Zondag 25/07/2021

'We willen niemand behagen, behalve onszelf'

Met slechts vijf miljoen inwoners is Finland, op IJsland en Noorwegen na, het dunst bevolkte land in Europa. Toch is het allerminst een culturele woestijn. Het bewijs? De Finnen komen, een vierdaagse die zich deze week in de Gentse Vooruit ontvouwt.

Door Dirk Steenhaut

HELSINKI l Wie Finland zegt, denkt aan rendieren en uitgestrekte bossen, de films van Aki Kaurismäki, de modernistische architectuur van Alvar Aalto of Nokia, de grootste fabrikant van mobiele telefoons ter wereld. Maar in dit tussen Zweden en Rusland geprangde land wordt ook boeiende, soms excentrieke muziek gemaakt.

Er is dus méér dan de metal van Lordi en Nightwish, de glam van Hanoi Rocks of de pop en rap van one hit wonders als The Rasmus, Him en Bomfunk MC's. Finnen hebben gevoel voor humor en schuwen het bizarre niet: vandaar fenomenen als Finse tango, het schreeuwkoor Huutajat of het cellistenkwartet Apocalyptica, dat met zijn covers van Metallica ook bij ons voor uitverkochte zalen speelt. Houseproducer Jori Hulkkonen is al jaren de rechterhand van Laurent Garnier, de minimalistische elektro van Pan Sonic en de loungefunk van Jimi Tenor hebben de internationale podia ingepakt en zowel de karelische etnofolk van Värttinä als de avantgardistische forest folk van Islaja zijn inmiddels tot exportproducten uitgegroeid.

55 procent van alle platen die in Finland worden verkocht zijn van eigen makelij en het internet heeft ertoe bijgedragen dat kleine onafhankelijke labels zoals Fonal, Ektro, Stupido, Rockadillo en Sähkö hun releases tot ver buiten de landsgrenzen exporteren. Gek genoeg is de - vaak experimentele - indiescene vandaag zelfs bekender bij buitenlanders dan bij de Finnen zelf.

"Wie hier wil overleven, zingt in het Fins", zegt Joose Berglund, een ex-journalist die inmiddels Stupido Records op poten zette. Zijn collega Tapio Korjus van het Rockadillolabel, die tijdens de seventies als eerste de Ramones naar Finland haalde, herinnert zich dat de punk er een hele muzikantengeneratie toe inspireerde zich van haar eigen taal te bedienen en de nadruk te leggen op haar Finse identiteit. "In Tampere (een stad op 170 km ten noorden van Helsinki, DS) ontstond een anti-intellectuele beweging die zich afzette tegen het zogenaamde snobisme van de hoofdstedelijke scene. Bands kwamen dus aanzetten met gevatte maar simpele teksten waar iedere Fin zich mee kon identificeren."

Het gebruik van hun eigen taal vormt weliswaar een potentieel obstakel voor een buitenlandse carrière, maar commerciële overwegingen zijn de meeste muzikanten blijkbaar vreemd. Ze snakken er niet naar rijk of beroemd te worden; ze maken muziek vanuit een sterk ontwikkelde vrijheidsgedachte. Die wordt geïllustreerd door Magyar Posse, een postrockgroep die momenteel een cd opneemt met diverse gastzangers- en zangeressen. "Voor ons is het essentieel dat je in je moedertaal zingt", vertelt gitarist Harri Sopola. "Het vergroot de kans dat de teksten echt iets betekenen. Goed, misschien dat de taal onze actieradius beperkt, maar wij liggen echt niet wakker van internationaal succes. Uiteindelijk spelen we voor onze eigen gemeenschap, voor mensen met wie we een persoonlijke relatie hebben. Niet dat we het publiek bewust afstoten, maar we laten ons door niemand regels opleggen. De maatschappelijke druk is al groot genoeg: om te studeren, een baan te vinden, te trouwen, kinderen te krijgen. Welnu, Magyar Posse is onze vrijstaat. De muziek die we maken is van óns en de buitenwereld heeft er geen vat op. We doen dus waar we zin in hebben."

