Dinsdag 07/12/2021

'We willen de band tussen lezer en journalist herstellen'

Drie jaar na de lancering heeft De Correspondent bijna 47.000 betalende leden. Het journalistiek platform wil zich meer richten op Vlaanderen. Want ook hier is vraag naar media die verder kijken dan de waan van de dag, meent medeoprichter Ernst-Jan Pfauth.

Belgische journalisten die graag voor De Correspondent willen werken, hebben 23 maart met stip aangeduid in de agenda. Voor het eerst organiseert het Nederlandse journalistieke platform een zogenaamde pitchdag in Antwerpen. Wie een goed idee voor een artikel of een serie heeft, mag het gaan voorstellen bij de mannen van De Correspondent.

Maar dat is geen eerste stap naar een Correspondent.be, zegt uitgever Ernst-Jan Pfauth, samen met Rob Wijnberg een van de oprichters van De Correspondent. "Al zolang we bestaan, vragen we ons af of we een .be-versie moeten maken, maar het voelt niet logisch aan. Het overlapt sowieso vaak. Uit een enquête bij onze leden met een e-mailadres dat op .be eindigt - dat waren er 3.000 - blijkt ook dat zij De Correspondent niet te Nederlands vinden." Maar wat meer Vlaamse schrijvers naast iemand als David Van Reybrouck, dat mag dus wel. "We willen ons meer richten op het Vlaamse publiek en aangeven dat we ook voor hen interessant zijn. We zijn geen puur Nederlands medium."

Het Vlaamse publiek voor De Correspondent mag dan nog klein zijn, in Nederland gaat het best hard. Nadat Rob Wijnberg het initiatief in maart 2013 aankondigde en de effectieve start een half jaar later, groeit het aantal leden als kool. De Correspondent telt nu al 46.500 betalende leden en zal einde deze maand 44 mensen in dienst hebben. "We zijn nu al groter dan de meeste tijdschriften en sommige kranten, en elke dag komen er nog 40 à 50 leden bij. Het einde van de groei is nog niet in zicht."

Over het waarom van het succes moet Pfauth niet lang twijfelen: "Mensen zullen altijd behoefte hebben aan het begrijpen van de wereld om hen heen. Daar heb je goede journalistiek voor nodig, en mensen zijn best bereid daarvoor te betalen. Je ziet bij ons en bij Amerikaanse initiatieven als The Intercept(de nieuwssite waar Glenn Greenwald werkt, de onderzoeksjournalist die het spionageschandaal rond NSA bracht, JDB). Er is natuurlijk veel clickbait-journalistiek die alleen op snelle clicks mikt, maar ik denk dat je door die fase moet. Mensen zullen uiteindelijk beseffen dat je moet betalen voor journalistiek."

Dat besef komt er nu al, meent Pfauth, net omdat veel mensen doorhebben dat ze verkeerd geïnformeerd worden en er veel gespind wordt. "Kijk maar naar het succes van John Oliver en Arjan Lubach (Nederlandse tv-presentator, JDB): zij maken satirische programma's die uitleggen hoe je bedonderd wordt. Die zijn niet voor niets zo populair, want mensen weten dat het gebeurt. Als je er als journalist radicaal voor kunt kiezen om de mensen goed te informeren en afscheid te nemen van oude dingen als schijnobjectiviteit, zullen de mensen erkennen dat ze daardoor de wereld beter zullen begrijpen en ervoor betalen."

De Correspondent wil verder kijken dan die waan van de dag en schrijft over zaken die niet in het nieuws zijn. Zijn jullie daardoor niet te weinig dwingend?

"We laten ons niet leiden door het nieuws, nee, maar vele stukken van ons komen op een bepaald moment toch in het nieuws door een incident of een rapport. We hadden bijvoorbeeld eens een stuk over hoe een land als Nepal zich voorbereidt op een ramp. Op het moment van de eerste publicatie was het niet urgent vanuit het klassieke nieuwsdenken, maar een half jaar later was die aardbeving er. Dat dossier hebben we opnieuw bovenaan gezet en het was meteen heel populair.

"De urgentie moet er vooral komen omdat je door onze artikels de wereld om je heen beter gaat begrijpen. Bij veel leden merken we dat ze bijvoorbeeld de stukken over het basisinkomen van Rutger Bregman verslonden. Dat was niet in het nieuws, maar Rutger heeft het zelf op de agenda gezet. Dat willen we met alle correspondenten doen."

U betrekt ook de leden bij het tot stand komen van de artikels. Levert dat wat op?

"Dat werkt aardig. Onze correspondent zorg werkt veel met huisartsen over zijn dossier rond bureaucratie in de zorg. Onze correspondent onderwijs heeft veel leraren en wetenschappers die meelezen. Dat werkt goed omdat beide partijen er een open houding voor hebben, maar dat moeten we technisch beter ondersteunen zodat het makkelijk kan gebeuren. Zo'n betrokkenheid is zakelijk interessant - zo blijven ze lid - en journalistiek, omdat ze zo sneller geneigd zijn kennis te delen. Als journalist krijg je zo een nieuw arsenaal aan bronnen."

Zien grote mediabedrijven De Correspondent al als een bedreiging?

"Dat moet je hen vragen natuurlijk, maar ik denk dat we complementair zijn aan de meeste media. Zij richten zich op wat er nu speelt, wij kijken voorbij de waan van de dag. Je kunt ons prima naast een nieuwssite lezen. In die zin moeten ze ons niet als een bedreiging zien. De bedreigingen zijn Facebook, Google en Apple. Daar zijn wij in vergelijking mini-clubjes bij."

