Zaterdag 19/10/2019

'We moeten stoppen met enkel op zeker te spelen'

'Vlaamse film krijgt klappen', kopte deze krant twee weken geleden. Maar staat succes gelijk aan grote bezoekersaantallen? Deze debuterende regisseurs vinden van niet.

Ze zitten elk in een ander stadium van de productie, maar voor elk van hen wordt 2018 hét jaar van hun eerste langspeelfilm. De onheilsberichten over lage bezoekerscijfers voor vaderlandse cinema houden de makers niet uit hun slaap. "Alles hangt af van de kwaliteit", vindt Kristof Hoornaert. "Er worden te veel films van dezelfde soort, met dezelfde acteurs gemaakt. Mensen willen iets nieuws zien."

Iets wat de cineast zelf probeerde in Resurrection, een film waarin dialogen spaarzaam zijn. Het scenario werd al geschreven in 2003, de eerste subsidieaanvraag gebeurde in 2008, en de film werd pas vorig jaar in amper negentien dagen gedraaid. Distributie doet hij zelf. Vanaf morgen draait hij in acht zalen.

"Ik heb altijd gestreden om mijn projecten te realiseren", zegt de cineast. "Wie mijn film programmeert, doet dat niet uit commerciële overwegingen. Intussen is Resurrection geselecteerd voor het Internationaal Film Festival Rotterdam. Daarom hoop ik dat het niet nog eens veertien jaar duurt vooraleer ik een nieuwe film kan maken. Ja, ik maak een ander soort cinema, maar die moet er ook zijn. Filmmakers moeten dingen uitproberen, iets waar binnen het beleid minder ruimte voor is. Men speelt te vaak op veilig."

De andere makers hoefden niet zo lang te wachten op centen van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF), maar erkennen het probleem. Eva Cools werkte vijf jaar aan Cleo, zoekt via crowdfunding extra fondsen voor een concertscène en begint al over twee weken te draaien. "Er gaan nu stemmen op om gewoon meer geld te geven aan specifieke films, om zo een 'hogere kwaliteit' te garanderen", vertelt ze. "Daar ben ik het niet mee eens. De middelen moeten nog meer verdeeld worden, zodat er meer kans is voor experiment."

Straffe dingen

Op dat vlak zijn we goed bezig, denkt Lukas Dhont, die nu zijn eerste speelfilm Girl monteert. "Op creatief vlak gaat het niet slecht, ik zie veel jonge mensen heel straffe dingen maken", zegt hij. "Als kunstvorm is een film als Home van Fien Troch net heel geslaagd. Maar het is onrealistisch te verwachten dat zo'n film evenveel kijkers lokt als F.C. De Kampioenen 3."

"De internationale prijzen voor films als Home, King of the Belgians of Le Ciel Flamand bewijzen dat het heel goed gaat", vindt ook Cools. "Dat zijn niet de gemakkelijkste films, en toch komt die kwaliteit bovendrijven. We moeten dus meer investeren in inventieve filmmakers die hoge ogen gooien in het buitenland."

In eigen land moeten die films kunnen groeien en hebben ze mond-tot-mondreclame nodig, klinkt het. Maar zelfs de kleinere bioscopen zijn commerciële instellingen. Zolang ze niet worden gesubsidieerd, zullen ze niet altijd geneigd zijn om zulke films kansen te geven. Volgens Hoornaert draait het om een gebrek aan visibiliteit, en daar is vaak geen budget meer voor. "Mensen moeten weten dat mijn film bestaat, maar ik heb het geld niet om de straten vol posters te hangen of om een tv-spot te maken, zoals commerciële films als Het tweede gelaat of De premier."

Geeft het VAF te weinig aan de andere cinema? "De balans tussen projecten die het VAF steunt, zit goed", denkt Cools. "Kijk naar ons, wij krijgen als jonge makers kansen. Denk ook aan Rundskop, de debuutfilm van Michaël Roskam, een maker die niemand toen kende. Maar er bestaat geen recept voor dé succesvolle cross-overfilm, want dan zouden we hem allemaal maken."

Hoe krijg je de films die dat geluk niet hebben, toch bij een breder publiek? "In het vijfde middelbaar gingen we met de hele school naar Persepolis, een zwart-wit animatiefilm over Iran", vertelt Dhont. "Niemand van ons zou uit zichzelf naar die film zijn gaan kijken. Maar quasi iedereen was overdonderd. Wij maken het soort films dat mensen moet overkomen en moeten meemaken om te beseffen: wauw, dit bestaat ook." Ook de verspreiding in culturele centra kan daartoe bijdragen.

Los daarvan is een herkenbaar element wel degelijk wenselijk, denkt Hoornaert. "De truc is: werk met bekende acteurs, en doe daar iets anders mee. Waarom heeft The Broken Circle Breakdown het zo goed gedaan? Met onbekende acteurs was dat allicht nooit gelukt. Ik hoor het bij Resurrection: mensen zijn benieuwd naar de rol van Johan Leysen."

Toch is dat geen garantie op succes. "Het gebeurt dat een commerciële film met grote namen wordt gesubsidieerd en toch flopt", zegt Cools. "Recent was er Verborgen verlangen met Astrid Bryan. Dat vind ik veel erger. Dat was een film die is gemaakt om geld op te brengen, en die doet dan niks."

Of hoe verklaar je het Amerikaanse succes van Call Me By Your Name (zie kader), met twee onbekende acteurs, vraagt Dhont zich nog af. "Omdat mensen nood hebben aan andere films", zegt Hoornaert. "Een film moet uit noodzaak geboren worden, niet uit commerciële overwegingen. We moeten stoppen met enkel op zeker te spelen en blijven investeren in arthousecinema." En zo zijn we terug bij het begin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234