Donderdag 21/10/2021

achtergrond

"We zijn in oorlog met IS": iedereen zegt het, maar wat betekent dat?

Rookpluimen tijdens een offensief van Koerdische strijders en de VS om de Noord-Iraakse stad Sinjar te heroveren op de terreurgroep Islamitische Staat. Beeld AFP
Rookpluimen tijdens een offensief van Koerdische strijders en de VS om de Noord-Iraakse stad Sinjar te heroveren op de terreurgroep Islamitische Staat.Beeld AFP

Presidenten zeggen het, militaire strategen zeggen, zelfs moraalfilosofen nemen het woord in de mond: 'We zijn in oorlog met IS'. Blijkbaar gaat het om een totale oorlog die zowel aan het front, op het internet als in de klas moet gevoerd worden. Vraag is hoe we die strijd kunnen winnen.

Het front in Irak en Syrië: geen overwinning zonder boots on the ground

Nog geen 48 uur na de aanslagen in Parijs gaf president François Hollande het bevel om bombardementen uit te voeren op de Raqqa, het bolwerk van Islamitische Staat in Syrië. Tegelijk lijkt er tussen westerse grootmachten en Rusland een fragiele consensus tot stand te komen om de komende weken vooral bommen op IS-stellingen te gooien. Ook ons land zegt extra inspanningen te willen doen als die vraag komt. Dat de terreurorganisatie hierdoor in het defensief komt, is duidelijk. IS moest zijn manschappen en materieel uit Raqqa wegtrekken en vorige week leden de extremisten ook al een zware nederlaag in Irak toen Koerdische peshmerga's de strategische stad Sinjar veroverden.

Vraag is of het huidige militaire offensief voldoende is om IS de definitieve mokerslag toe te dienen. "Uiteraard niet", zegt Ko Colijn, directeur van het Nederlandse Clingendael-instituut. "De bommencampagne van president Hollande is niet meer dan een gebaar voor het publiek. Na de aanslagen van Parijs voelt hij zich genoodzaakt om terug te slaan. Dat geeft sommige Fransen misschien een goed gevoel, maar militair-strategisch stelt het niet zoveel voor. Wie IS militair wil verslaan, zal grondtroepen moeten sturen. In zekere zin fungeren de peshmerga's als grondtroepen van de Internationale Coalitie tegen IS. Zij kunnen af en toe wel een militair succes boeken, maar of het voldoende zal zijn om ook de stad Mosoel en de andere IS-bolwerken te veroveren, betwijfel ik. Om Mosoel te veroveren, heb je de 30 à 40.000 strijders nodig."

De Amerikaanse president Obama heeft al gezegd dat hij geen grondtroepen zal sturen. Ko Colijn: "Op minder dan een jaar van de presidentsverkiezingen is dat een veel te riskante beslissing. En als Obama niet de leiding neemt, zie ik niet meteen een andere mogendheid opstaan. Hollande bestookt momenteel Raqqa, maar of hij ook grondtroepen zal sturen: ik denk het niet."

(Archiefbeeld) Militanten van terreurgroep Islamitische Staat in Mosoel, Irak. Beeld AP
(Archiefbeeld) Militanten van terreurgroep Islamitische Staat in Mosoel, Irak.Beeld AP

De geldstromen van IS droogleggen

Er is iets vreemds aan de hand met de financiering van Islamitische Staat. Iedereen weet ondertussen dat de terreurorganisatie miljoenen dollars aan olie-inkomsten binnenrijft en ook nog steeds geld en wapens ontvangt van individuele miljardairs uit landen als Saudi-Arabië en Qatar.

Vreemd genoeg gebeurt er niets om die geldstromen tegen te houden. Meer nog: een deel van de IS-olie komt terecht bij de vijandige Syrische rebellen en volgens bepaalde bronnen zelfs bij Europese klanten. Met andere woorden: IS ontvangt oliedollars van de vijand om de vijand te verslaan. Clingendael-directeur Ko Colijn vermoedt dat de IS-olievelden nog niet werden aangevallen omdat de VS en de Internationale Coalitie ervan uitgaat dat ze die olievelden vroeg of laat zullen veroveren en te gelde kunnen maken. "Als de oorlog nog veel langer aansleept, zullen ze misschien hun mening veranderen en de IS-olievelden toch aanvallen, maar voorlopig is dat niet het geval."

Ook de westerse houding ten aanzien van Saudi-Arabië en Qatar blijft erg dubieus. Buiten het kleine Zweden durfde geen enkel westers land het aan om Riyad en Doha inzake de IS-financiering onder druk te zetten. Integendeel: beide regimes blijven voor Londen, Washington én Brussel normale gesprekspartners en uitstekende wapenklanten.

(Archiefbeeld) Een bombardement op een raffinaderij in de handen van IS. Beeld AP
(Archiefbeeld) Een bombardement op een raffinaderij in de handen van IS.Beeld AP

De moeizame oorlog van de inlichtingendiensten

Hoewel westerse inlichtingendiensten er de jongste maanden in slaagden om meerdere terreuraanslagen te verijdelen, is het de daders van Parijs wel gelukt om onder de radar te blijven. Hoewel meerdere leden van dit commando op een terreurlijst stonden, konden zij ongestoord wapens en explosieven aanschaffen. Een van de belangrijkste conclusies van de G20-top in het Turkse Antalya handelde dan ook over een betere samenwerking tussen inlichtingendiensten.

Feit is dat zowel de Belgische, de Britse als de Franse inlichtingendiensten sinds de aanslagen tegen Charlie Hebdo aan het uitbreiden zijn. De aanslagen in Parijs zullen deze evolutie nog versnellen en een aantal gevaarlijke tekortkomingen gedeeltelijk wegwerken. Zo kampen de meeste diensten nog met een tekort aan Arabischsprekende medewerkers en cyberexperts.

Cyberwar: op de grens tussen haatproza en toelaatbare meningen

Via een videoboodschap verklaarde de hackersgroepering Anonymous de totale cyberoorlog aan IS. Tegelijk gaan er stemmen op om de cyberpropaganda van Islamitische Staat en radicale moslims op sociale media weg te filteren. Onder anderen professor Maarten Kuijk van de vakgroep Elektronica en Informaticaverwerking van de VUB dringt er bij Facebook en Google op aan om de accounts van radicale jihadisten te blokkeren. "Als het voor kinderporno en blote borsten kan, dan kan het ook voor extremisten."

Niet iedereen is gewonnen voor deze aanpak. Met name moraalfilosoof Patrick Loobuyck vraagt zich af waar de 'cyberpolitie' de grens moet trekken tussen haatproza en het recht op vrije meningsuiting. "Vanaf wanneer is een mening radicaal genoeg om te verbieden?" De Gentse imam Brahim Laytouss vindt dat de strijd tegen radicalisering op internet best gevoerd wordt met een tegenoffensief. Met zijn expertisecentrum Idara werkt hij aan een digitaal platform waar moslims terechtkunnen voor correcte informatie over de islam. "Nu komen moslimjongeren automatisch terecht op extremistische websites die niet zelden oproepen tot geweld. Het zijn de extremisten die momenteel Google beheersen."

De oorlog om de harten: een Marshallplan om de toekomstige generaties te redden

Naast een vernietigend leger is IS ook een radicale ideologie. Om te vermijden dat mensen geïnfecteerd raken door het IS-extremisme, is het volgens Patrick Loobuyck essentieel dat in landen als België een positief tegenverhaal over de waarden van de democratie wordt geformuleerd. "Het is een verhaal dat onze onderwijzers, politici en journalisten met enthousiasme aan de man zouden moeten brengen. We moeten duidelijk maken dat de liberale democratie iets is waarop we fier mogen zijn. Ook gelovigen moeten inzien dat de liberale westerse democratie zich niet tegen hen richt maar een verhaal is van openheid en tolerantie. Je moet gelovigen keer op keer vertellen dat je geen atheïst moet zijn om in een liberale rechtsstaat te leven."

In verschillende media pleitte politicoloog Bilal Benyaich (VUB en Universiteit Gent) voor een soort Marshallplan. "Een wonderoplossing is er niet. Ons onderwijs faalt, onze arbeidsmarkt faalt, justitie faalt, de politie faalt, de imams falen, de ouders falen, we falen allemaal. Maar als er geen Marshallplan komt om de nieuwe generaties te redden, dan zullen deze problemen blijven duren en vrees ik dat er nog meer onheil op ons afkomt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234