De macht van de platformen is een van de stokpaardjes waar Ernst-Jan Pfauth het graag over heeft. De bevlogenheid en passie waarmee hij over De Correspondent spreekt - "we zitten nu nog maar aan vijf procent van de plannen die we hebben met de site" -, vind je ook terug in de manier waarop hij over media en journalistiek spreekt. Sinds enkele maanden stuurt hij elke zaterdag een boeiende nieuwsbrief met korte analyses en links naar interessante artikels over alles wat beweegt in de mediawereld. Facebook en co zijn een van de vaker terugkomende thema's.

"Facebook, Apple en Google strijden met elkaar en in die titanenstrijd lopen de uitgevers rond. We hebben geen miljardenbereik zoals die platformen, maar zij gebruiken ons als contentfabriekjes. Maar aan de andere kant heb je hen ook nodig: Facebook is bijvoorbeeld heel belangrijk voor ons bereik. Daar zitten we net als alle andere uitgevers met een catch 22: hoe kun je er gebruik van maken zonder te afhankelijk te worden?"

Hoe probeert De Correspondent dit op te lossen?

"Wij proberen zoveel mogelijk een band met onze lezers buiten Facebook om aan te gaan. We vragen mensen bijvoorbeeld of ze elke zaterdag een e-mail willen krijgen met een kennismakingsverhaal. Ook die lezersreacties zijn daar een voorbeeld van. Je moet geen lezers proberen te bereiken met goedkope clickbaitjournalistiek, maar je moet ze duidelijk maken dat je hun kennis nodig hebt. Zo herstel je de relatie tussen journalist en lezer en kun je echt een meerwaarde voor hen zijn. Als je dat niet doet, denken mensen op den duur dat Facebook goede stukken publiceert.

"Internationaal zie je nu verschillende leuke initiatieven die investeren in de band met de lezer, zoals de Quartz-app (zie artikel hiernaast). Je wordt er bijgepraat over wat er speelt. Het is een programmaatje natuurlijk, maar ik heb het gevoel dat ik mee ben. Als je dit verbetert en mijn voorkeuren onthoudt, wordt het nog interessanter."

Hoe kijkt u naar wat traditionele uitgevers doen? Mist u innovatie bij hen?

"Ik zie veel goede nieuwe initiatieven, zoals het kopen van losse artikels op de site van de Volkskrant met een Blendle-knop. Ik hoorde laatst dat NRC Handelsblad voor een derde afhankelijk is van digitale inkomsten. Dat is bemoedigend. Maar ik vind vooral lastig dat je niet wendbaar bent als klassieke media-organisatie, ook omdat je voor het dilemma staat dat je nog steeds het meest geld verdient met papier. Nochtans weet iedereen dat de lezers ouder worden en de toekomst daar niet zit. Wij hebben het geluk dat we van scratch zijn kunnen beginnen en onze organisatie konden afstemmen op die nieuwe realiteit, maar ik moet er niet aan denken dat ik uitgever zou zijn van een medium dat veelal aan papier verdient. Die omslag naar digitaal maken kan niet zonder bloedbad, vrees ik.

"Ik begrijp dus hoe het moeilijk het is, maar ik erger me er dan weer aan dat je voor een digitaal abonnement twintig euro per maand moet betalen. Het is niet realistisch te denken dat mensen van onze leeftijd meer gaan betalen voor een krant dan voor Netflix en Spotify bij elkaar."

Uitgevers op zoek naar nieuwe inkomsten zetten nu hun hoop op native advertising. Uit uw nieuwsbrief blijkt dat u niets moet weten van zo'n door adverteerders betaalde artikels.

"Ik snap niet dat ze niet eerst heel erg hun best doen om op andere manieren geld te verdienen. Dat ze de relatie met het publiek op het spel zetten door het te bedonderen met advertenties die alleen maar werken omdat ze redactioneel lijken. Dat is zo hard de verkeerde weg inslaan."

Ook gerenommeerde kranten als Wall Street Journal en The New York Times doen het nochtans.

"The New York Times is voor een kwart van haar digitale inkomsten afhankelijk van de studio die native advertising maakt. Iedereen haalt ook steeds Buzzfeed en Vice aan als voorbeelden, maar dat zijn gewoon reclamebureaus. Zij bedrijven journalistiek om veel bereik te hebben, maar uiteindelijk verdienen ze hun geld aan het maken van reclames voor andere bedrijven. Als je je als krant daarmee vergelijkt, concurreer je met een reclamebureau.

"Journalistiek heeft lang gewerkt met een duomodel van advertenties en abonnees. Dat was niet ideaal. Toen ik bij NRC werkte, kwam er opeens een reis- en carrièrebijlage bij. Niet omdat de journalisten er de nood aan voelden daarover te schrijven of dat lezers een gebrek hadden aan reis- en carrière-informatie, maar omdat je daar makkelijk advertentie op kan verkopen. Bij digitale media vloeit het redactionele en commerciële nog meer in elkaar over omdat het advertentiemodel niet meer werkt. Die markt ben je immers kwijt aan Google en Facebook. Het enige wat je kunt doen als je met hen wil concurreren, is je redactionele onafhankelijkheid verkopen.

"Daarom is het zo fijn dat we met De Correspondent advertentievrij zijn. Wij moeten ons niet op dat hellend vlak begeven. De enige vraag die wij ons moeten stellen, is hoe we onze lezers zo goed mogelijk kunnen informeren - en niet of we misschien een reisbijlage moeten beginnen omdat dat advertentie-inkomsten kan opleveren. Dat is zo bevrijdend. We merken dat mensen daar ook voor willen betalen, net zoals ze dat doen voor muziek en films. Ik hoop dat meer kranten en tijdschriften daar gaan op inzetten."

Inschrijven op de nieuwsbrief van Ernst-Jan Pfauth kan via: https://www.getrevue.co/profile/ejpfauth

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234