Dinsdag 31/01/2023

We staan voor een nieuwe bloeiperiode

Kapitalisme gaat goede kant uit, zegt Nicolaj Kondratieff

Binnenkort kan u op de beurs beleggen zonder schuldgevoelens. De belangen van de reële en de financiële economie zullen weer gelijklopen. Zo luidt de blijde boodschap van sovjetstatisticus Kondratieff, in de versie van Luigi Scandelli van de BBL-studiedienst.

Toen Louis Schweitzer de fabriek in Vilvoorde sloot, schoot de koers van Renault omhoog op de Parijse beurs. Het aandeel van de Nederlandse elektronicareus Philips krijgt klappen als de resultaten tegenvallen, maar het veert altijd op als topman Cor Boonstra weer met een lijstje ontslagen komt. Blijkbaar is andermans ongeluk de beste motor voor beurssucces. Een goede belegger moet een wat perverse geest hebben. Alleen is die situatie zeer tijdsgebonden. Het goede nieuws is dat de tijden aan het veranderen zijn. De reële economie staat voor een nieuwe bloeiperiode van minstens twintig jaar. Wat goed is voor de economie, zal dan ook goed zijn voor de beurs. Beleggen in aandelen die de economische groei bevorderen, wordt de beste toekomststrategie.

Postuum komt deze boodschap ons uit een Siberische goelag toegewaaid. Ze komt uit het brein van Nikolaj Dimitrevitsj Kondratieff. Maar ze werd wel grondig geactualiseerd door Luigi Scandella van de studiedienst van de BBL. Kondratieff is immers al dood van in 1938.

De basisideeën van de lange golven van Kondratieff zijn algemeen bekend. Die stellen dat de economie - eigenlijk de moderne westerse economie - zich op en neer beweegt in golven van zo'n vijftig jaar. De meeste vorsers zijn het er nu over eens dat we sinds de vroege 16de eeuw al tien Kondratieff-golven gekend hebben. De precieze meting van jaar tot jaar kan verschillen, maar in grote trekken komt het erop neer dat de economie verloopt in golven van 25 jaar neergang en 25 jaar expansie. Nu kan het dieptepunt van een crisis of het hoogtepunt van een expansie maar achteraf precies bepaald worden. Zo kan een golf wel eens twintig of dertig jaar duren en zullen er altijd wel discussies zijn over de exacte omslagpunten van een opgaande naar een neergaande cyclus en omgekeerd.

Maar Luigi Scandella gelooft wel zeer sterk in de geldigheid van de Kondratieff-golven. Dit jaar publiceerde hij een boek over de materie: Le Kondratieff- Essai de théorie des cycles économiques, Parijs, Economica, 1998. In het oktobernummer van de Financiële Berichten van de BBL publiceerde hij een synthese van zijn visie. Wat de zaak voor beleggers zo boeiend maakt, is dat Scandella in een vorig leven nog beursanalist geweest is. Nu is hij in de eerste plaats een studax, maar dan wel één die beleggingstheorieën een filosofische diepgang meegeeft.

Scandella vindt vooral de scharnierpunten van een Kondratieff-cyclus belangrijk. Dit zijn de momenten waarop een neergaande cyclus in een opgaande overgaat of omgekeerd. Hij stelt onomwonden dat we in een neergaande cyclus zitten: "Novoboch, Levi's, Philips en Renault spreken toch voor zich. Dit is toch geen teken van economische bloei. Ons belangrijkste probleem blijft de werkloosheid. Herstructureren, inkrimpen, rationaliseren en delocatie zijn nu toch modewoorden. Probeer de consumptie maar eens aan te wakkeren in tijden van hoge officiële en verdoken werkloosheid." Bankiers en marxisten zijn het dikwijls roerend eens. Alleen hun conclusies durven wel eens radicaal verschillen.

In Scandella's analyse van de lange golf zaten we in een opgaande cyclus sinds 1933. Alleen WO II zorgde voor een breekpunt, maar nadien liep de opgaande cyclus gewoon verder, met de zware industrie die gestimuleerd werd door de wederopbouw en met de triomf van de consumptiemaatschappij - onder meer door de komst van de televisie. Nieuwe uitvindingen stimuleerden de consumptie en consumptie de productie.

De klap kwam met de oliecrisis. De economische groei daalt. Maar de investeringen nemen niet onmiddellijk af. De hoge inflatie zorgt voor een negatieve reële rente (de inflatie was hoger dan de rente). Dit maakte dat investeringen goedkoop uitvielen. De inflatie holde hun kost uit. Maar door die investeringen bij een gedaalde vraag werd het productieapparaat te groot. In die omstandigheden nam de productiviteit af. Het was een situatie waarin aandelenbeleggingen echt niet aantrekkelijk meer waren.

Uit de KBC-studie over 25 jaar beleggen op de Brusselse beurs (zie vorige week) blijkt dat obligaties in de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig een minder slechte keuze waren dan aandelen.Maar beleggers met enig geheugen zullen het toch moeilijk hebben om ook de rest van de jaren tachtig als crisisjaren te omschrijven. Ook de jongste tijd mogen ze toch echt niet klagen. Ook daar heeft Scandella een mooie uitleg voor. Crisis betekent niet dat niemand nog geld kan verdienen. Kapitaal dat geen weg meer vindt in de reële economie zoekt zijn weg naar de financiële markten.

In de eerste helft van de jaren tachtig hadden industriële bedrijven het zeer moeilijk om nog een briljante jonge econoom te strikken. Die wilden allen naar Wall Street. Het was de tijd van de grote overnames. Ondernemingen met overtollig vet werden overgenomen door asset strippers. Deze hakten de bedrijven in mootjes en verkochten de delen. Dikwijls lieten ze het slachtoffer voor zijn eigen overname betalen door rommelobligaties of junk bonds. Het overgenomen bedrijf gaf dan hoogrentende obligaties uit waarmee de nieuwe bazen de overname financierden. Junk-bondkoning Michael Milken van Drexel Burnham Lambert en Gordon Gekko uit Wall Street zijn eigenlijk typische figuren uit de tweede fase van een neergaande economische cyclus. Het yuppiedom is dus geen verschijnsel uit een economische bloeiperiode, integendeel.

Anderzijds moeten bedrijfsleiders zich, gedwongen door de omstandigheden, dikwijls onsympathiek gedragen. De toestand van de economie maakt dat er Schweitzers of Boonstra's opstaan. Het wordt een compliment om te zeggen dat een bedrijf Lean and mean is. Het is zijn 'ballast' kwijt. In die ballast zitten heel wat werknemers. Maar de winstmarges worden hersteld en dat charmeert de beleggers.

Tot zover de korte cursus 'geld verdienen aan de crisis'. Het goede nieuws vanwege Kondratieff, via Luigi Scandella, is dat de crisis bijna voorbij is. We zitten in een overgangsperiode. Scandella vindt het zeer positief hoe overal voor renteverlaging en consumptiestimulering geijverd wordt. Het is niet voor niets dat in Europa in de meestelanden sociaal-democraten in de regering zitten. De bevolking is de crisis na 25 jaar beu. Bovendien is de roep om groeistimulansen niet zomaar een links monopolie. Ook de Amerikaanse Nobelprijswinnaars Franco Modigliani, een beleggingstheoreticus, en Paul Samuelson pleitten voor renteverlaging. Zelfs de conservatieve voorzitter van de Federal Reserve, Alan Greenspan treedt hen bij.

De nieuwe opgaande cyclus zal gekenmerkt worden door investeringen in de infrastructuur en het productieapparaat. Als het geld daartoe ruim aanwezig is, kan het proces op gang komen. Nieuwe uitvindingen krijgen dan een kans. Ze moeten de consumptie weer stimuleren.

Wat ons de volgende 25 jaar aan het consumeren zal zetten, wil Scandella nog in het midden laten. Maar hij gelooft wel dat de nieuwe opgaande cyclus al in 1999 van start kan gaan. Japan zou wel eens vlugger uit het dal kunnen kruipen dan gevreesd wordt. Als de economie herneemt, wordt een aantal onderpanden in de financiële sector weer meer waard. De bankencrisis is niet onoplosbaar. Verder kunnen nieuwe groeisectoren makkelijk en goedkoop geld vinden. Door de nog steeds grote werkloosheid, zal de loonkost lange tijd onder controle blijven. De bedrijfswinsten zullen dus mooi kunnen groeien. Alleen zullen de kampioenen nu de industrieën zijn die voor economische groei zorgen. De kostenbespaarders zullen hopeloos uit de mode zijn. De belangen van de beleggers zullen dus gelijklopen met die van de economie.

Volgens sovjetstatisticus Nikolaj Dimitrevitsj Kondratieff (1892-1938) is de crisis bijna voorbij

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234