Maandag 21/09/2020

InterviewZes maanden na de lockdown

‘We moeten leven alsof er geen vaccin komt’: immunoloog Hans-Willem Snoeck over de stand van de wetenschap

Professor geneeskunde Hans-Willem Snoeck.Beeld Thomas Sweertvaegher

Exact zes maanden geleden, op 13 maart 2020, gingen we in lockdown. Met immunoloog Hans-Willem Snoeck maken we de balans op. Waar staan we? En wat komt er op ons af? ‘We zijn nog niet voorzichtig genoeg’, zegt hij. Al bespeurt hij ook een mogelijke reden voor enig optimisme.

“Ik ben absoluut geen paniekzaaier”, zegt Hans-Willem Snoeck. “Ik maan gewoon aan tot voorzichtigheid, omdat er nog zoveel is dat we niet weten, dat we nog moeten leren uit ervaring. Ik ben hyperrationeel en voorzichtig. Dat is de wetenschappelijke houding: je neemt een maatregel, kijkt wat er gebeurt, verzamelt gegevens en beslist dan wat je volgende stap is. Het probleem is dat we dat in Vlaanderen niet doen. We zijn naar mijn inschatting nog altijd niet voorzichtig genoeg.”

Immunoloog Hans-Willem Snoeck pendelt tussen New York – waar hij woont en werkt aan de Columbia University – en Vlaanderen, waar zijn partner woont. Omdat zijn zoon New Yorker is, vroeg hij direct na de verkiezing van Trump de Amerikaanse nationaliteit aan – “om zeker geen problemen te krijgen als vreemdeling in de VS”.

Omdat we elkaar spreken vlak voor zijn vertrek naar New York, vraag ik hem waar hij zich het veiligst voelt. “In New York, toch”, antwoordt hij meteen. “Het virus heeft daar nog harder toegeslagen dan hier, maar New Yorkers zijn nog altijd bang. De maatregelen worden er nauwgezet opgevolgd. Men heeft ook parkeerruimte ingepalmd om extra terrassen te maken voor de horeca. Dat schept een gezellige sfeer. Ik leef er ook in een kleine bubbel en aan de universiteit dragen we altijd ons mondmasker.”

Snoeck heeft zich de voorbije maanden flink met het coronadebat bemoeid, vooral via een aantal opgemerkte opiniestukken in De Morgen. Omdat het exact een half jaar geleden is dat we in lockdown gingen, vroegen we hem om een balans op te maken.

Hans-Willem Snoeck: 'Experts hebben het beleid, bewust of onbewust, ook moeten helpen verantwoorden. En dat is niet gezond.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Is dit nu een tweede golf of niet?

Hans-Willem Snoeck: “Ik denk van niet. Dit is een voortzetting van de eerste golf. De epidemiologie verandert, maar we zitten daar nog volop in. In maart is het begonnen met de gegoede middenklasse die was gaan skiën in Oostenrijk en Italië.

“Die hebben het als het ware doorgegeven aan hun ouders in de rusthuizen, en dan zijn we in lockdown gegaan. Doordat de scholen en cafés dichtgingen, konden jonge mensen minder besmet raken. Nu wel. Zo is het virus zich verder aan het verspreiden.”

Het zijn vooral de besmettingen die in aantal stijgen. Ziekenhuisopnames en overlijdens blij­ven in deze fase beperkt. Hoe verklaart u dat?

“Dat is inderdaad merkwaardig: dat die cijfers laag blijven. Je zou bang mogen zijn dat de jongeren het virus weer volop doorgeven aan de oudere en kwetsbare mensen, maar dat hebben we nog niet gezien. Ook in Spanje en Frankrijk niet. Een deel van de verklaring zal zeker zijn dat iedereen zich ten aanzien van ouderen wat voorzichtiger gedraagt. En misschien, héél misschien, bestaat er in de westerse wereld toch een zekere vorm van groepsimmuniteit die we tot dusver onderschatten.”

Groepsimmuniteit: hoe zouden we daaraan komen?

“Als wetenschapper moet je altijd opletten dat je niet te optimistisch bent, maar er zijn toch een aantal factoren die daarop zouden kunnen wijzen. Op basis van de zogenoemde R-waarde kun je schatten ­hoeveel procent van de populatie immuun moet zijn om het virus te kunnen tegenhouden. Bij dit virus ligt die R-waarde op drie: elke patiënt besmet gemiddeld drie anderen. Op basis van berekeningen kun je daaruit afleiden dat ongeveer 67 procent van de bevolking immuun moet zijn om groepsimmuniteit te hebben.”

Dan moet 67 procent ooit besmet raken voor het zover is.

“Wel, dat is dus nog maar de vraag. Opnieuw, ik wil voorzichtig zijn, maar het lijkt er toch sterk op dat niet iedereen vatbaar is voor het virus. Iedereen kent al wel een koppel waarvan de ene wel en de andere niet besmet raakte. Dat is merkwaardig voor een nieuw virus. Dat kan te maken hebben met genetische factoren – dat wordt volop onderzocht. Maar er is meer: uit een analyse van bloedstalen uit 2018, toen dit virus nog niet circuleerde, blijkt dat het immuunsysteem van bijna 50 procent van de populatie T-cellen produceert die op dit virus reageren.”

Dat zou spectaculair zijn.

“Inderdaad. Maar let op: het is niet omdat een bloedstaal in een petri­schaaltje die reactie vertoont, dat het ook in levende personen gebeurt. Maar een artikel in het tijdschrift Cell lijkt aan te tonen dat ook personen die blootgesteld waren aan familieleden met SARS-CoV-2 maar niet ziek werden, toch T-cellen aanmaken die hen lijken te behoeden voor ziekte. En dat zou het gevolg kunnen zijn van onze jarenlange blootstelling aan de andere coronavirussen, die eigenlijk banale verkoudheden zijn. Als dat zo is, dan is niet iedereen vatbaar voor dit virus.”

En dan hebben we geen 67 procent nodig voor groeps­immuniteit.

“Precies. Dan komen we veel sneller aan groeps­immuniteit. Dat zou bijvoorbeeld het fenomeen Zweden kunnen verklaren. Daar heeft men het virus laten begaan en blijven de cijfers dalen. Al speelt in Zweden ook een culturele factor: mensen hebben er zeer gedisciplineerd de maatregelen opgevolgd. In elk geval zou dit goed nieuws kunnen betekenen voor landen die zwaar getroffen werden.”

En voor de landen die het probleem meteen onder controle hadden, zoals Taiwan, Nieuw-Zeeland en Zuid-Korea?

“Als deze hypothese klopt, dan staat die landen dus nog iets te wachten. Omdat daar nog geen groeps­immuniteit is opgebouwd. We zien dat een beetje in Japan, dat in de eerste fase weinig problemen had, maar nu met hoge sterftecijfers kampt. We zien het in Israël, waar de opening van de scholen tot een zware uitbraak heeft geleid. En we zien het in Finland en Noorwegen, die het eerst beter deden dan Zweden, maar nu minder goed. Nogmaals: dit is een hypothese, ik spreek in de voorwaardelijke wijze.”

Hans-Willem Snoeck: ‘De maatregelen op middelbare scholen zouden dezelfde moeten zijn als die aan de universiteiten.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Ik behoor tot de veeleer bezorgde burgers. Wat u nu vertelt, geeft mij hoop. Maar het kan dus ook een dooie mus zijn.

“Daar moet u helaas rekening mee houden. Niets staat vast. Wetenschappers moeten altijd met twee woorden spreken en zeer genuanceerd zijn. Dit is zeer gecompliceerd. We verzamelen gegevens en proberen die te interpreteren. Maar veel dingen kunnen we nu eenmaal niet bewijzen, omdat we bepaalde experimenten niet mogen doen: we kunnen geen mensen opzettelijk besmetten om iets te testen, bijvoorbeeld.”

Daarom is evidence­based beleid, gebaseerd op robuuste wetenschappelijke evidentie, in deze crisis eigenlijk per definitie bijna niet mogelijk.

“Dat is bijna niet mogelijk, nee. Het zou onethisch zijn om te experimenteren op mensen om hard wetenschappelijk bewijs te verzamelen. Sommige echt rigoureuze experimenten kunnen we niet doen. We moeten werken met data die we verzamelen, en met vermoedens – ons best possible judgement, ons best mogelijke oordeel. Daarop kun je wél beleid ­baseren.”

En wat is vandaag het best mogelijke oordeel?

“Zeer voorzichtig blijven. Stel dat we gewoon alle maatregelen lossen, en de hypothese van de groeps­immuniteit klopt niet, dan hebben we over een paar maanden misschien tussen de 30.000 en 60.000 doden. Dat zou dus kunnen gebeuren, daarover bestaat geen enkele twijfel. En dus moeten we voorzichtig zijn.”

