Zaterdag 08/08/2020

Interview

"We zouden net hetzelfde doen"

De reportagebeelden uit de cel toonden hoe Jacob werd overmeesterd. 'Natuurlijk begrijpen we dat dit choquerend is voor buitenstaanders.'Beeld © Panorama

Het Antwerpse Bijzonder Bijstandsteam (BBT) - in de volksmond de Bottinekes - is veroordeeld in het dossier van Jonathan Jacob onopzettelijke doding. Voor het eerst, na zes jaar stilzwijgen, vertelt het team over die fatale interventie.

Vanaf dag één hebben de BBT-leden op hun tanden gebeten. Bestempeld als een bende Rambo's en als een zootje ongeregeld dat Jonathan Jacob de dood heeft ingejaagd. "Nu het vonnis er is, kunnen we spreken", zeggen de BBT'ers.

Het BBT-team werd die dag opgetrommeld door de commissaris van de zone Minos. De situatie was geëscaleerd. "In het commissariaat hebben we een risicoanalyse gemaakt. Van het parket moest de man in de cel platgespoten worden. Op camera zagen we Jonathan voor het eerst: een stevige, naakte jongen. Duidelijk geagiteerd en onder invloed van middelen. Die dag had hij drie agenten neergetrapt of neergeslagen. De stalen celdeur dreigde het te begeven onder zijn gebeuk en moest versterkt worden. Praten had de politie al de hele dag geprobeerd. uit alles bleek dat het een uitzonderlijke situatie was."

De opdracht op dat moment was duidelijk: een veilige werkomgeving creëren voor de arts die een kalmeerspuit kwam geven, zodat Jonathan een derde keer naar Broeders Alexianen zou kunnen. "Door die bril kijken we op dat moment. Nergens een glazen bol in de buurt om in de toekomst te kijken. Onze tussenkomst kon niet uitgesteld worden. Jonathan kampte met een 'geagiteerd delirium syndroom'. Een oververhitting van zijn lichaam, vochttekort, waardoor hij zelfs uit het toilet drinkt. Hallucinant, maar ook levensbedreigend. Blijven toekijken was nooit een optie."

"Met die info konden we de dokter ook niet alleen binnensturen. We kozen ervoor om Jonathan te overrompelen in wat de 'gestoorde procedure' heet. Die hebben wij niet verzonnen. Dat wordt algemeen en in vele landen gebruikt. We zijn niet binnengegaan om te vechten. Dan kom je anders binnen. In de cel zijn we blijven inpraten op hem: 'Geef u over, Jonathan. Werk mee. We komen u helpen.'"

Drie jaar geleden werden de beelden uit de cel getoond in een Panorama-reportage. Een kantelpunt in het hele onderzoek. "Natuurlijk begrijpen we dat die beelden choquerend zijn. Vooral voor mensen die - gelukkig maar - niet vertrouwd zijn met dit soort interventies, maar we vliegen er net met zo veel mensen op om op die dwang zo kort mogelijk te houden. Voor een leek lijkt dat pure chaos, maar iedereen heeft op dat moment een specifieke taak. Als je die beelden analyseert, zie je onze blauwdruk. Maar leg dat maar eens uit aan niet-hulpverleners."

De BBT'ers voelen de televisiereportage aan als een aanval. "De beelden zijn gemonteerd om een beeld te scheppen: BBT heeft Jonathan Jacob doodgeslagen. Alsof dat dé waarheid was en de rest er niet meer toe deed. De reacties logen er niet om. Het leek op een middeleeuwse schandpaal via sociale media. Iedereen had een mening of moest die vormen. Zonder dossierkennis, op basis van een selectie van beelden. Je kunt het géén gevecht in de media noemen, want het is maar van één kant gekomen. Noem het gerust een afslachting. Dat spel wilden we niet meespelen.

Beeld © Panorama

Reanimatie

"Géén verwijt aan de ouders. Natuurlijk zal Jonathan een goede jongen zijn geweest, als hij die producten niet in zijn lijf had. Op dat moment zat iemand voor ons met een meer dan dodelijke dosis verdovende middelen in zijn bloed, in combinatie met spierversterkende middelen. We weten dat mensen dat niet graag horen, maar die jongen had een buitengewone spierkracht. Dat zeggen wij en dat zeggen alle mensen die op die dag zijn pad gekruist hebben. Het wordt afgedaan als een leugen. Alsof het niet ernstig was."

"Meteen toen we voelden dat na die kalmeerspuit zijn lichaam verslapte, beseften we dat er iets niet klopte. Iemands kracht verdwijnt langzaam, niet meteen. De huisarts blokkeerde en dan zijn we zelf met de reanimatie begonnen. Een lid van het team heeft een mond-op-mondbeademing uitgevoerd, op een bebloede lip van Jonathan, van wie we op dat moment niet wisten wat voor drugs hij had genomen of eventueel welke overdraagbare ziektes hij had. Daar is op dat moment niet naar gekeken. Alles werd uit de kast gehaald om die man erdoor te halen.

"Op dat moment staat daar géén bende macho's of ongevoelige zielen die zeggen 'Poeh, dat is hier gebeurd'. Met man en macht is getracht om die persoon te laten overleven. Dat die beelden niet getoond worden, dat wringt ook."

Na de reportage heeft het parket zijn kar 180 graden gedraaid. "Zonder over schuld of onschuld te praten. Waarom werd de eigenlijke verantwoordelijke niet mee voor de rechtbank gesleept? Hoe cynisch: onze opdrachtgever die ons vervolgt. Dat zorgt voor ongerustheid, als het parket ons in de steek laat, omdat we onze job doen.

