Donderdag 02/12/2021

InterviewMarc-Alain Widdowson

‘We moeten niet streven naar volledige immuniteit of proberen om álle besmettingen te voorkomen’

Marc-Alain Widdowson. Beeld Carmen De Vos Humo 2021
Marc-Alain Widdowson.Beeld Carmen De Vos Humo 2021

Nu bij ons hardop gesproken wordt over het einde van de mondmaskerplicht, lijkt ook het einde van de pandemie in zicht. Niets is minder waar. Wereldwijd oogt het plaatje niet zo rooskleurig: landen waar het coronavirus bedwongen leek, hebben recent weer versoepelingen teruggedraaid, en in sommige minder welvarende regio’s slaat het nu pas écht toe. Hoeveel zorgen moeten wij ons daarover maken? En wat onthouden we het best van deze uitbraak voor de alreeds aan de horizont lonkende vólgende pandemie? We vroegen het aan Marc-Alain Widdowson (52), de Brit die sinds 2019 aan het hoofd staat van het Instituut voor Tropische Geneeskunde.

Marc-Alain Widdowson is een fleg­matieke Brit die zich op zijn Twitter-account omschrijft als een liefhebber van herwildering, darts en mountainbiken, en als de gelukkige vader/echtgenoot van een multinationale familie. Hij studeerde biologische antropologie en diergeneeskunde in ­Cambridge, en behaalde nog een doctoraat in de epidemiologie van overdraagbare ziekten aan de prestigieuze London School of ­Hygiene & Tropical ­Medicine. Hij werkte achttien jaar voor de befaamde Amerikaanse ­Centers for Disease Control and ­Prevention (CDC) in Atlanta, en leidde grote wetenschappelijke projecten in onder meer Bolivia, Zimbabwe, Kenia en Nederland. Wilt u uw blik op de huidige pandemie verbreden, dan bent u bij hem aan het juiste adres.

Marc-Alain Widdowson: “Wetenschappers waarschuwen al twintig jaar voor een pandemie als deze. In die tijd zijn er uitbraken geweest van het westnijlvirus, de H1N1-varkensgriep, SARS, MERS, ebola… Helaas werden onze alarmkreten daarover niet goed opgepikt. Maar ik moet toegeven: toen het écht zover was en het coronavirus uitbrak, was ik zelf ook verrast. Het is één ding om te weten dat iets theoretisch mogelijk is. Er plots middenin zitten is nog iets anders. Vooral omdat elke pandemie haar eigen kenmerken heeft.”

Was u ook verrast door de hoek waaruit het gevaar kwam? Coronavirussen werden tot voor deze pandemie niet als een groot gevaar beschouwd.

“Dat komt ook omdat er onvoldoende onderzoek naar werd gedaan. SARS en de vogelgriep zijn in 2003 ongeveer tegelijk opgedoken. Omdat er al wereldwijde vogelgriepepidemieën waren geweest, hebben we ons toen op influenza geconcentreerd. We gingen ervan uit dat de besmettelijke longziekte SARS een uitzondering was. Dat bleek ze dus niet, zeker toen tien jaar later ook MERS volgde. We zaten te veel met onze neus op de influenzavirussen.”

Waarom is het coronavirus dit keer wel tot een pandemie kunnen uitgroeien?

“‘Pandemie’ is een beetje een flou begrip. In 2009 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de varkensgriep ook bestempeld als een pandemie: een compleet nieuw virus dat zich over de hele wereld verspreidde. Er stierf alleen geen massa mensen aan. Het nachtmerriescenario dat we met pandemieën associëren bleef uit.

“Het coronavirus is ongewoon omdat het sterk overdraagbaar is, ernstige ziekte veroorzaakt – meer dan andere makkelijk overdraagbare luchtwegvirussen – en muteert, waardoor allerlei varianten ontstaan. Door de combinatie van die drie eigenschappen is het lastig te bestrijden. Het varkensgriepvirus, bijvoorbeeld, is destijds in drie jaar eigenlijk nauwelijks veranderd.

“Een vervelende eigenschap van dit virus is ook dat je er zelf geen enkele controle over hebt. Tegen ziekten die door muggen worden overgedragen, kun je je beschermen met een net of muggenspray. Aan covid-19 valt niet te ontsnappen. Het enige wat je kunt doen, is jezelf opsluiten in je slaapkamer.”

