Zaterdag 11/07/2020

'We zijn net zo verloren als de vluchteling'

Documentairemaker Manu Riche verfilmde Problemski Hotel, de absurdistische roman van Dimitri Verhulst over leven in een asielcentrum.Hij deed dat samen met hen die dat leven aan den lijve ondervonden.

Het idee van de asielzoeker is zelden zo verbonden geweest met Brussel en de rest van Europa als nu. Ook in het nieuwe jaar trekken asielzoekers lange rijen voor de deuren van Fedasil en de Dienst Vreemdelingenzaken. Voor de meesten onder hen wordt het straks bang afwachten of het de uitzetting/illegaliteit wordt of de reddingsboei van een opvangcentrum.

Het is in zo'n een asielcentrum, dat van Totem in Arendonk, dat bevlogen taalacrobaat Dimitri Verhulst zich in december 2001 een tijdje liet opsluiten. Lang hield hij het er niet uit. Té kwetsend. Té confronterend ook. Dan liever thuis aan de schrijftafel vechten met de personages en de zinnen in je hoofd. Met Problemski Hotel als resultaat, een even rauwe als ongenadige roman over het leven in een dergelijk centrum.

"Ik vond dat boek echt een verademing", zegt Manu Riche. De laatste berichten op de smartphone zijn gecheckt. De leesbril verdwijnt in de bruine haren boven op het hoofd. Een lait russe of koffie verkeerd kan de regisseur van de portretreeks Hoge bomen en de Tom Barman-docu Tempo of a Restless Soul goed gebruiken op dit vroege uur op de eerste werkdag van het jaar. "Er wordt in het algemeen zoveel gemoraliseerd over de vluchtelingen, over hoe mensen zijn en zouden moeten zijn. Dimitri doet dat niet. Ik begreep de mensen die aan het spreken waren in zijn boek. Uiteindelijk hebben we allemaal dezelfde driften en verlangens naar een andere en betere wereld. Het boek overstijgt de vluchtelingenproblematiek."

No man's land

Dirty realism à la Raymond Carver, zo noemt Riche het boekje van 127 bladzijden dat Verhulst over zijn ervaringen schreef. Om er onmiddellijk aan toe te voegen dat behalve de stijl en de toon ook Verhulsts manier van kijken naar de dingen hem zo bevallen is. "Proberen de schoonheid in de tragedie te vinden en tegelijk het komische in het verschrikkelijke. Ik denk dat Problemski Hotel eigenlijk voor mij geschreven was." (lacht)

Toch moet je niet naar de gelijknamige film gaan kijken in de verwachting dat je het bekende verhaal van Verhulst te zien gaat krijgen. Riche heeft de verfilming volledig naar zijn hand gezet. De centrale locatie is helemaal geen kazerne zoals in het boek, maar het oude hoofdkantoor van BNP Paribas Fortis aan de Warandeberg in Brussel, een kantoorcomplex dat men aan het slopen is. Om het te vervangen door een nieuw prestigieus gebouw, als afspiegeling van de bank van de toekomst. Als symbolische beeldspraak - een bouwwerf van het grote kapitaal waar nu asielzoekers op hun lot zitten te wachten - kan het tellen.

Riche verwerkte ook de verhalen en de vluchtelingenachtergrond van de cast in het scenario. Vlaamse coryfeeën als Marijke Pinoy en Josse De Pauw hebben bijrollen, net als Syriërs of Koerden die net uit IS-gebied komen. Maar de hoofdrollen worden vertolkt door nu nog onbekende acteurs als de Palestijns-Amerikaanse Tarek Halaby, danser bij Anne Teresa De Keersmaeker, de Vlaams-Kazachstaanse Evgenia Brendes, en Gökhan Girginol, een acteur uit Genk met Turkse roots die pas aan het RITCS afgestudeerd is.

"Het scenario heeft zich aangepast aan hen", vertelt Riche. "Collectief zijn we gaan zoeken naar hoe we het werkelijke aspect van het vluchteling zijn er in konden integreren, maar dan op zo'n manier dat het niet past in de clichés van wat we vandaag kennen of meemaken." Die aanpak heeft de weg geplaveid voor een film met een duidelijk gevoel voor de menselijke absurditeit: in een no man's land met kafkaiaanse trekken waar verveling en rusteloosheid, onmacht en onzekerheid hand in hand gaan.

In afwachting van de beslissing van het ministerie kunnen de asielzoekers er alleen maar wachten. Omwille van dat wachten, de soms bizarre conversaties en de weloverwogen soberheid, kun je de film ook zien als een variant op het theater van het absurde, op Wachten op Godot van Samuel Beckett. Riche: "Beckett blijft me beroeren, ja. Niet dat ik hem nog lees. Het zit in me verweven. Ik ben niet op zoek naar antwoorden of een oplossing, wel naar wat het betekent om mens te zijn. Het surrealisme en de humor die ik er ingebracht heb, dat heb ik gedaan omdat ik het verhaal universeel wilde maken. Beckett zag gewoon de humor van het leven en het bestaan in.