"Daarom zijn we blij met steun van korpsleiding en burgemeester, die nooit zijn meegegaan met in die mediahetze. We staan niet boven de wet, we verwachten niet dat er een hand boven ons hoofd gehouden wordt, maar we rekenen wel op een professionele aanpak."

Géén pasmunt

"Wij zitten ook met vragen. Waar is het misgegaan? Op dat vlak begrijpen wij de onmacht van de familie Jacob. Hun zoektocht naar antwoorden is nog veel intenser. Als zou blijken dat er fouten zijn gebeurd, dan zullen we die verantwoordelijkheid dragen. Maar we zijn géén pasmunt om een publieke opinie te sussen die in mediahetze is gecreëerd. Dit zijn niet de middeleeuwen."

"Of we het anders zouden aangepakt hebben? Die vraag hebben we ons al 100 keer gesteld. Met de gegevens en kennis van 6 januari 2010: we zouden net hetzelfde doen. Met het geagiteerd delirium syndroom werden we toen uitgelachen, maar kijk: zelfs in het vonnis wordt het overgenomen. Dat is geen evidentie. Daar bestaat geen zwart-witaanpak voor. Toen niet, nu nog niet. Je kan nooit garanderen dat het niet fout afloopt. Trouwens, sindsdien hebben we die nog 29 keer uitgevoerd. Zonder de minste problemen en soms in gelijkaardige situaties.

"We worden arrogant genoemd, omdat we ons niet openlijk laten zien op het proces. Dat heeft alles met de job te maken. Iedereen wil zien wie die BBT'ers zijn, maar de risico's voor ons en voor onze omgeving zijn veel te groot. Het zou onze opdrachten enorm hypothekeren."

Opnieuw zelfde straf: vier tot zes maanden cel voor alle beklaagden

De correctionele rechtbank van Antwerpen heeft uitspraak gedaan in de verzetsprocedure in de zaak over de dood van Jonathan Jacob (26). De negen beklaagden kregen exact dezelfde straffen als in juni.

De toenmalige directeur (65) en de psychiater (57) van Broeders Alexianen in Boechout werden veroordeeld tot zes maanden cel met uitstel voor schuldig verzuim. Zeven politiemensen van het Bijzondere Bijstandsteam (BBT) kregen vier maanden met uitstel en 275 euro boete voor 'onopzettelijke doding'.

De negen beklaagden hadden allemaal de vrijspraak gevraagd, maar ze kregen dezelfde straffen die in juni bij verstek werden uitgesproken. "Iedereen maakt fouten, maar er zijn fouten die strafrechtelijk beteugeld moeten worden", zei kamervoorzitster Jessica Bourlet.

De fout die de oud-directeur en de psychiater gemaakt hadden, was dat ze volgens de rechtbank te snel beslist hadden dat Jonathan niet opgenomen kon worden. Hij verkeerde nochtans in een acute crisissituatie toen hij op 6 januari 2010 onder invloed van amfetamines blootsvoets, halfnaakt en verward werd opgepakt door de politie in Borsbeek. Hun argument dat ze door een opname zichzelf en anderen in gevaar zouden hebben gebracht, veegde de rechtbank van tafel.

Volgens de aanwezige politiemensen waren er immers voldoende manschappen, alsook een politiehond, om de geagiteerde Jonathan naar de isoleercel van de psychiatrische instelling te brengen.

Inschattingsfout
De psychiater en de oud-directeur hadden Jonathan als een relschopper behandeld, in plaats van als een hulpbehoevende patiënt, oordeelde de rechtbank. "Een dergelijke ingesteldheid valt absoluut niet te rijmen met de verantwoordelijke functie die beide beklaagden in een psychiatrische instelling bekleden, noch met de hoedanigheid van geneesheer", stelde de rechtbank.

Jonathan werd dan maar opgesloten in een cel op het politiecommissariaat in Mortsel. Het BBT werd erbij geroepen, dat de twintiger moest immobiliseren zodat een arts hem een kalmerende inspuiting kon geven. Jonathan kreeg rake klappen en overleed aan inwendige bloedingen.

De argumentatie van de verdediging dat Jonathan misschien al voor de tussenkomst van het BBT gewond was geraakt of dat zijn lever een voorbeschiktheid had om te scheuren, werd door de wetsdokter weerlegd in het strafdossier.

De rechtbank vond dat de politiemensen een inschattingsfout hadden gemaakt met 'dramatische gevolgen'. Ze hadden hun opdracht blindelings uitgevoerd, in plaats van rekening te houden met de omstandigheden en andere opties dan geweld te overwegen.

De rechtbank kon echter niet uitmaken welke handelingen tot Jonathans dood hadden geleid en wie ze gesteld had. De feiten werden daarom geherkwalificeerd van 'opzettelijke slagen met ongewild de dood tot gevolg' naar 'onopzettelijke doding'.

In beroep
De psychiater en de toenmalige directeur moeten de nabestaanden van Jonathan 1 euro provisionele schadevergoeding betalen. De BBT'ers moeten hen bijna 128.500 euro. De beklaagden kunnen nog in beroep gaan tegen het vonnis. De zaak komt trouwens sowieso nog voor het hof van beroep, aangezien het Openbaar Ministerie beroep aantekende tegen de vrijspraken van de politiecommissaris en één lid van het BBT op het eerste proces in juni.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234