Woensdag 19/06/2019

'We vinden dat er stilaan

HET MACHTELOZE CYNISME VAN

genoeg tijd verloren is'

Carine en Gino Russo zijn de moeder en de vader van Mélissa. Na de gruwelijke ontdekkingen van augustus 1996 en de maanden daarna verwierven ze de status van 's lands meest aanbeden koppel van het land. De Russo's werd een verborgen politieke agenda toegedicht, maar die hebben ze niet. Vragen wel, steeds meer. 'In Neufchâteau sluit men nu al bepaalde pistes af, terwijl men vandaag nog niet eens weet waar, hoe en wanneer Julie en Mélissa zijn gestorven. Dat kan toch niet?'

ANNEMIE BULTE / DOUGLAS DE CONINCK

'Kijk, de oogst van één namiddag', lacht Carine Russo, terwijl ze een rol van wel twintig meter faxpapier achter zich laat wapperen in de living van de fermettewoning te Crotteux, Grâce-Hollogne. "Dit zou een geheim telefoonnummer moeten zijn. De faxen horen bij het Steuncomité aan te belanden. Maar het geeft niet. C'est sympa. Steunbetuigingen. Nog steeds."

Hoe staat het met jullie politieke ambities?

Gino Russo: "Wij hebben er geen. Nooit gehad. Het gerechtelijke onderzoek primeert, dat krijgt al onze aandacht. Niet zo lang geleden dacht ik nog: misschien over vijf jaar, na het proces... als het allemaal voorbij is. Hoewel. Het zal nooit voorbij zijn. Naarmate de tijd verstrijkt, beseffen we dat we de waarheid over wat er met Mélissa gebeurde misschien nooit zullen kennen. Ik vrees dat het dossier-Dutroux er zo een wordt als dat van de Bende van Nijvel."

Carine Russo: "We hebben het moeilijk gehad toen Paul Marchal zijn partij lanceerde. Plots wou men met ons over niets anders meer praten. 'En u? Wat gaat u doen in de politiek?' Dat was hard, omdat we niet de indruk wilden wekken dat de ouders verdeeld waren. Van zodra we duidelijk maakten dat we ons niet aansloten bij de PNPb, rees meteen de vraag: 'Met wie gaan jullie dan wel in zee?' En je moest antwoorden. Het leek alsof alle ouders van vermoorde of vermiste kinderen plots verplicht waren om politiek kleur te bekennen. Op een dag waren we het zo beu dat we gezegd hebben: oké, dit zijn wij, dit zijn onze ideeën... Toen zijn we naar een congres van Ecolo gegaan - we waren daar uitgenodigd. We wilden hen steunen, onder meer voor hun werk in de commissie-Verwilghen. Steunen, niet participeren."

Gino: "Ik wens Paul veel stemmen toe. Hij gaat zijn weg, ik de mijne. Maar we blijven altijd vrienden. Wat we samen hebben beleefd, gaat veel dieper dan dit."

Hoe staat het met het onderzoek?

Gino: "Vorige week hadden we voor het eerst samen een langdurig onderhoud met onderzoeksrechter Langlois. Hij deelde ons mee dat het onderzoek naar wat er gebeurd is met Julie en Mélissa binnen afzienbare tijd zal beginnen. Het zal in totaal zeker twee jaar duren. Ja, je hoort het goed. Men gaat beginnen. Langlois was wel heel voorkomend en zo. Hij heeft een vergadering met de chefs d'enquête en hemzelf voorgesteld. We zullen zien wat het geeft."

Carine: "Hij legde ons uit dat het zijns inziens beter is om chronologisch te werk te gaan, omgekeerd terug in de tijd. Eerst de ontvoering van Laetitia, dan die van Sabine, dan die van An en Eefje en dan pas die van Julie en Mélissa. Het luik-An en Eefje zou rond deze tijd bijna afgerond zijn."

Gino: "Ik zie niet in wat hen ervan weerhoudt om meer dan één ontvoering tegelijk te onderzoeken. Maar wat wil je dat we eraan doen? Moeten we met een machinegeweer het justitiepaleis van Neufchâteau binnenstormen?"

Jullie klinken alsof het opnieuw 1995 is, ten tijde van Martine Doutrèwe in Luik.

Gino: "Daar gaat het ook steeds meer op lijken. Maar het is niet echt hetzelfde. Toen zochten we de meisjes, nu zoeken we de waarheid."

Carine: "In Neufchâteau sluit men nú al bepaalde pistes af, terwijl men nog niet eens weet waar, hoe en wanneer Julie en Mélissa zijn gestorven. Dat kan toch niet? Dutroux beweert dat ze in de kelder van honger zijn omgekomen omdat Michelle Martin tijdens zijn gevangenschap zou hebben verzuimd om hen eten te brengen. (Dutroux verklaarde dat hij Julie en Mélissa nog in leven aantrof na zijn vrijlating op 20 maart 1996, maar dat ze heel kort daarna overleden, nvdr). Of dat steek houdt, kan worden nagetrokken door wetenschappelijk te laten onderzoeken hoelang een kind in zo'n gesloten ruimte kan blijven leven zonder voedsel en water. Zo'n rapport is er nog steeds niet."

Gino: "Ik vind dat er stilaan genoeg tijd verloren is. Een reconstructie van de ontvoering zelf kan al niet meer, want op de brug waar het gebeurde is het decor veranderd: men heeft er een stuk van afgebroken. Wij hebben gevraagd om op zijn minst al een reconstructie te doen van de periode in de kelder van Marcinelle."

Carine: "Op zeker moment verklaart Michelle Martin dat ze eind december 1995 in de kelder is afgedaald en de verborgen klapdeur trachtte te openen. Die zou dan uit haar hengsels zijn gevallen. Nadien is de deur hersteld, want de kooi is gebruikt voor Sabine en Laetitia. Later, na augustus 1996, is die deur tijdens een huiszoeking nogmaals uit haar hengsels gevallen. Toen hadden ze zes mannen nodig om het ding terug op zijn plaats te krijgen. Dat staat in verslagen van de commissie-Verwilghen. Moeten wij geloven dat Dutroux het in zijn eentje gedaan heeft? Of samen met Michelle Martin? Hoe kon zij, toch niet echt een zwaargewicht, die enorme deur doen vallen?"

Gino: "Je had dat ding moeten zien. Bakstenen, bekleed met een zwaar ijzeren rek. Dat men na twee jaar nog altijd niet de moeite heeft genomen om de verklaringen van Martin materieel na te trekken, gaat er bij ons niet in."

Voor jullie zijn er meerdere indicaties dat Dutroux nog andere medeplichtigen had?

Carine: "Voor ons is het belangrijk om te weten wie op de hoogte was. Wie heeft geholpen met die deur?"

Gino: "Wat ons ook stoort, is dat we dit moeten halen uit het op zich maar beperkte deel van het dossier dat we mogen inkijken."

Carine: "Wij zijn dan nog geprivilegieerd. Als ik hoor hoe Tiny Mast vandaag nog steeds aan het procederen is, dan vrees ik dat de wet-Franchimont, die op 1 oktober in werking treedt, op dat vlak weinig zal veranderen. We kunnen ons dus wel een beeld vormen van wat Dutroux, Martin, Lelièvre en Diakostavrianos verklaren. We zien de ongerijmdheden in de verhoren, dat wel. Maar daar blijft het bij."

Stelden jullie daarover vragen aan Langlois?

Carine: "Ja, we mochten zoveel vragen stellen als we wilden... maar het antwoord is altijd hetzelfde. Het onderzoek rond Julie en Mélissa moet nog beginnen. Het is voor later - altijd voor later. Intussen wordt alles stilletjes toegedekt, valt de stilte over het onderzoek, sluit men pistes naar mogelijke medeplichtigen af... Men vraagt ons soms: gaat het, zo zonder advocaat? Maar waarvoor zouden wij op dit ogenblik een advocaat nodig hebben?"

Gino: "We hebben lang met Victor Hissel gediscussieerd alvorens hij besloot om zich terug te trekken. We kwamen samen tot de conclusie dat de situatie voor hem niet langer houdbaar was en het onderzoek eigenlijk toch al naar de bliksem was."

Jullie lijken erg gebeten op de media, ooit jullie belangrijkste medestanders.

Gino: "Er is, op enkele uitzonderingen na, helemaal geen druk meer vanwege de pers om te helpen achterhalen wat Julie en Mélissa overkwam - integendeel. Het ligt allemaal in de lijn van de beruchte uitzendingen van Au Nom de la Loi op de RTBF-televisie. Dutroux zegt dit, Martin zegt dat, er zijn geen netwerken... Dat wordt allemaal klakkeloos overgenomen en als de enige waarheid verkocht. Elke zin voor kritiek is verdwenen. Goed, Langlois zegt ons dat hij zeker nog twee jaar werk heeft om alles te onderzoeken, maar we voelen nu heel duidelijk aan dat men het dossier wil uitzuiveren om enkel datgene over te houden wat het beste uitkomt voor een eenvoudig assisenproces tegen Dutroux, Martin en Lelièvre."

En dan?

Gino: "Dan doen ze het maar zonder ons... Als het deze richting blijft uitgaan, doen we niet mee. Wij spelen niet in het theater, wij zijn geen acteurs. En een advocaat betalen om een act op te voeren op een proces met valse schuldigen waar slechts een deel van de waarheid aan het licht mag komen, nee... Ik ben het beu om te moeten luisteren naar de analyses van mensen die nog nooit een proces-verbaal hebben gelezen, die geen toegang hebben tot het dossier, er niks van kennen en die maar herhalen wat Pierre, Paul et Jacques hebben gezegd. Laatst was er dat boek L'enquête Manipulée van René-Philippe Dawant, een medewerker van Au Nom de la Loi..."

