Donderdag 24/06/2021

'We waren zelf chassidisch geworden'

Jeroen Krabbé, Laura Fraser en Isabella Rossellini over de film 'Left Luggage', naar een boek van Carl Friedman

Ludo Wijnen / Foto Tim Dirven

Carl Friedmans boek Twee koffers vol, over het joodse meisje Chaja dat in Antwerpen voor de kinderen van het chassidische gezin Kalman gaat zorgen, heet in de verfilmde versie van Jeroen Krabbé, zijn regiedebuut, Left Luggage. Het pleit voor Krabbé dat hij de kracht van de karakters onderkende en hen met de gepaste fysieke uitstraling bedacht. Zo wist hij Isabella Rossellini te strikken voor de rol van mevrouw Kalman, de vader van Chaja wordt gespeeld door Maximilian Schell, haar moeder is een vertolking van Marianne Sägebrecht, Topol neemt het nevenpersonage van meneer Apfelschnitt voor zijn rekening en Krabbé is vader Kalman. Toch zijn deze acteurs het niet die de film dragen. De intrige spitst zich toe op het liefdesverhaal tussen Chaja, gespeeld door Laura Fraser, en Simcha Kalman, een kleine uk in een rol van Adam Monty. Een gesprek met Krabbé, Fraser en Rossellini.

Carl Friedmans boek begint met de beschrijving van een foto die op het eerste gezicht door om het even wie, om het even waar genomen had kunnen zijn. Het detail dat plaats, tijd en persoon bepaalt is een duif: "De duiven! Ze bevolkten Antwerpen met even grote vanzelfsprekendheid als de Antwerpenaren. Ook in de goot onder mijn dakraam waren ze voor dag en dauw stompzinnig aan het koeren en trippelden ze nerveus rond." Het is die zichzelf overstijgende banaliteit, gepaard aan herkenbaarheid, die ons meesleepte in het verhaal van het joodse meisje Chaja. Chaja wordt geconfronteerd met de godsdienstige levensstijl van de Kalmans, een ervaring die haar bewust maakt van haar afkomst. De vriendelijke oude heer Apfelschnitt vormt een brug tussen de verschillende culturen die haar omringen: de Belgische, de liberaal-joodse en de orthodox-joodse. Haar eigen ouders hebben het ondertussen te druk om het verleden te verwerken. Haar moeder tracht de geschiedenis te begraven onder gebak en gezelligheid, terwijl haar vader haar, die geschiedenis, precies wil uitspitten. Op een heel letterlijke manier dan, want hij wil twee koffers terugvinden die hij onder de oorlog heeft begraven.

Hoe kwam Krabbé op het idee om dit gegeven te verfilmen? "Ik wilde altijd al ontzettend graag regisseren en keek uit naar iets dat bij mij die motivatie zou losweken. Dat is eigenlijk nooit gebeurd, tot ik dit boekje te pakken te kreeg. Ik kende het chassidische milieu wel van buitenaf, maar opeens was het verweven met een ongelooflijk mooi liefdesverhaal tussen een twintigjarig meisje en een vijfjarig jongetje. Met een erg dramatische klap op het einde. Ik zat als verstijfd in mijn stoel toen ik het las. Er bestaan natuurlijk wel films over chassidische joden. Zoals The Chosen of die hele slechte film over een moord in dat milieu, echt vreselijk (A Stranger among Us, lw), en natuurlijk Yentl, maar dat is een musical die ver van de waarheid staat, een Amerikaanse verdichting. Ik had nog nooit iets gelezen dat me zo aangreep. Als het kind op het einde niet gestorven was, had het me nooit zo aangegrepen."

Maar kan zo'n slechte afloop wel verkocht worden aan de producenten? "De ontwikkeling die Chaja doormaakt, is uiteindelijk positief. Ze groeit, neemt het voortouw, wordt een strijdbaar, politiek bewust iemand. Het is natuurlijk wel een film die niet in de VS gemaakt had kunnen worden. Ik heb het scenario aan verschillende Amerikanen gegeven, mensen die ik waardeer om hun oordeel. Unaniem wezen ze het einde af. Ik wees hen erop dat dit soort dingen ook in het werkelijke leven gebeurt. 'Dat kan zo wel zijn, maar je doet het niet in een film,' luidde het antwoord."

Een opmerkelijk verschil tussen het boek en de film is dat Simcha op het scherm aanvankelijk niet één woord uitbrengt. "Dat heeft Robert Kamen bedacht, een vriend van me die de scenario's van de Karate Kid-films geschreven heeft. Ik vind het een briljant idee, want het schept een veel sterkere band tussen het meisje en het jongetje. Haar karakter komt er duidelijker door naar voor en het verrijkt het verhaal. Carl Friedman zei zelf: 'Ik wou dat ik dat bedacht had.'"

Simcha blijft in beide gevallen wel gefascineerd door de eenden die hij in het stadspark gaat voeren. Krabbé vertelt tijdens het gesprek enkele anekdotes over de problemen die hij ervoer bij het regisseren van de kleine, maar eigenwijze Adam Monty. Op zekere dag weigerde de jonge acteur bijvoorbeeld nog maar eens mee te werken, waarop zijn vader een kwartiertje voor paard ging spelen. Toen hij uitgehinnikt was, bleek Adam nog steeds niet op andere gedachten gebracht.

De eerste indruk die Laura Fraser maakt, is speels. Haar ongeremdheid is het die Jeroen Krabbé ervan overtuigde dat Fraser geknipt zou zijn voor de rol van Chaja: "Ik wilde een onbekend iemand hebben, een gezicht waar je niet onmiddellijk andere rollen bijdenkt. Dat vertroebelt je blik. Ik zocht iets sprankelends, iets dat zich op de rand van meisje en vrouw bevond. In de eerste minuten van de film neemt Chaja twee keer na elkaar ontslag en gooit ze haar vriendje eruit. Ze is een vrijgevochten meisje dat heel langzaam een volwassen, rustige vrouw wordt. Haar cameratest was heel ingetogen en gevoelig, maar ik viel juist voor het slordige en springerige aan haar. Als ik dat een beetje kon intomen, had ik precies wat ik voor ogen had."

Fraser zelf zag in haar rol een kans om zich te laten opmerken. Ze is alleszins voorzien van een natuurlijke uitstraling die moeiteloos op het witte doek wordt gereflecteerd. "Als kind wilde ik al acteren," verklaart ze. "Het bracht me in verlegenheid om voor een een publiek te staan, maar ik hield ook van die angst. Je doet iets dat je kwetsbaar maakt, dat je blootstelt. Maar tegelijkertijd beschermt het je ook, want je hebt een alibi om iets helemaal anders te doen. Je kunt in het acteren allerlei dingen kwijt."

De samenwerking met Krabbé bleek niet altijd even makkelijk: "Jeroen had nogal sterke Method-aspiraties. Hij noemde mij Chaja, waar ik niet zo best tegen kon. Ik ben een actrice, ik ben Chaja niet. Soms kwam het mijn rol misschien ten goede, maar ik kreeg af en toe het gevoel dat ik gemanipuleerd werd. Hij liet mij, Laura, de gevoelens doormaken die Chaja moest doorstaan. Omdat ik nog zo onervaren was, stelde ik mij erg kwetsbaar en open op voor Jeroens regie. En toegegeven, ik ben soms een beetje lui en moet wat aangepord worden."

Na ons gesprek vraagt ze zich af of ze niet wat hard is geweest voor Krabbé. Hijzelf bekijkt hun samenwerking alleszins vanuit een ander perspectief: "Ik heb niet de indruk dat we veel conflicten hebben gehad. Ik vond soms wel dat ze het iets te sloom benaderde. Ze was onbevangen in het project gesprongen, wat ontzettend goed was. Die onbevangenheid sloeg vervolgens om in een soort lethargie, waarachter ze zich verschool om maar niet te denken: 'Ik draag de film en als het fout gaat, ga ik dus fout.' Ik heb ervaring genoeg om dat in te zien en heb haar bij de les geroepen. Ze had bij producent Ate de Jong geklaagd dat ik zo weinig aandacht aan haar besteedde en dat was waar. Naarmate de opnamen vorderden, werd ik wel rustiger en kon ik mijn aandacht verdelen."

Fraser verduidelijkt haar onvrede met een voorbeeld: "De dramatische confrontatie tussen meneer Kalman en Chaja heb ik veel te kwaad gespeeld. Maar ik was zeer pissig die dag omdat ik het pas uitgemaakt had met mijn vriend. Ik had dan ook liever gehad dat ze een andere opname gebruikt hadden. Als ik dat fragment terugzie, heb ik de indruk dat ik naar de woede van Laura kijk, niet naar de kwaadheid van Chaja."

Krabbé is zich bij dat voorval van geen kwaad bewust: "Ik herinner mij geen conflicten bij de opname van die scène. Ik weet wel dat ikzelf heel gespannen was. Zij had die scène al gedaan en ik vond ze hartstikke mooi. Ik meen me te herinneren dat ik haar zei dat ze mocht vertrekken. Ik was zo geconcentreerd op wat ik wilde doen dat ik liever niet in haar ogen keek."

Het kijken in de ogen van de tegenspeler bleek wel vaker een probleem voor de acteur-regisseur: "Dat was ontzettend moeilijk," aldus Krabbé. "Als ik in de ogen keek van de acteur of actrice met wie ik speelde, keek ik als professionele regisseur, niet als acteur. En dat is totaal anders. Het was niet moeilijk om de petjes van regisseur en acteur te verwisselen. Wel om tijdens het spelen niet ook nog te kijken of hij of zij het wel goed deed. Er ontstond op die momenten ook een subtiel machtsvacuüm aan de andere kant van de camera, omdat die mensen iets hadden van: 'De kapitein is weg en wie is er dan nu de kapitein?' Maar als kapitein drukte ik altijd een duidelijke stempel. Degene die het er het moeilijkst mee had was Adam. Op het moment dat ik als regisseur het vertrouwen weer hersteld had, moest ik die nogal boosaardige vader spelen. Zeer verwarrend voor zo'n kleine jongen."

Hoe sterk Krabbé zijn stempel op de film wilde drukken, blijkt als we hem vragen in hoeverre hij het zoeken naar locaties heeft gedelegeerd: "Ik laat niets aan niemand over," beklemtoont hij met een dubbele ontkenning. "Ik controleer nauwgezet elke kleur, beweging, schoenen, sokken, deurknopje, lift of trap die in beeld komt. Ik ben heel vaak in Antwerpen geweest. Op een van de eerste locatiebezoeken had ik het huis al gevonden. Ik wist niet zeker of ik het interieur kon gebruiken. Maar het exterieur was prachtig, statig en verlaten."

Antwerpen is, net als in het boek, prominent aanwezig in de film. Het Belgische accent wordt nog versterkt door coproducenten Dirk Impens en Rudy Verzyck van Favourite Films. Filmen in de joodse wijk is niet vanzelfsprekend. De onstuimige Laura Fraser kan erover meepraten: "We gebruikten de toiletten in een synagoge, voorzieningen die je vrij discreet kon bereiken als je de juiste weg volgde. Op een dag rende ik vrij wanhopig de synagoge binnen om zo sneller de toiletten te bereiken. Tot mijn en hun ontsteltenis was de synagoge gevuld met mannen die met open mond naar mij staarden. In een eerste reactie keek ik hen aan met een blik van: 'Jullie mogen niet naar mij kijken, ik ben een vreemde vrouw.' Zoveel had ik intussen wel van hun cultuur geleerd. Even later besefte ik dat het maar normaal is dat een vrouw bekeken wordt als ze zomaar een synagoge binnenstormt. Het was gewoon surrealistisch."

Voor het overige deden zich geen incidenten voor, Krabbé had alles meticuleus voorbereid: "Ik had een leraar, die chassidisch is opgevoed en later liberaal joods is geworden. Daar heb ik drie jaar bij geleerd. Ik moest tot in de puntjes weten waar het over ging. Ik moest er alles over weten, anders durfde ik het niet aan. Via die jongen, Alex De Jong, hebben we een chassidische rabbijn in Amsterdam benaderd. Die heeft met zijn collega in Antwerpen contact opgenomen. Ze hebben het boek gelezen en hun medewerking toegezegd. We hebben de catering koosjer gehouden en we stopten op vrijdagmiddag voor de sabbat. We hebben ons heel decent en rustig opgesteld. De meeste crewleden hebben met een keppeltje rondgelopen. Het rare was dat wij meer bekeken werden dan zij. Wij waren de chassidische joden geworden waar mensen naar keken, in plaats van andersom. Zelf zullen ze de film waarschijnlijk niet zien, want chassidim mogen niet naar de cinema."

De truc waarmee Jeroen Krabbé namen als Rossellini, Schell, Topol en Sägebrecht op de affiche kreeg, blijkt niet erg ingewikkeld: "Een goed acteur moet je bijna niet meer overtuigen als je hem een goed scenario presenteert. Bij een lowbudgetproductie als deze konden we hun natuurlijk niet het geld geven dat ze gewoonlijk krijgen. Ze moesten ook in mij geloven als regisseur. Dan helpt het als je elkaar kent. De vriendschap en het goede scenario waren de overtuigende combinatie."

Toch had Isabella Rossellini haar bedenkingen: "Jeroen ken ik al lang en hij had mij het boek al een hele tijd geleden laten lezen. Hij dacht aan mij voor de rol van mevrouw Kalman. Ik dacht altijd dat hij zijn mening zou herzien. Er zijn tenslotte zoveel andere actrices, dus waarom zou hij mij daarvoor vragen? Het leek zo ver gezocht. Maar hij bleef maar aandringen. Heel langzaam begon ik er dan in te geloven."

"De reden waarom ik de boot zo lang heb afgehouden, was de lichaamstaal. Als ik een groep toeristen over straat zie wandelen, weet ik al snel wie Duits, Italiaans of Frans is, louter afgaand op hun lichaamstaal. Ze zijn er zichzelf waarschijnlijk niet eens van bewust. Ik was bang dat ik, met mijn Italiaanse, katholieke en mediterrane afkomst, al te ver van de noord-Europese joden zou afstaan. Ik had geen moeite met mevrouw Kalman als gelovige, als vrouw of zelfs als moeder die haar kind verliest. Al die dingen kon ik begrijpen. Maar ik had het gevoel dat ik haar type niet kon spelen, dat ik mij door één enkel gebaar kon verraden, waardoor het publiek mij niet zou aanvaarden als mevrouw Kalman. Het kostte mij dan ook behoorlijk wat werk om haar te worden. Ik moest mijn accent verduitsen, mijn teksten in het Jiddisch leren. Ik moest de chassidische gemeenschap en leer begrijpen. Zo liet ik ooit een boek aan de verkeerde kant dichtvallen omdat zij een boek niet van links naar rechts maar van rechts naar links lezen."

Zijzelf zou Krabbé geen controlemaniak noemen: "Hij was zeer georganiseerd. Je kunt zien dat hij veel ervaring heeft in het theater, hij legt erg veel nadruk op karakters en repetities. Je krijgt het gevoel dat de camera niet zo belangrijk is als wat ervoor gebeurt. Achtervolgingen of speciale effecten moeten mensen dus al helemaal niet verwachten. Hij is wel een perfectionist, maar een controlefreak? Neen. Hij is gewoon goed voorbereid. Bij Jeroen was alles op voorhand in kannen en kruiken."

Rossellini heeft zich de laatste jaren geprofileerd in enkele knappe lowbudgetproducties als The Funeral en Big Night: "Zoiets kun je niet plannen. Je leest het scenario, vindt het leuk en doet mee. Maar je kunt niet van de ene dag op de andere zeggen: 'En nu ga ik een leuke, kleine film maken.' Je probeert altijd je best te doen. Ik heb een paar films gemaakt die minder succes hadden, maar echt spijt heb ik over geen enkele. Ik hoef mij nergens over te schamen.

"Natuurlijk vond ik mijn rol in Big Night makkelijker. Je kent de gebaren, het accent en de emoties. Als iemand een kind verliest of verliefd is, ervaart hij een universeel gevoel. Maar de manier waarop hij dat uitdrukt, is gebonden aan zijn cultuur. En dat weergeven is vaak het moeilijkst voor een acteur. Door mijn achtergrond hoefde ik voor Big Night alleen mijn tekst te leren en dat was heel gemakkelijk. Ik hoefde niet na te denken bij elk gebaar dat ik maakte."

Ook voor Left Luggage hoeft Rossellini zich niet te schamen. De film is soms wat te stroef en te afstandelijk om onvoorwaardelijk de loftrompet te verdienen, maar geleidelijk wint hij aan vaart en overtuigingskracht, niet in de laatste plaats dankzij de vertolking van Laura Fraser.

TITEL: Left Luggage. REGIE: Jeroen Krabbé. SCENARIO: Edwin De Vries. FOTOGRAFIE: Walther Vanden Ende. MUZIEK: Henny Vrienten. PRODUCTIE: Ate De Jong, Hans Pos, Dave Schram, Maria Peters. VERTOLKING: Isabella Rossellini, Maximilian Schell, Mariane Sägebrecht, Topol, Laura Fraser, Jeroen Krabbé, e.a. Nederland-België, 1998, kleur. Gedistribueerd door Polygram.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234