Sami Sänpäkkilä, de geestelijke vader van het platenlabel Fonal en als artiest actief onder het pseudoniem Es, is het met Sopola roerend eens. "Ik wil muziek maken zonder inmenging van buitenaf en vertrouw daarbij uitsluitend op mijn instincten. Begrippen als virtuositeit of populariteit zeggen me niet zoveel. Wel vind ik het belangrijk dat de platen die ik uitbreng een uitgesproken Fins karakter hebben, al is dat vrij abstract en kan ik het moeilijk definiëren. De muziek moet me bewust maken van wie ik ben en waar mijn wortels liggen." Ook Joose Berglund, sinds 1989 de man achter het platenbedrijfje Stupido, brengt enkel uit wat hij zelf goed vindt. "Ik zou nooit een groep tekenen omdat ik toevallig het gevoel heb dat ze me veel geld kan opbrengen. Ik wil verrast worden, al ben ik tegelijk van oordeel dat mijn artiesten een ruimer publiek moeten aanspreken dan een kleine elite van muziekfreaks."

In Noord-Helsinki dalen we letterlijk af in de Finse underground. Diep onder de aarde, in een van de bomschuilkelders van de stad, bevindt zich de oefenruimte van Cleaning Women, een trio dat vreemd genoeg uit drie heren bestaat. Het zelfontworpen instrumentarium van de groep bestaat uit keukenspullen, loodgietersmateriaal en afgedankte voorwerpen uit de kringloopwinkel. Daarmee maakt ze even originele als opwindende 'intergalactische industriële discorock'. "Ooit bedacht ik dat een droogrek interessante klanken voortbrengt als je het uitrust met metalen staven van verschillende lengte die je dan stemt en met chopsticks bewerkt", vertelt spilfiguur Risto Puurunen. "Eerst waren we zo dogmatisch dat we enkel was- of poetsgerei wilden bespelen. Na een poosje raakten we daarop uitgekeken en begonnen we onze eigen versie van een gitaar, bas, banjo en cello te bouwen, met een waskommetje of gedeukt koffieblik als klankkast."

Het drumstel van Cleaning Women bestaat uit potten, pannen, een ovenblad, een verbouwde gootsteen, machineonderdelen van een wasautomaat en een fermentatievat voor het maken van wijn. "Het ontwikkelen van die instrumenten ging gepaard met veel trial and error", legt Puurunen uit. "Maar het was ook erg bevredigend, want zo ontwikkelden we een geheel eigen sound. Ons uiteindelijke doel is goede muziek te maken. En ook al liggen we soms een beetje dwars, we schrijven best toegankelijke liedjes."

Levert de groep met haar uit afval gemaakte instrumentarium kritiek op onze wegwerpmaatschappij? "We willen mensen inspireren, hen doen inzien dat het leuk is zelf dingen uit te vinden. Iedereen kan het en het zorgt ervoor dat je op een andere manier gaat musiceren, zonder anderen na te apen. Einstürzende Neubauten? Ja hoor, die kennen we. We hebben nooit veel naar hun muziek geluisterd, maar onze uitgangspunten zijn vergelijkbaar. En recycleren is uiteraard belangrijk."

Op het podium dragen de leden van Cleaning Women zwarte minijurkjes, panty's en make-up. "Gewoon onze werkkledij", grijnst Puurunen. "Aanvankelijk zat er een vrouw in de groep en droegen we allemaal hetzelfde om te benadrukken dat we elkaars gelijken waren. Intussen is het ons uniform geworden. Ach, why fix it if it ain't broken?" Het trio heeft met Pulsator en Aelita tot dusver twee prima cd's uit en speelde al in twintig landen. Wie zich door deze poetsvrouwen op sleeptouw laat nemen, staat beslist een verpletterende belevenis te wachten.

Na een lange rit door een sneeuwstorm ontmoeten we in Tampere Jussi Lethisalo, de stichter van Ektro Records en bassist-oprichter van Circle, een gezelschap dat de jongste vijftien jaar 26 langspelers uitbracht en in Finland qua status te vergelijken valt met dEUS bij ons. De groep uit Pori, die om de haverklap van bezetting verandert, is zo goed als ongrijpbaar doordat ze systematisch krautrock, stoner rock, metal, ambient en elektronica door elkaar haspelt. "Er wordt beweerd dat we veel gezichten hebben", zegt Lethisalo, "maar eigenlijk klinken we altijd hetzelfde: monotoon en minimalistisch. Circle is zowat de vervelendste groep ter wereld: we componeren niet, al wat we doen is het gevolg van spontane interactie. De jongste drie jaar hebben we hooguit twee keer gerepeteerd. Toch discussiëren we veel en houden we er onze eigen vaste rituelen op na. Als je de gebeurtenissen van de dag in je spel laat sluipen, verval je nooit in herhaling."

Volgens Lethisalo staat Circle in het brandpunt van de New wave of Finnish heavy metal. "Muziek dreigt vandaag te ingewikkeld te worden en daarom willen we terug naar het oorspronkelijke primitivisme van de rock-'n-roll. Helaas slagen we er niet in heavy metal te spelen omdat we er de juiste achtergrond niet voor hebben. Toen ik opgroeide stonden mijn vrienden op een strikt dieet van luide, agressieve muziek. Zelf luisterde ik echter naar Terry Riley, Roy Harper, The Velvets en, later, naar freejazz en psychedelica. Op school lachte iedereen me uit: ik was die outsider met zijn hippiemuziek. Maar ik ben voor alles te vinden, ook voor mainstream en ridicule AOR. Weet je, muziek hoort het leven te reflecteren. En zoals je goede en slechte dagen hebt, maken wij zowel goede als slechte muziek. We trachten het publiek altijd een onvergetelijke ervaring bezorgen."

Magyar Posse heeft een hekel aan het postrocketiket. "Het interesseert ons niet de zoveelste imitatie van Mogwai of Godspeed te worden", zucht voorman Harri Sopola. "We zijn fans van Ennio Morricone en onze enige ambitie is cinematische muziek te maken. We zien onze lange, instrumentale nummers als ingebeelde scènes uit een film. Door onze democratische manier van werken kost het ons soms maanden om tot iets te komen waar we allemaal achter kunnen staan. Maar goed, we hoeven niemand anders te behagen dan onszelf." Sinds haar derde cd, Random Avenger, werd de groep versterkt met een violiste. "Daardoor is de muziek in emotioneel opzicht iets zwaarwichtiger geworden en wordt de dramatiek een beetje aangedikt."

De internationaal gevierde Jimi Tenor, icoon van kitscherige easy tune en soulfunk, gaat in Gent in zee met Peter Vermeersch en diens big band Flat Earth Society. "Dat wordt een uitdaging, want we kennen elkaar nauwelijks en ik ben van nature niet zo sociaal. Peters aanpak is ook veel intellectualistischer dan de mijne: I'm more of a mustard and ketchup kind of guy. Onlangs werkte ik, voor mijn adaptatie van de pianoconcerto's van Ligeti, nog samen met een klassiek orkest en dat is makkelijker: die lui doen precies wat je vraagt. Met FES zal ik ongetwijfeld discussies hebben. Maar een beetje worstelen kan nooit kwaad. Het houdt je wakker en zorgt ervoor dat je niet vastroest in je eigen routines."

Een andere Fin die een unieke positie heeft verworven in wereldmuziek- en jazzmiddens is accordeonist Kimmo Pohjonen. "Het accordeon is zowat ons nationale instrument", zegt de man, aan wie vaak sjamanistische eigenschappen worden toegedicht. "Het is nauw verbonden met de Finse identiteit en wordt veel gebruikt in onze volksmuziek. Toen het uit Rusland werd ingevoerd was het meteen populair omdat het zo luid klonk, en doordat je er melodieën en baspartijen op kon spelen leek het wel alsof er een heel orkest in verborgen zat. Bovendien was het goedkoop en toegankelijk voor de werkende klasse, die er graag op danste en plezier bij maakte. Dus begon de kerk zich te roeren. Ze associeerde het accordeon met seks en duivelse genoegens en bezorgde het zo een slechte reputatie.

"Toen ik als kind mijn eerste accordeonlessen nam, was dat zo uncool dat ik het niet eens aan mijn vrienden durfde te vertellen. Maar 33 jaar later is er veel veranderd: vandaag combineer ik het instrument met elektronische effectapparatuur waardoor het klanken voortbrengt die nog geen mens heeft gehoord. Na jaren experimenteren heb ik op het accordeon mijn eigen taal ontwikkeld en er een nieuwe dynamiek aan gegeven, door er microfoontjes in te monteren en mijn eigen spel te samplen."

Pohjonen speelde onder meer samen met het Kronos kwartet, leden van King Crimson en improjazzdrummer Eric Echampard. "Soms ben ik jaloers op gitaristen die elkaar nuttige tips kunnen geven over technische snufjes", zucht hij. "Als accordeonist moet ik het allemaal in mijn eentje uitvlooien. Soms voel ik me een beetje als de eerste man op de maan."

De Finnen komen, loopt van woensdag 12 tot en met zaterdag 15 december in de Gentse Vooruit. Met o.a. Kimmo Pohjonen, Cleaning Women, Jimi Tenor + FES, Magyar Posse, Circle, Aavikko en Pan Sonic + Arne Deforce. Info: www.vooruit.be.

Commerciële overwegingen zijn de meeste Finse muzikanten vreemd. Ze snakken er niet naar rijk of beroemd te worden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234