Zondag 19/09/2021

‘We peuteren allemaal in elkaars open wonden’

Elton John noemt hem de beste songschrijver ter wereld, en zowel Thom Yorke als Lou Reed zijn fans voor het leven. Maar zelf ziet zanger Rufus Wainwright zich in de eerste plaats als de messias van de homogemeenschap. Hij schrikt er niet voor terug om in hotpants op het podium te staan, koestert een zwak voor drama en theater, en heeft - met het onder de superlatieven bedolven Prima Donna - zopas zijn eigen opera geschreven. Tegelijk is hij nog bezig met de dood van zijn eerder dit jaar overleden moeder te verwerken, de folkzangeres Kate McGarrigle. ‘Soms zou ik willen dat ze in haar leven meer pijn had geleden. Dan zou ik het nu makkelijker hebben om haar dood te aanvaarden.’DOOR BART STEENHAUT / FOTO ALEX VANHEE

Rufus Wainwright

over de dood van zijn moeder Kate McGarrigle

ufus Wainwright stapt van het podium in de Three Mills Studios. In dit enorme zalencomplex even buiten Londen worden doorgaans films van James Bond opgenomen, en met een beetje geluk kom je er Madonna of Robbie Williams tegen, die hier hun vaste repetitieruimtes hebben. Wainwright is in huis om de voorbereidingen van Prima Donna te overzien, zijn eerste opera die straks in een gereviseerde versie opnieuw in première gaat. “Vorig jaar waren de reacties weliswaar goed, maar ik vond dat de regisseur noch de dirigent het niveau haalden dat ik voor ogen had. Die heb ik dus moeten ontslaan. En als ik zie hoe vlot het nu loopt, weet ik dat het de juiste beslissing was. Tijdens de doorloop daarnet voelde ik me de gelukkigste mens ter wereld, tot ik weer dacht aan de enorme tragedie die de familie momenteel beleeft.”

Op 18 januari overleed zijn moeder Kate - de helft van het folkduo Kate & Anna McGarrigle - na een lange strijd tegen kanker. Dat aftakelingsproces heeft een onuitwisbare indruk nagelaten op zijn gloednieuwe cd, waar de anders zo theatrale Wainwright zichzelf uitsluitend begeleidt op vleugelpiano. “Het afgelopen jaar is die piano mijn steun en toeverlaat geweest”, stelt hij stilletjes. “Het was de enige plek waar ik naartoe kon vluchten zonder dat me iets kwalijk werd genomen. Ik was op tournee, werkte aan mijn opera en waakte aan het bed van mijn moeder. Af en toe had ik gewoon wat ruimte voor mezelf nodig. En ik kon alleen daar terecht. Bovendien: ik ben altijd erg onzeker geweest over mijn pianospel. Ik speel weliswaar heel muzikaal, maar mijn technische merites zijn op z’n minst betwistbaar.”

Tijdens een van onze vorige gesprekken beklemtoonde je dat je moeder niet alleen je grootste fan was, maar ook je meest genadeloze criticus. Wat nu?

“Die vraag stel ik me ook vijfhonderd keer per dag. Toen ze net dood was, ben ik enorm kwaad geworden op mijn hele familie. Ik nam het iedereen kwalijk dat ze er niet meer was, en zowel mijn vader, mijn tante als mijn zussen moesten het ontgelden. Ik lag hele dagen in bed en wentelde me in mijn eigen pijn. Tot ik besefte dat ik compleet gek aan het worden was, en het roer moest worden omgegooid. Dat was twee dagen voor ze begraven zou worden. Toen ben ik op mijn Blackberry een lijkrede beginnen schrijven, en ik voelde haast onmiddellijk haar aanwezigheid. Ze heeft het altijd belangrijk gevonden dat we met de hele familie zouden overeenkomen. En ik doe een inspanning om die wens in leven te houden. In zekere zin is mijn moeder vandaag nuttiger voor mij dan toen ze nog leefde. Omdat ik het gevoel heb dat ze er nu meer voor me is dan toen ze nog ziek was. Alsof ze voortdurend over mijn schouder kijkt.”

Je moeder leed al een jaar of vier aan kanker. Hoe heb je die periode ervaren?

