Donderdag 22/08/2019

Reeks: Antwerpen-Centraal

"We zijn veel te lang uitgegaan van een wit, westers narratief dat de interculturele realiteit negeert"

Jaspe Azabe Habarurema. Beeld Tine Schoemaker

Antwerpen-Centraal is een station en ook een kleine stad. Hier loopt de hele wereld rond. De een draagt een aktetas, de ander een plooifiets of een werptent, en iedereen heeft een doel. Dit is het verhaal van de onbekende man of vrouw naast u op de trein of het perron. Vandaag in deel 3: Jaspe Azabe Habarurema (24) heeft een droom.

"Noem het maar een kantelpunt in mijn leven. Twaalf jaar was ik en er viel een aanvraagformulier voor een identiteitskaart in de bus. In Roosendaal was dat, in Noord-Brabant, waar mijn gezin toen was aangespoeld. Een geboortecertificaat had ik niet, dat was verloren gegaan in de oorlog. Ik ben geboren tijdens de Rwandese genocide. Er was geen bewijs van mijn afkomst, dus legde ik als kind een DNA-test af om aan te tonen dat ik biologisch afstam van mijn vader en moeder. 

"Op het gemeentehuis vroeg iemand: 'En hoe wordt jouw naam dan geschreven?’ Aan de balie van het gemeentehuis kantelde mijn leven. Ondanks mijn jonge leeftijd besefte ik dat. Werd het Yaspe? Die schrijfwijze had mijn moeders voorkeur, met de Y als verwijzing naar mijn Afrikaanse wortels. Of Jaspe, de vernederlandste vorm? Ik koos het tweede en onbewust legde ik mijn Afrikaans verleden naast me neer, ontkende een deel van mijn identiteit, mijn wezen. De J was mijn nieuwe zekerheid, het toegangsticket voor Nederland. Het zou makkelijker worden met die naam, toch? Jaspe, dat is gewoon Jasper, maar dan zonder r. Ik zette de eerste handtekening uit mijn leven. Punt. Klaar. 

"Jaren voordien had ik het Swahili ook terzijde gelegd. Letterlijk. In Ouddorp was dat, Zeeland. Daar zetten moeder en ik de vuilnisemmer buiten en ik zei: 'Mama, Swahili, dat hoeft niet meer voor mij. Wat ben ik daar eigenlijk mee? Ik praat het toch nooit.’ Sindsdien heb ik geen woord Swahili meer gesproken. Ik ben die taal vergeten. 

"Deel uitmaken van de wereld om me heen, dat is wat ik wilde. Erkend worden in het Nederlandse leven, in de dorpsgemeenschap van Ouddorp. En nu, aan half leven later, denk ik nog altijd aan die beslissing, Jaspe, en overvalt me een zachte spijt. Het was een foute inschatting."

Eerste zwarten

"Wie ben ik eigenlijk? Aan die vraag ging een odyssee vooraf. Ik was een baby van zeven maanden oud toen mijn ouders hun thuisland Rwanda ontvluchtten. Mijn vader was een dominee in Kigali en moeder werkte bij het ministerie van Onderwijs. Onze thuis was niet meer veilig na het uitbreken van de genocide. We verlieten Rwanda en begonnen aan een zwerftocht die uiteindelijk vier jaar zou duren. Congo was de eerste halte, en dan Tanzania, dat andere grote buurland van Rwanda. In Kenia werd mijn zusje geboren, waarna we in Swaziland belandden, om uiteindelijk per vliegtuig Nederland te bereiken. Daar eindigde de zwerftocht niet. In Nederland werden we van het ene naar het andere opvangcentrum voor asielzoekers gebracht. Pas in het Zeelandse Ouddorp, in het zuidwesten van Nederland, aan de Noordzee, kwam er rust in dit verhaal. Daar beginnen mijn herinneringen, in de fijne plek die Ouddorp is. Klein, vlakbij het strand, met allemaal blanke, vriendelijke mensen. Wij waren de eerste zwarten die Ouddorp aandeden. In de supermarkt huilden kindjes omdat ze nog nooit een zwarte hadden gezien. Ze schrokken. De Ouddorpers leefden in een hoekje, maar keerden ons de rug niet toe. Meer nog: ze hebben mijn familie opgevangen. 

Beeld Tine Schoemaker

"Ik weet niet wat zich tussen Rwanda en Nederland heeft afgespeeld. Wat ik vertel is gebaseerd op de woorden van mijn vader en moeder. Ik waan me gelukkig niks te weten. Wat is een kind met waanzin? Rwandezen praten openlijk over wat hen is overkomen. Ze vertellen over hun vlucht, over de moorden, ze kennen de feiten. Maar wat met hun ziel is gebeurd, dat weet ik niet. Ook niet wat zich afspeelde, of nog altijd afspeelt in het hoofd van mijn vader of moeder. Ik durf het deurtje niet openen. Mijn moeder verloor haast haar hele familie. Haar broers en zussen zijn vermoord. Idem voor mijn vader. 'Dat het oorlog was’, heet dat dan. Wil ik tot in detail weten wat zich daar heeft afgespeeld? Moet een mens voeling hebben met een verleden dat het zijne niet is?"