Carine: "Hij schrijft dat wij ons schuldig gemaakt hebben aan dérapages. Als je dan ziet in welke liefhebbende bewoordingen hij lui als Nihoul en Diakostavrianos beschrijft..."

Gino: "Het boek stoort me niet, integendeel, het bewijst ons een dienst. Enkele maanden geleden heb ik me er tijdens het debatprogramma Controverse op RTL al over beklaagd dat bepaalde pistes niet worden onderzocht. De volgende dag werden Carine en ik ondervraagd door de gerechtelijke politie van Luik. We werden zelfs met elkaar geconfronteerd. Men trok de juistheid van mijn verklaringen niet in twijfel, men wilde enkel weten waar ik mijn informatie vandaan had. Daarop heeft de Luikse procureur Anne Thily de cel-Pampers opgericht, een onderzoekscel die zich met niets anders bezighoudt dan met het opsporen van lekken in Neufchâteau. Alle speurders worden heel nauwgezet in de gaten gehouden. Daar steekt men wel energie in. Nu, Dawant maakte voor zijn boek gebruik van een beperkt aantal processen-verbaal à decharge van de verdachten. Normaal zou hij verhoord moeten worden door de cel-Pampers. Bij mijn weten is dat niet gebeurd. Daarom: als de lekken vrij zijn voor hem, dan ook voor ons."

"Ik heb een klein uittreksel gekopieerd uit een van de verhoren van Dutroux. Luister. Het gaat over een experiment dat hij uitvoerde met een van zijn kompanen: 'Ik heb rohypnol gegeven aan Olivier Preels, drie of vier pilletjes. Ik heb hem zien vliegen! Ik heb er hem de volgende morgen over gesproken. Hij herinnerde zich niets meer. Ik heb hem opgevolgd om de effecten van rohypnol te analyseren.' Dat zijn de woorden van Marc Dutroux. Nu schermt men met de getuigenis van Sabine Dardenne, waarin ze zegt dat ze in zijn huis niemand gezien heeft behalve Dutroux en Lelièvre. Dat is dan het ultieme bewijs dat er geen medeplichtigen waren. Hoe kan Sabine weten wat haar is overkomen, na alles wat Dutroux haar deed slikken? Ik stel de vraag waarom de speurders niet voortwerken op deze verklaring van Dutroux."

Tijdens huiszoekingen bij Dutroux zijn 893 capsules rohypnol gevonden.

Gino: "Hoe wil je dan dat wij nog vertrouwen hebben in Langlois, wanneer hij met zulke dingen geen rekening wil houden en niets anders wil horen dan dat Dutroux een geïsoleerde psychopaat is?"

Carine: "Het blijft een mogelijke hypothese natuurlijk. Zolang het onderzoek niet afgelopen is, blijft het te vroeg om de ene of de andere hypothese uit te sluiten. Maar gezien de feiten waarvan wij kennis hebben, is het een moeilijke hypothese." Gino: "Oh, er zitten tal van verklaringen in het dossier van mensen die Julie en Mélissa na hun ontvoering nog hebben gezien. Sommige van die getuigenissen lijken ons heel pertinent, maar men deed er tot nu toe niets mee. Omtrent Bernard Weinstein zijn er getuigenissen over mensen die voor zijn huis met dure, vaak buitenlandse wagens af en aan reden. Wie waren die lui? Het onderzoek blijft nu gewoon steken in het stadium waarbij niemand iets gezien heeft, waarbij de kinderen nooit een teken van leven zouden hebben gegeven en waarin Dutroux doodgemoedereerd verklaart: 'Ik weet van niks, ze hebben ze mij gebracht.' Nu, in elk geval spreekt het autopsierapport de versie van Dutroux - die nu richtinggevend is voor het onderzoek - compleet tegen."

Jullie hebben het autopsierapport kunnen lezen?

Gino: "Ja, enkele maanden geleden al."

Dat was een schok?

Gino (zucht en knikt): "Het zal niet de laatste schok zijn. Ik vind dat je sterk moet zijn. Je moet tot het einde doorgaan, niet halfweg terugkeren. Het dient tot niets om het voor jezelf te verdoezelen en te doen alsof het niet bestaat. Maar dat autopsieverslag is iets dat men niet kan wegmoffelen, denk ik. Dus wachten we rustig af. Men kan niet naast de feiten blijven kijken. Vroeg of laat zal men toch moeten toegeven dat Marc Dutroux niet de geïsoleerde pervert is die men zo graag van hem wil maken."