“Soms kon ze op korte tijd enorm achteruitgaan, en een paar keer ben ik ervan overtuigd geweest dat ze het einde van de week niet meer zou halen. Maar dan leefde ze plots weer op en was ze zelfs sterk genoeg om opnieuw op het podium te staan. Een maand voor haar dood heeft ze nog opgetreden. Het was onwezenlijk om haar voortdurend van het ene uiterste naar het andere te zien kantelen.”

Ik vermoed dat je het einde wel een beetje had zien aankomen. Maar was je ook voorbereid op haar dood?

“(blaast) Nee. Ik was dag en nacht bij haar, maar al bij al zei ze nooit zoveel. Over de dood wilde ze niet praten. Er zijn momenten geweest dat ik het wat belachelijk vond dat we uren naast haar waakten zonder dat er een woord werd uitgesproken, maar zij vond het gewoon een geruststellende gedachte om omringd te worden door haar familie. En nu denk ik dat het ook de juiste manier was om haar naar het einde te begeleiden. Want zo voelde het echt. Het leek alsof ze me meenam naar de rand van de afgrond voor ze besloot om naar beneden te springen. Natuurlijk was ik gechoqueerd en van mijn stuk gebracht toen ze stierf. Maar ik ben wel blij dat het zo gebeurd is.”

Was het een troost te beseffen dat ze tenminste geen fysieke pijn meer had?

“Ja. En nee. Want het ergste is dat ze al bij al niet eens zo veel geleden heeft. Ik heb mezelf al eens betrapt op de gedachte dat ze beter wat meer pijn had gehad, want dan zou ik me nu gemakkelijker over haar dood kunnen zetten.”

Dat snap ik, maar het klinkt wel ontzettend egoïstisch.

“I know. Nu, iedereen die haar gekend heeft zal je vertellen wat voor een buitengewone, magische vrouw ze was. Ik had altijd al het gevoel dat ze met één voet in de andere wereld stond. Ze had iets van een heks, op dat vlak. (lacht) Ze zong vaak over de dood, bracht graag tijd door op begraafplaatsen, en was altijd erg van slag als er mensen stierven die ze goed gekend had. Ze las ook heel macabere poëzie. Ik troost me dus met het idee dat ze nu misschien wel op de plek is waar ze zich echt thuis voelt, dat ze eindelijk haar natuurlijke habitat gevonden heeft.”

Over je vader, de singer-songwriter Loudon Wainwright, zing je ergens dat ‘er niet zoveel tijd meer is om kwaad te blijven op elkaar’. Het is een publiek geheim dat jullie jarenlang op gespannen voet hebben geleefd. Heeft de dood van Kate jullie weer dichter bij elkaar gebracht?

“We zijn wel closer geworden, al is er nog steeds geen peil op hem te trekken. Op een paar minuten tijd kun je hem zien omslaan van de warmste man ter wereld naar de meest kille en afstandelijke. Het komt er dus op aan om op je hoede te blijven. Maar hij was wel een rots in de branding toen mijn moeder stierf. En achteraf vond Loudon ook weer meteen de energie om verder te gaan met zijn eigen leven. Anna, de zus van mijn moeder, had dat ook. Die hebben inmiddels een leeftijd bereikt dat ze niet meer te lang willen stilstaan bij de dood, omdat ze beseffen dat hun tijd ook aan het wegtikken is. Voor mijn generatie - en dus ook voor mijn zus - was het een veel grotere opdoffer om de dood zo dichtbij te zien komen.”

Ik heb jouw vader een paar keer gesproken, en mijn theorie is dat jullie te veel hetzelfde karakter hebben om echt goed met elkaar te kunnen opschieten.

“Gek dat je dat opmerkt, want dat zegt mijn zus ook. Ik moet trouwens zeggen dat ik ondanks onze gespannen relatie ontzettend veel van hem geleerd heb. Mijn vader is een taaie vent. Hij heeft me er altijd voor gewaarschuwd dat het leven een parcours vol hindernissen is, en dat je zelf je weg moet uitstippelen. Succes krijg je niet cadeau. Daar moet je voor vechten. En telkens ik voor een grote beproeving sta, denk ik aan mijn vader, en probeer ik mezelf moed in te spreken. ‘Komaan Rufus. Wees een vent, zoals je vader.’ Maar dat mag je hem nooit vertellen.”

Hield je hem voor ogen toen je een jaar of vijf geleden van de drugs bent afgekickt?

“Meer nog: hij is de reden waarom ik er destijds mee gestopt ben. Al is mijn vader in die periode keihard voor me geweest. Hij liet heel duidelijk voelen dat ik bij hem op weinig sympathie hoefde te rekenen, dat hij aan mijn verslaving niks glamoureus vond. Hij had zijn zus en zijn vader zien kapotgaan aan de alcohol, dus de symptomen kwamen hem bekend voor. Maar zodra ik besloten had om af te kicken, was hij de eerste om me te steunen en heb ik heel veel aan hem gehad.”

Buitenstaanders kunnen de ontwikkeling van de onderlinge relaties bij de Wainwrights volgen aan de hand van de liedjes die jullie allemaal over elkaar schrijven. Je zus zingt bijvoorbeeld een nummer over haar vader dat ‘Bloody Mother Fucking Asshole’ heet, en jij hebt je op dat vlak ook nooit ingehouden. Er heerst nogal wat emotioneel exhibitionisme in de familie.

“We zien onszelf allemaal heel graag, dat is waar. Maar ik hoop dat je - ondanks het feit dat niemand gespaard wordt in de nummers - toch voelt dat we allemaal erg onder de indruk zijn van elkaars talent. Tegelijk weet ik ook wel waar ik als songschrijver mee bezig ben. Wanneer ik zoals nu een song opneem die ‘Martha’ heet, weekt dat meteen een heleboel reacties los op het internet.”

Er zit dus een strategie achter.

“Dat speelt mee, maar tegelijk hebben we ook een hechte relatie, en brengen we ontzettend veel tijd met elkaar door. Zeker nu. Maar waar dat nummer écht over gaat, is dat je pas te weten komt hoe hecht de band tussen broers en zussen is als je beseft dat je ouders je zullen verlaten, en je plots zelf tot de generatie behoort waarin vroeg of laat gesnoeid zal worden. Martha en ik zijn elkaars sterke schouder, al voelen we het ook wel aan wanneer we elkaar wat ademruimte moeten geven. Terwijl onze moeder in het ziekenhuis lag, beviel Martha zelf van een zoontje dat veel te vroeg geboren werd. Het heeft er even heel slecht uitgezien, maar intussen is alles gelukkig goed gekomen. Alleen: zelfs ik kan niet begrijpen hoe ze daar mentaal niet helemaal onderdoor is gegaan. Het was de zwaarste periode in haar leven, en de bewondering voor mijn zus is er nog groter door geworden. Ik heb mijn cd nu ook aan haar opgedragen.”

Doordat je zo'n openhartige songschrijver bent, kregen je ouders de intiemste details te horen over jouw drugsverslavingen en seksavonturen. Dingen die een doorsneeouder niet gauw over zijn kind te horen krijgt. Je eerste platen moeten, zeker voor je moeder, erg confronterend zijn geweest.

“Dat is waar. Telkens ze ‘Dinner at Eight’ hoorden, begonnen ze te huilen. Uit schuldgevoel. Dat nummer gaat over hoe ik me als kind vaak alleen en achtergelaten voelde, en dat hebben ze erg persoonlijk genomen. Tranen! Drama! (lacht) Ik heb mijn vader nog gezegd dat ik het niet zou opnemen als hij het te intens vond, maar dat heeft hij me zelf uit het hoofd gepraat. Op zijn platen staan nummers zat waarmee hij de wonden van andere mensen weer open kotert. De mijne inbegrepen. En dat heeft hem ook nooit tegengehouden. Het is een familietrekje, vrees ik. (lacht)”

Je gaat nu voor het eerst sinds lang in je eentje op tournee met alleen een piano op het podium. Is dat jouw manier om te rouwen?