'Casual racism'

"Moeders diploma bleek niet geldig in Nederland, of werd niet naar waarde geschat. Vader studeerde verder als theoloog en is nog altijd verbonden aan MIPE in Anderlecht: Mission Internationale du Plein Evangile, maar ik zie hem zelden. In Nederland volgden we een integratiecursus om te aarden en deel te nemen aan het lokale leven. Dat lukte. 

"Mijn jeugd was erg Hollands, al werd ik niet als Hollandse aanzien, ondanks het afzweren van de Afrikaanse talen en de J van Jaspe. Hoe hard ik ook mijn best deed, de laatste stap was niet te hoog, hij was gewoon niet toegankelijk voor buitenlanders. Wellicht werd dat niet zo uitgesproken of beslist, maar dat is hoe ik dat aanvoelde."

"Hoe vaak heb ik dit niet gehoord: 'Amai, Jaspe, wat spreek jij goed Nederlands.’ Of nog: 'Als ik mijn ogen sluit, zou ik denken dat een echt Hollands meisje voor me staat.’ Als ik mijn ogen sluit. Noem het maar
casual racism. Een echt Hollands meisje. Wie niet geboren is in een land wordt niet als 'authentiek’ ervaren, als eigen. Het is iets wat je nooit kunt veranderen. Dat zette mij aan het denken: Hoe kan ik ooit tot een gemeenschap behoren?"

Dreun

"Na Ouddorp trok ons gezin naar Roosendaal, waar het gros van mijn jeugd zich afspeelde. Nadien volgde België. In Anderlecht mengde vader zich in de Rwandese gemeenschap. Zeventien was ik toen mijn ouders scheidden en moeder naar Aalst verhuisde. Dat was een harde tijd. Noodgedwongen weg uit Brussel, om dan in Aalst na twee jaar uit ons huis te worden gezet, de straat op. Moeder wilde terug naar Nederland. Dat was haar oude thuis. Het werd eerst opnieuw Roosendaal in Nederland en uiteindelijk Essen in België, net over de grens. Ook in Roosendaal was de start niet simpel, bij gebrek aan middelen, en de moeilijk verteerbare scheiding: dakloos, noodhulp, opvangcentra, Leger des Heils, een safehouse voor vrouwen. Dat soort dingen. 

"'Je moet kuisen’, zei men in het uitzendkantoor. Moeder weigerde, terecht overigens, wegens gezondheidsproblemen. En hoe zou ze dat rooien met vijf toen nog minderjarige kinderen? 'Ik ben een intelligente vrouw, en dat ga ik tonen ook.’ Dat was haar antwoord. Ter info: een paar weken geleden is mijn moeder afgestudeerd als theologe. Ze hoopt nu te kunnen werken in ziekenhuizen en gevangenissen als aalmoezenier. Mijn moeder is fantastisch. Aan haar heb ik ontzettend veel te danken. In volle miserie vergaarde ze alles wat toen nog restte en gaf ze mij de kans te studeren. Ik zou het gaan doen. Ik zou het leven eens bij de lurven grijpen. Maar in Madrid liep ik tegen een muur aan. En die dreun werkt nog altijd na."

De elastiek knapt

"Omdat de inschrijvingsperiode in Nederland was afgesloten, zocht ik het internet af op zoek naar scholen. Google leidde me naar de IE Business School in Spanje. Zo simpel was dat toen: een zoekterm en een nieuw leven. Communicatie, dat zou ik studeren. Het programma leek me uitstekend, de aanbevelingen ook, en op alle filmpjes van de IE Business School scheen de zon. Ik stelde een portfolio en een curriculum vitae op, mailde de school en kreeg een beurs aangeboden.

"De recruitment officer maakte er een punt van mij naar Spanje te halen, naar Segovia dus, ten noorden van Madrid. Blijkbaar zag zij iets in mij dat ik zelf niet zag. Zonder haar was een beurs wellicht niet mogelijk. In ruil voor die steun werkte ik voor de universiteit als ambassadrice. Ik ervoer een enorme druk om te slagen. Terwijl mijn familie dakloos in Roosendaal overleefde, ging ik naar Spanje om te studeren. Dat was surreëel. Ik kreeg een vrijgeleide naar een betere toekomst. Maar het liep anders. Het contrast was te groot.

"Hoe in godsnaam ben ik hier geraakt?, vroeg ik me af. Ik was ontheemd. Van Rwanda naar Congo, Tanzania, Kenia, Swaziland, Nederland, België en dan plots Spanje. Mijn familie lag uiteen en ik moest voldoen aan de verwachtingen van de Hollandse gemeenschap, aan die van de Rwandese gemeenschap en ook aan de financiële verwachtingen in Madrid. Ik was beschaamd en wierp een rookgordijn op, gedroeg me als de ideale studente en werkte mij uit de naad. Opdat ik mijn familie tegemoet kon komen, later, ooit. Extra schoolwerk, extracurriculars, vertegenwoordiger, ambassadrice: ik mocht niet falen. Ik dacht aan thuis, aan de tocht die mijn familie heeft afgelegd, aan de asielcentra, aan noodhulp, en ik klapte dicht. De druk was te groot. Mijn leven in Segovia was een 'performance’ die steeds meer van me vroeg. De stress sloeg om in angst. Op de duur durfde ik mijn kamer niet meer uit. Ik heb mezelf opgerekt tot de elastiek knapte. Eerst een burn-out, die ik een maand uithield, om dan naar mijn moeder te bellen: 'Ik kom terug.’ Waarna ik in een depressie belandde. 

Beeld Tine Schoemaker

"Terug in België, in Essen dit keer, werd ik in het ziekenhuis opgenomen. Mijn gedachten waren troebel en mijn moeder durfde ik niet onder ogen komen. Ik wist niet van welk hout pijlen maken. Identiteit, cultuur, kleur, familie, toekomst, studie. Ik drukte op de pauzeknop en had maanden tijd nodig, en veel hulp, om me opnieuw mens te voelen. Mama begreep me. En het is nog gelukt ook. Het resultaat van dat intense proces ligt eind dit jaar in de rekken: RECKLESS."

Elkaar in de ogen kijken

"Ik voel de drang om tot een gemeenschap te behoren, tot een groep van gelijkgezinden die geen barrières opwerpt. Maar tot welke gemeenschap behoor ik? En moeten we de wereld eigenlijk opdelen in gemeenschappen? Ben ik Europees of Afrikaans? Ben ik Afropean? En moet die keuze worden gemaakt? Kan ik me mijn Afrikaanse origine toe-eigenen? Heb ik recht van spreken over een land waar ik nooit ben geweest? Zwijg ik beter? Moet ik mijn geboorteland opzoeken? En moet ik me wel al die vragen stellen?"

"Een TCK, dat is wat ik ben. Een Third Culture Kid. Niet exclusief Rwandees, niet exclusief Nederlands, niet exclusief Belgisch: ik ben een mengvorm. Mijn identiteit is hybride en dat geldt voor heel veel mensen. Een identiteit is nooit rechtlijnig, maar we willen er wel altijd een etiket op kleven. De term TCK is een parapluterm voor de versmelting van verschillende culturele combinaties en vond eerst ingang in de Verenigde Staten, om kinderen te beschrijven van Amerikanen die in het buitenland woonden en werkten. Nadien werd de term wereldwijd overgenomen. 

"Ik voelde me meteen aangesproken toen ik er voor het eerst over las. Third Culture Kid, dat is het. Ik ben Europees én Afrikaans, Nederlands én Rwandees én Belgisch, en heb het recht die identiteiten op te eisen. Al is de samenleving niet klaar voor het concept van de derde, nieuwe cultuur. Hoe je het ook draait of keert: de media reiken je hier een beeld aan van een uniforme, blanke samenleving. Maar die werkelijkheid is achterhaald. Af en toe zie je kleur op de televisie, maar dat gaat meer om quota dan om werkelijke representatie. We zijn veel te lang uitgegaan van een wit, westers narratief dat de interculturele realiteit negeert. Ik houd van media en magazines, maar de puzzel die TCK’s zijn vind ik vrijwel nergens terug. 

"Dus klopte ik aan bij BAAS, een ondernemersplatform in Antwerpen dat met steun van de stad, de Vlaamse overheid en de Europese Unie jonge mensen de kans biedt om een businessidee uit te werken. RECKLESS Magazine moet over een paar maanden verschijnen en brengt verhalen over de puzzelstukken die we allemaal zijn. Natuurlijk gaat het om TCK’s, maar het zou fout zijn daar enkel op te focussen. RECKLESS moet verbinden, hoe moeilijk dat ook is. Culturen die nu langs elkaar heen leven, moeten elkaar in de ogen kijken. Dan helpt een verhaal over migratie en identiteit, of een kookrecept van je grootmoeder. Ik hoop dat het concept aanslaat. Het publiek is er alleszins. Er zijn zoveel meer TCK’s dan iedereen denkt. De goesting is er ook, de ervaring van BAAS en zelf ben ik rijper geworden. Misschien heb ik dan toch iets geleerd in Madrid. Let’s go baby."

Morgen in deel 4: Karsten Fouquaet is zot van Japan

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden