Woensdag 23/06/2021

Reportage

‘We zijn zombiebedrijven geworden’: de tol van een jaar zonder toeristen

Aan de kalkstenen rotsen van de ‘Twaalf Apostelen’ in Port Campbell, Australië, staan de toeristen normaliter schouder aan schouder.   Beeld NYT
Aan de kalkstenen rotsen van de ‘Twaalf Apostelen’ in Port Campbell, Australië, staan de toeristen normaliter schouder aan schouder.Beeld NYT

Adieu citytrip, goodbye wereldreis, vaarwel trektocht: het toerisme kwam een jaar geleden abrupt tot stilstand. Talloze plekken op de wereld moesten het plots zonder broodnodige inkomsten van reizigers stellen. ‘Weet je hoeveel werk ik heb? Niets. Nul.’

Apollo Bay, Australië

De bestedingen Chinese toeristen in de staat Victoria in 2019: 2,2 miljard euro. 45 procent van de Chinese toeristen bezocht The Great Ocean Road

Voor de pandemie toesloeg, stroomden busladingen vol Chinese toeristen de restaurants van Apollo Bay binnen, een klein kustplaatsje langs de 250 kilometer lange Great Ocean Road in de staat Victoria in het zuidoosten van Australië. Het is een erg populaire plek om even halt te houden op de drukke sightseeingtour.

Ze troepten samen in zaken zoals het Apollo Surfcoast Chinese Restaurant, een eethuis met zicht op het strand dat is uitgerust om bijna 200 klanten te bedienen die in zeven haasten een hap achter de kiezen willen steken. Nu is het restaurant over de middag verduisterd. De grote houten tafels en banken, die net voor de komst van het virus op het trottoir geïnstalleerd werden, liggen er verlaten bij.

Michelle Chen opende het restaurant in 2012, nadat ze zelf de Great Ocean Road had afgelegd en niets was tegengekomen voor haar “Chinese maag”. Er kwamen alsmaar meer Chinese dagjestoeristen in de regio, en ze zag een niet te missen kans, die goed uitdraaide, althans tot vorig jaar.

China ging Nieuw-Zeeland in 2017 voorbij als de grootste buitenlandse-toeristenmarkt. In de staat Victoria, met als hoofdstad Melbourne, spendeerden Chinese bezoekers in 2019 3,4 miljard Australische dollar (zowat 2,2 miljard euro) – meer dan de volgende tien internationale markten samen – en waren ze goed voor bijna 40 procent van de internationale uitgaven voor verblijfstoerisme. In hetzelfde jaar bezocht 45 procent van de Chinese verblijfstoeristen de regio van de Great Ocean Road.

Die toename is al tien jaar aan de gang en wordt aangedreven door de aangroei van de middenklasse in China en de nabijheid van Australië voor Chinezen. Het gevolg is dat toeristische bedrijven in Victoria en kleine gemeenten zoals Apollo Bay alsmaar meer inspelen op Chinese toeristen, onder meer door Chinezen in dienst te nemen en menu’s en bewegwijzering te vertalen.

Toen Australië op 1 februari vorig jaar vluchten vanuit China verbood en vervolgens in maart buitenlandse reizen opschortte, leek het wel alsof iemand de kraan had dichtgedraaid. “Bijna 100 procent van de bedrijven verdween”, zegt Chen. Op een paar uur rond kerst na is het restaurant sinds maart gesloten.

Verderop langs de Great Ocean Road – aan de ene kant geflankeerd door ruig bushland, aan de andere kant door de zee – ligt de Twelve Apostles, een populaire natuurlijke attractie van kalkstenen rotsen die uit het water opstijgen. Hier staan toeristen vaak ‘schouder aan schouder’, vooral op piekmomenten zoals Chinees Nieuwjaar, zegt Sue Ladewig, commercieel teamleider van het overheidsagentschap Parks Victoria. “Dit jaar had ik de plek helemaal voor mezelf.”

Het Apollo Surfcoast-restaurant, gespecialiseerd in een snelle hap voor Chinese dagjesmensen – die er al een jaar lang niet zijn. Beeld NYT
Het Apollo Surfcoast-restaurant, gespecialiseerd in een snelle hap voor Chinese dagjesmensen – die er al een jaar lang niet zijn.Beeld NYT

Dankzij strikte grenssluitingen, lockdowns en verplichte quarantaines is Australië er bijzonder goed in geslaagd Covid-19 de kop in te drukken. Er vielen slechts 909 doden op een bevolking van 25 miljoen. Toch kan het land nog heel 2021 op slot blijven. En dat kan bedrijven die afhankelijk zijn van buitenlandse bezoekers weleens fataal worden.

De helft van het clientèle van Extragreen Holidays, dat tours in het Mandarijn aanbood, waren Chinese toeristen. Tijdens het hoogseizoen stuurde het dagelijks makkelijk zestien tot twintig bussen uit over de Great Ocean Road. “Nu zijn we blij als we één dagtour per week met tien mensen hebben”, zegt algemeen directeur Tom Huynh.

Huynh vertelt dat het bedrijf, dat in 1994 in Melbourne werd opgericht, zijn twintigtal bussen uit verkeer nam en de verzekering opzegde, want ze stonden er in het depot toch maar werkloos bij. Eind februari besliste het bedrijf in vereffening te gaan en personeel te ontslaan, onder wie hemzelf.

Bij de Apollo Bay Bakery zegt Sally Cannon dat ze het Chinese opschrift op het venster dat reclame maakte voor de specialiteit van het huis, sint-jacobsvruchtenpasteitje, verwijderde toen het reisverbod van kracht werd. “We dachten gewoon: dit zit erop, en wel voor een tijdje”, zegt ze. Maar na een stevige lockdown in februari beginnen de toeristen, vooral uit Victoria, mondjesmaat terug te komen en gaat het weer beter met de zaak van Cannon.

Max Zaytsev, die rondleidingen organiseert met Bilby Travel, dat een overwegend Zuidoost-Aziatisch en Amerikaans clientèle had, verspilde geen tijd om zich aan te passen. Hij heeft vier luxeminibusjes die hij voor de pandemie op krediet kocht, en moet hoge maandelijkse afbetalingen doen.

Bij wijze van “wanhopige zet” probeerde hij over te schakelen op koerierswerk. Hij haalde de stoelen uit een van zijn minibusjes om pakketjes te kunnen vervoeren, maar zegt dat hij niet genoeg verdiende. Hij schakelde opnieuw en vroeg in april een certificaat voor gehandicaptenvervoer aan, waarvoor hij 3.250 euro betaalde. “Weet je hoeveel werk ik heb? Niets, nul”, zegt hij. “Maar ik deed mijn uiterste best.”

Zoals vele Australiërs met een bedrijf of met werk dat lijdt onder de pandemie krijgt Zaytsev, die in Melbourne woont, om de twee weken de uitkering genaamd JobKeeper van 1.000 Australische dollar, zowat 650 euro, van de overheid. Maar dat loopt eind maart af. “Het ziet ernaar uit dat we nog leven omdat we JobKeeper krijgen uitbetaald”, zegt Zaytsev over tourfirma’s zoals de zijne. “We zijn zombiebedrijven.”

Tacey Rychter

Bistro Aux Lyonnais, Parijs

2019: 40-60 procent van het cliënteel in de Parijse restaurants van Alain Ducasse waren toeristen.

Chef Alain Ducasse: 'Een maaltijd aan huis is niet het goede leven.' Beeld NYT
Chef Alain Ducasse: 'Een maaltijd aan huis is niet het goede leven.'Beeld NYT

In normale tijden is restaurant Aux Lyonnais dé plek om naartoe te gaan voor een klassieke ontspannen, gemoedelijke Parijse zakenlunch. In die uit de jaren 1890 daterende bistro vlak bij de beurs van Parijs en de kantoren van de krant Le Figaro en het persagentschap Agence France-Presse troepen elke dag zakenmensen, journalisten en ambtenaren samen die tuk zijn op ouderwetse Franse keuken en vrolijke ambiance.

De bloedrode gevel van Aux Lyonnais ziet er vandaag als vanouds uit, maar binnen is het rustig. De eenvoudige eiken tafels met ijzeren rand staan er naakt bij, ontdaan van hun tafelloper, couverts en wijnglazen. Sommige stoelen zijn opgeborgen, de zinken bar is opgeblonken. De grote facetspiegels, crèmekleurige sierlijsten en rozige bloementegels zijn gepoetst en wachten op het moment waarop het restaurantleven in Parijs weer op gang komt.

Alain Ducasse, de eigenaar van Aux Lyonnais, ziet er wat verweesd uit. Zijn restaurants in Frankrijk en de rest van de wereld stapelden de Michelin-sterren op. Tussen 40 en 60 procent van het clientèle van Ducasses restaurants in Parijs – zijn driesterrenrestaurant op de Plaza Athénée, zijn tweesterrenrestaurant in hotel Le Meurice, maar evengoed Aux Lyonnais, Ducasse sur Seine, Rech, Benoit, Allard, Spoon en Cucina – bestond uit toeristen.

De pandemie heeft zijn wereld en die van de hele Franse cuisine onderuitgehaald. Restaurants en cafés in het land zijn gesloten, en niemand weet wanneer ze weer open mogen.

Zoals zo veel koks in Parijs richt Ducasse (64) zich nu op bezorgmaaltijden, maar niet zomaar bezorgmaaltijden. Aux Lyonnais is (tijdelijk) omgevormd tot ‘Naturaliste’. De keuken die ooit klassiekers zoals quenelles van snoek met romige nantuasaus en kalfslever met peterselie en aardappelen serveerde, loopt nu voorop in wat hij ‘gezonde kost’ noemt: geen vlees, zout, suiker en zuivel en vooral veel vis, soja, fruit en groenten.

Een voorgerecht kost 6 tot 9 euro, een hoofdgerecht 12 tot 14 euro, een dessert 7 euro. Tientallen dozen gevuld met maaltijden om te bezorgen (100 tot 150 elke dag) staan hoog opgestapeld tegen een muur van het restaurant. “Ik hou van extremen”, zegt hij.

Zaligheden uit Naturaliste, zoals de Aux Lyonnais even heet. Alleen om mee te nemen. Beeld NYT
Zaligheden uit Naturaliste, zoals de Aux Lyonnais even heet. Alleen om mee te nemen.Beeld NYT

Marvic Medina Matos, een 25-jarige chef uit Peru, en haar ploeg hebben een menu samengesteld met onder andere ceviche met pompoenpuree, rode ui en hummus; rode biet met gerookte paling, kool en pijnboompitten; geroosterde appel met gember, kastanje-emulsie en karamelkoffie; en chocolademousse met sojamelk. Het idee is totaal nieuwe menu’s te creëren die op voorhand bereid kunnen worden.

De dag begint om 9 uur als Medina Matos en haar zeskoppig team arriveren. De elf onafhankelijke leveranciers – van onder meer vis, granen, seizoensfruit, groenten en eieren – leveren vroeg, ofwel elke dag, ofwel om de andere dag.

De teamleden doen hun witte koksvest en schort aan en verdelen het werk. Een patissier in opleiding ontfermt zich over de voorgerechten en maakt de ceviche. Een andere jonge chef is verantwoordelijk voor de hoofdgerechten, maakt een bouillon op basis van uien en wortelen, hakt snijbiet fijn en voegt linzen toe. Een stagiair die zich met de desserts bezighoudt, bereidt een crumble met rijstmeel en een confituur van citroen en kiwi’s.

Het gaat razendsnel vooruit. Als een bestelling is afgedrukt, meldt Medina Matos dat luidkeels aan de keuken. Binnen drie tot vier minuten zijn de gerechten klaar.

Iedereen helpt mee om de gerechten te verpakken in dozen gemaakt van suikerpulp. Het bestek is van bamboe. Een operations manager kijkt erop toe dat de dozen in zakken gestoken en bezorgd worden, onder meer via resto.paris, een koerierdienst die ondersteund wordt door de stad Parijs.

De bezorgservice houdt een paar van Ducasses mensen aan het werk en brengt wat geld in het laatje. Echter: uit eten gaan in Parijs draait uiteraard om het eten, maar net zo goed om ‘le partage’, de ervaring om samen gezellig op restaurant te zitten.

“Zet zes mensen rond de tafel in Frankrijk, en het ritueel begint”, zegt Ducasse. “Je opent een fles champagne. Dan bespreek je wat je gaat eten. Dan bestel je, en als het eten arriveert, bespreek je wat je aan het eten bent. Achteraf bespreek je wat je gegeten hebt. En ten slotte bespreek je wat je komende week gaat eten. Mensen willen bij een fles goede wijn gezellig samen zijn. Ze willen naar mooie, goed geklede gasten kijken, en niet aan de keukentafel naar hun partner. “Een maaltijd laten bezorgen om in de keuken op te eten, dat is niet het goede leven.”