“Ja, al zal nog moeten blijken of het verstandig is om de dood van mijn moeder op die manier een plaats te geven. Het valt ook nog af te wachten of ik het mentaal zal volhouden om elke avond heel mijn emotionele huishouding om te woelen tijdens die twee uur dat ik op het podium sta. Voor hetzelfde geld wordt het te intens, ga ik er compleet aan onderdoor, en moet de tournee halver-wege worden geannuleerd. Eerlijk: ik ben zelf benieuwd hoe ik me zal voelen tijdens de optredens. De strijd tussen leven en dood is voor iedere artiest een onuitputtelijke bron van inspiratie.”

Heb je sinds haar dood al opnieuw op het podium gestaan?

“Een paar keer, en dat was heel... bijzonder. Er waren momenten dat mijn maag letterlijk samentrok, omdat ik zo diep in mijn eigen verdriet moest graven dat de pijn nog nauwelijks te dragen was. Eén keer ben ik bijna flauwgevallen. (denkt lang na) Ik wil het tenminste proberen. Ik zal de nummers voor mijn moeder in één cyclus uitvoeren, en aan het publiek vragen om tussen de nummers niet te applaudisseren. Wat stel je voor als artiest wanneer je geen enkel risico neemt? Niets, toch? Ik voel gewoon dat ik dit moet doen.”

Hoe hoog schat je jezelf in als artiest?

“Dat verschilt van dag tot dag. Soms sta ik mezelf een schouderklopje toe en denk ik dat ik echt iets van waarde heb gemaakt. Maar dan hoor ik een waan- zinnig nummer als ‘Somewhere over the Rainbow’ van Judy Garland en zinkt de moed me in de schoenen. Aan dat niveau zal ik nooit kunnen tippen. Maar de ambitie blijft om ooit iets te maken dat hetzelfde effect op andere mensen heeft als die muziek op mij. In de jaren dertig, veertig en vijftig werden wat mij betreft de mooiste liedjes geschreven. Toen had je tekstschrijvers en componisten die zich elk op hun eigen discipline toelegden, waardoor de som der delen vaak het geheel oversteeg. Zowel Broadway als Hollywood stonden op een hoogtepunt, en dus werd er ook echt kwaliteit verwacht. Als ik vandaag naar de radio luister, merk ik dat de lat een stuk lager ligt.”

Op de nieuwe cd staat met ‘Les Feux d’Artifice t’Appellent’ een Franstalige aria uit je opera. Komen er andere thema’s en emoties naar boven wanneer je in een andere taal schrijft?

“Uiteraard. Ik zeg dit niet graag tegen een Vlaming, maar ik vind Frans een prachtige taal. Toen ik van het Metropolitan in New York de opdracht kreeg om een opera te componeren zijn er helse discussies geweest omdat ze koste wat het kost wilden dat die in het Engels moest worden opgevoerd. Dat vond ik onaanvaardbaar, want wat mij betreft zijn de mooiste opera’s - Berlioz, Bizet - in het Frans gemaakt, en dat wilde ik ook. En dus ben ik opgestapt.”

De voorbije jaren ben je steeds verder van de conventionele popmuziek afgedwaald. Was je uitgekeken op de traditionele vierminutensong?

“Ja. Ik wilde weg uit een format waar kapsel en video’s belangrijker zijn dan inhoud. Ik merk trouwens dat Lady Gaga mijn vertrek uit de popmuziek heel goed heeft opgevangen. (lacht) Maar nu voel ik stilaan toch de behoefte om nog eens een echte popplaat op te nemen, voor ik definitief in de periferie verdwijn. (lacht) Ik heb muziek voor theater gemaakt, voor ballet, en die opera was een levensdroom die in vervulling ging. Weet je wat het ook was? Ik voelde me stilaan te oud om nog popmuziek te maken. Het is toch meer iets voor tieners, merk ik. Alleen: eigenlijk vind ik mezelf nog veel te sexy om het uitsluitend aan hen over te laten. Dus mijn volgende nummers zullen weer wat speelser worden. Wat jonger, ook.”

Iets anders. Het eerste wat de wereld van je wist, was dat je een tietenman bent. Toen je nog een baby was, schreef je vader namelijk het onsterfelijke ‘Rufus Is a Titman’. Was het een schok voor hem toen je homo bleek te zijn?

