Dinsdag 19/10/2021

ReconstructieAanslagen Parijs

‘We passeerden drie controles, maar niemand keek in het handschoenenkastje’: zo vluchtten de overlevende daders van de aanslagen van Parijs

Abdelhamid Abaaoud poseert met de vlag van IS op een foto van een online tijdschrift van IS, gepubliceerd begin 2015. Beeld AP
Abdelhamid Abaaoud poseert met de vlag van IS op een foto van een online tijdschrift van IS, gepubliceerd begin 2015.Beeld AP

Woensdag start het proces rond de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs, waarbij drie terreurcellen 130 mensen doodden. Een reconstructie aan de hand van gerechtelijke stukken toont aan dat alle terroristen verondersteld werden zelf te sterven. Maar drie van hen moesten op de vlucht.

“Pas maar op”, zegt Bilal E.S. als hij Hamza Attou (21) op vrijdag 13 november 2015 rond middernacht treft vlak bij het door de broers Brahim en Salah Abdeslam uitgebate café Les Béguines in Molenbeek. Hamza stond weleens achter de toog van het inmiddels op politiebevel gesloten café. Hij is stoned, maar desondanks op zoek naar iemand die hem een auto kan lenen om in Frankrijk Salah op te halen. Salah heeft Hamza iets na halfelf anderhalve minuut lang gebeld. Hij klonk overstuur.

Zoals zovelen heeft Bilal E.S. op zijn smartphone met ontzetting zitten staren naar de nieuwsflitsen over het Stade de France en de Bataclan. Het lijkt hem geen goed idee om op een nacht als deze naar Frankrijk te rijden. “Maar misschien is Salah wel een van de slachtoffers”, reageert Hamza.

Salah heeft eerst een andere vriend gebeld, Mohamed Amri (27), maar die is nog tot 2 uur aan het werk en heeft hem het nummer van Hamza ge-sms’t. “Hij sprak van een auto-ongeval”, zo verklaart Amri later aan de politie. “Hij weende, hij zei dat hij in de merde zat, en geen geld bij zich had.”

Om 2.17 uur pas kan Amri Salah in een sms’je melden dat zijn shift erop zit en hij samen met Hamza in zijn eigen Golf zal vertrekken.

Salah zit op dat ogenblik in de traphal van een sociale woonwijk in de Parijse voorstad Châtillon samen met twee jongelui te kauwen op eten uit McDonald’s. “Hij noemde de aanslagen in Parijs onmenselijk en barbaars”, zo getuigde een van die twee later.

Zaterdagmarkt

Als Mohamed en Hamza hem iets voor zessen zoals afgesproken treffen voor de McDonald’s in Châtillon, is het eerste wat ze vragen: “Waar staat je kapotte auto?” Salah geeft toe dat dat een leugen was. Volgens Mohamed en Hamza biecht Salah met tranen in de ogen op dat hij betrokken was bij de aanslagen. “Hij zei dat hij zich had willen opblazen in een café, maar dat zijn ontsteker niet had gewerkt”, zegt Hamza tijdens een ondervraging. “Hij zei dat hij nu aangebrand was, aangezien hij onder zijn eigen naam auto’s en huizen had gehuurd.”

Volgens Hamza slaat de toon van Salah nog tijdens de autorit om. Hij bedreigt zijn twee vrienden met “represailles” als ze hem niet naar Brussel brengen via kleinere wegen, met minder kans op politiecontroles. Amri stemt ermee in om de autosleutel van de bij de aanslagen gebruikte Renault Clio, Salahs identiteitskaart en zijn bankkaart te verstoppen in het handschoenenkastje.

Hamza Attou. Beeld rv
Hamza Attou.Beeld rv
Mohamed Amri. Beeld Rv
Mohamed Amri.Beeld Rv

Volgens Mohamed en Hamza ondergaan ze tijdens de terugreis maar liefst drie politiecontroles, maar wordt er geen enkele keer in het handschoenenkastje gekeken. Eens van de autosnelweg af rijdt Amri meermaals verloren. Uiteindelijk besluit hij het er aan de grensovergang van de A2/E19 in Saint-Aybert op te wagen. Met succes: het trio raakt België binnen.

Het is al een eind in de voormiddag als het Golfje halt houdt aan het Bockstaelplein in Laken. Hamza en Salah stappen uit. Met de door Hamza geleende 100 euro koopt Salah nieuwe kleren op de markt. Hij kleedt zich om in de bestelwagen van een marktkramer. Van daar gaat het duo naar een kapper in de Marie-Christinastraat in Laken. Ook daar betaalt Hamza. Hij betaalt ook voor Salahs nieuwe telefoon. “Ik was me niet bewust van de ernst van de zaak”, verklaart Hamza later. “Ook wel doordat ik niet had geslapen en door de drugs.”

Ali Oulkadi

Woensdag, bij de start van het proces rond de aanslagen van 13 november, zitten Mohamed en Hamza mee in de beklaagdenbox, want zonder hun logistieke assistentie was Salah Abdeslam normaal nooit uit Parijs weggeraakt. Naast hen zit de 37-jarige Ali Oulkadi, lasser en vader van twee dochters van negen en zes. Ook Oulkadi is een dagelijkse cannabisgebruiker en buurman van café Les Béguines in Molenbeek. De man heeft naar eigen zeggen helemaal niks met IS en noemt het “gekheid en barbarij”.

