Dinsdag 01/12/2020

We zijn nog aan het aftasten hoe we elkaar moeten begrijpen

Voor beide partijen is dit bijna een sprong in het duister. Want ondanks de schijnbare verwantschap tussen brass band en big band, zijn er meer verschillen dan gelijkenissen. ‘De eerste repetities bevestigen wat we vermoedden’, zeggen Frans Violet en Frank Vaganée. ‘Onze muzikale werelden zijn heel verschillend. We zijn nog aan het aftasten hoe we mekaar moeten begrijpen.’

De ontmoeting komt er naar aanleiding van de dertigste verjaardag van de Brass Band Willebroek. Die brass band is niet de eerste de beste. In het Belgische brassbandmilieu, eigenlijk een grote kring van voornamelijk amateurmuzikanten, zijn ze ronduit beroemd, iedereen kent hen. De reden is simpel: de BBW kaapt zowat elk jaar de trofee van beste nationale brassband weg en intussen hebben ze zelfs al drie keer de Europese titel binnengehaald, in 1993, 2006 en 2007. Dat is niet niks voor een genre dat historisch gedomineerd wordt door de Britten. “De brassbandtraditie is inderdaad van oorsprong Brits”, zegt Frans Violet. “Dat merk je onder meer aan het repertoire van de meeste brassbands, maar meer in het algemeen aan het temperament van de typische brassband. Wij moeten het hebben van een doorgedreven muzikaliteit en virtuositeit, maar het moet altijd een beetje ingetogen blijven. Voor een brassband is het belangrijk om netjes in het gareel te blijven. We imponeren soms met spectaculaire tutti, maar daarmee mogen we niet uit de bocht gaan, het moet een warme, zachte samenklank blijven en een zeer uitgebalanceerd geheel. Dat is een groot contrast met een jazzbigband, waar alles veel vettiger en extremer in de verf wordt gezet.”Ook de bezetting verschilt sterk. Frank Vaganée van het BJO wijst op de logische gevolgen daarvan: “Een brassband heeft geen saxofoons, alleen koperblazers. Dat zorgt voor eenheid. Bovendien hebben ze geen trompetten, maar wel cornetten, en dat levert een zachtere klankkleur op. Ik ben zelf saxofonist en heb dus nooit in een brassband gespeeld, maar ik ben van thuis uit wel wat vertrouwd met het milieu van fanfares, harmonieën en brassbands. Het is inderdaad een heel ander genre met een heel ander muzikaal temperament. Dat hebben we meteen goed gevoeld tijdens de eerste repetities. We moesten eigenlijk ons muzikaal vocabularium ijken. Want het bleek dat we niet hetzelfde begrip hadden van essentiële ritmische parameters zoals ‘swing’. Als wij ‘binair’ speelden, vonden zij nog steeds dat we swingden.”Frans Violet verduidelijkt dat vanuit zijn perspectief: “Een brassband speelt ritmisch volledig klassiek, daar zit geen vleugje swing in. Maar het is zeker geen klassieke muziek. Het is lichtvoetiger, we hebben onder andere een voorliefde voor kort staccato. En het is vaak ook veel luider dan klassiek, zij het nooit ‘over the top’, zoals dat heet.”In beide tradities is een belangrijke rol weggelegd voor soli. Maar ook die aanpak is sterk verschillend. Frank Vaganée: “In een brassband wordt geen noot geïmproviseerd, alles is minutieus uitgeschreven. Dat geldt ook voor de soli. Je kunt dat meer vergelijken met een cadenza in een klassiek concert dan met een solo in een jazzcontext.”

Partituur en improvisatie

Frans Violet beaamt: “Wij kennen die systemen van improvisatie gewoon niet. Zo’n jazzpartituur bevat vaak alleen aanwijzingen over de toonaard of akkoordenreeksen. Onze mensen kunnen daar niet mee verder, wij werken altijd met volledig uitgeschreven partituren. We zijn ook niet vertrouwd met de mechanismen achter een jazzsolo, de manier waarop in zo’n orkest wordt gecommuniceerd dat een solo gaat eindigen en het orkest weer mag overnemen. Dat is een van de belangrijkste uitdagingen van onze samenwerking, want we moeten oefenen om met die mechanismen om te gaan.”

Slimme oplossing

Op het programma staan trouwens uitsluitend werken die speciaal voor deze combinatie geschreven werden, meer bepaald door Bert Joris, Pierre Devret en Lode Mertens. Zij moesten op zoek naar slimme oplossingen om die twee werelden elegant te verzoenen. Frank Vaganée: “Er is duidelijk rekening gehouden met de vaardigheden en het verschil in temperament. Elk orkest behoudt zijn identiteit, maar het is wel interessant om te gaan mengen. We doen dat op meerdere manieren: soms laten we beide orkesten dialogeren, soms spelen we samen, soms speelt een solist van het BJO met begeleiding van het BBW of omgekeerd. Het is wel een hele uitdaging. Ik heb eens rondgeneusd op het internet en ik heb nog geen enkel vergelijkbaar project gevonden. Het is nieuw en best wel spannend.”Frans Violet vindt dat ook: “Alleen al de opstelling van beide orkesten is een moeilijke puzzel, zeker omdat we eerst elk apart een programma brengen en pas op het einde samen spelen. We zijn nog aan het zoeken naar de beste oplossing.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234