Elaine Sciolino

Skagway, Alaska

2019: 18de meest bezochte cruiseschiphaven in de wereld / 1,3 miljoen toeristen / 135 miljoen euro inkomsten

Het verlaten centrum van Skagway in Alaska. Toerisme is hier de enige bron van inkomsten. Het stemmige goudzoekersdorp van weleer is een spookstadje geworden. In een jaar tijd meerden hier exact nul cruiseschepen aan.  Beeld NYT
Het verlaten centrum van Skagway in Alaska. Toerisme is hier de enige bron van inkomsten. Het stemmige goudzoekersdorp van weleer is een spookstadje geworden. In een jaar tijd meerden hier exact nul cruiseschepen aan.Beeld NYT

Normaal gezien beginnen inwoners van Skagway rond deze tijd ernstig na te denken over de komende zomer. Dat is bittere ernst, want tussen begin mei en eind september, vijf intense maanden, moeten ze genoeg geld voor een jaar verdienen. Op een drukke zomerdag stappen 13.000 passagiers van een cruiseschip om de sfeer op te snuiven in dit dorp in het zuidoosten van Alaska uit de tijd van de Gold Rush, omringd door gletsjers, bergen, diepe fjorden en de wildernis van het Tongass National Forest.

Er mogen dan maar duizend mensen wonen, voor de pandemie was Skagway de 18de meest bezochte cruisehaven ter wereld. Elk jaar vloeit er zo 135 miljoen euro in zijn economie. Skagway hield voor de zomer van 2020 dus opnieuw rekening met 1,3 miljoen toeristen die over Broadway zouden struinen, zijn hoofdstraat vol historische saloons en tot souvenirshops omgevormde hotels. Het dorp is zo op toerisme gericht dat zelfs burgemeester Andrew Cremata bijverdient door in de dokken rondleidingen te verkopen.

Covid heeft van een op cruiseschepen drijvend boom-dorp een spookdorp gemaakt. In 2020 vielen er geen bezoeken van cruiseschepen te noteren, en de vooruitzichten voor 2021 ogen ook niet rooskleurig. Wat de zaken nog verergert, is dat de pandemie niet alleen zijn economie verwoest heeft. Skagway is nu ook geïsoleerd van de rest van de wereld. De enige uitvalsweg leidt naar de momenteel gesloten Canadese grens zowat 35 kilometer verder.

Om een massale uittocht te vermijden is het dorp met een uniek idee op de proppen gekomen. Skagway besteedt het geld van het steunprogramma van de CARES Act niet aan gemeentelijke initiatieven – zoals zowat heel Amerika doet – maar verdeelt het onder de inwoners. Elke voltijdse inwoner kreeg ongeacht zijn leeftijd voor de periode juni tot december 2020 1.000 dollar per maand, op één voorwaarde: hij moest het in het dorp uitgeven. Ze mochten het gebruiken om hun hypotheek af te lossen, om inkopen te doen bij de twee kruideniers die het dorp rijk is, om bouwmateriaal aan te kopen in de plaatselijke doe-het-zelfwinkel of om dvd’s te huren in de videozaak. Ze moesten wel bonnetjes voorleggen.

Jaime Bricker van de Skagway Traditional Council kwam met het idee om elke inwoner voorlopig 1.000 dollar per maand ‘zakgeld’ te geven. Beeld Christopher Miller for The New York Times
Jaime Bricker van de Skagway Traditional Council kwam met het idee om elke inwoner voorlopig 1.000 dollar per maand ‘zakgeld’ te geven.Beeld Christopher Miller for The New York Times

Voor burgemeester Cremata en andere lokale leiders zoals Jaime Bricker, voorzitter van de Skagway Traditional Council, was de redenering simpel: het voortbestaan van het dorp verzekeren tot de toeristen terugkeren. Ze zetten nog andere programma’s op, zoals vaccinatie, coronavirustests, tussenkomst in de ziekteverzekering van inwoners, en subsidies voor de voedselbank en de hoog aangeschreven dorpsschool. “We hadden maar één doel vorig jaar: het 2021-seizoen halen”, zegt de burgemeester. “Met veel succes, we gáán het 2021-seizoen halen.” En na een pauze: “En nu moeten we dus een nieuw doel vooropstellen.”

Cremata verwijst naar het feit dat Canada op 4 februari het verbod op cruiseschepen in zijn territoriale wateren tot 28 februari 2022 verlengde. Die beslissing betekent de facto dat ook het zomerseizoen 2021 van Skagway in het water valt.