Volgens sommige experts volgen de pandemieën elkaar almaar sneller op. Zullen we de komende jaren wéér prijs hebben?

“Dat is moeilijk te zeggen. Ik weet ook niet zeker of ze elkaar écht sneller opvolgen. We zijn er ons gewoon bewuster van geworden. We hebben betere technologie om nieuwe virussen of virusstammen op te sporen, in meer landen wordt er getest en worden virussen opgespoord, en internationaal wordt er ook veel meer gecommuniceerd.

“Eén ding is wel zeker: zodra een nieuw virus op de mens overspringt, zal het zich sneller dan vroeger over de hele wereld verspreiden.”

Amper een paar dagen nadat de genetische sequentie van het nieuwe coronavirus was gepubliceerd, waren de eerste vaccins al ontworpen. Zijn we daardoor aan een nog grotere ramp ontsnapt?

“Ja. Vooral de vaccins die gebruikmaakten van de mRNA-technologie konden veel sneller en goedkoper gemaakt worden. Het enige wat je nodig hebt, is de genetische code van het virus.”

Is er ooit rekening gehouden met een scenario waarin er géén of geen goed werkende vaccins zouden worden gevonden?

“In dat geval zouden we nu allemaal depressief thuiszitten en nog méér Netflix kijken dan we al doen. (lacht)

“In Atlanta deden we vaak pandemiesimulaties, meestal van een vogelgriepuitbraak ergens in de wereld, en nooit gingen we ervan uit dat er in minder dan een jaar al vaccins zouden zijn. Het draaide vooral rond persoonlijke beschermingsmiddelen, antibiotica, ziekenhuiscapaciteit, quarantaineprocedures.”

De vaccins die ons gered hebben, zijn allemaal gericht op hetzelfde onderdeel van het virus: het fameuze spike-eiwit. Volgens experts is onze bescherming daardoor vrij kwetsbaar.

“Dat is inderdaad een risico. Als een variant van het virus opduikt met een drastisch gewijzigd spike-eiwit, zijn al onze vaccins op slag nutteloos. Nu, die kans lijkt me wel klein: voor het virus is het een hele opgave om dat eiwit te veranderen.”

Winkelkar

In zijn boek Rampspoed: politiek ten tijde van catastrofe stelt de Britse historicus Niall Ferguson dat alle westerse democratieën gefaald hebben in hun aanpak van de crisis: ze waren slecht voorbereid, wisten niet wat te doen en improviseerden er maar wat op los. Dat is zijn harde analyse. Heeft hij een punt?

“Ja. We zitten al twintig jaar mooie pandemieplannen op te stellen en surveillancesystemen op te zetten om influenzastammen te detecteren, en veel heeft dat niet uitgehaald. Maar we mogen ook weer niet te hard zijn voor de politiek. Politici zijn ook maar mensen en staan onder enorme druk. En tijdens zo’n pandemie duiken ook allerlei onvoorziene en dringende problemen op die je éérst moet aanpakken, in niet meteen de makkelijkste omstandigheden.

“Op één vlak ben ik het niet eens ben met Niall, die ik vrij goed ken: tussen maart en juni 2020 lieten alle landen die met de pandemie werden geconfronteerd de gezondheid van de bevolking voorgaan op de economie. Zowel in rijke landen als in arme landen – Kenia of Niger, bijvoorbeeld – werd de economie stilgelegd. Dat is toch opmerkelijk. Overheden hebben het misschien niet perfect aangepakt, maar ze hebben wel snel gereageerd.”

De reactie was ook opvallend krachtiger dan bij vorige virusuitbraken. Kwam dat omdat dit virus nu ook het rijke Westen trof en daar zoveel slachtoffers maakte, of is die verklaring te cynisch?

“Zo gaat het toch altijd? Mensen zijn nu geschokt over de ongelijke verdeling van de vaccins, en over hoe arme landen uit de boot vallen. Dat verbaast me. In die landen is de gezondheidszorg gewoon veel slechter. Als twintiger heb ik kanker gehad. Ik kreeg chemotherapie en ben er nog. In Kenia had ik het niet overleefd.

“Het moet wel gezegd dat de pandemie meer huisgehouden heeft in Europa en Noord-Amerika. In die zin was het dan weer logisch dat er in het Westen meer aandacht voor was.”

De WHO waarschuwde onlangs dat de pandemie verre van voorbij is. Afrika, dat het lang goed leek te doen, kampt met een verwoestende nieuwe golf. Vorige week werd ook de kaap van 200 miljoen besmettingen wereldwijd bereikt. Volgens gegevens van Johns Hopkins University duurde het een jaar voor we aan 100 miljoen besmettingen zaten, maar minder dan zes maanden om dat aantal te verdubbelen. Volgens de WHO zou het tweede jaar van de pandemie daarom weleens meer mensenlevens kunnen eisen dan het eerste. De teller staat nu al op 4,25 miljoen doden wereldwijd.

“Een virus is zeer onvoorspelbaar, waardoor je altijd rare bewegingen en opflakkeringen zult zien. En de demografie speelt zeker een rol: in een Afrikaans doorsneeland is ongeveer 4 procent van de bevolking ouder dan 65. In België is dat bijvoorbeeld 20 procent. Dat maakt een verschil.”

In Zuidoost-Azië leek de pandemie dan weer onder controle, maar recent waren er plots weer grote uitbraken in onder andere Sri Lanka, Vietnam, Cambodja en ­Indonesië.

“Dat zijn landen met een iets oudere bevolking. Het zou ook met de seizoenen te maken kunnen hebben, maar we weten niet precies wat er aan de hand is.

“Het is een beetje gênant om het te moeten toegeven, maar op veel fundamentele vragen heeft de wetenschap simpelweg nog altijd geen antwoord. Zo is nog altijd niet duidelijk waarom er in de winter meer virussen zijn. Theorieën genoeg: het zou met uv-licht te maken kunnen hebben, met de temperatuur, de vochtigheid, het feit dat we iets meer binnen zitten. De waarheid is dat we er het raden naar hebben. We hebben het aldoor over hoe virussen moleculair in elkaar zitten en over de technologie achter de vaccins, maar we weten nog altijd niet of je nu pakweg via een winkelkar besmet kunt raken. Ook omdat zo ontzettend veel verschillende factoren meespelen. Op dat vlak raakt de epidemiologie geen stap vooruit.”

Collectebus

U raakte het daarnet al aan: wat de vaccinaties betreft, gaapt een enorme kloof tussen het rijke Westen en de armere landen. Zelfs Covax, het internationale programma om lage-inkomenslanden van gratis vaccins te voorzien, haalt zijn doelstellingen bij lange niet: eind juli was in hoge-inkomenslanden ongeveer 50 procent van de bevolking volledig gevaccineerd, in lage-inkomenslanden was dat amper 1,3 procent.

“Eén probleem is dat landen met veel financiële middelen meteen het grootste deel van de productiecapaciteit hebben opgekocht. We moeten die landen daarom nog niet diaboliseren. Sommige rijke landen hadden ook meer vaccins nodig, omdat de pandemie vooral bij hen toesloeg. Maar het is wel duidelijk dat het huidige systeem niet werkt. Het doet toch een beetje denken aan de collectebus bij de bakker, of de schaal waarmee tijdens de mis wordt rondgegaan. Dat is geen duurzame werkwijze. Je moet formele structuren opzetten die landen verplichten hun steentje bij te dragen.

Marc-Alain Widdowson. Beeld Carmen De Vos Humo 2021
Marc-Alain Widdowson.Beeld Carmen De Vos Humo 2021

“Ik werkte ooit op het rotavirus, dat diarree veroorzaakt bij kinderen en waar wereldwijd jaarlijks een half miljoen kinderen aan overlijden. Niemand had er enige aandacht voor, tot Bill Gates opmerkte dat een half miljoen kinderen per jaar het equivalent is van tien met kinderen gevulde Boeing 747’s die elke dag tegen een bergflank te pletter vliegen. Pas toen is een betaalbaar vaccin ontwikkeld. Voor toekomstige pandemieën zou je ook een fonds voor de productie en verdeling van vaccins kunnen opzetten. En je moet het op voorhand doen, niet wanneer het al zover is.

“Via Covax is in ongeveer 70 landen toch al een aantal doses gedoneerd, geloof ik, maar het is duidelijk geen globaal vaccinatieprogramma. Het mikt ook op een vaccinatiegraad van amper 20 procent, wat erg laag is. Eén van de argumenten om de hele wereld te vaccineren, is dat we zo nieuwe varianten voorkomen. Met een vaccinatiegraad van 20 procent schiet je dan natuurlijk niet veel op. Het is too little, too late.

“Er zijn grote inspanningen geleverd om de productie van griepvaccins te decentraliseren. De Indiase fabriek die nu de AstraZeneca-vaccins maakt, bijvoorbeeld, is in het verleden gefinancierd om griepvaccins te produceren. Daardoor kon de productie regionaal flink worden opgeschaald. Zo zouden er meer faciliteiten moeten komen, zodat er snel massaal vaccins kunnen worden gemaakt wanneer het nodig is.”

Er rijzen ook vragen bij de derde ‘boosterprik’ die veel landen aan kwetsbare bevolkingsgroepen geven of willen geven. De WHO riep vorige week nog op om die shots uit te stellen en prioriteit te geven aan vaccins voor de rest van de wereld.

“Uit een recente studie blijkt dat 1 procent van de besmettingen plaatsvindt bij mensen die gevaccineerd zijn. Dat wil zeggen dat de huidige vaccins perfect werken. En zelfs als de besmettingen zouden toenemen, is dat geen ramp: gevaccineerde mensen die toch besmet raken, sterven niet aan het virus en komen ook niet in het ziekenhuis terecht. Daar kunnen we toch mee leven? We moeten niet streven naar volledige immuniteit of proberen om álle besmettingen te voorkomen. Dat is niet realistisch. Laten we daarom eerst wereldwijd iedereen vaccineren, en daarna pas boostershots overwegen. Als die zin hebben, tenminste, wat nog niet zeker is.”

Het wordt minder vaak aangehaald, maar de hele wereld vaccineren is ook cruciaal voor de globale economie. Als een groot deel van de werkende bevolking in Afrika en Zuidoost-Azië ziek uitvalt, kan dat grote gevolgen hebben.

“Dat aspect wordt inderdaad onderschat. Volgens cijfers van de WHO kost de pandemie de ­globale ­economie 375 miljard dollar per maand. Dat is een astronomisch bedrag. Het moet op dit moment dus niet alleen over varianten gaan of de vraag wanneer we weer zorgeloos overal naartoe kunnen reizen.”

Organisaties als de People’s Vaccine Alliance en ondertussen ook diverse landen pleiten ervoor om de patenten op de vaccins tijdelijk op te heffen, zodat arme landen kunnen rekenen op meer en goedkopere vaccins. Europa vindt het nuttiger om wereldwijd regionale productiecentra op te trekken. Wat is de beste optie?

“Ik ben daarover van mening veranderd. Eerst vond ik ook dat farmaceutische bedrijven gestimuleerd moeten worden om te blijven innoveren, en dat je dat niet doet door aan hun inkomsten te raken. Ondertussen ben ik er niet meer tegen. Om de vaccins te ontwikkelen, hebben de farmabedrijven om te beginnen grote sommen overheidsgeld ontvangen. En zij innoveren inderdaad, maar veel innovaties komen van universiteiten, van de publieke sector dus, en worden in een laat stadium door hen overgenomen en bijgewerkt, afgewerkt en gepolijst tot een commercieel product. Zelf komen ze zelden met echte nieuwe dingen voor de dag. Dat de patenten opheffen een negatief effect zou hebben op de innovatie in die sector, gaat dus niet helemaal op.

“Er zijn ook allerlei tussenoplossingen te bedenken waarbij alle partners tevreden zijn. Je kunt de patenten helemaal of tijdelijk opheffen, maar via licentieovereenkomsten kan een deel van de winst bijvoorbeeld ook bij het farmabedrijf blijven en het grootste deel naar de lokale fabrikant gaan. Eén ding is zeker: levensreddende medicijnen moeten in de toekomst op een andere manier gemaakt en gedeeld worden. Dat is economisch zinvol, het beperkt de verspreiding van varianten, en het is simpelweg ook the right thing to do.

“Overheden moeten hun aanpak op hun beurt ­herzien, want zij maken het ­huidige model natuurlijk mogelijk. Als de Amerikaanse regering een pak miljarden biedt om een vaccin te ontwikkelen, op voorwaarde dat zij later voorrang krijgt bij de aankoop ervan, kun je dat als farmabedrijf moeilijk afslaan. Je wilt namelijk graag een vaccin maken én veel geld verdienen voor je aandeelhouders.

“Ik ben dus niet voor het volledig opheffen van de patenten, maar farmabedrijven mogen geen monopolie hebben op de productie. Vaccins moeten regionaal geproduceerd kunnen worden. Dat kan in productie-eenheden die ook vaccins of medicijnen tegen andere ziekten maken en die je kunt inschakelden wanneer een nieuwe pandemie uitbreekt.”

Kip eten

Wat zijn nu de belangrijkste lessen die we uit deze pandemie moeten trekken? Wat moeten we doen om op de volgende grote uitbraak voorbereid te zijn?

“We moeten werk maken van een wereldwijd, goed georganiseerd surveillancesysteem om nieuwe ziekten te detecteren en te diagnosticeren. Dat moet niet alleen op pandemieën gericht zijn, want die komen niet vaak voor – en maar goed ook. Zo’n netwerk zou ook over een ruime sequencingcapaciteit moeten beschikken, zodat mutaties en varianten snel kunnen worden geïdentificeerd. De ­Britse variant van het virus werd zo genoemd omdat op dat moment 40 procent van alle sequencing wereldwijd in het Verenigd Koninkrijk gebeurde. Het is dus verre van zeker dat die variant daar is ontstaan. Ook met zo’n netwerk moet je niet wachten tot de volgende pandemie zich aandient.”

Volgens sommige experts weten we hoe we ziekten moeten opsporen die we al kennen, maar zijn we slecht in het detecteren van onbekende en mogelijk vervelende ziekten en virussen.

“Ik ben het daar deels mee eens. Onder Donald Trump is het stopgezet, maar in de Verenigde ­Staten had je PREDICT, een uitgebreid researchprogramma waarbij men diep in de ­jungle actief op zoek ging naar dieren die mogelijk drager waren van nog onbekende virussen. Dat programma was pure tijdverspilling. Zelf op zoek gaan naar virussen heeft geen enkel nut, omdat je niet weet wat zo’n nieuw virus zal doen. Al twintig jaar verwachten we dat het H5N1-vogelgriepvirus een pandemie zal veroorzaken, en het is nog altijd niet gebeurd. Mensen kunnen het van pluimvee krijgen, maar het is niet overdraagbaar tussen mensen. Er zijn aanwijzingen dat er maar vijf mutaties nodig zijn om het wél tussen mensen overdraagbaar te maken, wat een absoluut nachtmerriescenario zou zijn. Die mutaties zijn er niet gekomen. Tenminste, nóg niet. (lacht)

“Je kunt enorm veel tijd en energie steken in wetenschappelijk onderzoek, maar ik vind dat de volksgezondheid altijd voorop moet staan. En dan zijn surveillance- en detectienetwerken zinvoller. Ik heb het zelf meegemaakt in China. In 2013 was daar een uitbraak van H7N9, een stam van de vogelgriep. Ik werkte samen met de Chinese CDC aan de identificatie van het virus. Dat virus is ontdekt toen drie mannen, een vader van 90 en zijn twee zonen van 70, zich met een ernstige aandoening aan de luchtwegen in een kliniek in Shanghai meldden. Een dokter vond het vreemd, nam stalen van de geïnfecteerden en stuurde die meteen naar de CDC. Daar werd vastgesteld dat het om een nieuwe stam van de griep ging. Het virus werd gesequencet en binnen een week waren alle gegevens beschikbaar. Zo moet je handelen wanneer een nieuw virus opduikt. Later bleek dat de drie oude mannen samen kip hadden gegeten.”

Er wordt ook gekeken naar de industriële landbouw. Met name de intensieve veeteelt zou het ontstaan en de verspreiding van nieuwe infectieziekten in de hand werken. Ze is wereldwijd ook de belangrijkste oorzaak van ontbossing: als tropisch woud plaats moet maken voor landbouwgrond, vergroot de kans dat de mens in contact komt met onbekende en mogelijk gevaarlijke ziekteverwekkers.

“Het probleem met intensieve veeteelt en ­ontbossing is ook dat je niet weet waar je mee knoeit. Als je in een bepaald gebied de bomen omhakt, kan het zijn dat de knaagdierpopulatie verhuist naar een plek waar een vlo zit die hen kan ­infecteren. En die vlo kan een virus dragen dat op de mens kan ­overspringen. Zulke dingen vallen niet te voorspellen. Maar één ding is zeker: door de manier waarop we nu in de natuur ingrijpen, vergroten we de kans op zulke scenario’s.”

Moeten we ook anders gaan eten?

“Ik ben een groot voorstander van een plantaardig dieet, ook al omdat de planeet niet beter wordt van de huidige vleesproductie. Maar ik denk niet dat we er nieuwe pandemieën mee zullen voorkomen. De voorbije decennia hebben we er gehad die veroorzaakt waren door kamelen, kippen, civetkatten en waarschijnlijk vleermuizen. De meeste van die dieren eten we niet. Het is goed dat mensen de link leggen tussen de klimaatopwarming, ziektepreventie en verstoorde ecosystemen. Maar door allemaal vegetariër te worden, zullen we de volgende pandemie niet tegenhouden.”

Aaron Bernstein van het Center for Climate, Health, and the Global Environment aan Harvard en voorzitter van een nieuwe taskforce die zich over de preventie van pandemieën zal buigen, omschreef covid-19 als ‘een waarschuwingsschot van de hele natuur aan onze soort’. Volgens hem is onze aanpak nu te veel gericht op indamming van het virus en het verbeteren van de gezondheidszorg. Over de wortel van het probleem – onze omgang met de natuur – wordt nauwelijks gesproken.

“Het probleem bij de wortel aanpakken is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. De Europese Unie heeft bijvoorbeeld pas een handelsovereenkomst gesloten met Brazilië die de ontbossing van het Amazonewoud met naar schatting 25 procent zal doen toenemen. Zulke overeenkomsten kun je niet in een vingerknip terugdraaien. Het zou enorme economische consequenties hebben. Het systeem moet zeker grondig worden herzien, maar de omslag moet geleidelijk gebeuren. Batterijkippen zijn ondertussen bijvoorbeeld verboden. Wat een goeie zaak is, want die bedrijven waren broeihaarden van virussen.

Marc-Alain Widdowson. Beeld Carmen De Vos Humo 2021
Marc-Alain Widdowson.Beeld Carmen De Vos Humo 2021

“Een ander probleem is het gebruik van antibiotica in de intensieve landbouw. Dat werkt bacteriële resistentie in de hand. Dat is de verborgen, trage pandemie: het onbruikbaar worden van almaar meer antibioticalijnen. Die verdedigingslinie brokkelt langzaam maar zeker af. Ook dat wordt beangstigend. We moeten opletten dat we, terwijl we ons op luchtwegvirussen, ebola en zika concentreren, plots niet zullen vaststellen dat we allemaal sterven aan simpele bacteriële infecties. Dat is nóg een reden om de veeteelt grondig te hervormen.”

De befaamde viroloog Anthony Fauci heeft de Amerikaanse regering voorgesteld om ‘prototypevaccins’ te ontwikkelen tegen twintig virusfamilies die mogelijk een nieuwe pandemie zouden kunnen veroorzaken. Het programma, dat een paar miljard dollar zou kosten, moet nog wel worden goedgekeurd. Vindt u het een goed idee?

“We kunnen altijd met een virus te maken krijgen dat níét tot die twintig families behoort, hè. En zal de hele wereld profiteren van die prototypevaccins, of alleen een handjevol vermogende landen? Technologie kan zeker een deel van de oplossing zijn, maar we moeten ook eens diep nadenken over onze manier van leven.

“Zeker in de eerste zes maanden van deze pandemie is me opgevallen dat de technologisch meest geavanceerde landen het niet meteen het beste deden. De mooiste voorbeelden waren de VS en het Verenigd Koninkrijk. Andere landen stonden daar verbaasd naar te kijken. In de beginfase waren politieke overwegingen, desinformatie en slechte communicatie doorslaggevender dan technologie.”

Vaccins en eieren

Alle aandacht gaat nu al anderhalf jaar naar corona uit, maar er zijn natuurlijk nog meer virussen en ziekten die de wereld teisteren. Over welke moeten we ons het meeste zorgen maken?

“Als het over pandemieën gaat, denken we vaak eerst aan luchtwegvirussen, omdat die zich het snelst kunnen verspreiden. Influenza- en coronavirussen moeten we zeker goed blijven opvolgen. Antibiotica-­resistentie is toch wel een ­ernstige bedreiging – de WHO heeft al surveillanceprogramma’s opgestart. En ziekten die door insecten worden overgedragen, eisen almaar meer de aandacht op. In 2000 dook het westnijlvirus ineens op in de VS, en de voorbije jaren waren er beperkte ­uitbraken in Europa. Door de klimaatopwarming rukt de van oorsprong Aziatische tijgermug op naar het noorden. Die mug kan het westnijlvirus overbrengen, maar ook de virussen van onder meer gele koorts, dengue en zika. De virussen zelf passen zich aan het veranderde klimaat aan, zodat ze vroeg of laat bij ons kunnen opduiken. En de ziekten die ze veroorzaken zijn geen lachertje.”

De pandemie heeft ook goeie dingen opgeleverd. We weten nu bijvoorbeeld dat met mRNA-technologie uitstekende vaccins kunnen worden gemaakt. BioNTech, het Duitse bedrijf achter het Pfizervaccin, wil er een vaccin mee ontwikkelen tegen malaria, een ziekte die jaarlijks bijna een half miljoen doden eist, vooral jonge Afrikaanse kinderen.

“We weten dat de mRNA-vaccins werken voor virussen die de cel binnendringen, zoals corona. Of het even goed werkt bij non-virale ziekten, zoals malaria, valt nog te bezien. Maar het zou natuurlijk geweldig zijn.”

BioNTech werkt in samenwerking met de Bill & Melinda Gates Foundation ook aan vaccins tegen hiv en tuberculose, en zou met de mRNA-platformen ook graag griepvaccins ontwikkelen. Een mRNA-griepvaccin kan in een paar weken gemaakt worden en zou dus efficiënter zijn dan de huidige vaccins.

“De klassieke griepvaccins worden in eieren gekweekt. Als de virusstam tijdens dat proces verandert, ben je er niks mee. Voor sommige vaccins, bijvoorbeeld dat tegen gele koorts, heb je ook speciale eieren nodig. Vaak zijn er daar niet genoeg van. Met de mRNA-vaccins heb je van al die dingen geen last.”

Denkt u dat de pandemie blijvende effecten zal hebben? Zullen we hier, zoals in veel Aziatische landen gebruikelijk is, mondmaskers dragen op trein, tram en bus wanneer we verkouden zijn? Zullen we onze handen vaker wassen, vaker thuiswerken en meer aandacht hebben voor ventilatie in fabrieken, kantoren en scholen?

“We hebben in ieder geval veel geleerd over de verspreiding van luchtwegvirussen. Maatregelen waarvan we dachten dat ze niet werkten tegen de griep ­bleken wel degelijk een effect te hebben. In 2009, tijdens de ­Mexicaanse griep, werd niet eens gesproken over mondmaskers en quarantaine. Ik denk dus wel dat we de volgende pandemie in het begin anders zullen aanpakken.

“Zal de huidige crisis ook een blijvende invloed hebben op ons gedrag? Dat betwijfel ik. In woonzorgcentra en scholen zullen er misschien nog wel speciale maatregelen zijn. Maar verder vermoed ik dat straks, als het allemaal voorbij is, het leven zich zal hernemen zoals voorheen.”

Straks gaan de scholen weer open. Zullen dan nog speciale maatregelen nodig zijn?

“Tegen september zal het overgrote deel van de volwassen bevolking en een groot deel van de schoolkinderen volledig of gedeeltelijk gevaccineerd zijn. Ik denk niet dat extra maatregelen nog veel nut zullen hebben. Voor zover die ooit nut hebben, want kinderen lappen al die maatregelen natuurlijk feestelijk aan hun laars. Daar zijn het tenslotte kinderen voor. (lacht)

Durft u te voorspellen wanneer deze pandemie eindelijk volledig voorbij zal zijn? Volgens sommige virologen kan het, gelet op de situatie buiten Europa en Noord-Amerika, nog wel een paar jaar duren.

“Wetenschappelijk zal de pandemie nooit voorbij zijn, want het virus blijft onder ons. En het zal inderdaad nog een paar jaar duren voor iedereen zijn prikken heeft gehad. De WHO zal op een bepaald moment moeten verklaren dat de pandemie voorbij is, wat geen gemakkelijke beslissing wordt. Ik vermoed dat men in Europa sneller het einde zal uitroepen dan elders. Ook op dat vlak leven we in een schrijnend onrechtvaardige en ongelijke wereld.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234