Dat het sterftecijfer daalt, komt toch ook door­dat er beter behandeld wordt, niet?

“Ja, we weten nu dat bloedverdunners een goed idee zijn, om de klontervorming te voorkomen. Dat scheelt al enorm met het begin van de uitbraak, toen dat veel mensen fataal werd. En we weten dat het immuun­systeem kan overreageren, en dat we daar dan op moeten ingrijpen.”

Wat gebeurt er dan precies?

“Zodra het virus in de longen komt, kan het een enorme reactie van het immuunsysteem losmaken, waardoor eiwitten vrijkomen die zware weefsel­schade aanrichten: we noemen dat een cytokine­storm. Als er dan op het juiste moment corticoïden worden toegediend, kan die storm bedwongen ­worden.”

Bestaat de kans dat het opnieuw helemaal uit de hand loopt en dat we naar een nieuwe lockdown gaan?

“Enkele maanden geleden zou ik gedacht hebben dat een versoepeling bijna zeker tot een exponentiële uitbraak en een nieuwe lockdown zou hebben geleid. Nu niet meer. Ten eerste weten we nu beter hoe we ons kunnen beschermen. En de ziekenhuisopnames en sterfgevallen blijven dus laag – al sterft vandaag nog altijd bijna één patiënt op honderd geregistreerde besmettingen. Wat ik wel durf te zeggen: áls er straks opnieuw een exponentiële uitbraak is, zal dat bijna zeker door de scholen komen.”

De lobby’s om de maatregelen te versoepelen, zijn heel krachtig.

“Sommige argumenten om te versoepelen, snap ik wel. Het is wellicht niet erg nuttig om in de buitenlucht mondmaskers te dragen, zeker niet op plekken waar het niet druk is. Laten we redelijk blijven. Maar we mogen geen verkeerde argumenten gebruiken om te pleiten voor soepeler maatregelen, zoals Lieven Annemans (gezondheidseconoom UGent; JDC) dat heeft gedaan. Hij vergeleek SARS-CoV-2 met een bacteriële longontsteking. En dat is buitengewoon problematisch, want die vergelijking deugt niet.”

Wat scheelt ermee?

“Een longontsteking is geen pandemie, er is een vaccin én we kunnen ze behandelen. Ja, ze maakt een paar honderd doden per jaar, maar de vergelijking is onverantwoord. Een wetenschapper die zo’n vergelijking maakt, verliest zijn geloofwaardigheid. Zeker als je ook rekening houdt met het feit dat hij de mortaliteit van Covid-19 heeft vergeleken met die van de seizoensgriep. Slaat nergens op. We kunnen hier uren over discussiëren, maar de cijfers zijn glashelder: de griep heeft een mortaliteit van twintig op honderdduizend per jaar. De mortaliteit van Covid-19 ligt vijf keer zo hoog.”

Annemans had het in een interview wel over het percentage sterfgevallen bij de mensen die besmet raken. Dat is iets anders dan mortaliteit bij de bevolking.

“Ook dan is er een groot verschil met de seizoens­griep, maar die getallen zijn rekbaarder. Dat getal is ongeveer 0,1 procent bij seizoensgriep, terwijl de meeste schattingen voor het coronavirus tussen 0,6 en 0,7 procent liggen. Maar vanwege de asymptomatische infecties bij Covid-19, die bij griep dikwijls niet werden meegeteld, is het verschil mogelijk nog groter.”

Er zijn een heleboel artsen en academici die open brieven hebben ondertekend waarin dezelfde argumenten worden gebruikt.

“Wel, die mensen hebben die brieven dan ofwel niet gelezen, ofwel kennen ze de cijfers niet. En dat is een groot probleem. Want de bevolking leest zulke brieven en denkt dat er wel een grond van waarheid in zal schuilen. Terwijl het pure desinformatie is. Dat kan ik als wetenschapper totaal niet aanvaarden. Je mag mensen hoop geven, maar je mag geen cijfers verdraaien. Daarom heb ik de laatste tijd geregeld een opiniestuk geschreven.”

In een van die stukken, verschenen in De Morgen, vond u het weken geleden nog onverantwoord om de scholen volledig te openen. Vindt u dat nog altijd?

“Ja. Ik zou gefaseerd hebben gewerkt. Eerst de kleuterscholen open. Na een paar weken geen probleem? Dan de lagere scholen. Verloopt ook dat goed? Dan de middelbare scholen. Nu is men direct in het diepe gesprongen, en zonder een goed testbeleid. Ik ben al blij dat scholieren in het middelbaar een mondmasker moeten dragen.”

Wat weten we ondertussen zeker over kinderen en hun besmettelijkheid?

“Kinderen raken minder snel besmet, worden minder ziek, en geven het virus minder makkelijk door. Daar gaan we van uit. Maar dan gaat het over kinderen tot ongeveer 12 jaar oud. Op die leeftijd gebeurt er iets, en we weten niet precies wat. Heeft het te maken met de sociale cirkels op die leeftijd, met de manier waarop ze met elkaar omgaan, of is het een kwestie van hormonen? We weten het niet. We weten alleen dat pubers vanaf 12 à 15 jaar het virus krijgen en doorgeven op dezelfde manier als volwassenen.”

Dan is het raar dat universiteiten sterk inzetten op afstands­onderwijs en middelbare scholen helemaal niet.

“Daar is vanuit virologisch oogpunt geen enkele goede reden voor te bedenken. Er is niets magisch aan de leeftijd van 18 jaar. De maatregelen op middelbare scholen zouden dezelfde moeten zijn als die aan de universiteiten. En wat studenten betreft, komt daar nog iets bij: feesten en fuiven moet zeker worden vermeden.”

Voor horeca en feestzalen kan dit moordend worden.

“Mag ik één politiek statement maken? Ik begrijp niet waarom wij, in een van de rijkste landen ter wereld, die sector niet veel beter kunnen ondersteunen. De sector van cafés, feestzalen en evenementen is maar een klein stukje van onze economie. Met die mensen moeten wij veel meer solidariteit betuigen. Zij kunnen hier ook niets aan doen.”

Los van de feesten en de fuiven: een universiteits­aula is in elk geval wel veiliger dan een middelbare­school­klas, niet?

“Absoluut. Daarom zou ik willen pleiten voor de verdunning van het aantal scholieren: laat in het middelbaar onderwijs elke dag één klas op de twee komen en laat de andere klas thuis werken. En bouw langzaam op naar een hogere bezetting, naarmate je voelt dat het mogelijk is. Maar Vlaanderen versoepelt holderdebolder.”

Hebben psychologen en pedagogen geen punt als zij zeggen dat er andere goede argumenten zijn om de scholen wél te openen?

“Zeker. Maar nogmaals: het is geen zwart-wit­verhaal. Harvard Medical School pleit voor de gefaseerde aanpak: doe het stap voor stap, hou de cijfers goed in de gaten, doe regelmatig steekproeven om te testen, en grijp lokaal snel in als het moet. Een school in Antwerpen is niet te vergelijken met een school op het platteland. Het niveau van de lokale transmissie is een belangrijke factor. Maar dat soort overwegingen heeft Vlaanderen uit het venster gegooid.”

Welk testbeleid zou u in scholen invoeren?

“In New York is het plan nu om elke week 10 procent van de leerlingen te testen. Om te kijken of er uitbraken zijn. Veel kinderen hebben immers geen symptomen. Ik vind dat een goed idee. Speekseltesten zullen kunnen helpen. Het is mogelijk om verschillende speekselstalen bij elkaar te voegen en zo te testen. Als je zo per groepjes van tien maar één test moet doen, gaat het sneller. Als de test negatief is, zit je goed. Als de test positief is, kun je verder zoeken per leerling, om na te gaan bij wie het virus precies zit.”

Dat zou nu al moeten gebeuren.

“Absoluut. Dat men dat in maart of april niet kon invoeren, snap ik. Maar vandaag, zes maanden later? Men had daar klaar voor moeten zijn. Er is niet aan gewerkt, we staan nergens qua gestructureerd test­beleid in onze scholen.”

Hans-Willem Snoeck: ‘Dat de corona­maatregelen slecht zouden zijn voor het immuunsysteem, is een compleet loze bewering.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Hoe beoordeelt u de rol die de Vlaamse experts tot dusver hebben gespeeld? Doordat ze mee aan tafel zaten met de politiek, hebben ze het beleid mee moeten uitdragen, soms wellicht een beetje tegen hun wetenschappelijke inschatting in.

“Niet alleen dat. Ze hebben dat beleid ook, bewust of onbewust, moeten helpen verantwoorden. En dat is niet gezond. Ik ben zelf compleet onaf­hankelijk, en ik denk dat dat de beste positie is. Men zou een expertencomité hebben moeten samenstellen dat volledig los van de regering staat. Dat comité moet alle literatuur volgen, alle cijfers opvolgen en adviezen geven, helder uitleggen wat we wel en wat we niet weten. In begrijpelijke taal, met alle nuances. En dan moet het beleid beslissen.”

Volgens psycholoog Frederik Anseel moet een adviseur van de overheid op de achtergrond blijven, en zeker niet openlijk het beleid bekritiseren, zoals dat bij ons verschillende keren is gebeurd.

“Ook dat vind ik moeilijk. Als wetenschapper moet je helemaal niet op de achtergrond blijven. Integendeel: als wetenschapper heb je de plicht om de bevolking te informeren. Als de bevolking alleen wordt ingelicht door politici, is die informatie politiek gekleurd. Dat is niet goed. Het publiek moet het onderscheid kunnen maken tussen wetenschap en politiek. En wetenschappers moeten integer en correct informeren.”

Wanneer verwacht u een vaccin? Deze week is gebleken dat het misschien nog niet zo simpel wordt als we soms durven te hopen.

“Hier speelt opnieuw mijn voorzichtigheid. We gaan er te gemakkelijk van uit dat er een vaccin zal komen. Er is uiteraard een goede kans dat het zo is, maar we mogen daar niet zomaar van uitgaan. We moeten dus niet leven in afwachting van een vaccin, we moeten leven alsof er nooit een vaccin zal komen. Er bestaan massa’s virale infecties waarvoor nog altijd geen vaccin is gevonden.”

Lijkt corona niet simpel, ook al omdat er andere coronavirussen zijn?

“De RSV-infectie leek aanvankelijk ook simpel. In de jaren zestig dachten we dat er snel een vaccin zou komen. Dat is er nog altijd niet. Het zogenoemde dengue­virus leek ook simpel, en er was op een bepaald moment zelfs een vaccin dat goed leek te werken. Tot bleek dat sommige gevaccineerde kinderen de ziekte in een ergere vorm kregen. De zoektocht naar een vaccin is complexer dan we denken.”

U vindt ook, las ik in een van uw stukken, dat we niet noodzakelijk de oudere mensen moeten vaccineren, áls dat vaccin er straks toch komt.

“De logica zegt dat je eerst uiteraard het zorg­personeel, hulpverleners en essentiële beroepen ­vaccineert. Vervolgens zegt de intuïtie dat je de oudere risicogroepen gaat vaccineren. En dat is nuttig, maar we weten dat vaccins dikwijls minder werkzaam zijn bij ouderen. De meeste studies gebeuren bij gezonde mensen tussen de 18 en de 55. Misschien moeten we overwegen om veeleer de actieve bevolking te vaccineren. Ik zeg niet dat het moet, maar dan zouden we de economie en de scholen altijd kunnen open­houden. Het is iets om over na te ­denken.”

Aangezien dat eventuele vaccin nog zeker een half jaar op zich zal laten wachten: is het niet veiliger om ervan uit te gaan dat we het virus toch zullen krijgen? Ik ga daar stilaan van uit. U niet?

“Dat is een zeer goede vraag. En het antwoord hangt dus af van die groeps­immuniteit. Is die er of niet? Daar is nu niets zinnigs over te zeggen. Het is ook mogelijk dat wij, ook al zijn wij allebei mannen van middelbare leeftijd, het virus al gehad hebben, maar zonder symptomen. Misschien bent u wel immuun. Het enige probleem is natuurlijk dat we niet goed weten hoelang je immuun bent na besmetting. Daarom is het sowieso een goed idee dat straks zoveel mogelijk mensen worden gevaccineerd.”

Wat denkt u van die verhalen over mensen die nu al voor de tweede keer besmet zijn geraakt?

“Daar zou ik mij nog niet te veel zorgen over maken. Het gaat om een paar verhalen, dus misschien stelt het niets voor: misschien werden die mensen opnieuw besmet en deed het immuunsysteem goed zijn werk. Pas als er honderden gedocumenteerde gevallen van herbesmetting zijn, zou ik mij zorgen maken. Al is dit natuurlijk wel op te volgen.”

Als u terugblikt op de crisis, wat is de basis­fout die België heeft gemaakt?

