Vrijdag 25/06/2021

'We zijn getuige van een grote crisis van de democratische vertegenwoordiging'

Umberto Eco presenteerde vorige week in Brussel twee projecten van Europalia Italië. In een gesprek met De Morgen heeft de wereldberoemde magister het over de invloed van de Italiaanse cultuur op Europa, maar vooral over de belangenvermenging van de Italiaanse premier ('het probleem Berlusconi'), de verdwijning van de klassieke ideologieën en het ideale museum.

In het paleis hangt de hitte als in een boek van William Faulkner. Het straatgeweld rond Galerie Ravenstein is weggestorven en in het pluchen salon van BOZAR houden zware gordijnen het licht tegen. Umberto Eco wacht in een erker van de kamer. Hij is eenenzeventig. Hij ziet er ouder uit dan verwacht - mijn herinnering blijft trouw aan de foto op de achterflap van De slinger van Foucault. Samen met het eerder gepubliceerde De naam van de roos en de opvolgers van die twee bestsellers (Het eiland van de vorige dag en Baudolino) blijven de historisch-filosofische thrillers voor velen zijn bekendste wapenfeiten. Maar Eco heeft zoveel meer op zijn palmares staan. Zijn bibliografie is niet zomaar indrukwekkend, het is er zo een waarbij je je afvraagt of dit allemaal werkelijk door één man kan zijn bijeengeschreven. Het is al bijna vijftig jaar geleden dat hij zijn eerste boek uitbracht, een doctoraalscriptie over de esthetica van Thomas van Aquino. Hij heeft een studie over James Joyce gepubliceerd, hij maakte werken over kunst en schoonheid in de Middeleeuwen, over interpretatie in het algemeen en de grenzen ervan in het bijzonder, en over de zoektocht naar de perfecte taal. Hij bemoeit zich met actuele problemen als de macht van de massamedia, de absurditeit van (Golf)oorlogen en, uiteraard, de Italiaanse politiek. Hij heeft lesgegeven aan de Franse Ecole Normale Supérieure, aan de universiteiten van Oxford én van Cambridge, in Yale én in Harvard. Een website vermeldt dertig eredoctoraten. Voor mij zit meer dan een halve eeuw eruditie.

Die eruditie is nu ook aangewend bij het concipiëren en samenstellen van de Europalia-tentoonstelling over Titiaans Venus van Urbino, en in november zal hij een driedaags congres organiseren over de invloed van de Italiaanse cultuur op Europa.

Bijna alle lezingen van de conferentie gaan over het verleden.

"Dat is een opmerking die ik al vaker heb gehoord. Maar als je spreekt over invloed, dan moet je voldoende documenten hebben. We kunnen dus iets zeggen over het belang van Macchiavelli, maar het is niet uit te maken of Toni Negri's Empire (een spraakmakende kritiek van de globalisering, geschreven samen met Michael Hardt, BB) een blijvende invloed zal hebben. Ja, we weten allemaal dat het boek meer in de Verenigde Staten is verkocht dan in Italië, dat het in het Frans vertaald is, en zo verder. Maar de historische afstand ontbreekt. Zelfs als we het zouden hebben over, bijvoorbeeld, mei '68 in Parijs, dan nog zou ik heel voorzichtig zijn. Toen het Parijse protest losbarstte, zijn alle radio- en tv-stations in de wereld erop gesprongen. Men heeft de indruk dat de hele beweging van daaruit vertrokken is. En inderdaad, er was een explosie, maar in Italië begon het al enkele maanden vroeger en in de Verenigde Staten zelfs een jaar eerder.

"Bovendien is iedereen zich bewust van, bijvoorbeeld, de hedendaagse Italiaanse invloed op de mode. Europeanen kopen Armani. Maar er zijn erg weinig mensen die de invloed van de Venetiaanse mode in de Renaissance kunnen inschatten. Het is belangrijker om dingen uit te leggen die men niet kent dan uit te weiden over zaken waarmee men vertrouwd is. Ten slotte is het zonder meer riskant om het op een ernstige manier over het Italië van vandaag te hebben: de protagonisten zitten in de zaal. Men kan geen Italiaanse filosoof naar hier halen en hem vragen wat zijn invloed is op het mondiale denken. Het is niet ondenkbaar dat hij antwoordt: 'Die is enorm'."

Maar de recente gebeurtenissen in Italië eisen de aandacht op.

"Een colloquium over het Italiaanse denken is een conferentie over de geschiedenis. Waar u het over hebt, dat is politiek. Ik heb het gevoel dat de onrust over het probleem Berlusconi bij buitenlanders niet zozeer voortkomt uit een interesse voor Italië, als wel uit de angst dat hetzelfde zich in hun eigen land zou voordoen. Het is duidelijk dat Italië op dit moment een laboratorium is, waarbij men kan zien wat er gebeurt als een mediabaas de macht neemt. Laten we hopen dat het Italiaanse voorbeeld andere landen doet nadenken.

"Maar Berlusconi is zeker geen uitzondering. Omdat hij in de media werkt, springt een en ander veel meer in het oog dan wat er in andere landen gebeurt. Het valt minder op dat Bush eigenlijk hetzelfde doet als Berlusconi, zij het dat Bush niet in de media werkt maar in de petroleum. Daar is evengoed een politieke klasse die de binnenlandse politiek afstemt op de belangen van een groepje mensen met economische macht. Berlusconi verkoopt show en daar is iedereen gevoelig voor: de vrijheid van meningsuiting en van informatie komt in het gedrang. Mensen zijn minder gevoelig voor de mysterieuze spelletjes die de VS met de Arabische wereld verbinden. Berlusconi wordt een mythologische mise-en-scène, een scherm waarop alle andere landen een mogelijke lotsbestemming van de politiek geprojecteerd zien."

Wat kan men doen om een dergelijke situatie te vermijden?

"Er moeten wetten komen die de monopolievorming en de belangenvermenging sterker tegengaan. Zo zou men het hoofd van een groot autobedrijf kunnen verplichten om zijn firma te verkopen als hij president wil worden. Maar, nogmaals: die belangenvermenging is niet uniek. Op de conferentie zal het ook gaan over de Medici's (de rijke bankiersfamilie die in de vijftiende eeuw Firenze bestuurde, BB). De Medici's waren de Berlusconi's van die tijd. Hun culturele achtergrond was vanzelfsprekend iets groter dan die van Berlusconi en ze spendeerden hun geld veeleer aan grote artiesten dan aan tv-spektakels. Niettemin vormden ook zij een grote economische macht, en controleerden zij de stad.

"Maar inderdaad, het blijft een probleem, en er moet iets aan gedaan worden. Anders dreigt men in nieuwe vormen van oligarchisch autoritarisme terecht te komen. De rijksten aan de macht: dat gaat lijnrecht in tegen de idee van de democratie."

Maar er zijn al wetten. Ze helpen blijkbaar niet.

"Je kunt de kwestie ook vanuit een andere hoek bekijken. Er is geen waakzaam electoraat meer. Het Italiaanse geval is uitzonderlijk omdat de christen-democratie en de socialistische partij er plots geïmplodeerd zijn, terwijl de communistische partij zich definitief heeft omgevormd. Er was dus een grote lege ruimte en Berlusconi heeft het politieke verstand gehad om die ruimte in te nemen, met behulp van de massamedia. Er moet eerst een gat van die dimensie zijn voordat een ander land iets gelijkaardigs zal meemaken. Dit is niet normaal. Het is niet uitzonderlijk dat een tycoon als Berlusconi de macht grijpt, maar dat vacuüm, dát is wel uitzonderlijk. Dat gaf het electoraat het idee: 'Wel, waarom zouden we deze nieuwe mogelijkheid niet eens uitproberen?'

"Bij de volgende verkiezingsronde komt de interessante test: zal het electoraat reageren, of heeft Berlusconi een klimaat van passieve aanvaarding gecreëerd? Maar kijk ook naar de Verenigde Staten, waar minder dan 50 procent van de bevolking heeft deelgenomen aan de presidentsverkiezingen. Dat wil in dit geval zeggen dat de president slechts 25 procent van de bevolking achter zich heeft. We zijn getuige van een grote crisis van de democratische vertegenwoordiging."

U verbindt het succes van Berlusconi aan de teloorgang van de ideologieën?

"Absoluut. Met de implosie van het christen-democratische gedachtegoed verdween ook de barrière voor de andere ideologieën. Berlusconi was zo handig om de weggevallen ideologie te vervangen door een ideologie van het goede leven, van leisure (ontspanning, BB): 'Ik geef u genoeg amusement'. Verder deed hij alle normale populistische beloften: een verhoging van de pensioenuitkeringen, een belastingverlaging, enzovoort. Hij was zo slim om te zeggen: 'Geef alles maar in mijn handen, en terwijl ik mijn fortuin vergaar, werk ik ook voor dat van jullie'.

"Wat natuurlijk verkeerd is, want als ik mijn fortuin vergaar, dan neem ik iets van anderen weg (lacht). Het feit dat ik aan mijn eigen fortuin denk, garandeert niet dat ik voor het uwe zal zorgen. Maar de oproep heeft, in de afwezigheid van elke ideologie, toch gewerkt."