“Dat weet ik eigenlijk niet. We hebben het er nooit over, maar ik vermoed dat hij er geen probleem mee heeft. Mijn moeder vond het wel verschrikkelijk, terwijl ik natuurlijk degene was met wie ze voortdurend ging shoppen en cappuccino drinken. De meeste jongens die ontdekken dat ze zich tot mannen aangetrokken voelen, moeten eerst door een periode waarin ze zichzelf verachten. Dat is deels de reden waarom ik mezelf bijna om zeep heb geholpen door toe te geven aan al mijn verslavingen. Maar nu ben ik blij dat ik homo ben. En ik hoop dat die boodschap ook in mijn werk vervat zit.”

Een vraag waarvoor ik me meteen wil excuseren, omdat het nooit in me zou opkomen om aan een hetero te vragen in welke mate zijn geaardheid een impact heeft op de nummers die hij schrijft. Maar toch: heb je een zwak voor theatrale, dramatische songs omdat je homoseksueel bent?

“Dat spreekt toch voor zich? Ik merk dat journalisten vanuit een soort misplaatste politieke correctheid homo’s en hetero’s op dezelfde lijn willen plaatsen, maar dat is te belachelijk voor woorden, want het verschil tussen beiden is met geen woorden te beschrijven. Alleen al de kunst die ze maken, voelt heel anders aan. Dat is een van de redenen waarom ik zo openlijk voor mijn geaardheid ben uitgekomen: homo’s hebben altijd in de voorhoede van de hoge cultuur gestaan, ze zijn een stuk extremer in hun opvattingen over kunst. Ik ben trots, niet alleen omdat ik beïnvloed ben door hele generaties homokunstenaars, maar nog meer omdat ik intussen zelf een deel van die traditie ben geworden.”

Het klopt alleszins dat er in de popmuziek nooit eerder iemand zo openlijk over homoseksualiteit heeft geschreven als jij.

“Vind je dat niet vreemd? Door de jaren is nochtans een hele stoet homosongschrijvers de revue gepasseerd. Rogers & Hart, Cole Porter, Tsjaikovski... de lijst is eindeloos. Alleen heeft Amerika het niet op homo’s begrepen. Bush was een homofoob, hé? De mensen die zijn campagne destijds hebben gesteund haten homo’s nog meer dan terroristen. Die leven in hun hoofd namelijk aan de andere kant van de wereld, terwijl je zelfs in het kleinste Amerikaanse stadje jonge homo’s ziet rondlopen. Ik voel me echt bedreigd als ik zie hoe snel de mentaliteit verandert. Amerikanen geven zichzelf uit voor liefhebbende christenen, maar als het er echt op aankomt, ben ík de vijand. Daarom acht ik het mijn plicht om openlijk over dit soort thema’s te praten, en mezelf zo zichtbaar mogelijk op te stellen. Al kan ik niet ontkennen dat het een pak van mijn hart was toen Obama werd verkozen. Het feit dat hij zelfs in zijn openingsspeech naar gelijke rechten voor homoseksuelen verwees, vond ik een kantelmoment.”

Dat ben ik met je eens, maar tot nog toe ben je toch een van de weinigen die homoseksualiteit in de Amerikaanse mainstream introduceert. Ik zie verder alleszins weinig mannelijke muzikanten die - zoals jij tijdens de vorige tournee - met lipgloss, in hoge hakken en hotpants op het podium durven staan.

“Daar ben ik me van bewust. Ik heb altijd gedacht dat je er als artiest naar moest streven om anders te zijn dan de anderen, om een stijl en een persoonlijkheid te ontwikkelen die volstrekt uniek is. Maar als ik om me heen kijk, zie ik net het tegenovergestelde: iedereen doet heel hard zijn best om te doen zoals de anderen en om niet op te vallen tussen de grijze massa. Kijk naar MTV: elke artiest lijkt op de vorige, klinkt hetzelfde en heeft een gelijkaardig lichaam. Het idee dat ik me ooit zo zou moeten conformeren is mijn grootste nachtmerrie, en ik kan me ook niet inbeelden dat ik het ooit zo ver zou laten komen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234