding van voormalig stafchef van het Belgisch leger Gerard Van Caelenberge, noemt het ‘mission impossible’ om met een Fouga Magister ’s nachts een DC-6 in volle vlucht neer te schieten.

De cockpit van de Fouga Magister in het Stampe & Vertongen Museum in Deurne Beeld Tim Coppens

Ander vliegtuig?

De Duitse historicus Torben Gülstorff stelt echter dat de Katangese luchtmacht een toestel had dat beter geschikt was: beter uitgerust voor nachtvluchten, een grotere actieradius en perfect in staat om op te stijgen vanop Kipushi. Cassart exporteerde rond die tijd namelijk Duitse Dornier-vliegtuigen naar Katanga. In België waren er destijds parlementaire vragen over deze leveringen via Mitraco van Cassart. Uit documenten van Staatsveiligheid moet blijken dat de eerste Dornier 28 in verschillende onderdelen naar Brazzaville is gebracht.

Gülstorff heeft verschillende documenten die tonen dat die eerste, de KA-3016, uit München vertrok op 21 augustus 1961, samen met Cassart en een zekere Heinrich Schäfer, voormalig werknemer van Dornier en een gevechtspiloot van de Luftwaffe in WO II. Het logboek van Van Risseghem stelt dat hij na zijn terugkeer vanuit België op 20 september 1961 in Brazzaville acht “familiarisatievluchten” doet met die Dornier 28 KA-3016. Met Cassart aan boord. Pas ’s anderendaags vliegen de twee ermee, in twee dagen, naar Katanga. Wil dat zeggen dat Schäfer de tijd van 20 augustus tot 20 september nodig had om die Dornier in Brazzaville te monteren en testvluchten uit te voeren? En was het wachten op Van Risseghem om het toestel naar Katanga te brengen?

Jan Van Risseghem aan de Fouga Magister KAT93 Beeld RV

Of bracht Schäfer de Dornier eerder al naar Katanga? Is de aanval op de DC-6 van Hammarskjöld ermee uitgevoerd en ging het toestel vervolgens naar Brazzaville om elke verdenking uit te sluiten? “Samenzweringstheorieën”, zegt Vervoort. “De DC-6 is verongelukt, door een onervaren en oververmoeide Zweedse crew.” 

Het ultieme alibi kon zijn weduwe niet aanreiken, maar als hij het toch zou hebben gedaan, dan is het een huzarenstukje. Dan zou hij op 16 september België hebben verlaten om Katanga op de 17de te bereiken, toe te slaan in de nacht van 17 op 18 september, naar Brazzaville terug te keren en de 20ste alweer te vliegen. “Onmogelijk in die tijd”, zegt Vervoort.

Wat dan met Pierre Coppens? Ook geconfronteerd met de nieuwe informatie blijft hij erbij dat Van Risseghem in 1965 alles aan hem heeft opgebiecht. “Ik zie geen enkele reden waarom Jan daarover gelogen zou hebben.”

Marion Fowkes Beeld Tim Coppens
Marion Fowkes Beeld Tim Coppens
Het vlieglogboek van Jan Van Risseghem Beeld Tim Coppens
Fowkes met de vlag van de Katangese luchtmacht Beeld Tim Coppens
Karel Vervoort met berekening over de actieradius van de Fouga Magister Beeld Tim Coppens
Karel Vervoort voor een Fouga Magister in het Stampe & Vertongen Museum in Deurne Beeld Tim Coppens
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.