Bent u geïnteresseerd in het idealistische of zelfs utopische van ideologieën? U hebt over de zoektocht naar de perfecte taal geschreven, over de ideale bibliotheek... Voor Europalia maakt u nu een 'ideale tentoonstelling'.

"Ik herinner me dat Mitterrand ooit een monstercongres had georganiseerd. Ik ging naar het toilet en voor mij stond Peter Ustinov, daarvoor Graham Greene, daarvoor Milan Kundera - iedereen was present. De centrale vraag van de conferentie was: 'Hoe kunnen de intellectuelen de crisis van onze tijd oplossen?' Ik heb daar een toespraak van tien minuten gehouden en zei: 'Beste vrienden, u vergist zich. Intellectuelen lossen geen crisissen op, zij creëren ze. Het is aan anderen om de crisis op te lossen.' Descartes lost de crisis van de filosofie niet op, hij veroorzaakt die. Dus, idealen: nee. De intellectueel moet de idealen bekritiseren, vooral de blinde idealen die het tot ideologie geschopt hebben.

"Als ik het heb over 'een ideaal museum', dan bedoel ik alleen een museum dat ik graag zou bezoeken. Als ik een museum bezoek, wil ik na een eerste bezoek meestal slechts één schilderij zien. Want als ik twintig minuten naar dat schilderij kijk, ben ik compleet kapot - en gelukkig. Dus dan wil ik er geen andere zien, zelfs niet als Rafaël ze geschilderd heeft. Dan ga ik naar de bar en bestel ik een whisky. Een museum moet me in staat stellen om een werk te kunnen begrijpen. Daar gaat het om volgens mij."

U legt de nadruk op het didactische?

"Dat is niet zo uitzonderlijk. Een paar jaar geleden was er in Rome een tentoonstelling waarbij je bij een bepaald schilderij naar de muziek kon luisteren uit de tijd waarin het schilderij werd gemaakt. Dat is mooi, dat brengt je in de juiste sfeer. Er zijn verschillende manieren om een didactische tentoonstelling op te zetten. De tentoonstelling die ik nu heb bedacht beschouwt het museum als een groot boek, of als een lange tv-documentaire. Men kan deze tentoonstelling perfect vertalen in een tv-uitzending of in een cd-rom. Misschien zal dat laatste wel gebeuren. Mijn tentoonstelling is didactisch omdat men de Europese kunstwerken moet leren waarderen. Met multimedia kun je laten zien hoe een schilderij in elkaar zakt als je er een cruciaal stukje uit wegknipt. Als alle evenwicht verdwijnt, weet je dat het weggenomen deel de spil van het schilderij is.

"Bovendien ben ik natuurlijk ook professor en heb ik het onderwijs altijd belangrijk gevonden. Toen ik nog op de middelbare school zat, had ik een leraar filologie die mijn lot heeft bepaald. Hij heeft nooit één essay geschreven en waarschijnlijk was hij evenmin een creatief genie. Maar als leraar filologie was hij uitzonderlijk. Hij kon de vonk van het denken doen overslaan."

Ook uw ander werk is bijzonder leerrijk. U gebruikt daarbij meestal een verhaal om informatie door te geven.

"Zeker. Zelfs mijn theoretische werken, en zeker de twee laatste, zijn gebaseerd op verhalen. Er zijn denkers die uitmunten in het construeren van algemene principes en er zijn denkers die liever van een concreet voorbeeld vertrekken. De grootste van die laatste groep was Plato, die via de mythen tot de filosofie kwam. Ik behoor eveneens tot de mensen die via een verhaal naar de theorie komen, maar dat is een kwestie van persoonlijkheid. Soms is het gevaarlijk om van een voorbeeld te vertrekken. Er is altijd wel een deel van het publiek dat niet in staat is om van het voorbeeld tot de algemene wet te komen."

Tot slot: wat altijd weer opvalt, is dat u over zowat alles een mening hebt. U praat net zo goed over Marinetti als over San Benedetto, het televisietijdperk of de gebreken van het Franse poststructuralisme.

"Maar ik word bang als ik denk aan alle dingen die ik elke dag links laat liggen! U hebt het over alle dingen die mij interesseren, maar u moet eens letten op alle dingen die mij niet interesseren. Als ik daaraan denk, krijg ik de indruk dat ik een heel enge geest heb (lacht)."

Bert Bultinck

'Berlusconi was zo handig om de weggevallen ideologie te vervangen door een ideologie van het goede leven'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234