De dorpsleiders wegen opties af. Ze bedachten de Save Our Skagway-campagne, waarbij voormalige seizoenswerkkrachten gepord worden om terug te komen voor een bezoek aan het dorp. “Je kunt hiernaartoe komen en je beste vakantie ooit beleven, zonder de verkeersdrukte in het dorp, waarin je alle dingen kunt doen waar je nooit aan toe bent gekomen als je in de zomer 70 uur per week moest werken”, zegt Cremata.

Toch verwacht niemand dat deze of andere opties die besproken worden opwegen tegen de toestroom van cruiseschepen. “De bedrijven hier zijn dat volume van het cruisetoerisme nu eenmaal gewoon”, zegt Bricker.

Dat is zeker zo voor Ashley Call en zijn firma Ocean Raft Alaska. “Hoe meer, hoe beter voor mijn bedrijf, en eerlijk gezegd denken de meeste van de toeristische bedrijven in Skagway er precies hetzelfde over. Mijn deuren blijven gesloten zolang de schepen niet terugkomen.” Hij zegt dat hij tot het zover is dan maar in de bouw gaat werken.

Cremata hoopt dat nieuwe steunprogramma’s ook voorzien in de financiering van hard getroffen gemeenten zoals de zijne. Maar de burgemeester ziet ook dat de crisis verder reikt dan de vraag of ze volgend jaar halen. Bewoners stellen zich alsmaar meer vragen over het toerisme en de toekomst van Skagway tout court.

“Wat is goed voor Skagway? Is het gezond om 70 uur per week te werken als je kinderen geen school hebben, of is het beter te streven naar een duurzamere economie, niet louter vanuit economisch perspectief, maar ook vanuit persoonlijk perspectief? De mensen zeiden vroeger ook al: ik kom zelf nooit op Broadway. Ik ga zelfs niet naar het postkantoor als de cruiseschepen hier zijn.”

Cremata moet erom lachen. “Die tweespalt is er altijd geweest in Skagway. De mensen mogen dan wel klagen omdat ze niet naar Broadway kunnen, ze zijn dol op toeristen. En ik eigenlijk ook.”

Peter Kujawinski

Hoi An, Vietnam

2019­­­: 5,35 miljoen bezoekers, van wie 4 miljoen uit het buitenland.

Le Van Hung aan het werk in zijn ‘mandboot’. De visser zag het afgelopen jaar al zijn spaargeld verdampen.
 Beeld NYT
Le Van Hung aan het werk in zijn ‘mandboot’. De visser zag het afgelopen jaar al zijn spaargeld verdampen.Beeld NYT

Le Van Hung stapte met een mengeling van angst en hoop zijn geteisterd huis onder de kokospalmen aan de Vietnamese kust uit, voorbij de kakelende kippen, het korte paadje op, om zich te vergewissen van de staat van de golven, de lucht, de zon. Een kalme zee betekende dat hij na maanden van stormachtig weer veilig met zijn mandbootje de Zuid-Chinese Zee op kon peddelen om vis en krab te vangen om zijn familie te voeden.

Hung (51) was jarenlang diepzeevisser geweest op grotere boten. Hij stopte daar in 2019 mee om zijn dochter te helpen bij de uitbating van het kust­restaurant dat ze in 2017 openden in Hoi An, een historische voormalige havenstad. Op die manier wilden ze een graantje meepikken van de opkomst van het internationale toerisme, dat dreef op avonturiers uit het Westen en Aziatische pack­agereizen.

Toen het coronavirus begin 2020 toesloeg, verdwenen de toeristen, en met hen het grootste deel van het familie-inkomen. Als klap op de vuurpijl sleurde een moesson hun op een duin gelegen restaurant Yang Yang in november de zee in.

Hung doet nu wat vele anderen in Hoi An doen die de visserij achter zich lieten om aan de slag te gaan als ober, veiligheidsagent of speedbootbestuurder, of die een eigen bedrijfje begonnen om in te spelen op de toeristen: hij grijpt terug naar wat hij het beste kan en probeert opnieuw te leven van wat de zee te bieden heeft.

Hung, een man met een buikje en een slechte rug, moet zes familieleden onderhouden, die bij hem inwonen in de paar kamers van zijn huis met houten luiken en pannendak. Ze komen amper rond.