“Ik ben het eens met minister Maggie De Block en viroloog Steven Van Gucht dat België veel ruimer de doden heeft geteld dan andere landen. Voorts hebben we misschien ook gewoon pech gehad. De piek van de uitbraak hangt af van het aantal gevallen waarmee de epidemie begint. Als België toevallig twee keer zoveel besmette skiërs uit Oostenrijk en Italië heeft gekregen, dan verklaart dat al het verschil met Nederland. Een fout die wél gemaakt is in België, vind ik de minimalisering in het begin, ook in de media.”

Was u er vroeg bij?

“Ik zag in februari al geen enkele reden waarom in België niet kon gebeuren wat in China en Italië was gebeurd. Maar goed, blijkbaar was er toen sprake van een soort van groepsdenken, een vorm van collectief wens­denken: we wilden met z’n allen dat het niet zo erg zou worden, en dus geloofden we dat het niet zo erg zou worden. Heel bizar. Dat soort groeps­denken moet je zeker als wetenschapper te allen tijde vermijden.”

Wat verbaast u het meest over het virus in de VS?

“Dat de mortaliteit bij zwarten en latino’s tot twee keer zo hoog ligt als bij de blanke bevolking, heeft mij met verstomming geslagen. Zowel de infecties als de kans om te sterven bij een infectie.”

Is dat een socio-economische kwestie?

“Dat is de vraag. Een goede uitleg hebben we nog niet. Socio-economische factoren kunnen een rol spelen. Dat zien we overal: mensen in lagere socio-economische lagen van de bevolking hebben vaker last van obesitas, hoge bloeddruk en diabetes. De verklaring ligt vooral in de kindertijd: hoe je gezondheid zal evolueren als je oud bent, hangt in hoge mate af van hoe je op zeer jonge leeftijd, als baby zelfs, bent opgevoed. Dat is fascinerend. Wat mij brengt bij de hygiëne­hypothese.”

Aha! Die wordt hier aangegrepen door tegen­standers van de maatregelen. Al die afstand en mondmaskers en alcohol­gel zou slecht zijn voor ons immuun­systeem.

“En het is buitengewoon irriterend dat sommige media dat blijkbaar ook geloven: dat kinderen die veel ziek worden, een sterker immuunsysteem hebben op latere leeftijd. Terwijl exact het omgekeerde waar is: kinderen die weinig ziek zijn, zullen ook op latere leeftijd gemiddeld veel gezonder zijn. Dus dat de coronamaatregelen slecht zouden zijn voor het immuunsysteem, is een compleet loze bewering.”

Maar de hygiëne­hypothese bestaat toch? Slaat ze nergens op?

“Er is een associatie tussen een zeer hygiënisch leven en meer allergieën. Dat klopt wel. Maar de mortaliteit van allergieën valt niet te vergelijken met de gevolgen van pakweg diarree honderd jaar geleden. Daar stierven kinderen toen nog van. Dankzij een betere hygiëne zijn intestinale infecties niet meer zo gevaarlijk. Dat zijn we blijkbaar vergeten. Tussen haakjes: ook de antivaxers misbruiken de hygiëne­hypothese. En dat is zo ongelooflijk fout. De wetenschap toont het omgekeerde aan: vaccineren is gezond.”

Tot slot: wat weten we al over de lange­termijn­effecten van Covid-19?

“Een typisch symptoom is blijvende vermoeidheid. Het probleem is dat het om zulke vage klachten gaat dat het moeilijk zal zijn voor dokters om het kaf van het koren te scheiden – bij een massa­psychose ­kunnen klachten een zelfvervullende voorspelling worden. Dit gezegd zijnde: van het medisch ­personeel dat in 2002 in China besmet raakte met SARS-CoV-1 is 30 procent zoveel jaren later nog altijd niet ­opnieuw aan het werk. We moeten dus de ziekte­verschijnselen op lange termijn in de gaten houden.”

Dan ben ik alleen nog benieuwd naar uw pronostiek voor de presidentsverkiezingen.

“Ik hoop dat Biden wint, uiteraard. En ik ga zeker stemmen, ook dat is een van de redenen waarom ik na de verkiezing van Trump meteen het staatsburgerschap heb aangevraagd. In New York zullen de meeste mensen wel voor Biden stemmen, maar ik voel toch heel wat angst. We zijn er niet gerust in. We gaan sowieso onstabiele tijden tegemoet. Maar Biden zou het fatsoen kunnen terugbrengen in het Witte Huis.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234