Sommigen menen dat de zaak-Dutroux een fait divers was dat nooit zoveel aandacht zou hebben gekregen indien het zich niet in de zomer had afgespeeld.

Gino (cynisch): "Wel ja, het gebeurt elke dag dat men kinderen ontvoert, ze in een kelder opsluit en ze vermoordt. Het gebeurt ook elke dag dat de politie daders én slachtoffers op het spoor is maar niets onderneemt."

Zijn jullie tevreden over de politiehervorming?

Gino: "Voor alle duidelijkheid, wij hebben nooit gevraagd dat de politiestructuur zou worden hervormd. We hebben gevraagd dat ze zou werken. De nieuwe structuur garandeert dat helemaal niet. Ik vind het delicaat om over individuele sancties te praten. Het neigt naar wraak, rancune. Maar in feite is dit de grote les: in het onderzoek van de verdwijning van Julie en Mélissa is alles prima verlopen. Het uitblijven van wat voor sanctie ook betekent eigenlijk dat het politieke en gerechtelijke establishment zonder meer aanvaardt dat vier meisjes op deze manier sterven. Dat men vindt dat al de mensen uit het onderzoek - van Lesage tot Legros, Decraene en zelfs Michaux - puik werk hebben geleverd. Als dat de redenering is, dan kan je om het even welke nieuwe politiestructuur uitwerken, het zal weinig veranderen. Wat kon er in godsnaam nog meer fout lopen dan in dit onderzoek? Dat is toch allemaal tot in de details aangetoond?"

Wanneer voelden jullie het klimaat keren?

Gino: "Op zondag 15 februari 1998, de dag waarop wij in Brussel de Mars tegen de Wet van de Stilte organiseerden. In de pers was sprake van 25.000 manifestanten, maar dat was fout. Er waren minstens twee keer zoveel mensen. Die manifestatie is op tien dagen tijd in elkaar gebokst, er werd bijna geen ruchtbaarheid aan gegeven. Toch stonden ze daar, al die mensen. Welke beweging in België kan dat? Van die dag af heb ik de vijandelijkheid voelen groeien. Met die actie hebben we de verlenging van het mandaat van Connerotte verkregen. Ik kan je verzekeren dat ons dat in Luik niet in dank is afgenomen. Men is toen een paar versnellingen hoger gegaan. De commissie moest er absoluut mee ophouden. En hoe sommige media spuwden op speurders in Neufchâteau, dat was enorm."

Carine: "Ik had schrik van die manifestatie. Ik vreesde voor een lage opkomst. En toch. Op een moment waarop iedereen dacht dat we niet zo alert meer waren, bewezen we dat het thema nog steeds heel intens leefde."

Er is daarna, bij de voorstelling van het tweede commissierapport in de Kamer, een incident geweest.

Carine: "Ik ben toen even de controle over mezelf verloren."

Gino (lachend): "Ja, je hebt daar met luide stem 'espèce de pourri' geroepen tegen Dehaene."

Carine: "Het was kort nadat hij de ouders zijn 'verontschuldigingen' had aangeboden. Marc Verwilghen had hem daartoe eerst expliciet moeten aanmanen. Nu, hij had de woorden eindelijk over zijn lippen gekregen - in het Nederlands, enkel in het Nederlands, ook al zag hij ons heel goed staan - en hij ging weer op zijn plaats in het halfrond zitten. De tv-camera's waren op hem gericht en hij zat met een air van gewichtigheid om zich heen te kijken. Zodra dat niet langer zo was, begon Dehaene te grappen en te grollen, stoer te doen tegenover de kamerleden achter hem: 'Voilà, ik was het niet van plan, maar ik heb het voor het gemak toch maar gezegd'."

Gino: "Hij gedroeg zich alsof hij op de vismarkt stond, alsof ze de eerste maatjes aan het proeven waren. Terwijl hier een parlementair debat aan de gang was over een falend systeem dat meerdere kinderen een verschrikkelijke dood heeft gekost. Het was schokkend."

Carine: "Ik vroeg aan de bodes of ik kon reageren. 'U kunt eventueel een bericht neerschrijven en dat kunnen wij dan later overhandigen', zeiden ze. Wel, dan doe ik het maar van hieruit, besloot ik. Het was sterker dan mezelf. Ze hebben me meteen uit de publieksbanken laten verwijderen."

Gino: "Kamervoorzitter Langendries heeft ons toen apart ontvangen. Twee uur lang heeft hij met ons zitten praten, héél vriendelijk, zich verontschuldigend voor het gedrag van Dehaene."

Carine: "Achteraf begreep ik waarom Dehaene zo deed. Het kon hem niet meer schelen. Het was afgelopen, de zaak-Dutroux was van de politieke agenda af. De lol kon niet op. En dat is ook de situatie tot vandaag. Stilte. Niet meer over praten. Vergeten."

CARINE EN GINO RUSSO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden