Donderdag 28/10/2021

'We moeten opnieuw leren huilen'

Volgende vrijdag opent Jan Fabre het vermaarde podiumkunstenfestival van Avignon met L'Histoire des larmes, een nieuwe creatie die speciaal voor de Cour d'Honneur werd gemaakt. Het is de derde keer dat Fabre - dit jaar ook gastcurator - het erepodium bezet, een unicum in de 59-jarige geschiedenis van het festival. In Frankrijk bezit de theatermaker, beeldend kunstenaar en schrijver dan ook niet minder dan een sterrenstatus.

Nica Broucke / Foto Stephan Vanfleteren

Het is dinsdagavond, etenstijd. Fabre en zijn team repeteren in een bloedheet Antwerps Bouwcentrum voor L'Histoire des larmes, de theatervoorstelling die op 8 juli op de Cour d'Honneur in première gaat. Jan Fabre is deze zomer dé man van Avignon. Als gastcurator drukte hij manifest zijn stempel op het programma van het festival, waarvoor hij onder anderen Jan Decorte, Arno, Wim Vandekeybus, Arne Sierens en Jan Lauwers uitnodigde. Zelf staat hij met vier producties op de planken: L'Histoire des larmes, de herneming van Je suis sang en verder ook: L'Empereur de la perte (de Franstalige versie van De keizer van het verlies) en de première van Le Roi du plagiat, beide met Dirk Roofthooft. Daarnaast zijn er de solotentoonstelling For Intérieur, een randprogramma met theatermakers, beeldend kunstenaars, wetenschappers en filosofen, en een lezingencyclus met achttien Belgische theaterauteurs, gaande van Hugo Claus en Tom Lanoye tot Peter Verhelst.

Fabre is moe en wil niet gefotografeerd worden. Maar na de garantie dat een foto die Stephan Vanfleteren twee weken eerder van hem maakte zal worden gebruikt, ontdooit hij en biedt hij me een ijsje aan.

Waarom wilt u niet gefotografeerd worden?

"Ik wil niet dat mijn gezicht bekend wordt bij het grote publiek. Ik wil absoluut geen BV zijn. Ik heb al heel wat buitenlandse pers over de vloer gehad, en dat stoort me niet. Maar hier in België wil ik niet met mijn kop in de kranten staan. Ik woon en leef nog altijd in Antwerpen en ik vind het niet leuk dat mensen me op straat of op café herkennen. Ik blijf liever in de anonimiteit. Ik wil gewoon met vrienden iets kunnen gaan drinken en me amuseren."

In Frankrijk bent u allang geen anonieme figuur meer. Daar wordt wel veel ruchtbaarheid gegeven aan uw werk en persoon.

"Het is natuurlijk leuk dat een land als Frankrijk me met zoveel respect binnenhaalt, me drie keer de Cour d'Honneur geeft en een grote tentoonstelling met me wil bouwen.

"De laatste drie weken heb ik wel dertig aanvragen gekregen voor interviews uit Frankrijk. Arte, France 2, Le Monde... Ze zijn hier allemaal geweest. Ik geloof dat jij de enige in België bent die me komt interviewen. Goed, ik sta niet graag in de Belgische kranten, maar het betekent toch dat ik hier..."

... dat u geen sant in eigen land bent?

"Ja, maar dat geeft niet. Het houdt me alert. Dat neemt niet weg dat het zeer aangenaam is om op een dergelijke manier in Avignon te kunnen werken. Ik krijg erg grote budgetten en ik heb mijn eigen collega's mogen kiezen. En nu is je volgende vraag: waarom zoveel Belgen?"

Jan Decorte, Wim Vandekeybus, Arne Sierens, Jan Lauwers, Jacques Delcuvellerie, Luc Steels, Marc Van Runxt... Ja, waarom zoveel Belgen?

"Ik heb veel rondgereisd het laatste anderhalf jaar, met dramaturge Miet Martens, met Hortense Archambault, die samen met Vincent Baudriller directeur van het Festival van Avignon is. We zijn voorstellingen gaan bekijken in Europa, Japan, de VS en Australië. Mijn keuze voor Belgische artiesten vloeit niet voort uit een nationale reflex, maar ik stel vast dat mijn collega's in België tot de wereldtop behoren."

Denkt u dat er sprake is van een Belgische wave, zoals Le Monde onlangs concludeerde?

"Ik weet niet of je het zo kunt stellen. Hoe komt het dat er zoveel goede filmmakers, schrijvers, theatermakers en kunstenaars in België zijn? Dat heeft volgens mij niets met nationaliteit te maken, het zijn allemaal individuele kunstenaars met een eigen parcours."

Hebt u die mensen dan op basis van affiniteit gekozen?

"Ook niet. Het werk van Arne Sierens heeft een heel andere kleur dan het mijne. Maar ik ben Maria Eeuwige Bijstand (in het Frans Marie éternelle consolation) met Ivana (Jozic, actrice en levensgezellin van Fabre, NB) en Mietje gaan bekijken en we vonden dat goed. Goede tekst, een heel goede setting. Ik heb meteen met de Fransen gebeld en gezegd: 'Dit moet je komen bekijken'. Het programma is er altijd in overleg met de directeurs gekomen."

Jan Decorte kreeg carte blanche.

"Omdat ik Jan goed ken. Thomas Ostermeier, die vorig jaar gastcurator was, heeft voor het Schauspielhaus gekozen, een braver soort theater met onder meer Luc Perceval. Ik ben gegaan voor de kunstenaar-theatermakers, waartoe Jan Decorte zeker behoort en waar ook Romeo Castellucci, Marina Abramovic en William Forsythe bij horen. Die hebben elk hun eigen taal en instrumentarium ontwikkeld. Het klopt dat er een aantal persoonlijke sympathieën hebben meegespeeld, maar die komen er bij gratie van het respect dat ik voor die kunstenaars heb."

Decorte brengt Arno mee, die niet alleen de muziek voor zijn dieu & les esprits vivants componeerde maar ook een concert in Avignon geeft. Bestaat de kans dat u ooit, in navolging van Vandekeybus en Decorte, met Arno zult werken?

"Neen, de populaire muziek van Arno past helemaal niet bij mijn projecten. Maar dat betekent niet dat ik niet van zijn muziek hou, integendeel. Het werk van Eric Sleichim (van Bl!ndman, NB) ligt me beter, hij heeft de muziek gecomponeerd voor L'Histoire des Larmes."

Kunt u iets meer vertellen over die nieuwe voorstelling?

"Het is de opvolger van Je suis sang, een stuk dat in 2001 in première ging in Avignon en waarmee we twee keer op de Cour d'Honneur hebben gestaan. Die voorstelling is gegroeid uit mijn bloedtekeningen. In 1978 heb ik tijdens de performance My body, my blood, my landscape de eerste bloedtekeningen gemaakt.

"In 1993 ben ik tekeningen en geschriften beginnen te maken met mijn eigen tranen. In de loop der jaren heb ik drie types tranen ontwikkeld: emotionele tranen, irritatietranen - die krijg je onder andere wanneer je uien pelt - en tranen van echte ontroering, die opwellen door naar een muziekstuk te luisteren of naar een schilderij of tekening te kijken die je fantastisch vindt. Ik heb ontdekt dat die verschillende soorten tranen verschillende sporen nalaten op papier. Bij mijn irritatietranen bleef er bijvoorbeeld geen zout achter, bij de emotionele tranen een beetje, en bij de tranen van ontroering werd de ondergrond echt korrelig."

Ligt uw beeldend werk aan de basis van L'Histoire des larmes?

"Het tekeningenproject is maar één bron van inspiratie. Het essay van Roland Barthes, 'Discours van de liefde', is een tweede bron. Daarin stelt Barthes de vraag: 'Wie zal ooit de geschiedenis van de tranen schrijven?'. Ik las dat een jaar of drie geleden, na de première van Je suis sang, en ik dacht: ík zal dat doen.

"Op een bepaald moment werd ik als maître in vijf Europese steden gevraagd. Met groepjes jonge acteurs heb ik een onderzoeksproject ontwikkeld over zweet, urine en tranen. Of: de tranen van het lichaam en van de genitaliën. We hebben gewerkt rond het leven van huilende heiligen, het fenomeen fysisch onderzocht en we zijn nagegaan wat er op filosofisch gebied over tranen is geschreven. Nu, over tranen is er veel geschreven, over urine al wat minder en over zweet bestaat erg weinig literatuur. Dat hebben we zelf moeten onderzoeken. De stap was gezet en daaruit is de kleine creatie The crying body gegroeid.

"En er is Miguel de Unamuno, een Spaanse filosoof die ontzettend veel heeft geschreven over de ziel. Voor hem zijn de tranen van het lichaam een soort sporen van de ziel. Tranen van het lichaam staan symbool voor het denken van dat lichaam. Dat denken is dan weer een uitdrukking van de ziel.

"Het hoofdpersonage in L'Histoire des larmes, de Ridder van de Wanhoop, is gebaseerd op mijn scarabeesculpturen 'De krijgers van de wanhoop'. De Ridder van de Wanhoop onderneemt een queeste naar het opnieuw leren huilen van het lichaam. Het is belangrijk dat we tranen opnieuw aanvaarden."

In Avignon herneemt u De keizer van het verlies in een Franse versie en gaat Le roi du plagiat in première. Is dat uw antwoord op de vermeende plagiaatkwestie met Leonard Nolens?

"Zowel bij mijn Franse uitgever L'Arche als bij Meulenhoff komt er een nieuwe publicatie van De keizer van het verlies uit. Daarvoor hebben we de tekst helemaal opnieuw doorgenomen en overal nummertjes bij gezet, zodat duidelijk is wat van welke kunstenaar komt."

Bronvermelding, dus.

"Ja, en dat zijn er nogal wat: Luis Buñuel, Paul van Ostaijen, Marcel Duchamp... (fel) Maar zéker geen Nolens! De zinnen waarvan de oorsprong niet meer te achterhalen viel, hebben we weggelaten.

"Zo'n zes of zeven jaar geleden, nadat Humo 'de zaak-Nolens' heeft uitgebracht, ben ik beginnen te schrijven aan De koning van het plagiaat, als antwoord op dat soort geroezemoes. Want dat was het dus: geroezemoes."

Nolens zelf heeft zich in deze kwestie 'onthouden'. Of niet?

"Hij heeft me nooit aangeklaagd. Maar goed, die kwestie was dus het startpunt om De koning van het plagiaat te schrijven. Ik heb de tekst laten woekeren en groeien. In De keizer van het verlies is er de clown-kunstenaar die engel wil worden. In De koning van het plagiaat gaat het om een engel die mens wil worden. Hij is zodanig gefascineerd door die mens die al van bij de geboorte kopieert, plagieert, imiteert en na-aapt.

"De engel is puur, perfect, onschuldig, maar ook statisch. De mens is net het tegenovergestelde. Het plagiëren en nadoen zit bij hem in de genen, het heeft te maken met de manier waarop het menselijke brein werkt. De engel wil een menselijk brein samenstellen aan de hand van vier stenen of steinen: een stuk brein van EinSTEIN, wat staat voor de wetenschap, van WittgenSTEIN, filosofie, Gertrude STEIN, de letterkunst, en FrankenSTEIN, voor de artificiële intelligentie. Wanneer hij die breinen samenbrengt, ontdekt de engel dat de mens toch eigenlijk een schoon wezen is, precies dankzij zijn nabootsende gedrag. De engel meet zich de vier breinen of steinen aan. Hij wordt mens. En hij vindt het fantastisch."

Die engel, bent u dat?

"Neen!"

Het zijn wel heel persoonlijke voorstellingen.

"Ál mijn voorstellingen zijn persoonlijk. De vier voorstellingen in Avignon zijn vier manifesten. Je suis sang is het manifest over het vloeibare lichaam. De Tranen zijn een manifest om opnieuw te leren luisteren naar dat lichaam, opnieuw te leren huilen. De keizer van het verlies is een manifest om neen te durven zeggen tegen de maatschappij en De koning van het plagiaat is een manifest of onderzoek naar: wat is authenticiteit, wat is fake, wat is vervalsing? Het zijn vier manifesten over de kunstenaar in de maatschappij."

Maria Eeuwige Bijstand (Sierens), dieu & les esprits vivants (Decorte), Puur (Vandekeybus) en uw voorstellingen die door engels worden bevolkt: het 'religieuze' is wel erg duidelijk aanwezig in Avignon.

"Niet het religieuze, veeleer het spirituele. Het gaat om een type van theaterkunstenaars, denkers en wetenschappers die de kwetsbaarheid van de mens verdedigen. Dat is de rode draad door het programma. De kwetsbaarheid van de mens én van de schoonheid. Spiritueel gedrag is daarmee verbonden."

Op het programma staat eveneens een concert met Bernard Foccroulle met zelfgecomponeerde orgelmuziek. Ik zie het verband niet echt met het theaterfestival.

"Het orgelmuziekfestival, en dat is niet zo bekend, is een van de oudste afdelingen binnen het Festival van Avignon. De meeste mensen laten het links liggen, maar ik probeer het in het programma te integreren. Ik heb Foccroulle leren kennen tijdens Tannhauser in de Munt, hij speelt een zelfgeschreven compositie Spiegel. Orgelmuziek is overigens zeer spiritueel.

"Een van de lijnen die ik in het festival probeerde te stoppen, is het idee van de 'conciliëntie' tussen theatermakers, filosofen, schrijvers, choreografen, componisten en wetenschappers. Er zijn allerhande links of verbanden, door en naar die verschillende disciplines, dus ook naar orgelmuziek. De rode draad is het onderzoek naar het lichaam en de manieren waarop verschillende mensen uit verschillende disciplines daarmee omgaan."

Of is het allemaal een 'Searching for Utopia', beter bekend als 'de schildpad' die tijdens Beaufort 2003 aan de kust te zien was? Die wordt in Avignon als affichebeeld gebruikt. Nochtans staat de schildpad bekend als een traag dier.

"Traag, ja, maar hij gaat wel altijd verder. Het is een van de oudste dieren van de wereld, zijn schild werd in vroegere tijden gebruikt als orakelsteen. Daarenboven is het een dier dat zijn eigen huis meebrengt, zijn eigen universum meeneemt naar de kant van de verbeelding. Naar Utopia. In Avignon brengen de kunstenaars allemaal hun eigen huis mee."

Tot slot nog iets over uw solotentoonstelling For intérieur, die in het Maison Jean Vilar loopt. Een van de werken die daar wordt getoond is een tekening van Jean Vilar. Die tekening, waarin u de stichter van het Festival van Avignon met hoorntjes afbeeldt, dateert uit 1975!

"Dat portret van Vilar komt uit een New Yorkse collectie. Ik heb ooit een serie tekeningen gemaakt met de titel 'Franse staatsvijanden' met Mesrine, Artaud, Sartre, Marquis de Sade, Vilar... Vilar was een gauchist die binnen het Franse systeem een festival maakte buiten de grote steden, wat voorheen ondenkbaar was. Daar presenteerde hij niet alleen theater, maar ook beeldende kunst, poëzie en filosofie. Vilar dacht niet in hokjes. Het Maison Jean Vilar is dan ook een ijkpunt voor de theatergeschiedenis van het Frankrijk van de twintigste eeuw. Voor mij is het een echte eer om daar een solotentoonstelling te hebben."

59e Festival d'Avignon loopt van 8 tot 27 juli. Info: 0033-4/90.14.14.60, www.festival-avignon.com.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234