Sinds september kon Hung het water niet op vanwege hevige stormen en, meer recent, stevige wind en woelige zee. De kans was te groot dat zijn bootje – niet groter dan een badkuip – zou kapseizen.

Terwijl hij eind februari naar de golven stond te staren, met de helft van zijn bakstenen badkamer nog op het met rommel bezaaide strand beneden, zei hij tegen zichzelf: overmorgen zal het veilig zijn.

En dus peddelde Hung op een dinsdag niet lang geleden met zijn bootje de kolkende branding van wel een meter hoog over. Zowat 350 meter buiten de kust begon hij op het golvende zeewater zijn netten te ontrollen. Voortgetrokken door zijn boot vormden ze al snel een twee meter diep, meer dan 450 breed scherm dat klaar was om hele scholen vis te strikken.

Hung groeide op in Hoi An, al vele eeuwen lang een vissersgemeenschap geprangd tussen de turquoise zee en de smaragdgroene rijstvelden. In de sfeervolle oude stad zetten lange houten Chinese winkelpanden en mosterdkleurige gebouwen uit de Franse koloniale tijd de toon.

Vietnamese projectontwikkelaars en internationale hotelgroepen investeerden de voorbije vijftien jaar miljarden dollars in de uitbouw van de kustinfrastructuur. Ondertussen openden lokale mensen en buitenstaanders honderden kleine hotels, restaurants en winkels in en rond het historische stadscentrum. De stad werd een trekpleister voor internationale toeristen, die zich overdag ophielden op het strand en ’s avonds de oude stad opzochten. De pandemie sloeg in Hoi An extra hard toe omdat de stad zo afhankelijk van buitenlanders was geworden: in 2019 kwamen 4 miljoen van de 5,35 miljoen bezoekers uit het buitenland.

Hung repareert zijn netten voor de wind draait en hij weer het water op kan. Beeld REHAHN C
Hung repareert zijn netten voor de wind draait en hij weer het water op kan.Beeld REHAHN C

Terwijl rond Hungs huis op het Tan Thanh-strand, dicht bij de oude stad, de hotels oprezen, besloot zijn familie een ander pad te bewandelen. In 2017 leenden ze geld van verwanten om een paar tientallen ligstoelen en strandparasols te kopen en een openluchtrestaurant te openen op de duin achter hun huis.

Zijn dochter, Hong Van (23), bereidde vis- en zeevruchtengerechten zoals loempia’s met garnaal en inktvis. Zijn twee zonen hielpen in de keuken, dienden op en deden de vaat. Hung stopte met diepzeevissen in de zomer van 2019, in de overtuiging dat het toerisme betere tijden voor hen zou brengen. “Ik was gelukkiger”, zegt Hung, een weduwnaar. “Thuis werken is geestelijk ontspannend. Ik voelde me goed bij die dagelijkse routine met familie om me heen.”

Hij deed vijf keer beter dan de 3 miljoen dong, ongeveer 110 euro, per maand die hij op zee verdiende. Maar de tafels in het restaurant bleven leeg toen het coronavirus zich over Zuidoost-Azië verspreidde en Vietnam een nationale lockdown afkondigde, die zowat de volledige maand april duurde.

In juli was er een tweede uitbraak van Covid-19 in Danang, op 40 minuten rijden van Hoi An, net op het moment dat het optimisme toenam dat het binnenlandse toerisme terug op gang zou komen. Alles ging weer op slot, en dat vele weken lang.

Hung zag zijn spaargeld verdampen en wist dat hij weer de zee op moest. In augustus ging hij uit vissen, zijn dochter verkocht de extra vangst via haar Facebook-pagina. Maar naarmate het regenseizoen over 2020 rolde, werd het te gevaarlijk op zee.

De zee was gekalmeerd, en nu deed Hung een plastic schort en handschoenen aan om zijn net op te halen, dat hij zorgvuldig op een spoel rolde. Af en toe pikte hij er een kwalletje, helder als een ijsblokje, uit. Na een twintigtal minuten presenteerde het maaswerk een 13 centimeter grote zilveren vis en een kleine krab, 15 minuten later nog een klein visje.

Omdat de zee zo vrekkig was, peddelde Hung maar terug. Ze zouden een paar cent uitsparen door de vissen te grillen, hield hij zichzelf voor, in plaats van ze te bakken in olie. Hij droomde van een rijkelijke visvangst. “We leven op hoop,” zegt hij, “maar we weten nooit wat er gebeurt onder het water.”

Patrick Scott

© The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234