Hij werd op 12 september met zijn echtgenote verwacht op een huwelijk. Het was rond die tijd dat Brahim en Salah Abdeslam in hun wijk iedereen imponeerden met de blingbling Mercedes die ze op kosten van IS hadden gehuurd om in Boedapest strijders Mohamed Belkaid en Najim Laachraoui op te halen. Brahim leende Oulkadi de Mercedes, zodat die een goede indruk kon maken op zijn familie bij het huwelijk.

Naar een safehouse

Als wederdienst zegt Oulkadi zonder nadenken ja als Salah Abdeslam hem op zaterdagmiddag 14 november belt met de vraag om hem op te pikken in Laken en een lift te bezorgen naar Schaarbeek. Het is van daaruit 400 meter stappen naar het safehouse in de Henri Bergéstraat. Daar zal Salah zich de eerste weken schuilhouden bij de overige nog in leven zijnde terroristen.

Ali Oulkadi had de broers Abdeslam in de maanden daarvoor in het café wel horen praten over IS, maar ging ervan uit dat het stoerdoenerij was: “Brahim zat bijvoorbeeld naar die video’s te kijken met een grote joint. Het is Salah die Brahim de weg wees naar de radicalisering. Brahim is hem gevolgd, maar is hem dan voorbijgestoken.”

De drie Molenbekenaars gaan op het proces voor de vrijspraak, maar het valt te bezien hoeveel begrip de Parijse rechters zullen hebben voor hun vriendendienst-logica.

‘Hamid, je leeft!’

Het laatste beeld van Abdelhamid Abaaoud en Chakib Akrouh is er een op een bewakingscamera in metrostation Nation, om 22.26 uur, vlak bij de terrassen waar ze zonet tientallen mensen hebben neergemaaid met hun kalasjnikovs. Een analyse van hun gsm-signalen laat achteraf zien dat het duo zich te voet verplaatst en dat hun gsm’s om 0.28 uur contact maken met een zendmast in de rue Saint-Ambroise. Dat is vlak bij de Bataclan, waar de politie nog maar net na een urenlang vuurgevecht de laatste van drie IS-strijders heeft gedood.

Bewakingsbeelden tonen Abdelhamid Abaaoud en Chakib Akrouh in metrostation Nation, na hun aanslag.  Beeld rv
Bewakingsbeelden tonen Abdelhamid Abaaoud en Chakib Akrouh in metrostation Nation, na hun aanslag.Beeld rv

Mogelijk was het de bedoeling dat Abaaoud en Akrouh zich bij de anderen in de Bataclan zouden aansluiten er om samen als martelaren te sterven. Dat het in elk geval niet de bedoeling was dat zij deze nacht zouden overleven, leidt het parket in Parijs af uit een geluidsopname op de laptop die de daders van de aanslagen van 22 maart 2016 achterlieten. In dat audiofragment overlegt Najim Laachraoui met Abou Omar, hun leider in Raqqa. Laachraoui zegt over Abaaoud en Akrouh: “Zie je, het was de wil van Allah. Ze hadden geen schuilplaats, zie je? Anders hadden ze zich daar kunnen schuilhouden en een tweede keer toeslaan.”

Het parket gaat ervan uit dat het duo – na het dumpen van hun kalasjnikovs en laders, maar nog in het bezit van een semiautomatisch Browning-pistool – hoe dan ook iets van plan was. Maar een heus plan B was er duidelijk niet.

Op zaterdag en zondag hebben ze zich verborgen in een krotwoning in de rue des Bergeries in Aubervilliers. Nu hun gezichten weldra om de zoveel minuten zullen worden afgebeeld in opsporingsberichten, moeten ze ergens schuilen.

Belgisch nummer

Daarvoor wordt, op vraag van een Franse IS-strijder en na overleg met Raqqa, een beroep gedaan op Hasna Aït Boulahcen, de in Parijs wonende nicht van Abaaoud. Zij deelt haar woning met een vriendin, en die merkt op zondag 15 november iets na achten dat Hasna gebeld wordt door een Belgisch nummer. Uit wat ze van het telefoongesprek kan volgen, wordt Hasna gevraagd om “een broeder achtenveertig uur lang te verbergen in verband met wat er op tv te zien is”.

De man die haar belt, wordt achteraf geïdentificeerd als Mohamed Belkait, de IS-strijder die vier maanden later zal omkomen tijdens een vuurgevecht met de politie in de Driesstraat in Vorst. Hasna krijgt om 20.34 uur een sms’je van hem: “Rue de la Bergerie (sic) ter hoogte van de rotonde.” Twee uur later stuurt hij: “Als je daar naartoe gaat, wees discreet.”

Helaas, daarvoor is het al te laat. Hasna heeft ermee ingestemd dat haar huisgenote haar vergezelt naar de plek waar de ‘broeder’ moet worden opgehaald. Na een eindje stappen komen de twee vrouwen aan een plek vlak bij een autosloperij. “Hij dook op als uit het niets”, verklaart de huisgenote later aan de politie. “En ik had hem meteen herkend.”

Berucht filmpje

Een maand eerder had Hasna haar het beruchte filmpje getoond waarin Abaaoud in Syrië dode lichamen versleept met een pick-up. Nu hoort ze haar huisgenote tegen de uit de duisternis opgedoken twintiger roepen: “Hamid, je leeft!”

Ze hoort Abaaoud uitleggen dat hij en Akrouh nood hebben aan een schuilplaats, twee kostuums en twee paar schoenen. “Ze zou hiervoor 5.000 euro krijgen”, zo verklaart de huisgenote later.

Hasna Aït Boulahcen vindt de volgende dag al via haar dealer in Saint-Denis een kamer op de derde verdieping van een rijhuis in de rue du Corbillon. Alles lijkt volgens plan te verlopen. De twee terroristen kunnen er de volgende dag al intrekken. Die avond, dinsdag 17 november om 17.57 uur, krijgt Hasna opnieuw telefoon van Belkait. Hij heeft vanuit een Western Union-kantoor op het Baraplein in Anderlecht met zijn valse identiteitskaart alvast 750 euro overgemaakt. Nu is de huisgenote getuige van een nieuwe conversatie over een telefoon en een simkaart die ook nog voor Abaaoud moeten worden geregeld.

Om 19.15 uur contacteert de huisgenote de politie.

Salahs gordel

Rond 4.25 uur de volgende ochtend filmt een omwonende hoe Hasna wanhopig in dialoog probeert te gaan met een politieman die haar vraagt waar haar vriend is. “Hij is mijn vriend niet!”, roept ze. “Laat mij buitengaan, laat mij alstublieft buitengaan, mijnheer!”

De Franse politie voert achteraf aan dat ze werd beschoten met oorlogsmateriaal, maar in het puin wordt enkel het Browning-pistool teruggevonden. Hasna en de twee terroristen komen om het leven nadat Chakib Akrouh zijn bommengordel tot ontploffing heeft gebracht, waardoor de hele derde verdieping van het gebouw inzakt. De klopjacht op Frans grondgebied is daarmee ten einde. Die op Salah Abdeslam nog lang niet.

Op maandag 23 november, tien dagen na de aanslagen, lijkt een aanknopingspunt te zijn gevonden. Voor een woning in de rue Chopin in de Parijse voorstad Montrouge stoot een vuilnisman van het bedrijf Sepur op iets wat eruitziet als een geel stoelkussen, voorzien van oranje elektrische kabeltjes en ducttape. Het is de door Salah die nacht achtergelaten bommengordel. Na het parkeren van de Clio is hij de metro ingedoken en uitgestapt aan station Montrouge. Nadat hij de bommengordel hier heeft achtergelaten, heeft hij Mohamed en Hamza gebeld.

Salah Abdeslam en Hamza Attou tijdens de terugreis van Parijs naar Brussel, aan het benzinestation. Beeld rv
Salah Abdeslam en Hamza Attou tijdens de terugreis van Parijs naar Brussel, aan het benzinestation.Beeld rv

Mogelijk heeft een nietsvermoedende voorbijganger de bommengordel in zijn handen gehad en verplaatst, want de vuilnisman is 100 procent affirmatief dat hij het ding op zijn vorige wekelijkse ronde niet had zien liggen.

In een eerste analyse suggereert een expert dat Salah zelf zijn bommengordel heeft gesaboteerd. Er is een geleidingsdraadje losgetrokken. Het noodzakelijke batterijtje van 9 volt en de schakelaar ontbreken. Wat mogelijk kan worden verklaard door de these van de nietsvermoedende voorbijganger.

Wellicht zullen we nooit weten of Salah Abdeslam zijn eigen bommengordel saboteerde of de waarheid spreekt als hij beweert dat de ontsteker niet werkte. Intrigerend, op zijn minst, is een tot op heden nooit vermelde vondst, op dinsdag 17 november op het Gemeenteplein in Molenbeek. Vlak bij de ouderlijke woonst van de Abdeslams, tussen huisnummers 29 en 30, staat een grijze elektriciteitskast. In een spleet vinden speurders de speciaal voor hem in het illegale drukkerijtje in Sint-Gillis aangemaakte valse identiteitskaart van Salah Abdeslam.

Einde van een klopjacht

Alleen hij zou kunnen uitleggen waarom hij zich ervan ontdeed, en wat nu precies de bedoeling was. Het zijn vragen waarmee de nabestaanden van 13 november 2015 en 22 maart 2016 zitten.

Salah Abdeslam werd uiteindelijk op 18 maart 2016 gearresteerd, enkele dagen na zijn vlucht uit een door de politie ontdekte safehouse in Vorst. Het was het einde van een klopjacht die vier maanden duurde. De resterende leden van de terreurcel pleegden vier dagen later zelfmoordaanslagen in Brussel en Zaventem.

Antwoorden geven zal Salah op het proces in Parijs meer dan waarschijnlijk niet. Hij deed het ook bij alle vorige gelegenheden niet.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234