En dat is toch een ongelooflijk vermogen dat we hebben, dat we kunnen lachen met onszelf. Ik denk niet dat er veel mieren om zichzelf lachen."

Spelen met perceptie

Als plek voor ons rendez-vous hebben we afgesproken in de Mokafé, een symbolische plek voor Manu Riche. In deze bekende brasserie in de Brusselse Koningsgalerij is het voor Riche (1964) allemaal begonnen: het is hier dat hij zijn allereerste bijdrage draaide voor Strip-Tease, dat legendarische reportagemagazine dat eind jaren 80 naam maakte op de RTBF.

"Het was ook een beckettiaanse scène", lacht Riche. "Een absurde conversatie tussen drie bejaarde dames terwijl ze een kop koffie drinken. De toonzetting van Strip-Tease heeft veel mensen in de Belgische tv- en cinemawereld beïnvloed. Het was een beetje een breekpunt met la Belgique à papa. Daar zijn heel wat cineasten uitgekomen: Benoît Mariage, Manu Bonmariage, later ook Joachim Lafosse. Volgens mij heeft die directe blik van dat programma eveneens een invloed uitgeoefend op de broers Dardenne. Zelfs Felix Van Groeningen heeft in De helaasheid der dingen letterlijk een citaat gebracht uit een van mijn Strip-Tease-reportages, 'La famille de Becker'. Hij heeft me dat ook gezegd, hoor."

Strip-Tease wordt als een wegbereider van Man bijt hond beschouwd. Vat de titel van dat luchtige human-interestprogramma van Woestijnvis er goed de anekdotiek van samen, het meer eigenzinnige Strip-Tease groef dieper. Die reductionistische tendens in de media stoort Riche. "Ik zeg niet dat alle reportages of documentaires zo zijn, maar ik sta er toch versteld van hoe weinig er gezocht wordt naar de laag die achter de eerste verschijning komt. Alles wordt nogal snel geformatteerd tot een soort meevoelen met. Plus: er is een soort schikken naar een conformation, zoals ze dat in het Frans zeggen, een bevestiging van het beeld dat we hebben."

Niet adoreren

Over Raymond, de ongewone theatermonoloog die Riche in 2012 voor de KVS regisseerde met Josse De Pauw in de rol van de legendarische voetbaltrainer Raymond Goethals, zegt hij dit: "Iedereen heeft het idee Raymond Goethals te kennen. Dan wordt het interessant om met die perceptie te spelen en in de fictie te duiken."

Ook in Problemski Hotel proef je die aanpak. Door de absurde toon en de surrealistische sfeer ontsnapt de film aan het realisme van de vluchtelingenproblematiek. "Wat mij interesseert zijn die percepties, die manieren van kijken naar de wereld die ons op een onbewuste of op een of andere manier opgedrongen worden. We denken altijd te weten wat de wereld is. We denken altijd dat Raymond Goethals de Raymond Goethals is zoals we hem altijd gezien hebben in al de tv-reportages die er over hem gemaakt zijn. Natuurlijk is dat niet zo.

"We weten niet wie we zijn en we denken ook altijd dat we een soort identiteit moeten verduidelijken. Het begint met een paspoort, een naam en - belangrijk - een nationaliteit. Maar al die Irakezen en Syriërs zijn absoluut niet wie we denken dat ze zijn. De complexiteit van de realiteit en mensen moet je niet reduceren tot een paspoort, net zoals je de complexiteit van Raymond Goethals niet kunt reduceren tot het icoon dat hij is. Met Baudouin I, mijn documentaire over koning Boudewijn, heb ik hetzelfde gedaan. Ik zeg niet dat ik weet wie hij wel is. Ik zeg alleen dat je daar vragen bij moet stellen."

Voor de op Canvas uitgezonden serie Hoge bomen volgde Riche soms een jaar lang met de camera machtige figuren van bij ons. Mensen, bestikt met eretitels, die het voor het zeggen hebben. Meer koning dan lakei of vazal. Fernand Huts, de flamboyante bedrijfsleider van Katoen Natie, zat ertussen. Johan Vermeersch ook, de Brusselse zakenman en gewezen voorzitter van FC Brussels. Of Paul Dujardin, de patron van het Brusselse cultuurhuis Bozar. De politiek moest er ook bij met sp.a-boegbeeld wijlen Steve Stevaert. Riche maakte van hen geen heiligen: hij behoedde er zich voor om geen adorerend societyschilder te worden. Het is meer het observeren en het ontleden van de macht waar het hem om ging. Ook de kunstenaar vind je vaak voor zijn camera terug: dEUS-opperhoofd Tom Barman, de Antwerpse stadsartiest Benjamin Verdonck, de gerenommeerde Chinese beeldende kunstenaar Ai Weiwei.

En dat Riche zichzelf niet wil vastpinnen, het liefst uitgedaagd wil worden in plaats van bezadigd achterover te leunen, dat begrijp je uit Trial About Fake: het documentaire project over de door de autoriteiten gemuilkorfde Weiwei werkte hij vorig jaar voor het Kunstenfestivaldesarts uit tot een performance.

Bourgeois

Maar toch: tussen de ijdele wereld van het grote geld succesvolle kunstenaars en de ellende van nieuwkomers gaapt er een hemelsbrede kloof. "Ik heb er ook over nagedacht", antwoordt Riche op de vraag waarom het lang geleden is dat hij met de camera nog zo laag op de ladder is afgedaald. "Mijn reportages voor Strip-Tease lijken het meest op wat ik in Problemski Hotel gedaan heb. Macht gaat altijd ten koste van iemand anders, daarom ben ik me gaan interesseren voor de kleine man. Snake Dance, mijn docu over de atoombom, was daar al een soort uitvloeisel van.

"Ik heb het wel moeilijk met een term als 'de kleine mens', ik geloof niet dat er kleine mensen zijn. Alle mensen hebben in zekere zin dezelfde ambitie. Arm of rijk, groot of klein: ze verschillen soms minder dan we denken."

Riche komt zelf uit een bourgeoisnest. Hij groeide comfortabel op in Bokrijk, dicht bij het Zwartberg waar zijn grootvader de steenkoolmijn heeft opgestart. De katholieke school die hij er doorliep, stond open voor de experimenten van mei '68. Thuis werd er Frans en Nederlands gesproken, keek men naar de films van bourgeoisgesel Claude Chabrol en die van de Franse nouvelle vague.

Zijn gelukkige jeugd - "Het was zo comfortabel dat ik er echt van weg moest, weg uit die soort illusie die werd gecreëerd", dixit Riche - staat in schril contrast met die van Dimitri Verhulst: de schrijver in spe flirtte met de armoede en de sociale uitsluiting. "De affiniteit voor de wereld van vluchtelingen is er echt gekomen met het boek van Dimitri. Ik ben geen zuivere cineast, ik vind niet blindelings mijn weg naar een volgende film. Ik heb natuurlijk een aantal projecten die ik absoluut wil doen.

"Ik hou van het Franse woord susciter, opwekken. Vaak zijn het ontmoetingen die me aansporen tot een nieuw project. Soms is het een boek dat me motiveert om aan een project te beginnen, zoals bij Problemski Hotel. De drang om deze film te maken, komt niet van het onderwerp van de vluchtelingenproblematiek, maar van de manier waarop Dimitri naar die problematiek gekeken heeft. Het is zijn blik waar ik op voortborduurde. Dimitri heeft scherpe voelsprieten gehad voor wat er ging gebeuren. Hij heeft ingezien dat het een probleem is dat zich niet zo maar gaat oplossen. Dit is een evolutie die aan de gang is sinds de val van de Muur, en die helemaal andere krachten in de wereldpolitiek losgemaakt heeft."

Van Zeebrugge en Mesen tot Spa: overal in het land heeft de regering nieuwe opvangcentra geopend om de vluchtelingstroom op te vangen. Vele gemeenten voelen zich geviseerd. Vooral in kleine gemeenten zijn de mensen bezorgd en stellen ze zich veel vragen. Wat hoopt Riche dat de kijkers van zijn film gaan oppikken?

"Problemski Hotel biedt geen antwoord op de vragen die men zich stelt. Het belangrijkste is misschien dat de kijker de situatie gaat herkennen, namelijk dat hij zelf met heel veel vragen zit, net als de vluchteling. En dat hij daardoor met de vluchteling kan meeleven. Ik hoop dat de kijker daar een houvast aan kan hebben, dat we ons allemaal een beetje verloren voelen. Toen de Vlamingen in 1900 vanuit arm Vlaanderen naar Wallonië migreerden, waren de Walen net zo bang voor de Vlamingen als mensen vandaag voor de Syriërs of Irakezen die in onze dorpen toekomen.

"Mijn ouders zijn in 1940 omwille van de bombardementen op Hasselt moeten vluchten naar de buurt van Toulouse. Gelukkig maar dat we nadien zoiets gemaakt hebben als een Conventie van Genève. Om dan nu de deur te sluiten voor die vluchtelingen, dat lijkt me zeer mottig, om een Limburgs woord te gebruiken.

"Door te surfen op het angstgevoel los je de problemen niet op. We moeten er samen aan werken. Ik durf niet te veel te denken in termen van pessimisme en optimisme. We zitten vandaag in een situatie die je moeilijk hoopvol kunt noemen. We zullen er wel weer uitkomen, maar leuk gaat het niet worden."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234