Vrijdag 10/04/2020

'We zijn gekomen om te gaan'

Er is in dit leven niks dat Elisabeth Wauters niet kan. Of niet meer kan. 91 jaar is Leeza, zoals ze al altijd genoemd werd, en daarvan staat ze er al 66 achter de toog. 'Ik dacht de wereld aan te kunnen. Maar toch zat ik ernaast.'

Leeza is 91 jaar en ze weerstaat de tijd, als bouwde ze een muur aan zandzakjes om haar leven. Dat is wat haar sterk maakt. Later in ons gesprek zal Leeza zeggen: "Laat je niet leiden door je leeftijd en doe gewoon voort." In een wereld die steeds sneller draait staat Leeza in het oog, strijkt ze zachtjes over haar halsketting en kijkt met verbazing naar de wind die buiten opsteekt. Leeza is retro en Leeza trekt zich van de snelheid waarmee de wereld aan haar raam passeert niks aan. Ze doet gewoon voort.

Op een weekdag zonder geschiedenis sta ik aan de deur van In de Welkom. Ik houd beide handen zonwerend boven de ogen, druk die tegen het raam en kijk naar binnen. Zo ziet het verleden er dus uit. Alleen het doorschijnend vlies ontbreekt, om de foto te beschermen.

Ik zie Leeza zitten in de zetel, in de woonkamer grenzend aan het café. Ze zit rechtop, met haar rechterarm op de steun en de afstandsbediening in de zachte plooi van haar rok. De stem van Goedele Wachters weergalmt en het blauwe licht van de nieuwsstudio straalt het café in. "Bij een antiterreuractie in..."

Leeza duwt haar fijne bril hoger op de neus, staat makkelijk op, wandelt op de deur af en keert het bordje om. Het café is nu OPEN en ze leidt me binnen. Het café van Leeza is prachtig. Een schilderij in alle tinten bruin met een krijtbord en zachte prijzen. OXO is hier geen spelletje maar een drankje van anderhalve euro. "Het parket weigert voorlopig alle commentaar.'"

"Je bent er vroeg bij", zegt ze. En nog, wijzend naar de televisie: "Manneke, de wereld is zot geworden. Vind je dat niet? En maar schieten en maar roepen. Ze zijnden draad kwijt. Het zou bij mij gene waarzijn." Leeza ging deze voormiddag naar de fotograaf. Ze liet pasfoto's maken voor haar nieuwe identiteitskaart. Die kostte 20 euro en 70 cent, en is geldig tot in 2047, de tijd van de vliegende auto's.

"Ik denk dat het mijn laatste paspoort is", zegt ze en gaat om koffie. In het deurgat dat naar de woonkamer leidt draait ze zich om: "A propos. Ik heet eigenlijk Barbara, maar dat weet niemand."

Bij de geboorte ging haar vader naar het gemeentehuis en wisselde per ongeluk de namen om. In plaats van Elisabeth zei hij eerst Barbara. Toch noemde iedereen haar als kind Lisa, dat algauw als Leeza klonk, maar toen werd ze twaalf jaar en kreeg haar eerste identiteitskaart.

"Bleek ik eigenlijk Barbara te heten."

In de Welkom ligt in Dworp, bezuiden Brussel, vlak bij de taalgrens en bovenaan op het opklimmende Molenveld. De Zotteberg is de officieuze naam van de straat, nadat een boer er ooit zijn paard en kar omhoog joeg op de toen nog onverharde weg, en dat paard halverwege het schuim van de lippen blies en er de brui aan gaf. Nu is het een straat voor e-bikes en wacht bovenaan de beloning.

Al 66 jaar tref je Leeza hier. En al 66 jaar kijkt Leeza van achter haar houten toog naar de kleine, witgeschilderde kapel aan de overkant van de straat. Niet hoger dan een brievenbus is die, met blauw traliewerk en de grote letters 'AM', die aan de tralie zijn vastgehaakt. Daarin huist Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen en daar lees je: 'Bid voor ons.'

"'Ik ben geen televisieman. Mag ik die uitzetten? Het journaal is bijna afgelopen en ze vertellen je toch alleen maar slecht nieuws."

De zitbanken aan de muur zijn glanzend gelakt en de houten stoelen staan als torens en paarden op het schaakbord dat de tegelvloer is. "Sinds 1937 is het interieur niet meer veranderd. Als je zorg draagt voor de dingen, dan kom je een eind ver." Alsof ze over zichzelf praat. "Ik poets het café nog dagelijks. Ik, ja, want ik ben nog sterk. Echt waar. Ik ben sterk. Dat zeiden de mensen vroeger al: 'Leeza, kinneke, gij zijt een harde werker.' Ik dacht de wereld aan te kunnen. Maar toch zat ik ernaast.

