Maandag 20/09/2021

'We wurgen Parijs tot we respect krijgen'

Aur�lie Ronger (83), buurtbewoonster: 'Het riekt, nee, het stinkt hier zo verschrikkelijk naar het eind van de jaren dertig. Niemand gebruikt termen als schoonspuiten met een K�rcher in deze context'Eleonore (17): 'Ik kan wraakacties echt wel begrijpen. Sinds ik peuter ben, wil ik pediater worden, of advocaat. Maar de leraars durven ons geen moed in te pompen. Ze zeggen enkel te vechten, hard te vechten'

'Als het Elysée niet wil inzien dat we mensen zijn, staat volgende week de hele stad in de fik. Dat gebouw is niet meer waard dan de Twin Towers.' Voor de achtste nacht op rij haalden duizenden gettojongeren hun wurggreep rond Parijs aan. Vierhonderd auto's gingen in vlammen op, een brandweerman is blind, oudjes en moeders blijven binnen, zonder onderscheid van herkomst. De woede heeft de haat aangewakkerd in andere steden. De Morgen-reporter Anne de Graaf was er in de nacht van donderdag op vrijdag bij. Een ooggetuigenverslag.

Clichy-sous-Bois, donderdagavond kwart over tien. Tijd voor het feuilleton in een flat op de zestiende verdieping van de conflictblokken in Clichy-sous-Bois, voorstad van Parijs en sinds een week haard van de rellen in de banlieues. De generiek van Amour, gloire et beauté staat loeihard. Een dooraderde hand sjort de gordijnen dicht, zoekt de afstandsbediening, pulkt een zakdoek uit de mouw van een kamerjas en wrijft brillenglazen schoon. Het feuilleton is halfweg, maar Aurélie Ronger (83) kan het niet laten. In haar bloemetjesjapon trekt ze de gordijnen open voor de thriller op straat.

Door de slijtplekken van het stof wurmt zich voor de achtste dag andermaal blauw licht in haar woonkamer. De schaduwen doen haar rillen. Naarmate de sirenes van de politiewagens harder loeien, glipt er rook via de ventilator in de keuken. Clichy, waar politie en jongeren sinds tien dagen slaags zijn, staat nog maar eens in de fik. De jongeren zouden eigenlijk moeten feesten met hun families - het is einde van de ramadan - maar ze zijn buiten zichzelf. Voor de vijfde keer is de regering met een andere versie op de proppen gekomen over de elektrocutie van twee van hun vrienden, donderdag in een elektriciteitscabine.

"Nee, ze werden niet achtervolgd", veranderde een woordvoerder van het Parijse gerecht de zoveelste keer het relaas, nadat donderdag - eindelijk - een onderzoek startte. "Een agent stond toevallig in de buurt van de cabine, zag hen over de omheining klauteren en binnen gaan... En, wat de brandbom in de moskee van Clichy betreft: die was van de politie, maar volgens de eerste onderzoeksdaden is die langs onbekende weg in de handen van de jongeren gekomen."

l 22.30 uur

Aurélie zet de hoornen bril op het puntje van haar neus, telt de voertuigen, zoals ze destijds, zestig jaar geleden, als klein meisje in Clichy de tanks van de Duitsers telde. "Acht vanavond. Weer eentje meer dan gisteren. C'est si moche. Gelukkig hoor en zie ik slecht, en resten me niet zoveel jaren meer. Ik kan ertegen, allez: het is die alomtegenwoordige angst. Ik had gehoopt dat het zou stoppen met het einde van de ramadan, met het Laid el Fetre, het Suikerfeest, het einde van hun vasten. Ik snoof de zoetige geur van klam suikerdeeg op gisteren - het kwam van beneden - en dacht: 'Dat komt goed, straks is het feest, dan worden ze kalm en kunnen we leven in deze compote van culturen. Straks mag ik boodschappen gaan doen.'"

(presenteert zilveren dienblad onder cellofaan) "Zie, ik heb honingkoekjes gekregen van het Marokkaanse buurmeisje voor het Suikerfeest. Ze had voor het eerst de koekjes zelf gebakken. Ze zijn heus allemaal niet slecht. (denkt na) We hebben niks van de oorlog geleerd. En ik zeg bewust wé, want ik ben even boos op onze minister van Binnenlandse Zaken, Nicolas Sarkozy, als op de relschoppers. (ademt diep) Het riekt, nee, het stinkt hier zo verschrikkelijk naar het eind van de jaren dertig. Men spreekt in extremen, men verwijt de jongens gebrek aan opvoeding, men verslijt hen voor uitschot, racaille. Ik verwijt Sarkozy een gebrek aan tact. Niemand, zeker geen kind van de jaren vijftig, gebruikt termen als schoonspuiten met een Kärcher in deze context. Ik vraag me af wie onze minister van Binnenlandse Zaken heeft opgevoed..."

l 23.00 uur

Het feuilleton is afgelopen, Aurélie heeft niks gezien. Ze kan zich niet concentreren. "Ja, ik ben bang, doodsbang. En, eerlijk, ook boos op de jongeren buiten. Net als de andere drie oudjes in mijn blok, allemaal weduwes. We waren fier en autonoom, we gingen naar de kapper, we deden onze boodschappen met de buggy's, bij Lidl, bij Auchan, bij de Turk. Een schat van een vent. Ik kreeg altijd een prei voor niks."

"Nu hebben we voor ons gedrietjes 'huis-aan-huis-maaltijden' besteld en sturen we de buurvrouw om wc-papier en waspoeder. Ik eet liever mijn eigen aardappelen en mijn eigen kervelsoep, maar we durven niet meer naar buiten. We zijn niet bang voor de jongeren - ze respecteerden ons -, maar we zijn doodsbenauwd voor dit conflict. Niemand buiten is zichzelf nog. Ik ga niet meer weg, er resten mij nog weinig jaren, dat voel ik. Mijn leven begon goed, maar het is slecht geëindigd.

"Mijn man Emile Ronger en ik woonden in een van die Mary Poppins-huisjes op de Boulevard Collège Louise Michel, aan de inrit van Clichy. Hij startte zijn eigen droogkuisbedrijfje, maar het ging failliet. We konden het huis niet houden met mijn salarisje van kleuterleidster, dus verhuisden we naar hier. Het was hier eind jaren tachtig heus niet slecht. We stelden het met veel minder, maar waren op onze manier gelukkig met zijn SMIC-(minimum)salaris en mijn pensioen, maar het veranderde met de jaren.

"Ik had vroeger drie Franse buurvrouwen, nu geen een meer. Ze zitten ver onder, of boven mij. Mijn man is vorig jaar gestorven: lymfekanker. Met hem was ik nu nog buiten gegaan. Nu niet meer, niet alleen."

l 0.00 uur

Aurélie is onder de wol gekropen. Beneden is de hel losgebarsten. Journalisten durven zich niet meer met hun auto in deze regio te begeven. Tot negen uur heeft de inmiddels door vijf agenten bewaakte B-lijn van de vervoersmaatschappij RER hen nog naar Clichy kunnen brengen. Sinds tien uur ligt de lijn plat. Andermaal is een chauffeur in elkaar geslagen, zijn passagiers beroofd en het voertuig in brand gestoken. De bestuurders hebben het werk neergelegd. Alle late pendelaars van het inmiddels beruchte departement Seine-Saint-Denis moeten een hotel opzoeken in Parijs, te voet gaan en/of liften.

"Het gaat ons niet om de bussen, wel om de passagiers", vertelde chauffeur Jean Barragne (28) op de heenreis naar Clichy. "Gisteren zijn op dezelfde lijn drie bussen in de brand gestoken met molotovcocktails. Een gehandicapte Tunesische reizigster in een rolstoel werd met benzine overgoten en in brand gestoken. Mijn collega's, die haar van de bus wilden helpen, liggen zwaar verbrand in het ziekenhuis. Het wrak staat inmiddels bij de vijftien andere, in het depot."

l 3.00 uur

De 'paparazzi' van fotoagentschappen Sygma en Magnum zigzaggen op scooters door de vuurzee; ze registreren zonder te praten. Achterop zitten reporters van de nieuwszenders CNN, BBC, ITV, enkele krantenreporters. Op dit tijdstip is het des duivels met een van de partijen in dialoog te treden. Want spreken betekent partij kiezen. Wie nu de politie benadert, is verbrand. Letterlijk. De herrieschoppers gedogen alleen 'waarnemers'.

l 4.10 uur

Aurélie slaapt wellicht, maar drie appartementen naast haar vliegt andermaal de huisraad door de vensters: divans, een krik, een emmer, tafelpoten, babyemmers, luiers, koekjes van het Suikerfeest... Nog meer auto's staan in brand. Een van de belhamels blijkt de Renault Kangoo van zijn eigen opa in de fik te hebben gestoken.

l 4.30 uur

De vlam is intussen via de 'Nationale 3', ondertussen tot la Veine de la Haine (de weg van de haat) omgedoopt, overgeslagen naar de gehuchten Sully, Chanzy-Garzon, Quesnay, Bondy, via Bobigny, angstvallig dicht richting Noord-Station, richting Parijs. Van weerskanten vliegen de molotovcocktails over de verlaten rijksweg.

In Bondy wordt met hagel geschoten naar politievoertuigen. Aziz (45), taxichauffeur uit Parijs, voor hij binnenvlucht in zijn appartement op de N3, in Bondy: "De projectielen komen altijd uit het donker. Als ze beginnen te schieten, smijten ze eerst de straatverlichting en verkeerslichten aan diggelen. Ze stellen zich in het donker op, dat is de methode van de Algerijnse burgeroorlog. Bij een van de gezinnen in het appartementsgebouw hier tegenover hebben ze op het tweede gisteren de kroonluchter vernield. De zoon zou lid zijn van de burgermanschappen van de CRS (nationale politie, ADG). Een infiltrant."

l 5.00 uur

Het geweld luwt in Clichy, nu kookt driekwart van de andere Parijse voorsteden over. De N3 is leeg, op een paar smeulende wrakken na. Her en der smijt een enkeling een ruit aan diggelen. Het is een ruwe, maar 'zuivere' vraag om aandacht: zowel het couscousrestaurant Halal in Bondy als de Castorama-meubelketen van Rancy moeten eraan geloven. In deze opstoot van woede is er geen onderscheid tussen noord en zuid, oost en west, allochtoon of autochtoon.

l 5.15 uur

Rust. "In Clichy is het voorbij, voor vannacht. De jongeren zijn bijstand gaan leveren in andere steden", zegt Samir Mouraoui (34), een van de bemiddelaars die zich als levend schild tussen de jongeren en de politie posteerde. "Het helpt, maar ze zijn niet meer te temmen. Die twee woorden van Sarkozy - uitschot en Kärcher - hebben de duivel in hen ontbonden, hen doen geloven dat terreur de enige manier is om hen uit het slop te halen. Onbegrijpelijk: één enkel excuus en een oprecht, open onderzoek vanaf de eerste dag en Parijs had zich de ellende kunnen besparen. Nu riskeert de stad een raid op het Elysée."

l 5.30 uur

Het centrum van Bobigny. Brandweermannen blussen onder bescherming van CRS-agenten een brandend wrak onder het winkelcentrum, waar woensdag ook al werd toegeslagen. Het blijkt de auto te zijn van een Koerdische pitabakker.

Matthieu (25), vrijwillig brandweerman bij de BSP (Brigade des Sapeurs Pompiers de Paris): "Ik begrijp er niks van, wij delen nu ook in de klappen. Ik ben boekhouder... We staan nota bene hun eigen auto's te blussen en krijgen stenen naar ons hoofd gekeild. Mijn beste vriend is gisteren opgenomen in het ziekenhuis nadat hij bijstand was gaan leveren in de Renault-garage van cité de l'Europe. Zijn beide handen zitten onder de derdegraads verbrandingen door een molotovcocktail. Honderd mensen zijn werkloos. In Nanterre is een van de collega's gisteren blind geraakt. Ook bij de brand van het schooltje van Aulnay raakten kameraden gekwetst. Ze waren het plaatselijk jeugdlokaal aan het blussen."

l 6.00 uur

Op de weg naar Sèvres. Via gsm is, net als gisteren, antwoord gegeven op de oproep tot geweld in de zuidelijke en oostelijke wijken. Hier gaat niks nog crescendo. Het getto wordt meteen met grove middelen bestookt: molotovcocktails, hagelgeweren, baseballbats. Een warme bakker laat angstig de rolluiken neer, een vroege postbode maakt rechtsomkeert op zijn fiets.

"Kijk. Ik heb tien vingers, een neus, twee ogen, twee oren en een mond. Ik ben geen uitschot", zegt Nahib, zestien, Libiër. "We wurgen Parijs, tot er een teken van respect komt, voor de dode tieners die eindelijk de banlieues op de kaart zetten. (windt zich op) De omsingeling waartoe de jongeren woensdag opriepen, begint vanavond, en gaat verder in het weekend. Vierhonderd wagens, trucks en bussen smeulen in Clichy, over Sèvres in Hauts-de-Seine, Nanterre, Gennevilliers, Argenteuil tot in Mantes-la-Jolie, op de grens van het nette Yvelines, waar onze minister een buitenverblijfje heeft. Als het Elysée niet van koers wijzigt, vrees ik de guerrilla. Voor ons is dát gebouw, na deze vernedering, geen euro meer of minder waard dan de Twin Towers van New York."

l 8.10 uur

Terug in Clichy. Een vrachtwagen staat in lichterlaaie, maar het leven gaat door. Tuinmannen blazen eikenbladeren en glasmorzels op een hoopje, ze planten hoopvol petunia's in de potaarde van de 'ville fleurie'. "Ah oui, la nature continue", zegt de hovenier van de mairie de Paris, Marcel. (45).

Op het zestiende heeft Aurélie de gordijnen geopend en haar keukendeurtje op een kier gezet.

l 9.00 uur

In het Alfred Nobel-lyceum steken vooral groepjes meisjes de koppen bij elkaar, de jongens zijn opvallend afwezig. Een op de tien leerlingen is van Franse origine. Alle moslims brachten, zoals ieder jaar, gebak en koekjes mee voor schoolhoofd Cécile Lebreton, restjes van het Suikerfeest. Maar de directrice en haar adjunct hebben voorlopig geen tijd voor snoep. Ze trommelen diplomatisch de afwezige jongens op, via hun persoonlijke gsm-nummer. Zwijgen in alle talen over de rellen. "Je was er niet vanochtend, dat is niet erg, het was jullie Suikerfeest, maar vanmiddag moet je wel komen. Het is de eerste les Duits en we hebben plannen. Er is echt toekomst."

Lebreton schrikt. Ze mag geen journalisten ontvangen, maar op het speelplein komen de tongen los. "Ik kende die drie jongeren, het waren absoluut geen criminelen. Ik was die dag met hen aan de wandel door het centrum", zegt Saphia (16), uit de Comoren. "Zoals zovelen die dag werden ze weer eens aangesproken door de flikken. Door gasten die vaak niet eens twee jaar ouder zijn, de banlieue helemaal niet kennen omdat ze uit andere steden zijn opgetrommeld."

"Om de haverklap houden ze ons tegen", beaamt Fatima. "Meisjes en jongens, zonder onderscheid. Ze geven ons een tik op het voorhoofd en zeggen: 'Jij, hoerenjong, je hoofd is warm, je hebt iets op je kerfstok, kom maar mee naar het kantoor.' (zucht) Ik weet, nee ik ben er zeker van, want ik was erbij, dat die jongens geen zin hadden om weer een namiddag in het bureau door te brengen. Alleen daarom zijn ze gaan lopen. Had Sarkozy dat maar toegegeven."

"Helaas denkt de regering dat Clichy een bolwerk van ongeletterden is, dat ze hier zo dom zijn als apen. Daarom krijgen we dit jaar nog maar 613 miljoen euro subsidie in plaats van 818 miljoen in 1996. Dat geld was bedoeld voor behuizing, straathoekwerkers, scholen, voor iedereen. Sinds Chirac was het allemaal niet meer nodig. Ze beschouwen ons als een wildpark. Wel, ze hebben het bij het verkeerde eind."

Eleonore (17) uit Mauritius trekt vol goede moed naar de les fysica. Bovenin steekt een verhandeling over de gebeurtenissen van vorige week. "Ik kan wraakacties echt wel begrijpen. Sinds ik peuter ben, wil ik pediater worden, of advocaat. Maar de leraars durven ons geen moed in te pompen, ze zeggen enkel te vechten, hard te vechten. Ooit, in het college hiernaast, kreeg de leraar wiskunde een klap van de broer van een jongen die hij in alle vertrouwen naar de universiteit had gestuurd. Die gast was een talent, een knobbel, hij schreef zelfs de vraagstukken voor de examens, maar hij raakte niet verder dan het inschrijvingslokaal van de universiteit. 'Clichy? Maak u geen illusies, uw diploma is une loque, een vod', zei de Parijse prof en stuurde hem wandelen. Die jongen is later gestorven aan een overdosis heroïne. Ze hebben hem gevonden, in zijn boekentas staken twee syllabi over meetkunde en een hoopje spuiten. De media hebben zijn lijdensweg nooit gekend..."

"Hopelijk hebben de twee dode jongens ons nu eindelijk wel op de kaart gezet. We bestaan, we zijn mensen, met een ziel, een hart en een verstand, met benen en armen, die zoals Maxime le Forestier zo mooi zingt 'nooit het trottoir gekozen hebben waar we geboren werden'. Wilt u ook dát in België gaan vertellen?"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234