Zondag 28/11/2021

‘We willen niet dat onze dochters vergeten worden, daarvoor waren ze te speciaal’

Hun dochters zouden nu aan het blokken zijn, binnenkort hun eerste bachelor geneeskunde afronden, daarna met de scouts op kamp of op reis vertrekken. Zouden. Op 11 november van vorig jaar reed ene Steven B., met grote snelheid, vermoeid en dronken, de twee meisjes, hun medestudente Lauren en een jongen, Nicolas, van het fietspad. De meisjes stierven. Volgende week wordt Stevens straf uitgesproken. Twee van de drie ouderkoppels getuigen hier. ‘Het is de totale verwoesting’, zegt een van de papa’s. ‘Maar wij leven nog. We moeten dat leven zin geven, ter ere van onze kinderen.’

Jan en Evelyne Vandevelde, Vincent en Nathalie Leus,

ouders van Laetitia en Emilie

an en Evelyne, Vincent en Nathalie. Ze zijn lotgenoten, want de ouders van verkeersslachtoffers. Laetitia en Emilie. Ook medestudente Lauren stierf samen met de meisjes op straat in Oosterzele. De vierde student, Nicolas, kwam er met verwondingen vanaf. Opmerkelijke uitspraken deden Laetitia’s en Emilies ouders, bij de start van het proces vorige dinsdag. Ze vroegen om een werkstraf voor ‘de dader’, ze vroegen dat hij naar scholen zou trekken om de jeugd wakker te schudden voor het gevaar van rijden onder invloed. Beide ouderparen hebben een gemeenschappelijk doel: hun lijden zin geven. En ze hebben een bijzondere band. Kenden ze elkaar daarvoor al of zijn ze pas sinds dit noodlottige gebeuren verenigd?”

Papa Laetitia: “We kenden elkaar helemaal niet, maar intussen hebben we veel punten van overeenkomst gevonden. Niet alleen het verdriet verenigt ons, ook de manier waarop we denken en in het leven staan. Er waren ook onvermoede verbindingen. De broers van Laetitia en Emilie bleken in hetzelfde jaar en in dezelfde klas te zitten. Vreemd toch?”

Wanneer hebben jullie elkaar het eerst ontmoet?

Papa Emilie: “Mijn broer had hen gezien bij de avondwake in Oosterzele, en stelde ons aan elkaar voor.”

Wat zeg je dan als je die eerste handdruk geeft?

Mama Laetitia: “Helemaal niets. Handdruk, aanraking, oogopslag, dat zei op zich al genoeg.”

De meisjes waren wel al eerder bevriend.

Papa Emilie: “Ze moeten elkaar op studentenfeestjes en tijdens de lessen ontmoet hebben.”

Papa Laetitia: “Voor de doopactiviteiten zijn ze toevallig samen gezet, met Lauren en Nicolas erbij, om in groep opdrachten te vervullen. Een paar dagen lang. Twee dagen zijn we heel minutieus gaan reconstrueren. Die voor hun dood.”

Papa Emilie: “Op maandagavond begon de doop. De vier moesten eerst opdrachten uitvoeren in de buurt van de Overpoort, moesten daarna gaan slapen op het kot van een doopmeester. Ze kwamen er aan rond een uur of drie. Dinsdagmorgen hebben we Emilie gehoord om half acht. Ze belde mij. Het was de laatste keer dat ik haar hoorde. Ze zei: ‘Is mama daar?’. Ik gaf Nathalie door en Emilie vroeg of ze op kantoor mocht langskomen, iets in verband met de doopopdracht. Om kwart voor zeven is Emilie uit dat kot vertrokken, heeft stiekem nog een douche genomen op haar kot, vermoedelijk deed ook Laetitia dat, en naar het schijnt kregen ze brood van een onderbuur.”

Jullie maakten een echte reconstructie.

Papa Emilie: “Dat is ongelooflijk belangrijk voor ons, daar draait het hem ook allemaal rond: kennis hebben, informatie bij elkaar krijgen. De psyche wil de waarheid weten. (gaat verder) Emilie heeft die ochtend haar mama nog gezien, vertelde dat haar mond pijn deed van de look die ze had moeten eten, en voegde toe: ‘Maar eigenlijk is het allemaal heel plezant’. (zucht) Tja, aan die woorden trekken wij ons op. Het was dus plezant. Daarna is ze weggereden en dat is het laatste beeld dat mijn vrouw heeft van onze dochter: Emilie die de straat uitfietst. Om elf uur werd Emilie door getuigen gespot aan de boekentoren, waar ze affiches plakten en tussen twee en vier in de namiddag trok ze nog even naar de les.”

Papa Laetitia: “Iemand heeft Laetitia nadien speculoos zien verkopen. ‘Met brede smile’, zei onze getuige.”

Papa Emilie: “Daarna trokken ze naar het Citadelpark voor the battle of the schachten. Dan weer naar dat kot, opkuisen, spaghetti eten. Om half elf ging het richting karaokebar waar de beruchte laatste foto is getrokken, de drie meisjes en Nicolas, samen zingend. Hij staat hier op de kast (toont). Halftwee naar het kot van de doopmeester, om vijf uur wakker gemaakt met de opdracht: ga naar Geraardsbergen, breng voor ons mattentaarten mee. Van Nicolas vernamen we dat ze tijdens de fietstocht een liedje van K3 aan het inoefenen waren om op de Muur van Geraardsbergen te zingen. Onze dochters waren nu eenmaal een bruintje, een blondje en een rostje. (stokt) En vanaf dan zijn we het spoor bijster. We hebben Nicolas één keer gezien na het ongeval, maar van het ongeval zelf weet hij weinig.”

Papa Laetitia: “Hij zei ons: ‘Ik heb een boenk gehoord, wilde omkijken maar ik werd weggekatapulteerd.’ Nicolas was voor het vertrek heel verantwoordelijk geweest, zo blijkt. Hij had een van de fietsen afgekeurd, omdat die niet goed genoeg was om die tocht mee te ondernemen, hij had ook een reserveband meegenomen. En hij had een route uitgestippeld, de minst drukke weg die bovendien verlicht was. Toch is het gebeurd.”

En wanneer zijn jullie de eerste keer op de plaats van het ongeval geweest?

Papa Laetitia: “Op de tweede dag. Ik ga er nog regelmatig naartoe.”

Mama Laetitia: “We begrepen maar niet hoe Steven uit die lichte bocht kon komen en die ravage aanrichten.”

Papa Laetitia: “Dus heb ik zelf een paar keer op die weg gereden, toen er niemand anders in de buurt was. Een keer tegen 70 kilometer en een keer tegen 90 per uur. Daaruit leerde ik dat de chauffeur heel snel moet hebben gereden, veel sneller dan hij aanvankelijk verklaarde. Het moet een opstapeling van fouten zijn geweest: te snel rijden, alcohol enzovoort. Zijn we kwaad op hem wegens die omstandigheden? Kijk, we vinden vooral dat er voor de toekomst maatregelen moeten worden getroffen, zodat er iets aan de houding van chauffeurs verandert. Zodat uw kinderen en andere ouders met kinderen dit niet hoeven mee te maken. Onze kinderen zijn weg, voor ons is het te laat. We mogen nog zo boos of gefrustreerd zijn, of alle denkbare gevoelens hebben, het brengt onze dochters helaas niet terug. Maar als we iets zouden kunnen doen zodat er iets verandert hier, in dit land, zijn onze dochters niet voor niets gestorven.”

Was dat een opdracht die jullie zichzelf meteen oplegden: niet kwaad of verzuurd reageren, dat verandert toch niets?

Mama Emilie: “In het begin ben je verlamd, murw van de boodschap, de shock, het verdriet, kapot. Voor boosheid is er plaats noch tijd. Toen we hoorden dat de chauffeur kort na zijn aanhouding weer naar huis mocht, hebben we evenmin kwaad gereageerd. Dat liet ons koud.”

Mama Laetitia: “Kwaad zijn we op het systeem. Als dat anders was geweest, meer controles, hardere aanpak...”

Papa Emilie: “Dat onze dochters zijn overreden heeft vier oorzaken: overmoed, oververmoeidheid, overdreven snelheid, met als katalisator alcohol. Onze boodschap aan de politici is: pak dit aan. Voer een stringenter beleid, doe de Bob-campagne het hele jaar door en controleer niet op een paar plekken met twintig auto’s erbij voor het geval een chauffeur zou doorrijden. Doe het simpeler, per twee auto’s, met verschillende ploegjes, overal in het land. Dat zal effect hebben.”

Eigenlijk zijn jullie nu op drie vlakken bezig: zo veel mogelijk kennis vergaren over de feiten, het rouwen om het verlies van de kinderen en de actie: naar scholen gaan en het beleid wakker schudden. Wat is de belangrijkste focus nu?

Mama Emilie: “Dat evolueert. Het belangrijkste is om positief naar de toekomst te kijken. We hopen dat er iets verandert.”

Papa Emilie: “Onze kinderen studeerden geneeskunde met als doel mensenlevens redden. Als wij via onze stem en getuigenis een beetje kunnen sensibiliseren zijn we goed bezig. Kijk, ons leven is verwoest, maar we gaan er het beste van maken. Wij leven nog. Als we kunnen vermijden dat (wijst achter zich) in andere huisgezinnen de laatste foto’s van hun kinderen op de schouw staan met een brandend kaarsje ervoor, dan is het leven van Emilie, Laetitia én Lauren nuttig geweest.”

De meisjes studeerden geneeskunde vanuit die passie: om levens te redden?

Papa Laetitia: “Ze waren alledrie verstandig en idealistisch.”

Mama Emilie: “Emilie wou huisarts of kinderarts worden. Ze wou vooral contact met de patiënten, en niet een puur technisch opererende dokter zijn. Ze was heel sociaal.”

Papa Laetitia: “Hetzelfde voor onze dochter. We komen ook uit zo’n doktersfamilie waar werd gepraat over die mooie job, op die manier werd het er een beetje ingelepeld. Mijn zus heeft een specialisatie sociale geneeskunde, mijn schoonbroer is een bekend huisarts in Kuregem-Anderlecht en mijn broer gaat als gynaecoloog regelmatig werken in Congo met Artsen Zonder Vakantie.”

Idem voor de familie Leus blijkbaar: vader is huisarts en grootvader is huisarts. Mevrouw Leus, Nathalie Van Damme, komt uit een bekende Gentse advocatenfamilie.

Uw vader, mevrouw Leus, was ooit plaatsvervangend politierechter en het kantoor waar u werkt met familieleden is onder meer gespecialiseerd in de materie waarover we hier praten.

Mama Emilie: “Verkeersrecht is inderdaad een van onze specialisaties. Ons kantoor kon natuurlijk onmogelijk de zaak van Emilie pleiten. (schudt het hoofd) Ik had nooit gedacht dat ik ooit nog een dossier over mijn eigen dochter zou moeten aanleggen.”

Bekijkt u dit drama wegens die juridische kennis anders?

Mama Emilie: “Enerzijds ben je vertrouwd met de manier waarop zo’n proces verloopt en de straffen die zullen worden gevorderd. Anderzijds word je als slachtoffer met de werkelijkheid geconfronteerd en leer je dat het menselijke leed van de slachtoffers al te vaak onderschat wordt. Ik denk hierbij aan de manier waarop wij buiten het vooronderzoek werden gehouden, al was het enkel onze bedoeling om duidelijk te maken welke fietsen van onze dochters waren en op welke plaats onze dochters na het ongeval lagen. In het expertiseverslag staat bijvoorbeeld verkeerd dat Emilie in de wei lag en Lauren op het fietspad. Het was net omgekeerd... Ik heb vooral iets geleerd wat de cliënten betreft: dat je zulke vreselijke dingen nooit zakelijk mag behandelen, dat je als advocaat op het menselijke vlak een belangrijke rol speelt. Dat is enorm doorgedrongen.”

Papa Emilie: “Het is inderdaad ook doorgedrongen dat je midden het onderzoek niet steeds gekend wordt door de onderzoekers. Wij vragen als tweedelijnsslachtoffers om ons de waarheid te geven. We lazen een paar dagen na de feiten de verklaring van Stevens vader: ‘Mijn zoon heeft de hele nacht gegamed en een paar pintjes gedronken’. Weet je wat het dan betekent om vijf maanden later te horen dat het niet zo was? Dan lees je dat Steven de hele nacht was uitgegaan en in de laatste uren genoeg had gedronken. Dat was een mokerslag.”

Speelt wraaklust dan niet op?

Mama Emilie: “De ene dag denk je in zulke termen, de andere dag deemstert dat weer weg.”

Papa Emilie: “Ik heb ooit in een krant verklaard kort na de feiten: die jongeman had niet de intentie onze kinderen dood te rijden. Ik toonde dus mildheid en, eerlijk gezegd, van die woorden heb ik nog steeds geen spijt.”

Hoe noemen jullie de man die het ongeluk veroorzaakte onder elkaar? De dader, de verdachte, de chauffeur?

Mama Emilie: “We noemen hem Steven, gewoon bij z’n naam.”

Hoe slagen jullie erin zo helder, niet bitter te praten over de feiten? Die houding is bijna bovenmenselijk.

Mama Emilie: “We zijn zo, en komen daarin overeen, alle vier. Oké, de een is misschien iets meer vergevingsgezind dan de andere, maar we voelen hetzelfde aan en zitten op dezelfde lijn. We willen allemaal dat onze dochters niet vergeten worden, daarvoor waren ze veel te speciaal.”

Papa Emilie: “Maar we zijn ook op resultaat uit. We zijn ervaringsgetuigen, we willen erover praten met iedereen.”

Mama Emilie: “Het is misschien naïef van ons, maar het houdt ons een beetje recht.”

Helaas zien we uw thematiek deze dagen niet in een verkiezingsprogramma opduiken. Stemt dat ongelukkig?

Mama Emilie: “Misschien zouden we de affiches van die politici moeten overplakken met de uitvergrote foto van de vier studenten (lacht). Maar ach, zo zijn we niet hé.”

Papa Emilie: “Natuurlijk is er een evolutie in denken. Bij mij vooral na vorige dinsdag. Het feit dat Steven niet in staat blijkt om te doen wat wij van hem hebben gevraagd, raakt me. Jan vond dat Steven moest gaan spreken in scholen om op die manier mee de boodschap te verkondingen dat drank en overdreven snelheid zware gevolgen kunnen hebben. Intussen denk ik dat het onmogelijk is.

Is het gebrek aan empathie, of onkunde, onwil?

Mama Emilie: “Ik weet het niet. In de rechtszaal zaten natuurlijk veel mensen die ons steunden, familie, kennissen, de vrienden en vriendinnen van onze kinderen. En de pers. Het zal niet simpel zijn om daar op te staan en iets te zeggen. Anderzijds, hij heeft eerder al de gelegenheid gehad iets te ondernemen, maar het is beperkt gebleven tot een kaartje nadat we daarom hadden gevraagd.”

Papa Laetitia: “Voor mij moet hij iets doen met dit gegeven, niet alleen spijt tonen en de kous is af. Nee, ik zou zo graag hebben dat hij die scholen bezoekt.”

Wat zouden jullie hem persoonlijk willen zeggen, vragen?

Mama Emilie: “Ik wil weten wat er écht gebeurd is, want dat verhaal kennen we nog altijd niet.”

Papa Emilie: “Ik wil weten waarom hij net die weg koos die bewuste ochtend. En ook wat er sindsdien in hem omgaat. En weet je, als hij naar die scholen zou gaan, zouden we meegaan.”

Papa Laetitia: “Alleen al zijn fysieke aanwezigheid zou effect hebben. De moed die hij zou opbrengen om misschien maar dertig seconden iets te zeggen en daar gewoon te zijn.”

Vinden jullie ook dat Steven ‘boete’ moet doen?

Mama Emilie: “Ergens wel. We hoeven ook niet al te gemakkelijk te zijn voor hem. Zoals Vincent gezegd heeft op de zitting van de politierechtbank hopen wij op een wijze uitspraak.”

De uitspraak is volgende week dinsdag. Zal dat, los van de rouw waar jullie nu verschrikkelijk in zitten, toch een soort cesuur zijn, iets wat is afgesloten? Heeft proces en straf die functie?

Papa Emilie: “We hebben met zijn allen met een zekere angst naar dit proces toegeleefd. Na het proces hebben we elk op onze manier ook een klop gekregen dinsdag. Waarom? Het valt niet echt uit te leggen, omdat er zoveel gedachten in onze hoofden een uitweg zoeken. Waarom heb ik de eerste vijf minuten van het proces zitten wenen? Ik weet het niet. Waarom treft naar de moerasboom gaan kijken die de scouts op hun terrein voor Emilie plantten me meer dan haar graf bezoeken? Omdat die boom leeft, denk ik, maar eigenlijk valt dat toch allemaal niet te snappen?”

Mama Emilie: “Ik probeer nu niet aan de uitspraak te denken, maar op de dag zelf zal ik enorm zenuwachtig zijn.”

Papa Laetitia: “Ik vrees dat er weinig zal veranderen ten opzichte van de eerste procesdag. Of hij nu drie of vijf jaar krijgt, één ding beseffen de familieleden van de slachtoffers maar al te goed: wij hebben allen levenslang gekregen.”

Mama Emilie: “Ik vermoed dat er ook een soort opluchting zal zijn. Het is misschien een klein stapje verder in ons verwerkingsproces. Maar er zouden nieuwe emoties kunnen bijkomen, teleurstelling bijvoorbeeld, stel dat er een heel lichte straf zou komen. Ach, we zien het wel.”

Jullie zien het wel. Dat is wellicht het grote verschil met de tijd voorheen, dat niets nog gepland kan worden. Een tegenstelling wellicht met vorig jaar. Neem juni 2009. Jullie dochters deden eindexamen humaniora, besloten geneeskunde te studeren, hadden de juiste profielen, en vooral veel goesting. Een jaar later, midden in de blok, zitten jullie hier met... zonder...

Papa Emilie: “Jullie vraag raakt ons diep, maar ze is terecht. We stellen ze ons de hele tijd zelf. Kijk, de enige mensen die kunnen weten wat je doormaakt op zo’n moment, zijn wij. Het is niet te beschrijven. In alle kaartjes die wij gekregen hebben, blijf ik altijd weer dat ene herlezen. Daarop stond: ‘Een man die zijn vrouw verliest, noemt men een weduwnaar. De vrouw die haar man verliest, noemt men een weduwe. Het kind dat zijn ouders verliest, noemt men wees. Maar er bestaat geen naam voor ouders die hun kind verliezen’.

(lange pauze) Dus als jullie vraag is ‘wat nu?’, dan kan ik alleen zeggen: ons leven is verwoest en toch proberen we het een doel te geven. Wij hebben nog twee kinderen, Jan en Evelyne hebben nog een zoon. We moeten doorgaan, voor hen. Zij hebben ook recht op een zorgeloze jeugd. Straks zul je hier Emilies zus zien thuiskomen, Axelle, dertien jaar oud, en je zult zeggen: wow, die gaat met grote moed en overgave door het leven. Terecht. We moeten er nog iets van maken, enfin... proberen.”

Intussen hebben de vrienden en vriendinnen van jullie dochters het lastig naar het schijnt, midden in de blok en de eindsprint.

Papa Laetitia: “Een paar onder hen hebben hun studie opgegeven, een aantal krijgt psychologische begeleiding. Het gaat in alle gevallen om knappe studenten die onder druk van het gebeuren de emoties niet meer de baas konden.”

Mama Emilie: “We hebben nog heel veel contact met de vrienden en vriendinnen van onze dochters. Ze komen langs, en dat hebben we graag.”

Mama Laetitia: “Ze verwerken samen met ons. En het is fijn dat zij er zijn. En dat ze terugkomen. Vorige zaterdag zijn er acht langsgekomen.”

Papa Laetitia: “Het is samen verdriet hebben, maar ook samen lachen, goede herinneringen ophalen, vertellen over de stommiteiten en onnozelheden die onze dochters uithaalden met elkaar. Dat maakt deze situatie én werkelijk én draaglijk.”

Papa Emilie: “We weten echter ook: in lengte van tijden zal dat veranderen. Die vriendinnen zullen veranderen, uitgroeien, grote mensen worden, maar Emilie zal altijd dezelfde leeftijd hebben als op onze laatste foto, als op het laatste beeld in ons geheugen. Emilie zal altijd achttien blijven.”

Hebben jullie vieren het onder elkaar enkel over het noodlot en het leed dat jullie verbindt?

Mama Emilie: “We hebben elkaar door het toeval leren kennen, maar het doet intussen zo’n deugd elkaar regelmatig te zien.”

Papa Laetitia: “We zien ook de mama van Lauren veel, en hebben dus het voordeel dit samen te kunnen dragen. Weet je, ook het feit dat onze kinderen niet alleen moesten gaan, maar samen stierven, helpt ons een klein beetje.”

Mama Laetitia: “Het is natuurlijk nooit zo dat we samenkomen en niet praten over het drama. Onze kinderen, of beter het vertrek van onze kinderen, vormt de grondslag van onze band.”

Mama Emilie: “Wij willen met iedereen over onze dochters kunnen blijven spreken. Ik zou jullie hier alle fotoboeken willen tonen, uitleggen wie ze was, anekdotes willen vertellen.”

Papa Emilie: “Ik wil dat ook voor een klas doen, en zeggen: ik ben Vincent Leus, papa van Emilie Leus, mijn dochter is doodgereden door een dronken hardrijder. Ik denk dat het indruk kan maken. Ik denk dat het iets kan bewerkstelligen.”

Er is wel een belangrijk verschil tussen u beide als ouderkoppels: Emilie is nog een paar dagen in leven geweest, weliswaar in een coma. Laetitia is ter plekke gestorven. Betekende dit ook dat er op een andere manier afscheid werd genomen?

Mama Emilie: “Ik ben blij dat ze Emilie nog gereanimeerd hebben, hoewel nadien gebleken is dat het geen nut meer had. Voor ons is het afscheid geleidelijker kunnen gaan.”

Papa Emilie: “Dit is een gevoelig onderwerp. We hebben Emilie nog gevoeld, haar lichaamswarmte gevoeld. Tot we de bewuste vrijdagmiddag om twee uur verwittigd werden dat het snel zou gaan. We zijn meteen naar het ziekenhuis gegaan, waar drie kameraden aan de deur stonden om haar te bezoeken. We zeiden: het is het einde, gasten, en daarop zijn die beginnen sms’en. Emilie is gestorven om kwart voor vijf, op intensieve zorgen, omringd door veertig, vijftig vrienden. De anesthesist, een goede kameraad van ons, vroeg of hij die grote groep jongeren niet moest wegsturen. Maar, nee, dat wilden wij niet.”

Mama Emilie: “Emilie was zo, die had altijd en overal vrienden in de buurt. En zo is ze hier vertrokken.”

Papa Emilie: “Met alles erom heen, emoties, beelden. Net een film. Dat piepen van de machine bijvoorbeeld als ritmisch gegeven ertussen. Tussen die vrienden stonden toekomstige dokters, die dus ook in dat eerste jaar geneeskunde zaten, je kunt je voorstellen wat dit voor hen daarbovenop betekende. Weet je, dat dit afscheid in ons geheugen gegrift staat is normaal, maar ook de vrienden zullen dat afscheid nooit kwijtraken. Die vriendin met al die buisjes en machines bij wie ineens tegen kwart voor vijf de hartslag langzaam naar beneden gaat, naar veertig en dan weer even naar zeventig. De dokters die zeggen: nu is het moment. (begint te huilen). Waarop... laatste piep. Einde.”

Mama Emilie: “En dan Hannes, haar vriendje, die roept. Nee! Nee! En stilte. (pauzeert) En toch hield deze manier van afscheid nemen, hoe pijnlijk ook, een schoonheid in zich.”

Mama Laetitia: “Wij konden niets meer zeggen tegen onze dochter. Zij was dood.”

Papa Laetitia: “En toch gingen we ook uit onze situatie positieve elementen puren. Onze advocaat had verteld dat bij sommige auto-ongelukken de lichamen zo verminkt zijn dat je amper iets kunt zien. Onze dochter zag er nog goed uit. Alleen was ze koud, bleekjes en... die brede smile was samen met haar expressieve blauwe pretoogjes definitief weg. Wij, beide ouderparen, hebben ook één gemeenschappelijke troost. We weten met grote zekerheid dat onze meisjes niet geleden hebben. Dat zijn van die dingen waar je jezelf aan optrekt. Je kunt ook niet anders.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234