"Ik denk nog dagelijks aan wat die ene dag is gebeurd.

"Echt waar."

*

"Wij waren met acht thuis. Jacques, Marie-José, René, Pierre, Jeanne, Marceline, Adèle en ik. Mijn vader onderhield het domein van Huizingen, moeder bleef thuis en ik werd als oudste ingeschakeld in het huishouden. Ik bewerkte ook het land, terwijl vader ging werken. Dat was hard, maar dat was ook schoon.

"Van mijn 14de tot 18de had ik het geluk naar school te kunnen. Naad volgde ik, wat thuis goed uitkwam. Ik naaide alle broeken en truien van mijn broers en zussen, opdat de anderen die ook zouden kunnen dragen. Op school legde ik mijn naaiexamen af met papier. Er was niet voldoende stof voorhanden tijdens de oorlog. De nazi's legden beslag op het gros van onze stof. Telkens als ik na de les naar huis reed, passeerde ik café In de Welkom. En altijd zag ik daar Michel, de zoon van de uitbaters. We zwaaiden, al kenden we elkaar niet.

"Dat veranderde op 25 juli 1947, ik herinner het me als de dag van gisteren. Op de Vlaamse kermis van de fanfare van Dworp stond een kraam om eendjes te vissen. Plots stond Michel naast mij. Ik keek in zijn ogen en wist: dat is hij, dat is mijn toekomstige man. We hebben die 25ste juli nog niet gekust. Zo snel ging dat toen niet, maar een van mijn zussen had het in de gaten, en verraadde me daags nadien: 'Leeza is met Michel! Leeza is met Michel!'

"Eind jaren 40, dat was de tijd van de hoop. De Duitsers waren verjaagd en langzaam kreeg het leven weer kleur. Ik verliet het ouderlijk huis en ben ingetrouwd bij Michel, hier in het café. Ik woon hier sinds 5 juni 1951. Sinds die dag sta ik aan de toog van In de Welkom. 'De die kan goed werken', zeiden Michels ouders. En ik was aanvaard.

"Het café kreeg een extra boost toen mijn man burgemeester werd van Dworp. Twaalf jaar droeg hij de sjerp. In de Welkom werd in de volksmond 'Bij den burgemeester' genoemd. Ik tapte bier en Michel bestierde het dorp. Ik voelde zoveel liefde voor mijn man, ook al was hij als burgemeester bijna nooit thuis. Iedere avond zat hij tot 's nachts op het gemeentehuis. Toen sliep ik al, had de laatste stamgasten gedag gezegd en het café gepoetst. Ik kroop in bed en dekte mij in aan Michels kant van het bed, opdat het al warm was bij zijn thuiskomst, ik me naar mijn kant verrolde en hij snel kon slapen. Dan gaf hij me een kus.

"Een prachtige tijd was dat, een tijd die optimisme in zich droeg. Het beste moest nog komen, dat dacht ik toen.

"In 1953 beviel ik van een tweeling en schrok mij een ongeluk. Ik was voordien niet bij een gynaecoloog langs geweest, heb ik overigens nooit gedaan, tot op de dag van vandaag niet, waarom zou een mens dat doen? Ook de huisarts had geen weet van een tweeling. Het waren geen Siameeskes, gelukkig. Ik noemde ze José en Christiaene, en ik was een ongelofelijk gelukkige vrouw. Dan lag ik hier in de woonkamer met mijn twee baby's in mijn armen.

"'En toen is het gebeurd."

*

"9 januari 1954, dat was een zaterdag en het was steenkoud. José en Christiaene lagen in de wieg. Christiaene had die namiddag niet gedronken. Misschien is ze ziek, dacht ik. De huisarts sprong toen iedere dag eens binnen. Hij passeerde hier op weg naar huis, zei ons gedag, dronk een glas en reed verder. 'Ach, dat is niet erg', zei hij. 'Geen paniek, ze zal straks wel drinken.' Ik hield haar in de gaten. Er was niks vreemds aan haar gedrag of aan de kleur van haar wangen. Dus hield ik het café open en hield tegelijk ook de kindjes in de gaten.

"En dan, om 21u 's avonds, stond ik aan de wieg van Christiaene. Nietsvermoedend. Ik keek naar mijn dochter en voelde me verbonden. En dan deed 'tkindeke haar armpjes open en was het gedaan. Echt: gedaan. Terwijl ik erop stond te kijken stierf mijn dochter en ik kon er niks, niks, niks aan doen. We hebben alles nog geprobeerd, maar mijn lieve Christiaene had geen kans.

"Kijk, hier, het doodsprentje met een tekst van Guido Gezelle."

'O Engelken, dat weggevlogen,

De Hemel blij zijt ingetogen,

Ach, bid voor ons, die U ́zóó minden,

Tot wij U blij daar wedervinden.'

"Een paar dagen later is Christiaene begraven in Dworp. Het grafsteentje staat er nog altijd, hier vlakbij. Rijd het Molenveld naar beneden en je passeert het kerkhof. Het sneeuwde op de dag van de begrafenis. Dan zag ik kinderen van tien, twaalf, vijftien jaar vooroplopen met zo'n kleine kist, en dan wist ik: daar geraak ik nooit nog over.

"Je denkt alles aan te kunnen, denkt dat hard werken ook een harde weerstand oplevert en ergens is dat ook zo, maar de sporen in de sneeuw vergeet ik nooit meer. Dan zit ik hier 's namiddags in een leeg café, gaat alles goed met me, weet ik dat er straks klanten komen die een Geus vragen, een gewone pint of een tas soep en dan hop, dan schiet Christiaene door mijn hoofd.

"Ik ben nadien nog bevallen van een dochter, en dat deed me goed. Maar, ik zeg het u: we zijn gekomen om te gaan.

"Uw koffie is doorgelopen. Misschien is hij zelfs al koud. Zal ik een nieuwe halen?"

*

Er stapt een wielertoerist het café binnen. Leeza kent zijn naam en weet wat hij graag lust. Ze haalt een flesje bier. Een groep wandelaars komt binnen. Ze zijn met vijf en ze komen hier elk jaar. Altijd drinken ze Geus en altijd zeggen ze: 'Mevrouw, het is goed hier weer te zijn.'

Leeza's kleindochter komt binnen. Haar zoontje rent naar zijn overgrootmoeder en Leeza geeft hem een kus. Ze heeft zes kleinkinderen en zes achterkleinkinderen. Allen jongens. In een vingerknip is het hele café́ nu gevuld en loopt Leeza af en aan met flesjes bier.

"Goed, dat jij er nog bent, Leeza, wat zijn we zonder u? Niks.'"

Ze is sterk. En ze doet voort.

Wanneer het volk opnieuw vertrekt, Leeza de poetsspullen haalt en het café sluit, komt ze een laatste keer terug op haar verhaal.

"Je kunt niet veel leren van het leven. Dat het vergankelijk is, meer niet. De stamgasten van vroeger liggen nu wat verderop, op het kerkhof. Diegenen die nog resten dragen een bril. Tot 2005 zag ik hier iedere dag dezelfde vriendengroep. Die speelden altijd kaart en plots verdween de ene na de andere. Ze werden van de kaart geveegd, alsof de ene niet zonder de andere kon.

"En het leven kabbelt maar verder. Ik heb moeten aanvaarden wat met Christiaene is gebeurd. Ik kon niet anders. Sindsdien kijk ik met ontzag naar het leven en besef hoe broos het is. Dus schenk ik de glazen vol, praat met de mensen en weet dat het leven uit niks meer dan dat bestaat. Uit leven geven en leven verliezen.

"Ik ben tevreden. Mijn tijd met Michel was mooi. Hij stond zo schoon met die sjerp. Van mijn zeven broers en zussen zijn er nog vijf in leven en ik zie hen nog geregeld. De jongste is 21 jaar jonger. Mijn klein broertje is nu 70 jaar. Als je erin slaagt om de miserie te verwerken, dan ben je een rijke mens. Dat is me bij alles gelukt, maar niet bij Christiaene. Ik ben dan toch zo sterk niet."

Leeza haalt een groot blik bier uit een glazen wandkast. 'Boneyard Beer' staat er gedrukt in letters die gevaar uitstralen. "Een paar jaar geleden kwamen hier een paar mannen binnen. Ze spraken Engels. Eentje had er een lange baard en de anderen hadden een korte baard. Een chirurg en twee brouwers. Ze kwamen uit Amerika en dronken streekbieren. Als geschenk kreeg ik dit blik.

"Het is bijna te zwaar om op te heffen, laat staan om uit te drinken. Ik spreek geen Engels, maar met mijn vingers streek ik wel over mijn keel, aangevend dat àls ik het blik zou uitdrinken, ik wellicht instant doodviel. Maar het klopt wel hé, dat blik, het symboliseert hoe het leven in elkaar steekt. Drink een glas, want voor je het weet, lig je op het kerkhof. Doe maar. Amuseer u. Werk hard. En doe voort."

Lees dinsdag DEEL 3

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234